Internationaal Onafhankelijk Financieel Economisch Natuurwetenschappelijk Onderzoeksbureau  EN
vorige play volgende    van 
  • Documentaire 1

    Earth Energies:
    Pyramids and Power Centres

    Egypte, april/mei 2009 

    Lees meer >

  • Documentaire 2

    Messages from Beyond:
    Crop Circles and Megaliths

    Engeland, juli 2009 

    Lees meer >

  • Documentaire 3

    Temples and Spirals:
    Patterns of the Hidden Order

    Egypte, oktober/november 2009 

    Lees meer >

  • Documentaire 4

    Cosmic City:
    Sacred Geometry and Washington DC

    Verenigde Staten, maart 2010 

    Lees meer >

  • Documentaire 5

    Sea of Knowledge:
    Alexandria and the Ancient Wisdom

    Egypte, april 2010 

    Lees meer >

  • Documentaire 6

    Ancient Geometers:
    The Amazing Discoveries of Tom Brooks

    Engeland, juli 2010 

    Lees meer >

  • Documentaire 7

    Symbols of Transformation:
    Crop Circles and Megaliths Revisited

    Engeland, juli, augustus/september 2010 

    Lees meer >

  • Documentaire 8

    Holistic Living:
    Dowsing for Health and Harmony

    Engeland, juli, augustus/september 2010 

    Lees meer >

  • Documentaire 9

    Reinventing the Human:
    Pioneers of Research I

    Engeland en Nederland, mei, juni, juli en augustus 2011 

    Lees meer >

  • Documentaire 10

    Reinventing the Human:
    Pioneers of Research II

    Engeland en Nederland, mei, juni, juli en augustus 2011 

    Lees meer >

  •     
    Zoek in:

    Overzicht artikelen
    Herma Koornwinder - KGMN
    1987 - 2007


    Datum, Artikel & Bron

    1987-06-15   Anouk is verloren - NRC Handelsblad
    1987-12-12   Met kop en schouders - NRC Handelsblad
    1988  -  -  -   Het Hallelujah effect - Mees Bulletin
    1988-04-02   Beroepsanalisten te commercieel - De Financiële Telegraaf
    1989-09-23   Effectenbeurzen maken zich op voor flinke stijgingen - De Financiële Telegraaf
    1989-10-16   Beleggers in spanning na koersval Wall Street - De Financiële Telegraaf
    1989-10-17   Wall Street maakte deel van klap goed - De Financiële Telegraaf
    1990-11-01   Koornwinder: technische analyse vecht tegen ongeloof - Het Financieele Dagblad
    1991-02-07   Geeft een betere greep op de situatie - Trends
    1991-03 - -    NCVB - Technische analyse Chart Guidance in (on)zekere tijden - NCVB
    1991-11-19   Technisch analisten over VS: geen paniek - Het Financieele Dagblad
    1992-04 -      Een ding is duidelijk: de waarde van adviezen is uiterst betrekkelijk - Beursplein 5
    1992-04-23   Als een spoorboekje: Drie scenario’s voor Tokio - Trends
    1992-04-23   De Europese Garzarelli - Trends
    1993-01 - -   Jacht op de kansrijken - Arts & Auto
    1993-01       Aandelen binnenland: Alert op neerwaartse doorbraak  - Money
    1993-03 - -   Trend-watcher Koornwinder wil technische analyse uit verdom...... - Beleggers Belangen
    1993-03 - -   Technische Analyse: Feiten weerleggen negatief imago - EFFECT
    1993-04-24   Aandelen Japanse bedrijven als economische barometer - Het Financieele Dagblad
    1993-06-18   Aktief beheer heeft zeker toekomst - Beleggers Belangen
    1993-08-21   Knowledge Explosion - Beursplein 5
    1993-09-09   Tegen de stroom in - Trends
    1993-10-09   Nieuw fonds voor technisch analisten in aantocht - Het Financieele Dagblad
    1993-11-11   Voor beleggers en bedrijven - Int. Financiën & Economie - Metternich’s Weekbulletin
    1993-12-02   Beursplein: Selekteren om te winnen - Trends
    1994-01-21   Mevr. Koornwinder waarschuwt op basis eigen systeem:...... - Beleggers Belangen
    1994-03-25   Koornwinder: Winstnemen - Beleggers Belangen
    1994-07-01   Koornwinder gaf tijdige waarschuwing - Beleggers Belangen
    1994-11-18   Technische analyse keurmerk accountant versus het ongeloof - Het Financieele Dagblad
    1994-11-18   Dag van het aandeel - Het Financieele Dagblad
    1994-12-17   Belegging van publiek geld levert te weinig op - Brabants Dagblad
    1994-12-17   Koornwinder pleit voor ’investment technology: Gedurfde...... - Eindhovens Dagblad
    1995-01 - -   Kijk op vrouwen en techniek - Brochure Kijk op vrouwen en tecnhiek
    1995-01-10   'Onzichtbare' economie werpt haar schaduwen vooruit - Eindhovens Dagblad
    1995-02-25   Innovatie beleggingsmodellen nodig - Eindhovens Dagblad
    1995-03-12   Selfmade beursgoeroe heeft oplossing voor pensioenen - Arnhemse Courant
    1995-05-15   "Stocktendo"-era - Trends - Cash!
    1995-06 - -   Beursgoeroe uit Heeze kan de markt wel verslaan - De Volkskrant
    1995-06-10   Nieuwe methode van onderzoek spoort trends in de markt op - Beursplus
    1995-06-12   Lesje voor pensioenreuzen - Utrechts Nieuwsblad
    1995-10 - -   KGMN maakt 'ondernemend beleggen' mogelijk - Management Info
    1995-10-20   'n Schitterende outperformance - Management Team
    1995-11-09   Beleggingsavond Rabobank groot succes - Soester Courant
    1995-11-10   Herma Koornwinder, een Nederlandse goeroe - Beleggers Belangen
    1995-11 - -   Interview met mevrouw Herma Koornwinder, beursgoeroe van Nederland - Fisc Alert
    1995-12-29   De zappende belegger rukt op - Algemeen Dagblad
    1996 - - - -    Belegger moet veel mondiger worden - GPD
    1996-01 - -   Herma Koornwinder, een Cassandra in een digitale wereld? - Zonta
    1996-01-26   'Beleggen moet veranderen' - Beleggers Belangen
    1996-02-01   Investing: intuition or institution?  - Pecunia Magazine
    1996-02-20   Eigenzinnig KGMN vindt partner in effectenbank Stroeve - Het Financieele Dagblad
    1996-03 - -   ‘Goed resultaat draait om ondertoon van de markten’ - Beursplein 5
    1996-02-03   Met de Happening begint de lente - De Tijd (België)
    1996-03 - -   Rabobank Groningen e.o. geeft inzicht in beleggen - Eigen uitgave Rabobank
    1996-03-09   Koornwinder zet stap naar beleggingsfonds - Eindhovens Dagblad
    1996-03-13   Spreiding van de portefeuille vermindert het risico totaal niet - De Tijd (België)
    1996-03-19   Vlaamse beleggers komen niet aan hun trekken op VFB-happening - De Tijd (België)
    1996-05-25   Mevrouw Koornwinder blijft scoren - Beleggers Belangen
    1996-07-26   Nederlandse Garzarelli ontloopt koersval - Het Financieele Dagblad
    1996-07-26   De financiële Jomanda van Beursplein 5 - Leidsch Dagblad
    1996-08 - -   ‘Selfmade’ beursgoeroe voorzag opnieuw malaise - diverse ANP dagbladen
    1996-09-07   ‘Bear Market is niet te voorspellen’ - Beursplein 5
    1996-09-14   Aandelenklimaat is net als natuur onderhevig aan seizoenswisseling - Beursplein 5
    1996-10 - -   Ik haal een beduidend hoger percentage winst dan de markt  - Elan
    1996-10-11   De afwijkende visie van Herma Koornwinder - Intermediair
    1996-11-02   Bibberen op de beurs - Elsevier
    1996-12 - -   Herma Koornwinder: oude beurswijsheden ingehaald - GPD dagbladen
    1996-12 - -   Hoe goed doet Herma Koornwinder het? - Cash
    1996-12-27   Computers hebben snel aloude beurswijsheden ingehaald - Leeuwarder Courant
    1997-02-19   De professionals wachten op hun koopmoment - De Gelderlander
    1997-03 - -   Beleggingssignalen - Perspeckt (ABN Amro)
    1997-04-26   Een fonds volgens het systeem van Koornwinder - fem
    1997-05 - -   Effectenbank Stroeve stopt Koornwinder-programma - Financiële Telegraaf
    1997-06 - -   Te koop: een (bijna) feilloos systeem! - Elan
    1997-06-07   Goeroe te koop - Elsevier
    1997-07-26   Echte beursexperts? - Elsevier
    1997-07-26   Beursgoeroes verdeeld over aandelenhype - Leeuwarder Courant
    1997-07-26   Beursgoeroes zien koersen verder stijgen - Gelders Dagblad
    1997-07-26   De grote gok pakt slecht uit - Elsevier
    1997-12 - -   ‘Beleggen wordt voor particulieren te riskant’ - Opzij
    1999-12 - -   Verouderde kennis is onmacht - S@fe (Robeco)
    1997-12-21   Beursgoeroes Top 5 - Carp
    1999-12-22   Wachten op de Nintendo-generatie - Dagblad Rivierenland
    1999-12-31   Belegger van 21e eeuw is een e-trader - Dagblad Zaanstreek
    2002-07-26   Kleine belegger houdt adem in - Eindhovens Dagblad
    2003-08-01   Woordwijzer Indexportefeuille - Het Financieele Dagblad
    2003-08-01   Beleggen op de toppen van de golven  - Het Financieele Dagblad
    2003-08-18   Aandeelhouders kunnen centrale rol niet waarmaken - Het Financieele Dagblad
    2007-10-20   De ontcijferde toekomst - Eindhovens Dagblad



    Anouk is verloren

    1987-06-15, NRC Handelsblad

    Door A.L. Hiele
    Anouk Kok uit Bilthoven is getrouwd met een fabrikant van exclusieve stropdassen, moeder van drie kinderen tussen de vijftien en twintig jaar, en huisvrouw. Routineklussen als je het een beetje handig organiseert. Daarom leefde zij zich samen met andere lotgenoten uit in bekende hobbies van deze tijd, zoals bridge, tennis, paardrijden en af en toe een beetje golf.

    Zij zette zich voor de volle honderd procent in. Volgde cursussen, kocht boeken, belde deskundigen en stond ’s morgens al heel vroeg met een emmer ballen op de tennisbaan. Zoiets blijft niet zonder gevolgen. Na verloop van tijd ga je uitblinken en dat vinden anderen weer niet zo leuk.

    "Maar er was nog iets", zegt ze zelf. "Ik was aan het tennissen met een vriendin en het gesprek kwam op de koers van een fonds dat in korte tijd omhoog geschoten was. Geweldig. We kwamen tot de dezelfde conclusie. Met tennissen is niks te verdienen. Waarom doen we niet iets in aandelen?"

    De vriendinnen zijn toen samen economie gaan studeren tussen allemaal jongelui. Intussen was Anouk lid geworden van een beleggingsclub. Ook daarvoor zette zij zich voor de volle honderd procent in. Zij las maandenlang alle financiële week- en dagbladen, maar kon geen vat krijgen op de brij van woorden.

    Midden vorig jaar schreef ze daarom in voor een mondeling cursus Technische Analyse. Zo’n methode analyseert cijfermatig gegevens over koers, prijs- en of omzetontwikkeling op aandelen, goederen-, valuta- en rentemarkten en probeert vervolgens toekomstige koersontwikkelingen te voorspellen.

    Na die cursus was Anouk verloren. Direct na de eerste cursus volgde een tweede, gegeven door een buitenlands instituut. "Die cursus leert je grafieken van volumes analyseren en daar ben ik heel erg enthousiast over. Binnenkort ga ik naar een seminar in Londen."

    Mevrouw Kok is tot zover geen uitzondering in de Nederlandse beleggerswereld. Zij behoort echter tot het zeer kleine deel van alle cursisten, dat na een cursus doorgaat met het verzamelen van gegevens, maken van grafieken en analyseren van uitkomsten. In het begin tekende ze vellen vol met allerlei fondsen, maar dat was niet vol te houden.

    Sinds kort is de situatie sterk verbeterd. Een van haar cursusgenoten, Speedy Sörensen, had de beschikking over een gespierde personal computer met printer. Zo ontstond er – door de combinatie van inzet, kennis apparaten en de nodige gekochte computerprogramma’s – een uniek bijna professioneel tandem, dat dagelijks uren in de weer is.

    De werkzaamheden hebben zich, na de inzet van de computer, verplaatst van de huiskamertafel naar de slaapkamer van de oudste zoon. De wandposters van Madonna en de hockeyclub SCHC zijn vervangen door computergrafieken van Unilever, Akzo, Koninklijke Olie en verschillende beursindices, waaronder die van de Verenigde Staten. Geïnteresseerde bezoekers krijgen een rondleiding met deskundige toelichting.

    Toch waren de dames nog niet helemaal tevreden. De koers- en nieuwsvoorziening is daarom uitgebreid met een televisie met Teletekst en een abonnement op een financiële database. Eenmaal per dag worden, door middel van een telefoon en een modem, de koersen en omzetten van de Amsterdamse Effectenbeurs overgehaald naar de Biltse computers.

    En hoe is met echtgenoot Lex en de kinderen? Lex is onder de indruk van zijn vrouw, maar hij blijft ondernemer. Wanneer gaat ze nou eens echt beleggen en geld verdienen, vraagt hij zich ongeduldig af.

    Zijn echtgenote blijft daar onverstoorbaar onder: "Ik wil eerst dit hele vakgebied bestuderen, zelf toepassen en mijn voorspellingen enige tijd toetsen met de werkelijkheid. Af en toe doe ik iets in opties, maar dat gaat nog niet zo goed. Ik zie wel wat er kan gaan gebeuren met een koers, maar ik kan het niet vertalen naar een passende optiestrategie. Over een paar weken gaan we een maand op vacantie naar een bijna onbewoond eiland voor de Franse kust. Ik neem de optiecursus, die ik pas geleden gevolgd heb, mee. Na de vacantie ga ik eens wat meer proberen."

    Als besluit een van haar voorspellingen. Bijna alle indicatoren van de Amerikaanse beurs wijzen op een koersdoorbraak naar boven.

    19870615



    Terug naar boven >




    Met kop en schouders

    1987-12-12, NRC handelsblad

    Optiebeurs

    Door A.L. Hiele
    In de Verenigde Staten is sinds het eind van de vorige eeuw een aantal methoden ontwikkeld om de prijsvorming op financiële markten te analyseren. Die methoden beperken zich tot de indices, koersen, prijzen en omzetten die tot stand komen op effecten-, termijn-, goederen-, valuta-, en rentemarkten en proberen met die in grafieken uitgedrukte historische gegevens toekomstige ontwikkelingen te voorspellen, die hooguit 10 tot 15 procent afwijken.

    Technische beursanalisten, die op basis daarvan handelen, gaan er vanuit dat koerspatronen uit het verleden zich in de toekomst met een bepaalde regelmaat zullen herhalen, omdat koersen worden gemaakt door mensen gedreven door angst en hebzucht. Bekende voorbeelden van zulke richtingaanwijzers op de weg naar succes zijn kop-en-schouder formaties en symmetrische driehoeken.

    Niet iedereen gaat op deze manier te werk. Fundamentele analisten hebben een veel bredere kijk op de waarde van bijvoorbeeld een aandeel. Zij verzamelen alle gegevens die invloed kunnen hebben op de resultaten en vooruitzichten van bedrijf en trachten zo een oordeel te vormen of de beurskoers te hoog, te laag of juist is. In de praktijk blijken de conclusies niet altijd overeen te stemmen met de werkelijkheid. Zo zijn de koersen van ABN, Aegon, Akzo, Amro, Hoogovens, Philips en andere fondsen lager dan het eigen vermogen per aandeel.
          Heel vaak komt het voor dat beleggingsanalisten met beide methoden werken. De goede fondsen worden met fundamentele analyse uitgezeefd en de technische analyse geeft een indicatie voor het juiste moment van aankoop dan wel verkoop.

    Er zijn ook beleggers en handelaren die in geen van beide analyse-methoden geloven. Zij vinden dat koersen nauwelijks te voorspellen zijn en noemen de koersval van 19 oktober als voorbeeld. Hun motto zou kunnen zijn: "De analist wikt, maar de markt beschikt.”

    De belangstelling voor en toepassing van technische analyse bij particuliere beleggers is de laatste jaren sterk toegenomen. Belangrijke stimulansen zijn de dalende prijzen van personal computers, analyse-programma’s en de oprichting van koers databases, zoals Stockdata, Call en Tijl, voor die categorie beleggers.
          Een opmerkelijk actieve analiste is Herma Koornwinder uit een dorp vlak bij Eindhoven. Sinds begin 1986 ontleedt zij, als een niet betaalde en niet gesponsorde topsporter, het grillige karakter van de beurzen in Amsterdam, de Verenigde Staten en Duitsland. Serieuze beoefenaars doen zoiets niet na het avondeten op een hoekje van de keukentafel in een ruitjesschrift. Mevrouw Koornwinder heeft inmiddels vijf cursussen in Nederland en België achter de rug, kijkt uit naar nieuwe zware trainingen in Londen en San Francisco en worstelde zo`n vijftien vooral buitenlandse boeken over haar hobby door.

    De slaapkamer van haar oudste dochter is omgebouwd tot een soort patroon herkenningscentrum met een gespierde personal computer die telefonisch is verbonden met de data-base van Stockdata, een printer en een televisie met Teletekst. In die werkruimte trekt zij zich, samen met enkele even fanatieke mede-ontleders, vele uren per dag terug. De vruchten van de studie kunnen nog niet uitgedrukt worden in klinkende munt, omdat Herma eerst de regels van het spel onder de knie wilde hebben. Met andere woorden: zij belegt niet zelf.

    In de periode voor Zwarte Maandag 19 oktober heeft zij bijna dagelijks pittige telefoongesprekken gevoerd met professionele analisten om haar zorg over de beurs – bijna alle indicatoren waren al een poosje negatief – te toetsen aan hun overwegend zonnige mening. Reacties: ongeloof, verbazing, maar ook een uitnodiging van enkelen om voor hun te komen werken.
          Voor de komende periode ziet zij op de grote beurzen, net als andere analisten, een dalende trend waarvan de duur niet aan te geven is. Desondanks zijn fondsen als Koninklijke Olie en Unilever en de index van de Optiebeurs bezig aan de vorming van een omgekeerde kop-en-schouder. Wordt die formatie voltooid bij forse omzetten en stijgende koersen, dan gaat de beurs omhoog.


    Terug naar boven >




    Ontvangen van de heer H. Wertheim Salomonson

    1988

    HK: Dit stuurde de heer H. Wertheim Salomonson mij.
    Het zijn een paar alinea’s uit een door hem gepubliceerd artikel.


    T.a.v. Diederik
    1. Het Halleluja-effect: iedereen weet je altijd, haast letterlijk tot op de dag nauwkeurig, (hetgeen met de wijsheid achteraf nauwelijks een verdienste is) te vertellen dat wij het dieptepunt gepasseerd zijn. Zelden daarentegen hoor je de ondubbelzinnige aankondiging van een recessie, een depressie, een bear market of een crash.

      Een verheugende uitzondering op deze trieste regel wordt gevormd door de in dit katern geïnterviewde Mevrouw Koornwinder, alsmede door de daarin geciteerde Elaine Garzarelli: gegeven punt 4 van de op bijlage 1 vermelde psychologische aspecten, verdienen de dames ons diepste respect voor hun inzicht en hun moed om daarvan in alle oprechtheid te getuigen. De vraag rijst in dit verband waarom het dikwijls vrouwen zijn die tot conclusies als de onderhavige komen.

      Het antwoord is mogelijk gelegen in het feit dat vrouwen in het bijzonder over dat soort intuïtieve intelligentie beschikken, dat hen in staat stelt lijnrecht tot de kern van de realiteiten door te dringen. Per slot van rekening is dit vak een combinatie van toegepaste wiskunde en psychologie.

    2. De technische analyse vervult zijn belangrijkste functie op die momenten waarop uit het chartbeeld een geheel andere opinie omtrent het object naar voren komt dan die welke voortvloeit uit de gangbare fundamentele opinie. Hij zal een mening moeten verkondigen die tegen de gevestigde mening en dus tegen de gevestigde (lees: fundamentele) orde ingaat. Daarmee haalt hij zich op zijn best het onbegrip, maar dikwijls ook de nijd van die orde op zijn nek. En wel in het bijzonder als hij ook nog het ongeluk heeft het gelijk aan zijn zijde te krijgen.


    Terug naar boven >




    Beroepsanalisten te commercieel

    1988-04-02, De Financiële Telegraaf

    Serieuze amateur boekt betere resultaten

    Door Dick Hussaarts
    AMSTERDAM, zaterdag
    Technische analyse, het gebruik van grafieken bij het beoordelen van beleggingen, kan een heel goed instrument zijn. Maar dan moet je het wel goed doen en niet halfslachtig. Doe je het goed, dan kan zelfs een amateur geweldige successen boeken. Dat heeft mevrouw Herma Koornwinder bewezen, die als een van de weinigen de beurskrach van oktober vorig jaar heeft zien aankomen.

    "De fout die nogal eens wordt gemaakt, is, dat analis­ten zich te veel richten op het bijhouden van grafieken van uitsluitend de koers­ontwikke­ling. Dan kun je gemakkelijk op het verkeerde been worden gezet. Je moet vooral letten op de ontwikkeling van de omzetten ter beurze, op het voortschrijdend gemiddelde van de koersen en je moet rekening houden met het feit dat een markt oversold, dan wel overbought is,” zegt mevrouw Koornwinder.

    19880402

    Twee jaar geleden is de amateurbeleggingsanaliste begonnen met het bijhouden van grafieken. Al snel werd zij zo enthousiast, dat vrijwel haar hele dagindeling erdoor werd beïnvloed. ‘s Morgens om 7 uur begint de dag met het ontbijt, waarbij de financiële pagina`s van de kranten worden gelezen. „Dan ga ik in, wat ik noem, mijn vijfde versnelling door het huis en om half negen ga ik naar mijn studeerkamer. Om geen tijd te verliezen neem ik een lunchpakket mee en ik houd het voor gezien. En dat vijf dagen per week, terwijl de zaterdag en zondag nog gedeeltelijk worden gebruikt om dingen af te maken die zijn blijven liggen.

    Als gevolg van deze welhaast fanatieke benadering van de technische analyse ontdekte mevrouw Koornwinder in september vorig jaar vreemde tegenstrijdigheden. „Iedereen was in september en begin oktober vorig jaar nog razend optimistisch. Allen schreven de beurs omhoog. Maar ik zag in mijn grafieken dag na dag meer en meer negatieve signalen opduiken. Dus ben ik,” zegt Herma Koornwinder, „contact gaan zoeken met analisten bij de banken. Het enige dat zij zich afvroegen was wie ik dan wel was en wat er dan fundamenteel moest gaan gebeuren om zo`n dramatische gebeurtenis tot stand te brengen. Zelfs op de bewuste zwarte maandag heb ik om negen uur `s morgens nog een technisch analist gebeld. Ik vertelde hem dat een belangrijk kop en schouders-patroon was doorbroken, wat uiterst negatief is. Hij was niet zo negatief, maar de klap viel wel luid en duidelijk.”

    Maar hoe kan dat nu? Hoe kunnen dik betaalde technische analisten bij de banken op grond van in feite dezelfde analyse dingen over het hoofd zien die mevrouw Koornwinder wel ziet en als deze analisten erop worden gewezen dan nog het alarmsignaal naast zich neerleggen?

    Commercieel
    "Bij de banken en andere beleggingsinstellingen wordt de technische analyse als een zijdelingse activiteit beschouwd. De commerciële bezigheden worden veel belangrijker gevonden. Daardoor wordt er te weinig tijd besteed aan de technische analyse. Wil je het goed doen dan moet je er ontzettend veel tijd aan besteden. Het is een dagtaak, waarnaast je niet ook nog eens andere zaken kunt doen,” stelt Herma Koornwinder, die zich vooral heeft gespecialiseerd in het volgen van de lange-termijnontwikkelingen. Zij volgt niet alleen de Amsterdamse effectenbeurs, maar ook de optiebeurs en grote buitenlandse beurzen zoals Wall Street, Tokio en sinds kort zelfs Hong-kong.

    Daarom is Herma Koornwinder ook niet echt verbaasd over het feit dat zovelen ernaast hebben gezeten. „In 1987 was Elaine Garzarelli analiste bij de Amerikaanse broker Shearson. „Ook zij werd voor de krach steeds negatiever en vlak voor de crash was 92 procent van de door haar gevolgde indicatoren negatief en dat duidde net als mijn grafieken dus duidelijk op een flinke koersval”.

    Waardering
    Langzamerhand krijgt mevrouw Koornwinder de waardering van de beroepskrachten die zij verdient. Een hobby die voortgekomen is uit een langgekoesterde wens – zij ging, nadat de kinderen steeds onafhankelijker werden, economie studeren en kwam daardoor met de technische analyse in aanraking – is nauwelijks meer een hobby te noemen.

    "Tot nu toe heb ik mijn activiteiten nog maar nauwelijks commercieel aangewend. Ik moest ook eerst zeker weten dat mijn werk niet per ongeluk eens een keertje tot een goed resultaat had geleid, maar dat ik echt op het goede spoor zat. Sinds geruime tijd weet ik dat ik ook op langere termijn goed zit,” aldus Herma Koornwinder.

    Ook al omdat haar hobby ontzettend veel geld kost, maakt zij haar kennis sinds kort te gelde. „Het werd gewoon te duur om er op deze manier, dus zonder inkomsten, mee door te gaan. Niet alleen de apparatuur die ik gebruik en al het papier kosten veel geld, maar ik reis zo langzamerhand de hele wereld af om congressen op dit gebied bij te wonen. En die seminars vinden niet alleen maar dicht in de buurt plaats. London is heel gewoon en binnenkort ga ik naar een seminar in San Francisco”.

    Mevrouw Koornwinder wil niet als adviseur van kleine beleggers gaan werken, of bijvoorbeeld een beleggingsblad gaan uitgeven. "Dat heeft geen zin, want dan moet je veel te veel tijd steken in het schrijven van artikelen en het beantwoorden van vragen van beleggers. Dan zou ik dezelfde fout gaan maken die veel professionele analisten al maken. Ik werk in opdracht van bijvoorbeeld grote pensioenfondsen. Het grote voordeel van mijn manier van werken is dat ik, zodra ik een belangrijke ontwikkeling zie aankomen, mijn klanten per telefax onmiddellijk op de hoogte kan stellen.”


    Terug naar boven >




    Technisch analiste H. Koornwinder:
    Effectenbeurzen maken zich op voor flinke stijgingen

    1989-09-23, De Financiële Telegraaf


    Door Dick Hussaarts
    HEEZE, zaterdag
    Hoewel de internationale aandelenbeurzen de laatste tijd consolideren (met name Wall Street, Londen, Zürich, Madrid en Singapore) na de haussebeweging van het afgelopen jaar, geeft de technische analyse duidelijk aan dat die beurzen zich aan het voorbereiden zijn op een forse sprong voorwaarts. Parijs, Frankfurt en Wenen zitten nog steeds in een opgaande trend en Tokio ontwikkelt zich na een korte adempauze ook weer positief.

    Dit stelt mevrouw Herma Koornwinder, die dit vak jarenlang als pure hobby heeft uitgeoefend en nu exclusief voor de Europese vermogensbeheerder Bearbull (met onder meer een vestiging in Nederland) werkt.

    "Het eerste koersdoel voor de Dow Jones is 3140, maar ik acht een stand van 3300 voor deze index zeker haalbaar. De index is nu al een keer door het weerstandsniveau van 2746,65 heengebroken en maakt zich nu op voor een forse sprong voorwaarts. Je ziet nu dat er kracht wordt verzameld en de beurs als het ware een diepe kniebuiging maakt, maar dat is een normaal patroon.

    Volgens de technische analyse moet de index nu eerst twee keer met de laagste dagstand boven dat niveau van 2746,65 komen, dan kunnen de koersen gaan uitbreken,” stelt mevrouw Koornwinder.

    "De Dow Jones heeft tot nu toe als hoogste punt aan het slot van een beursdag een niveau van 2768,20 bereikt. Ik verwacht dat de Dow, voordat de uitbraak een feit is, zal schommelen tussen een stand van 2620 en 2760."

    Ook voor de Amsterdamse beurs is Herma Koornwinder optimistisch gestemd. „Als je naar het verloop van de EOE-index kijkt zie je dat die acht keer een poging heeft gedaan om uit het lange termijn weerstandskanaal te breken.

    Dat koste moeite, maar het zal gaan gebeuren,” zo verwacht zij. "Daarvoor is echter veel kracht nodig en het opbouwen daarvan gaat altijd gepaard met forse uitslagen, naar boven, maar ook naar beneden." Zij ziet momenteel ruimte voor een stijging naar 333 (nu circa 320) aan de hand van een patroonvorming in een van de indicatoren, en mocht de index uit het trendkanaal breken, acht zij een koersdoel van 370 mogelijk.

    De rente lijkt de grootste stijging achter de rug te hebben. "Enige korte termijnindicatoren tonen een verzwakking. Voor de langere termijn ben ik niet helemaal zeker. Er is een solide steun opgebouwd die een grote daling vooralsnog in de weg staat, maar wanneer die steun niet zou houden, zal de daling doorzetten." Voor de lange termijn is Herma Koornwinder optimistisch ten aanzien van de dollar. „Sedert januari 1988 fluctueert de Amerikaanse munt in een opwaarts trendkanaal. Voor de korte termijn bedraagt het weerstandsniveau ƒ 22,2610, terwijl op ƒ 2,12 een belangrijk steunpunt ligt. Gezien de ontwikkeling van een aantal patronen, die op kracht wijzen, ben ik positief voor de dollar. In eerste instantie ligt mijn koersdoel op ƒ 2,37.”

    Het hebben van zo’n uitgesproken mening is niet altijd even gemakkelijk, vooral als je de publieke opinie tegen je hebt. "Zo heb ik begin 1988 al gemeld dat alle tekenen erop wezen dat de beurskoersen omhoog zouden gaan, terwijl de meeste beleggers nog negatief gestemd waren. Hetzelfde gold indertijd, toen ik ruim voor de krach begon te melden dat er een grote koersval zat aan te komen.

    Tot een dag voor die krach een feit was ben ik blijven waarschuwen: pas op, dit moet mis gaan. Want het is niet zo dat zo’n krach zich op een dag voltrekt. Al ruim van tevoren zie je dat de indicaties steeds negatiever gaan worden. Begin januari van dit jaar voorzag ik een min of meer omgekeerde situatie, dus in positieve zin: we zijn al halverwege mijn koersdoel."

    Technische analyse wordt nog altijd door velen gelijk gesteld met het kijken in een kristallen bol. „Dat zal ook wel zo blijven, omdat veel technisch analisten zich ook bezig houden met andere vormen van analyse of zelfs tegelijk beleggingsanalist zijn. Ik denk dat je dit vak alleen maar met succes kunt uitoefenen, als je daar continu mee bezig bent. Je moet feeling houden met de grafieken en deze zonder emotie en objectief beoordelen. Niet alleen koersgrafieken, maar je moet kijken naar omzetten, naar het feit of iedereen vol belegd is of juist veel liquiditeiten heeft, enzovoorts.”


    Terug naar boven >




    Situatie niet vergelijkbaar met die bij beurskrach in 1987, maar...
    Beleggers in spanning na koersval Wall Street

    1989-10-16, De Financiële Telegraaf


    Door Adriaan Janszen en Dick Hussaarts
    AMSTERDAM, maandag
    De koersval van afgelopen vrijdag op de Amerikaanse effectenbeurs in Wall Street heeft dit weekeinde voor koortsachtig overleg binnen de effectenwereld geleid. Algemeen werd verwacht, dat zowel de beurzen in het Verre Oosten, als die in Europa vandaag met flink lagere koersen zouden reageren op de koersduik in New York. De vraag, die iedereen bezig hield, was echter: met hoeveel volgt men vandaag de daling van 6,8 procent in New York?

    19890923 Een eerste indicatie werd vannacht verwacht van de beurzen in het Verre Oosten. Om de vele telefoontjes van ongeruste (particuliere) beleggers op te vangen hadden veel makelaarskantoren er voor gezorgd, dat hun mensen ook het afgelopen weekeinde bereikbaar waren.

    "Met de ervaringen van de beurskrach van twee jaar geleden is alles deze week mogelijk. We zijn op het ergste voorbereid en daarom maandagochtend al om zeven uur open om beleggers te begeleiden”, zo verklaarde Michael Toorop van Prudential Bache in Amsterdam.

    19890923 Vooral van de kant van particuliere beleggers wordt nogal wat aanbod verwacht. Zij waren het ook die tijdens de krach van twee jaar geleden, toen in Wall Street de Dow Jones-index met meer dan 500 punten daalde, relatief de zwaarste klappen moesten incasseren. Bankiers en beleggingsanalisten deden dan ook het afgelopen weekeinde alle mogelijke moeite om paniekverkopen te voorkomen. Geluiden, dat de situatie van nu niet te vergelijken is met die van oktober 1987, waren alom te horen. Zo werd er op gewezen, dat veel koersen de afgelopen twee jaar weliswaar nieuwe records hebben bereikt, maar dat dit ook gepaard ging met fors hogere winstcijfers van de betrokken bedrijven. De koers/winstverhoudingen liggen daarmee op een veel reëler peil. Ook van een sterke stijging van de Amerikaanse rentetarieven, vertaald in forse lagere obligatiekoersen, is nu geen sprake. In 1987 was dat wel zo.

    19890923 Veel zal afhangen van de reactie van institutionele beleggers, zoals pensioen­fondsen en verzekerings­maatschappijen. Deze beredeneren een koersdaling, zoals vrijdag plaatsvond, echter wat meer afstandelijk dan de particulier, die koersfluctuaties direct in zijn portemonnee voelt. Mochten hun analyses inderdaad de geruststellende verklaringen van de bankiers bevestigen, dan wordt verwacht, dat zij eerder aan de koopkant zullen opereren om daarmee te profiteren van het fors lagere koerspeil. Hun liquiditeit is daarvoor geen belemmering: deze is thans over het algemeen zeer ruim.

    Voor het verdere verloop op de Amsterdamse effectenbeurs is deze week nog van belang, dat aan het eind van deze week de optiecontracten aflopen, wat voor extra koersdruk kan zorgen.

    Dat Wall Street vandaag tijdens het eerste uur van de handel verder terrein moet prijsgeven ligt voor de hand. Van groot belang is echter het verdere verloop: blijft de beurs op het lagere koerspeil hangen, of zakt men, zoals twee jaar geleden, finaal door de bodem, al dan niet ‘geholpen’ door de computergestuurde verkoopprogramma’s? De koersdaling van het eerste uur zal in de eerste plaats het gevolg zijn van het feit, dat de handel in een aantal fondsen afgelopen vrijdag werd stopgezet. Dat betekent, dat er nog de nodige verkooporders moeten worden verwerkt.

    Daarnaast zullen beleggers, die hun aandelen zwaar hebben beleend, hiervan afscheid moeten nemen: hun geldschieters eisen een waardevoller onderpand. Omdat zij daaraan niet kunnen voldoen moeten zij hun stukken verkopen. Voorts zullen diverse investeerders een mogelijk tweede klap voor willen blijven door vroegtijdig te verkopen. Technische analisten zien rond 2400 een steunpunt voor de Dow Jones-index, aldus Michael Toorop. Anderen, zoals technisch analiste Herma Koornwinder, zien op korte termijn echter ook mogelijk­heden voor het beproeven van nòg lagere steunpunten.

    Of de aandelenmarkt tijdens het verdere verloop zal opveren, hangt ook af van de kracht van de koopjesjagers en eventuele signalen van de Federal Reserve. De Fed heeft afgelopen vrijdag nog de geldmarkt verkrapt, maar zal wellicht deze week verruimende maatregelen treffen om paniek te voorkomen zoals in bijgaand artikel blijkt.

    Technisch analiste Herma Koornwinder ziet in de gebeurtenissen van afgelopen vrijdag geen reden haar lange termijnvisie voor Wall Street te herzien. "Ik ben nog steeds optimistisch gestemd", zo stelde zij. "Maar opgaande bewegingen gaan nu eenmaal gepaard met golfbewegingen, al had ik een dergelijk scherpe beweging niet verwacht."
    19890923 - 04
    Op grond van haar analyse blijkt dat de Dow Jones-index vrijdag in een keer van boven van het sinds november 1987 geformeerde trendkanaal waar de index in juni uitschoot richting 2800, is teruggezakt tot op de oude steunlijn. Bovendien is er op dat niveau een tweede steunlijn, die sinds een jaar is geforceerd. "Dat zou er ook op kunnen wijzen dat we nu te maken hebben met een ‘kanaalrat’, een onverwacht heftige beweging die bijvoorbeeld te vergelijken is met plotseling optredende stormen op het IJsselmeer op mooie zomerdagen", zo meent zij. Zo’n onverwachte koersval deed zich ook voor op de Amsterdamse beurs in … van dat jaar toen het kabinet Lubbers dreigde te vallen en die toen ook van tijdelijke aard bleek te zijn. Wanneer de koers echter terugvalt in het oude trendkanaal, moet men volgens haar rekening houden met een daling naar de technische steunpunten van 2430 of zelfs 2300.

    Herma Koornwinder verwacht, mede gezien de zwakke stemming op Wall Street van afgelopen vrijdag, een zwakke dag op de Amsterdamse effectenbeurs. "Ik was al sinds eind september negatief tegen de beurs van Amsterdam gaan aankijken. Op 28 augustus was de EOE-index (vrijdag sloot deze op 309,80) door een steunlijn gezakt, die daarna als weerstand is gaan optreden. Als nu de koers verder door de neklijn van een korte termijn neerwaarts gericht kop- en schouderpatroon zakt (vanaf 311) geeft 301,67 een 3 procent bevestigingssignaal, waardoor de koersen verder kunnen inzakken tot 285.

    Overigens wees zij er gisteren op dat de koersval van vrijdag ook vanuit het oogpunt van de technische analyse niet te vergelijken is met de beurskrach van twee jaar geleden, omdat er toen allerlei aanwijzingen waren voor een op handen zijnde koersval van grotere omvang en ook door haar werden voorspeld. Dat was nu duidelijk niet het geval.

    Eén van de oorzaken van de daling afgelopen vrijdag was de stijging van 0,9% van de producentenprijsindex. De oorzaak zat hem in de sterke, mede seizoensmatige, stijging van de energieprijzen. Om dezelfde reden zal donderdag aanstaande de belangrijkste inflatiegraadmeter, de consumentenprijsindex, naar verwachting een stijging van 0,6% te zien geven tegen onveranderd over de maand augustus. Voorts zal het handels­balanscijfer een teleurstellende indruk maken morgen. Door een terugvallende export wordt deze verwacht uit te komen op $ 9,3 miljard tegen $ 7,6 miljard vorige maand.

    In Washington komt men vandaag bijeen om de begroting van 1990 af te ronden. Gebeurt dat niet, wat de verwachting was, dan zal de zogenaamde Gramm Rudman-wet in werking treden. Deze zal automatisch kortingen op de federale uitgave bewerkstelligen. Wellicht dat de koersval in New York politieke wonderen in Washington zal verrichten vandaag.

    Tekst onder foto: Tijdens de krach van 19 oktober 1987 haastten velen zich naar Wall Street, dat in de daarop volgende dagen een toeristische trekpleister werd…


    Terug naar boven >




    Wall Street maakte deel van klap goed

    1989-10-17, De Financiële Telegraaf


    NEW YORK, dinsdag.
    Opluchting alom: de Dow Jones-index is niet verder ingezakt. De Amerikaanse effectenbeurs opende nog wel zwak. Even sloeg de schrik opnieuw om het hart, toen bleek dat de Dow Jones-index iets meer dan een half uur na het begin van de handel een verlies toonde van 64 punten. Maar al snel daarna draaide de stemming. Om half twaalf lokale tijd had de index het verlies weggewerkt en dank zij een eindspurt, mede …… door computergestuurde koopprogramma’s, kon worden gesloten met een winst van liefst 88,12 punten op 2675,38.

    De aandelenomzet steeg gisteren tot grote hoogte. Meer dan 419 miljoen aandelen verwisselden van eigenaar. Opvallend was wel dat het aantal verliezers, ondanks de grote winst voor de index, groter bleef dan het aantal winnaars. Vooral de blue chips werden gekocht door koopjesjagers. Daartoe behoorden vooral de institutionele beleggers, die hun grote liquiditeiten aanwendden om tegen scherp lagere koersen aandelen terug te kopen, die zij juist vrijdag hadden verkocht om de eerder opgebouwde winsten veilig te stellen.

    De obligatiekoersen, die vorige week vrijdag een zeer vaste stemming toonden, vielen weer terug en leverden ruim de helft van de vrijdag opgebouwde koerswinst weer in.

    Een van de eerste experts die naar buiten durfde te treden met haar voorspelling was Elaine Garzarelli van Shearson Lehman Brothers. Zij en de Nederlandse Herma Koornwinder waren indertijd de enigen die de Zwarte Maandag hadden zien aankomen. Nu nam ze de stelling in, dat de effectenkoersen binnen enkele maanden zouden klimmen naar 8,175 punten, als er geen gekke dingen gebeuren met de rentetarieven.

    Van de kant van het Witte Huis klonken eveneens geruststellende geluiden. “Ik maak me geen zorgen,” vertelde president George Bush aan verslaggevers.

    De bankiers waren van oordeel dat de diepe koersval van afgelopen vrijdag mogelijk als een ‘vermomde zegening’ zou kunnen werken. Men hoopte dat de banken hierdoor in de toekomst grote voorzichtigheid zouden betrachten bij bedrijfsovernames, die worden gefinancierd met grote schuldenlasten, de zogenaamde buyouts.
    Voor de komende tijd ver………

    HK: rest van het artikel ontbreekt.


    Terug naar boven >




    Koornwinder: technische analyse vecht tegen ongeloof

    1990-11-01, Het Financieele Dagblad


    Door: E.J. van der Meer
    Abacadabra, of op z'n best iets wat op een hartcardiogram lijkt. Mevrouw Herma M. C. Koornwinder van Koornwinder Chart Guidance in Heeze, geeft toe dat het ook haar eerste reactie was toen zij jaren geleden voor het eerst in aanraking kwam met de technische analyse, de kunst van het voorspellen van trendontwikkelingen op basis van koersgrafieken en de patronen daarin.

    "De psychologie van de beleggersmassa verschuift permanent van pessimisme naar optimisme en terug in een natuurlijke ritmische volgorde", zo heeft zij na jaren worstelen met cijfers en grafieken over koersen en beursindices geconcludeerd. Terugkerende regelmatigheden in de koersen uit het verleden, te vangen in trendkanalen, bandbreedtes, indicatoren, in- en uitstapniveaus. Zoals zoveel disciplines zit ook de technische analyse vol jargon. Samen met het uitgangspunt van de technisch analist dat de trends in de toekomst uit de patronen in grafieken over het verleden kunnen worden gelezen, doet de voorbijganger in eerste instantie onmiddellijk aan een kristallen bol denken. Maar Koornwinder Chart Guidance is geen kermisattractie. Mevrouw Koornwinder kan zich de associaties met kristallen bollen of sterrenwichelarij wel voorstellen. Het was jaren geleden ook haar eerste gedachte. Het onderwerp vraagt erom, zo voelt zij ook wel aan. Na enkele uren uitleg van de technische analyse drukt zij de verslaggevers bij het vertrek op het hart er toch vooral geen 'kristallen-bolartikel' van te maken. Okay. Hoewel... De puur technische analyse die zij bedrijft, stuit op veel wantrouwen, ongeloof of op z'n minst opgetrokken wenkbrauwen. Heel langzaam komt er enige erkenning los. Contractueel voorziet zij nu drie grote Nederlandse institutionele beleggers (namen noemt ze niet) van haar op technische analyse gebaseerde trendadviezen. Maar de strijd om erkenning is nog lang niet gestreden. De deskundigen die internationale ontwikkelingen op de geld-en kapitaalmarkt proberen te voorspellen delen zich, zwart-wit beschouwd, in twee richtingen: fundamentalisten en technisch analisten. Het onderscheid: de fundamentalist zoekt naar het 'waarom', de technisch analist naar het 'wanneer'.

    Fundamentalisten proberen te beredeneren hoe en waarom de economische en financiële situatie van dit moment is ontstaan, vanuit bestaande macro- en micro-economische theorieën en rekening houdend met de rente-ontwikkeling, valutaverhoudingen, overschotten/tekorten op betalings- en handelsbalansen enz. Kijken ook hoe aan de beurs genoteerde ondernemingen ervoor staan en dus naar cash flow, winst- en verliesprognoses, balansverhoudingen, het management, de marktsituatie enz.

    De fundamentalist probeert achter de coulissen van de economische en financiële werkelijkheid te kijken, om vandaar uit te voorspellen wat er in de volgende akte gaat gebeuren.

    Terwijl de technisch analisten, althans de 'puristen' onder hen, waartoe mevrouw Koornwinder zichzelf rekent, die werkelijkheid bewust negeren. Technisch analisten hebben hun eigen werkelijkheid: die van data, cijfers, de patronen daarin en de trends die daaruit voor de toekomst kunnen worden gehaald. Waarbij Koornwinder zich op de middellange en lange termijn concentreert, en daarbij gebruik maakt van een geïntegreerd model van verschillende op zichzelf staande analysemethoden.

    Technisch analisten halen reeksen koersgrafieken, met name van beursindices, uit hun computers, bestuderen die, trekken de lijnen langs en om de patronen daarin door naar de toekomst en voorspellen mede op grond daarvan de nog te verwachten steun- en weerstandsniveaus. Vervolgens is het de kunst te voorspellen of de koersen binnen die niveaus zullen blijven of daartussen uit zullen breken. En als dat gebeurt, welke nieuwe steun- en weerstandniveaus er dan zullen ontstaan. Dit alles met gebruik van zelf ontwikkelde indicatoren, die wat mevrouw Koornwinder betreft in het kastje met geheime recepten moeten blijven liggen.

    Kortom, voor technisch analisten ligt de fundamentele werkelijkheid verscholen in de grafieken en de cijfers daarachter, niet in een analyse van die werkelijkheid zelf. Concreet voorbeeld: de fundamentalist probeert de huidige Golfcrisis expliciet van binnen en van buiten te bekijken en redeneert dan heel ruw samengevat: hogere olieprijzen, hogere inflatie, minder economische groei, lagere ondernemingsresultaten, lagere koersen. De puristen onder de technisch analisten negeren deze Golfcrisis, en gaan ervan uit dat de gevolgen ervan impliciet zijn terug te vinden in nieuwe patronen in de cijfertjes en de grafieken als afbeelding daarvan.

    Helikopter
    Op in ieder geval een punt zijn de technisch analisten in het voordeel. Zij kunnen zich een blik uit een helikopter aanmeten. Het werken met cijferpatronen en indicatoren is in principe voor alle markten hetzelfde. Dus kunnen zij een heel brede visie ontvouwen. Ze zijn letterlijk van alle markten thuis. De fundamentalist worstelt echter met de zeer complexe vragen naar de redenen en de achtergronden van wat er gebeurt. De omvangrijke werkelijkheid dwingt hen zich te specialiseren. Zij zijn dus slechts op enkele markten thuis.

    Maar op een ander punt is de pure technisch analist in het nadeel. Koornwinder denkt meestal zover vooruit dat haar analyse vaak botst op een muur van ongeloof. Bijvoorbeeld wanneer de fundamentalisten - die nog altijd ver in de meerderheid zijn - ervan uitgaan dat de financiële markten zullen blijven stijgen en ook met redenen omkleed kunnen aangeven waarom dat volgens hen gaat gebeuren. Als de indicatoren van de technisch analist in dezelfde richting wijzen, is er niets aan de hand. Maar als de technisch analist tegen de brede stroom in 'signalen' krijgt dat de koersen op termijn moeten gaan dalen, dan is het vaak moeilijk bij de buitenwereld serieus over te komen. Want de pure technisch analist vertelt er op dat zelfde moment een nog onwaarschijnlijk klinkend verhaal bij. Koornwinder: "Als mijn belangrijkste indicatoren in zo'n situatie omlaag wijzen, dan vraag ik me absoluut niet af waarom."

    De technische analyse wordt relatief vrij veel gebruikt. Maar weinigen zijn hierin zo zuiver op de graat als mevrouw Koornwinder. Fundamentalisten willen ook nog wel eens naar de grafieken grijpen, maar dan bijna altijd om hierin een extra bevestiging te zoeken voor een visie die ze toch al hadden. Zoals er ook technisch analisten zijn die zodra ze hun signalen en indicatoren goed begrepen denken te hebben, die vervolgens nog eens langs fundamentalistische lijnen gaan zitten beredeneren. Die dan dus toch weer naar het waarom gaan zoeken. Koornwinder houdt het zorgvuldig gescheiden. Vragen naar het fundamentele waarom - eigenlijk de basis van elke wetenschap, zo erkent zij - komen bij haar niet aan de orde. Zo streng in de leer is volgens haar geen enkele andere technisch analist in Nederland.

    Even schept ze verwarring door te erkennen dat ze in haar analyses op gepaste momenten wel zaken als de ontwikkeling van de rente, de inflatie, de dollarkoers, de prijzen van brent-olie, de goudprijs en dergelijke meeneemt. Dat zijn toch dingen die nu juist de fundamentalist erbij sleept om zijn visie op het waarom en hoe nu verder te onderbouwen? Jawel, maar het verschil is dat zij deze factoren ieder apart weer aan een technische, grafiekmatige analyse onderwerpt. Dus wederom is dan niet de vraag aan de orde waarom de rente stijgt of daalt, maar welk beeld er uit een rentegrafiek opstijgt. En zo zijn we dan weer terug bij de zuiver technische analyse. De trendvoorspelling komt uitsluitend uit de bestudering van grafieken. Koornwinder: 'het liefst analyseer ik grafieken waar geen naam bij staat.' dus grafieken waarvan ze niet weet op welk land of welke beursindex ze slaan.

    Fascinatie
    Gewoon toevallig is mevrouw Koornwinder jaren geleden met het fenomeen in aanraking gekomen nadat ze eerst een vakblad over het onderwerp onder ogen had gekregen, en nadat ze vervolgens door een begeleider van een beleggingsstudieclub in de richting van technische analyse werd geduwd. Aanvankelijk was het voor haar een hobby, of eigenlijk meer een fascinatie. In het begin tekende zij haar grafieken met de hand. Wegens de groeiende complexiteit moest later de computer erbij. Al haar tijd ging erin zitten. Dat ging ten koste van maatschappelijke bestuursfuncties en contacten met vrienden en vriendinnen, die aanvankelijk dachten dat ze 'excentriek' was geworden en technische analyse associeerden met bruggen bouwen of zoiets. Pas nu Koornwinder Chart Guidance, mede dank zij zakelijke adviezen van ir Geert H. M. van der Aalst (voorheen werkzaam bij Datastream), als commercieel bedrijfje van de grond begint te komen heeft ze weer tijd om af en toe door het bos te lopen.

    Voordat ze met Koornwinder Chart Guidance voor zichzelf begon, heeft ze nog een jaar op contractbasis voor vermogensbeheerder Bearbull Nederland gewerkt, daarheen gehaald door een voormalige, naar Bearbull verhuisde directeur van Shearson Lehman Hutton.

    Weggestemd
    Het aantrekken van klanten voor haar sinds 1 januari gevestigde eigen bedrijfje verloopt wat moeizaam, mede door de zelf gekozen marketingaanpak. Koornwinder richt zich speciaal op grote institutionele beleggers. Die staan niet te dringen. Ze herinnert zich een inleiding voor de fund managers van een grote Nederlandse beleggingsinstelling, daartoe uitgenodigd door de positief gestemde directeur beleggingen. 'Na vijf kwartier werd ik unaniem weggestemd.' maar het front werd doorbroken. Na deze instelling enkele maanden gratis haar adviezen te hebben gestuurd werkt ze er nu voor. Nee, contractueel is het haar verboden namen te noemen.

    In mei 1987 kwam ze voor het eerst met haar analyseresultaten naar buiten. Een spannend moment volgde enkele maanden later: de grote beurscrash van 1987. Koornwinder: "Voor oktober schreef en praatte iedereen de beurzen omhoog. Maar mijn indicatoren gingen op een gegeven moment achterlopen, gaven zelfs negatieve crossings te zien, wat op zich verkoopsignalen zijn. Toen heb ik contact opgenomen met allerlei internationale banken, commissionairs en andere analisten. Om ze te waarschuwen, om een discussie te openen. De meest frappante reactie toen was: als de beurzen echt gaan instorten, zoals u zegt, dan moet zich een of andere ramp gaan voordoen."

    Ze ontmoette slechts ongeloof en werd niet serieus genomen, zeker niet toen haar werd gevraagd: wat doet u zo, waar werkt u? "Tja, ik was toen huisvrouw met een speciale interesse. Pas later heb ik geleerd dan te zeggen dat ik technisch analiste was."

    Nog geen maand later deed zich het omgekeerde voor. Zo vlak na de grote oktobercrash was bijna iedereen 'bearish', dacht dus dat de koersen zouden blijven dalen. Misschien zou zich wel de grote crisis van de jaren dertig gaan herhalen. Weer gingen, zo vertelt nu mevrouw Koornwinder, haar technische indicatoren dwars tegen de algemene trend in met de boodschap dat de koersen weer zouden gaan stijgen. En weer lukte het haar niet met fundamentele vakgenoten een discussie over haar afwijkende visie aan te gaan.

    Ook de minicrash van twee jaar later in oktober 1989 zegt zij tevoren in de peiling te hebben gehad, althans voor de Nederlandse financiële markt. En weer tegen de algemene opvattingen in. In augustus van dat jaar had zij een relatie die haar mening had gevraagd, al te kennen gegeven dat haar indicatoren zwakker werden en dat de koersen tegen een zwaar weerstandsniveau dreigden te botsen. De boodschap was: pas op de plaats. En eind september schreef ze in een bulletin aan geïnteresseerden de boodschap 'verkopen' omdat de Nederlandse EOE-aandelenindex, die op dat moment ruim boven de 300 stond, in oktober naar 240 zou zakken. Hetgeen gebeurde.

    Jargon
    Het lijken korte, krachtige boodschappen: 'pas op de plaats', of 'verkopen'. Zo eenvoudig staan ze overigens niet in de adviserende bulletins die Koornwinder Chart Guidance naar geïnteresseerden stuurt. De ontvangers daarvan moeten op z'n minst weten waar het in haar technische analyses om gaat. Anders zijn de bulletins heel moeilijk leesbaar. Als voorbeeld een zin uit het bulletin waarin de minicrash van oktober 1989 voor de Nederlandse markt werd voorspeld: 'indien de koers door de neklijn van een korte termijn neerwaarts gerichte kop en schouder breekt (311) geeft 301,67 3% bevestiging met 285 als koersdoel.' de getallen daarin slaan op de Amsterdamse EOE-aandelenindex.

    Technische analyse, zo probeert mevrouw Koornwinder te verduidelijken, is meer dan een - het klink poëtisch - 'lijnenspel'. Dat wil zeggen het trekken van lijnen langs de extremen van een grafiek en het tot steun- of weerstandsniveaus benoemen van de raakvlakken. Dat kan iedereen. En als iedereen dat deed, zou er massaal op dezelfde momenten gekocht of verkocht worden en was dus iedereen te laat. Na die lijnen komt het geheim van de smid: de indicatoren, die zaken weergeven als 'sentiment', volume, 'open interest' en 'kracht'. Kracht? Wat is dat? Dat blijkt dan om een strikt persoonlijke inschatting van mevrouw Koornwinder te gaan, een interpretatie van een bepaalde samenloop in cijferpatronen en modellen: 'Iemand anders zal in de grafiek dan helemaal geen kracht kunnen ontdekken. Ik heb dat tijdens mijn research in de loop der tijden leren aanvoelen.' Een soort gevoel dus? Dat ook weer niet. "Je stelt je formules samen aan de hand van een aantal waarden. Als dan die waarden op een gegeven moment door een bepaalde weerstand breken, dan is er ruimte om verder te stijgen."

    Koornwinder Chart Guidance kan niet dagelijks nieuwe adviezen afgeven. De aard van haar technische analyse houdt in dat het oude advies geldt tot de cijferpatronen en indicatoren zodanig veranderen dat er een nieuw advies moet komen. Haar jongste advies betreffende de Nederlandse aandelenmarkt dateert van begin augustus, een zogeheten 'continuation sell'. Dat duidt erop dat ze al eerder een verkoopadvies had gegeven, en dat de signalen begin augustus alleen maar negatiever waren geworden. Daarna is er in de patronen te weinig veranderd om een nieuwe trendwijziging aan te kondigen.


    Terug naar boven >




    Geeft een betere greep op de situatie

    1991-02-07, Trends

    Expert aan het woord
    Technische analyse


    Door Dirk Haesevoets
    HEEZE
    Beleggen: Wat is technische analyse en waar moet je het situeren?
    Herma Koornwinder: Technische analyse is het bestuderen van grafieken van de belangrijkste geld- en kapitaalmarkten om te komen tot een betrouwbare inschatting van de actuele situatie, alsook een voorspelling van de toekomst.

    Men gaat er daarbij van uit dat grafische patronen, die zich in het verleden hebben voorgedaan, zich in de toekomst zullen herhalen. Het heeft immers veel te maken met massapsychologie en met zich herhalende ontwikkelingen die voortdurend voor wijzigingen zorgen. Indien die juist geïnterpreteerd worden, kunnen ze een leidraad vormen voor de toekomst.

    Technische analyse is evenwel maar één vorm van beleggingsanalyse. Er is b.v. ook de fundamentele analyse die tracht op basis van economische grootheden tot een voorspelling van de toekomst te komen.

    Is technische analyse gecompliceerd, of lijkt het alleen maar eenvoudig?
    Het is gecompliceerd omdat er meerdere theorieën ontwikkeld zijn, die allemaal hun eigen sterke en zwakke punten hebben. Zo is de ene theorie best bruikbaar in een stijgende markt, terwijl ze systematisch te laat komt of er naast zit in een dalende markt. Uit al die theorieën hebben wij een model ontwikkeld, dat vooral op de (middel)lange termijn gericht is. Het heeft zijn deugdelijkheid al bewezen en is uitstekend geschikt als aanvulling voor fundamentele beleggers.

    Die blijven immers nog steeds met hun timingprobleem zitten, ondanks het feit dat hun fundamentele analyse heel perfect kan zijn. Technische analyse geeft dus aan wanneer je een bepaalde beslissing moet nemen.

    Geen tegenstelling dus tussen technische en fundamentele analyse?
    Integendeel, ze vullen elkaar uitstekend aan. Niettemin kijken veel te veel beleggers nog steeds door hun fundamentele bril, en richten zich maar op één zaak: beter presteren dan de markt, of anders gezegd, het niet sléchter doen dan de markt(index).

    Technische analyse kan deze – meestal fundamenteel gerichte – resultaten echter in aanzienlijke mate verbeteren door simpelweg „klinisch” te analyseren. Of anders gezegd, alle fundamentele gevoelens uitschakelen. Dit betekent heel eenvoudig trouw blijven aan het model. Zo bekijken we het liefst „anonieme grafieken en indicatoren”. Dat stelt ons in staat de huidige positie van een aandeel of index te beoordelen, de toekomstige ontwikkeling af te leiden, en dat zonder te willen weten of het een goed of slecht lopend bedrijf is. Dat moet de fundamentele analist maar uitmaken.

    Welke markten volgt u zo al?
    Zoveel mogelijk markten, omdat er onderlinge verbanden tussen de verschillende markten bestaan die de voorspelkracht en betrouwbaarheid van een advies sterk kunnen beïnvloeden. Eigenlijk is de huidige financiële wereld één groot stelsel van communicerende vaten, dat wij dagelijks opnieuw nakijken op veranderingen.

    Dat is misschien ook de kern van uw 'Chart Guidance Principe'?
    Inderdaad. Technische analyse vervult een belangrijke radarfunctie, die ons in staat stelt –met behulp van computertechnologie en databanken– de ontwikkelingen op de wereldmarkten te volgen. Zo gaven wij begin dit jaar al verkoopadviezen, zonder dat er sprake was van een Golfcrisis. Ook vlak voor de maxi-crash van 1987 gaven we verkoopadviezen.

    In de huidige onzekere situatie, waarbij de klassieke economische principes blijkbaar niet meer van tel zijn, krijg je met technische analyse een betere greep op de situatie. Vooral het beheersen van emotionele reacties wordt er beter door. Het is nu eenmaal zo dat visuele waarneming heel belangrijk is, en dat dringt nu ook door in financiële middens.

    Sterker nog, na een tijdje blijkt dat de nieuw opgedane kennis met steun- en weerstandsniveaus b.v. toelaat een helder scenario op te zetten. Daarin ligt ook de belangrijkste taak van een technische analyseadviseur: het voortdurend aanduiden van stijgings- en dalingskansen, met als doelstelling verliezen af te snijden en winsten te laten doorlopen. Een scherpomlijnd plan opzetten dus dat de fondsbeheerders op een gegeven moment „in de botten zit”, en dat een leidraad vormt voor mogelijke crisissituaties.

    Belangrijk is vooral dat men in een dalende trend heel alert moet reageren op verkoopsignalen omdat de wet van de zwaartekracht de daling nog aanscherpt. Anderzijds mag men in een opgaande markt al eens de boot missen. De koopsignalen volgen elkaar dan immers op, en een korte aarzeling is dan niet dodelijk.

    Het is dan ook noodzakelijk om maandelijks de (middel)lange-termijnvisie onder de loep te nemen, de steun- en weerstandspunten aan te duiden, net als de koersdoelen en bandbreedtes. Beter nog is het om wekelijks een opfrisbeurt te houden, en voor actieve beleggers hoort dat zelfs dagelijks.

    19910207


    Terug naar boven >




    NCVB - Technische analyse Chart Guidance in (on)zekere tijden

    1991-03, NCVB

    In het weekblad TRENDS van 7 februari 1991 lazen wij een interview met, alsmede een artikel van de hand van, mevrouw Herma Koornwinder, directeur van Koornwinder Chart Guidance, een internationaal adviesbureau gespecialiseerd in TECHNISCHE ANALYSE.

    Beide publicaties nemen wij integraal over.

    Mevrouw Koornwinder verzorgde voor de NCVB in het Beleggingsauditorium tijdens de 12 Dag van het Aandeel/Beleggersmarkt `90 een beschouwing over TECHNISCHE ANALYSE.

    Wat is technische analyse en waar moet je het situeren? Technische analyse is het bestuderen van grafieken van de belangrijkste geld- en kapitaal- markten om te komen tot een betrouwbare inschatting van de actuele situatie, alsook een voorspelling van de toekomst.

    Men gaat er daarbij van uit dat grafische patronen, die zich in het verleden hebben voorgedaan, zich in de toekomst zullen herhalen. Het heeft immers veel te maken met massapsychologie en met zich herhalende ontwikkelingen die voortdurend voor wijzigingen zorgen. Indien die juist geïnterpreteerd worden, kunnen ze een leidraad vormen voor de toekomst.

    Technische analyse is evenwel maar één vorm van beleggingsanalyse. Er is b.v. ook de fundamentele analyse die tracht op basis van economische grootheden tot een voorspelling van de toekomst te komen.

    Is technische analyse gecompliceerd, of lijkt het alleen maar eenvoudig?
    Het is gecompliceerd omdat er meerdere theorieën ontwikkeld zijn, die allemaal hun eigen sterke en zwakke punten hebben. Zo is de ene theorie best bruikbaar in een stijgende markt, terwijl ze systematisch te laat komt of er naast zit in een dalende markt. Uit al die theorieën hebben wij een model ontwikkeld, dat vooral op de (middel)lange termijn gericht is. Het heeft zijn deugdelijkheid al bewezen en is uitstekend geschikt als aanvulling voor fundamentele beleggers.

    Die blijven immers nog steeds met hun timingprobleem zitten, ondanks het feit dat hun fundamentele analyse heel perfect kan zijn. Technische analyse geeft dus aan wanneer je een bepaalde beslissing moet nemen.

    Geen tegenstelling dus tussen technische en fundamentele analyse?
    Integendeel, ze vullen elkaar uitstekend aan. Niettemin kijken veel te veel beleggers nog steeds door hun fundamentele bril, en richten zich maar op één zaak: beter presteren dan de markt, of anders gezegd, het niet slèchter doen dan de markt (index).

    Technische analyse kan deze – meestal fundamenteel gerichte – resultaten echter in aanzienlijke mate verbeteren door simpelweg ‘klinisch’ te analyseren. Of anders gezegd, alle fundamentele gevoelens uitschakelen. Dit betekent heel eenvoudig trouw blijven aan het model. Zo bekijken we het liefst 'anonieme grafieken en indicatoren'. Dat stelt ons in staat de huidige positie van een aandeel of index te beoordelen, de toekomstige ontwikkeling af te leiden, en dat zonder te willen weten of het een goed of slecht lopend bedrijf is. Dat moet de fundamentele analist maar uitmaken.

    Welke markten volgt u al zo?
    Zoveel mogelijk markten, omdat er onderlinge verbanden tussen de verschillende markten bestaan die de voorspelkracht en betrouwbaarheid van een advies sterk kunnen beïnvloeden. Eigenlijk is de huidige financiële wereld één groot stelsel van communicerende vaten, dat wij dagelijks opnieuw nakijken op veranderingen.

    Dat is misschien ook de kern van uw ‘Chart Guidance Principe?’
    Inderdaad. Technische analyse vervult een belangrijke radarfunctie, die ons in staat stelt – met behulp van computertechnologie en databanken – de ontwikkelingen op de wereldmarkten te volgen. Zo gaven wij begin dit jaar al verkoopadviezen, zonder dat er sprake was van een Golfcrisis. Ook vlak voor de maxi-crash van 1987 gaven we verkoopadviezen.

    In de huidige onzekere situatie, waarbij de klassieke economische principes blijkbaar niet meer van tel zijn, krijg je met technische analyse een betere greep op de situatie. Vooral het beheersen van emotionele reacties wordt er beter door. Het is nu eenmaal zo dat visuele waarneming heel belangrijk is, en dat dringt nu ook door in financiële middens. Sterker nog, na een tijdje blijkt dat de nieuw opgedane kennis met steun- en weerstandsniveaus b.v. toelaat een helder scenario op te zetten. Daarin ligt ook de belangrijkste taak van een technische analyseadviseur: het voortdurend aanduiden van stijgings- en dalingskansen, met als doelstelling verliezen af te snijden en winsten te laten doorlopen. Een scherpomlijnd plan opzetten dus dat de fondsbeheerders op een gegeven moment „in de botten zit”, en dat een leidraad vormt voor mogelijke crisissituaties.

    Belangrijk is vooral dat men in een dalende trend heel alert moet reageren op verkoopsignalen omdat de wet van de zwaartekracht de daling nog aanscherpt. Anderzijds mag men in een opgaande markt al eens de boot missen. De koopsignalen volgen elkaar dan immers op, en een korte aarzeling is dan niet dodelijk.

    Het is dan ook noodzakelijk om maandelijks de (middel)lange –termijnvisie onder de loep te nemen, de steun- en weerstandspunten aan te duiden, net als de koersdoelen en bandbreedtes. Beter nog is het om wekelijks een opfrisbeurt te houden, en voor actieve beleggers hoort dat zelfs dagelijks.

    Technische analyse

    EOE- en Nikkei als voorbeeld

    De EOE-index – de index van de belangrijke Nederlandse aandelen die ook op de Amsterdamse optiebeurs (EOE) noteren – kende net als de Japanse Nikkei Dow Jones de voorbije vier jaar een bewogen verloop. Met behulp van technische analyse kon veel onheil voorkomen worden, of beter nog, heel wat verdiend worden. Via deze twee voorbeelden kunt u zèlf volgen hoe technische analyse in concreto verloopt.

    EOE-GOLVEN. Vanaf midden november 1987 vormde zich een langetermijn-trendkanaal in opgaande richting. Tijdens die trend zijn er verschillende koop- en verkoopadviezen gegeven (aangeduid met Romeinse cijfertjes).

    In september 1989 ontwikkelden zich de eerste omkeerpatronen, waarvan we stelden "dat ze een zodanige kracht zouden kunnen ontwikkelen, dat ze een breuk in de opwaartse trend kunnen inluiden.” Op 28 augustus 1989 was er een neerwaartse doorbraak van de februari-mei-juni-trendlijn. Een poging om die beweging ongedaan te maken, mislukte, want de opgaande steunlijn bleek een weerstandslijn geworden te zijn. Bovendien was de koers toen uit een 'driehoek' gebroken, wat op een koersdoel naar beneden toe van 297 van de index kon duiden.

    Aan de hand van een uitbraak uit een neerwaarts gericht „kop-en-schouder”- patroon kon een koersdoel van 285 bepaald worden. Op 16 oktober stond de index effectief op 285. Op 24 januari (koers 278) werd er weer een verkoopadvies gegeven met een koersdoel van 230 punten. Per 3 augustus 1990 volgde een nieuw verkoopadvies, met als koersdoel opnieuw 230.

    DE NIKKEI-STORY. De jarenlange stijging van de Japanse index heeft veel fundamenteel gerichte beleggers voor een raadsel geplaatst. Al hun criteria wezen immers op een geweldige overwaardering.

    Technisch werd er vanaf eind 1987 echter een breed opgaand trendkanaal gevormd. Half februari 1990 verzwakte de Nikkei-index echter tot op de opgaande steunlijn, terwijl andere technische indicatoren ook zwakker werden. De kracht- het „momentum” in het vakjargon -  was uit de stijging. De index moest dan ook lager, een heel normaal verschijnsel trouwens, want indexen bewegen zich in golfbewegingen. Echt verontrust en heel waakzaam werden we als technisch analist toen na het doorbreken van de korte-termijnsteunen, ook de langere-termijnsteun het begaf. Dat ging gepaard met een heel negatief beeld bij de andere indicatoren, en was voor ons ook een reden om op 20 februari 1990 – bij een indexstand van 36.890,5 punten – een absoluut verkoopadvies uit te brengen op 35.909 punten, met als koersdoel 32.452.

    19910300 

    De eerstvolgende steunpunten na de daling tot 32.452 lagen op 29.994, 28.342,5 en 26.646,3 punten. Die punten werden als steunpunten beschouwd omdat ook de steun die in 1988 gevormd was, doorbroken werd. Toen ook de 1986-steun op 22 maart 1990 er aan moest geloven – bij een Nikkei van 29.994 punten – was dit opnieuw een aanleiding om verkoopadviezen te geven, met steunpunten op 26.000 en 22.000.

    Dat technische analyse lucratief kan zijn, hoeft niet steeds te betekenen dat er moet aan- of verkocht worden. "Niets doen” kan ook een lonende tactiek zijn. Dat bleek duidelijk met de Nikkei in april 1990. Toen ko kon men in allerlei persberichten lezen hoe goed de vooruitzichten voor de Nikkei Dow Jones wel weer waren. Onze technische indicatoren bleven echter achter, wat erop duidde dat er geen momentum zat in de stijging.

    Ondanks herhaalde vragen of er weer in de Nikkei mocht worden ingestapt, gaven we als advies: "Indien de koers van de Nikkei nu stabiliseert op de huidige steun - die we reeds aangaven op 23 februari 1990 - zullen de......

    HK: rest van artikel ontbreekt.


    Terug naar boven >




    Technisch analisten over VS: geen paniek

    1991-11-19, Het Financieele Dagblad


    Beursanalisten die volgens de technische analyse werken, blijven ondanks de koersval op het Amerikaanse Wall Street van vorige week vrijdag gematigd optimistisch over de ontwikkeling van de Dow Jones-aandelenindex. Ze spreken van een 'tijdelijk effect'; er is 'geen reden tot paniek'.

    De val van 120 punten vrijdag heeft 'geen verkoopsignalen' opgeleverd. Volgens de grafieken van technisch analisten verkeert Wall Street nog altijd in een consolidatiefase. De Dow Jones-index voor industriële waarden heeft een belangrijk steunpunt op 2840 punten; daaronder zakken wordt moeilijk.

    Analist O. Heijn, voorzitter van de Vereniging Technische Analisten, ziet - op basis van de val van vrijdag - de bewegingen op Wall Street 'passen binnen een opgaande markt'. Volgens Heijn was er geen sprake van een 'sell off' in de Verenigde Staten.
          Naar zijn mening kan de Dow Jones in de Verenigde Staten nog verder stijgen. De grote gevaren zitten in de Amerikaanse obligatiemarkt, omdat de rente en de inflatie sterk kunnen stijgen. Overigens denkt hij dat de inflatie op langere termijn in een dalende lijn blijft.

    Analist H. L. M. Hulsbergen, hoofdredacteur van het tijdschrift Elliott, noemt de koersval op Wall Street een 'zeer tijdelijke affaire. Het kan woensdag al weer over zijn.' Hulsbergen ('ik zit al weken te wachten op een daling') voorziet na een mogelijke daling een stijging van de Dow naar 3250 punten in de eerste helft van 1992. Heijn kan zich in die visie vinden.
          De beurs van Amsterdam maakt eenzelfde positieve rit, schat Hulsbergen in, die van Japan en Groot-Brittannië zullen met verliezen worden geconfronteerd.

    Analiste H. M. C. Koornwinder meent dat de Dow in de VS tegen een zware weerstand aan duwt. Dat gaat gepaard met 'heftige koersfluctuaties. We zitten in een opgaande consolidatiefase. Er worden krachten verzameld voor een opwaartse beweging.'
          Anders dan Hulsbergen denkt ze dat de grote beurzen in de wereld zich in eenzelfde richting zullen bewegen.

    De technische analyse, die de laatste jaren een grote vlucht heeft genomen en zich in veel stromingen openbaart, voorspelt toekomstige koersen door historische bewegingen te bestuderen. De analisten verzamelen onder meer koersen en omzetten, en plaatsen die in grafieken, de zogeheten charts.

    De 'puristen' onder de analisten komen tot hun voorspelling (de meest waarschijnlijke beweging) zonder fundamentele factoren mee te laten wegen.


    Terug naar boven >




    Talrijke antwoorden mogelijk op wat de particulier moet doen, maar:
    Een ding is duidelijk: de waarde van adviezen is uiterst betrekkelijk

    1992-04, Beursplein 5


    Door Hans Amesz
    Wat moet een particuliere belegger doen? Die vraag is de afgelopen anderhalf jaar door Beursplein 5 aan talloze deskundigen gesteld, de antwoorden waren even talrijk. Maar over één zaak bestaat geen misverstand: de waarde van adviezen in de wereld van beleggen is uiterst betrekkelijk.

    In zijn boek ‘A Random Walk down Wall Street’
    (een willekeurige wandeling door Wall Street) suggereert Burton Malkiel dat een geblinddoekte aap door het gooien van pijltjes naar een beurspagina van de krant een betere aandelenportefeuille kan samenstellen dan de hoog opgeleide, ervaren en zeer goed betaalde professionals die normaal als portfolio-managers optreden.

    Deze gedachte wordt sinds eind januari van dit jaar in de praktijk gebracht door het zakenblad The Wall Street Journal. Vier Europese beleggingsadviseurs nemen het elke maand op tegen pijltjes gooiende journalisten (om logistieke redenen heeft de krant afgezien van apen). Na zes maanden wordt nagegaan wie het het beste heeft gedaan.

    Deze maand kozen de onafhankelijke Zweedse adviseur Bjoern Bjoernson, de Nederlander Martin Verleg van GIM Algemeen Vermogensbeheer in Eind­hoven, de Engelsman Julian S…… [HK: naam onleesbaar] van Van Meer James Capel in London en de Duitser Sy Schlüter van Credit Suisse First Boston in Frankfurt respectievelijk de fondsen Astra (farmacie, Zweden), Atlas Copco (compressor en machines, Zweden), Tesco (voedingsmiddelen, Groot-Brittannië) en BMW (auto’s, Duitsland) als meest kansrijke beleggingen voor het komende halfjaar. De dartboard-portfolio bestond uit Carrefour (detailhandel, Frankrijk), Internationale Nederlanden Groep (bankverzekeraar), Nuovo Pignone (machines en gereedschappen, Italië) en Refuge (verzekeraar, Groot-Brittannië). Voor geen van de vijf eerder geformeerde teams is de periode van zes maanden waarvoor hun investeringen zijn geselecteerd al voorbij. Maar volgens The Wall Street Journal hebben de professionals alle reden om zich enige zorgen te maken, want over twee van de vijf maanden leiden op dit moment de apen.

    Gedreven door verhalen van succesvolle
    beleggingen van buren, vrienden, familieleden hebben vooral in de jaren tachtig veel particulieren zich op het beleggingspad gewaagd. Meestal in de hoop op liefst niet al te lange termijn een klein fortuin te vergaren. Die hoop is destijds wreed vervlogen door de beurscrisis van oktober 1987 en de precies twee jaar daarop volgende minikrach. Ook hebben veel aandelenbeleggers de Golfoorlog in kwade herinnering. Niettemin is, zoals beursvoorzitter drs. B.F. baron van Ittersum onlangs constateerde, de belangstelling van de particulier voor beleggen weer in opmars. Hoe selecteert de gemiddelde particulier nu kansrijke aandelen?

    Dat verschilt, zoals dr. R.Th. Wijmenga in zijn boek ‘Luchtkastelen en Gouden Bergen’ constateert, van belegger tot belegger. De een zal zich eenvoudigweg baseren op beleggingsadviezen die in dag- en weekbladen worden gepubliceerd, de ander zoekt wellicht naar systematiek in het patroon van koersbewegingen uit het verleden om tot een goede voorspelling van toekomstige koersstijgingen te komen. In het be­geleidingsorkest speelt de financiële industrie. Bijna alle banken en com­missionairs beschikken over research­afdelingen die voor de verschillende fondsen aanbevelingen formuleren: kopen, houden, verkopen. Met de regelmaat van de klok verschijnen er boeken en boekjes over beleggen. En hoewel bespiegelingen op de risico’s van het beleggen hierin meestal niet ontbreken, wordt de lezer, direct of indirect, in het algemeen aangemoe­digd zelf ook te gaan beleggen. Spre­kende voorbeelden van grote verdien­sten op zeer korte termijn oefenen daarbij, aldus Wijmenga, een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit.

    Het gevolg is dat vrijwel iedere parti­culiere belegger op zoek is naar de beleggingsstrategie die systematisch hoge winsten oplevert. In wetenschappelijke kring is veel onderzoek gedaan naar de winst­gevendheid van dergelijke be­leggingsstrategieën. Er is nagegaan in hoeverre daarmee ene meer dan gewoon ofwel een buitengewoon resultaat te behalen is.

    En wat blijkt?
    Wijmenga: ‘Alle onderzoeken wijzen in dezelfde richting: voor alle praktische toepassingen moeten beleggers de aandelenmarkten als efficiënt beschouwen. Dat wil zeggen dat de zogenaamde efficiënte markt-hypothese geldig is volgens welke alle mogelijke publiekelijk beschikbare informatie reeds volledig in de koersen is verwerkt. Het gevolg hiervan is dat er geen strategie bestaat waarmee beleggers op basis van die publiekelijk beschikbare gegevens ‘de markt’ systematisch kunnen verslaan.

    Fondsselectie en een creatief aan- en verkoopbeleid leveren door de daaraan verbonden hogere transactiekosten (zie pag. 10) zelfs minder rendement op dan eenvoudige koop- en behoud strategieën.

    Technische analyse of chart-reading, de analyse van jaarverslagen, het opvolgen van beleggingsadviezen en het beleggen in indexfondsen blijken, geheel in overeenstemming met het feit dat alle beschikbare informatie inderdaad al in de koersen is verwerkt, bij een kritische wetenschappelijke analyse niets meer en vaak zelfs minder op te leve­ren dan een passieve strategie.’

    Waarom beleggen institutionele
    en particuliere beleggers dan toch in aandelen? Het antwoord is eenvoudig: omdat het rendement op aandelen aantrekkelijk is. Het volgens Wijmenga bewezen feit dat het niet mogelijk is de markt systematisch te verslaan, moet natuurlijk niet ver­ward worden met het onaantrekkelijk zijn van een belegging in aandelen.

    De aandelenmarkt kende in het verleden op lange termijn telkens een hoger rendement dan andere beleg­gingscategorieën zoals stedelijk en landelijk vastgoed. Vastrentende waarden zoals een spaarbankboekje, een kapitaal­marktrenterekening of obligaties leverden nog minder op.

    Het hoge rendement van een belegging in aandelen is echter niet gratis. ‘No free lunch’, zoals de Amerikaanse uitdrukking luidt.

    Tegenover dat hoge rendement staat een hoger risico. De waarde schommelingen van een belegging in aan­delen zijn aanzienlijk groter dan die van andere beleggingen. Het hogere rendement op lange termijn op aan­delen is dan ook een soort beloning voor het hogere risico.

    Vorig jaar zei prof. Stan Beckers, bijzonder hoogleraar in de beleggingsleer aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van Banca International, een bureau dat beleggingsadviezen verstrekt aan institutionele beleggers, tegen Beursplein 5: "In de praktijk is de markt natuurlijk nooit helemaal efficiënt. Er bestaan regelmatigheden en onregelmatigheden: anomalieën. In Nederland hebben bijvoorbeeld aandelen van kleinere bedrijven het gemiddeld beter gedaan dan die van grote. Wij hebben onderzocht dat een portefeuille die is samengesteld uit de twintig kleinste fondsen van de Amsterdamse beurs, het de afgelopen twintig jaar maar liefst zeventien keer beter heeft gedaan dan de CBS-index. Gemiddeld scheelde dat 4 tot 5 procent. Er zijn dus zeker mogelijkheden om extra rendement te realiseren en er zijn ook altijd beleggers die het significant beter hebben gedaan dan de markt."

    Technisch analiste Herma Koornwinder
    uit het Brabantse Heeze heeft de laatste jaren buitengewoon goede voorspellingen gedaan. Zij heeft bijvoorbeeld de gevolgen van de Golfoorlog voor de financiële markten voorzien en ook haar prognoses over de gebeurtenissen op de beurs van Toko waren perfect. In tegenstelling tot Wijmenga en Beckers gelooft Koornwinder, net als de beroemde Amerikaanse analiste Elaine Garzarelli, dat beleggen geen kunst maar wel degelijk een wetenschap is. Wat raadt zij de particuliere belegger aan?

    Onder andere: Analyseer wereld­wijd. Technisch is het mogelijk de financiële wereld te overzien en stapsgewijs de internationale indices, valuta, rente, inflatie, commodities, enzovoort te analyseren om je vervolgens te focussen op interessante groepsindices en daarna aandelen. Immers, wanneer een fonds met prima jaarcijfers komt en de groepsindex vertoont een negatief beeld, zal de koersstijging namelijk nihil zijn.

    Technische gezien is er dan geen
    ruimte voor omhooggaan. De goede cijfers zijn al in de koers verdisconteerd? Op dit moment stormt het af en toe weer? Op de financiële markten wemelt het van gevraagde en ongevraagde adviezen. Die zijn helaas niet eensluidend, spreken elkaar veelal heftig tegen. Herma Koornwinder zegt desgevraagd dat haar indicatoren nog niet op rood staan. De betekent geen verkoopadvies voor aandelen.


    Terug naar boven >




    De Europese Garzarelli

    1992-04-23, Trends


    Door D.H.
    Onze 'Expert van de week' – Herma Koornwinder – gaf vorig jaar tijdens de Golfoorlog ook al haar visie op de internationale markten. Verschillende lezers waardeerden toen haar doordachte analyses, alsook haar heldere én correcte raadgevingen. En belangrijkst van al, die bleken achteraf nog juist ook.

    Na jarenlang de technische analyse bestudeerd te hebben, begon ze met een intensief onderzoek dat haar duidelijk maakte hoe de verschillende financiële theorieën het er in de werkelijkheid onder allerlei omstandigheden van afbrengen. Tevens kreeg ze inzicht in de verwevenheid die er nu eenmaal in het financieel gebeuren bestaat. Van daaruit heeft ze dan een geïntegreerd model opgezet voor de eerder professionele belegger.

    Deze keer geeft ze haar visie over de beurs van Tokio, Wall Street en Frankfurt. Haar eigen onafhankelijk advies- en researchbureau adviseert vooral de institutionele beleggers, die haar adviezen gretig opvolgen. Daardoor winnen haar adviezen nog aan belang, precies omdat die institutionelen zo doorslaggevend zijn op de beurs vandaag de dag.

    Een dame met pit dus, die het nog ver kan brengen. U ziet het – zoals we reeds in 'Beleggen' van 26 maart schreven – : wie vrouwen op de beurs wil kloppen, moet (steeds) vroeger opstaan !


    Terug naar boven >




    Als een spoorboekje
    Drie scenario’s voor Tokio

    1992-04-23, Trends

    Expert aan het woord
    Technische Analyse


    Door D.H.
    BELEGGEN. In oktober 1987 zat u juist met uw voorspelling van een nakende crash. In 1990 zat u weer goed met uw voorspelling van de ineenstorting op de Japanse beurs.
    HERMA KOORNWINDER. Inderdaad, in februari 1990 gaf ik een koersdaling aan van de Nikkei Dow Jones van een 4000 punten. De kracht was immers uit de stijging weggevloeid en mijn indicatoren gaven duidelijke aanduidingen van zwakte op Kabuto-Chó. Dat alles duidde erop dat er een ombuigingsmechanisme op gang kwam. Op dat ogenblik was er geen sprake van een Golfcrisis, laat staan een Golfoorlog.
          Toen de daling ten einde liep, heb ik met de regelmaat van de klok nieuwe verkoopadviezen gegeven. En nu staan we 50% lager, bijna precies op het aangegeven koersdoel.

    U tracht op alle financiële markten thuis te zijn, een 'global player' als het ware. Waarom zo’n grote horizon aanhouden?
    Het is belangrijk dat je voortdurend een zo perfect mogelijk beeld van de financiële wereld voor ogen hebt. Kijk, vanaf januari dit jaar daalde Tokio al met 21 %, terwijl Hongkong met 18 % steeg. Ook een aantal Europese indexen boekten een mooie vooruitgang, ongeveer 10%. Men moet dus trachten op de aantrekkelijke beurzen aanwezig te zijn.

    Men kan zijn performance dan nog verder verbeteren door in de juiste aandelen te stappen. Terwijl de Dow Jones met 4,6% steeg, boekte Goodyear een winst van 34,25%. General Motors 31,5%, Sears 25,1% en Disney 24,08%. Eastman Kodak daalde daarentegen met 18,01%.

    Daarnaast is het erg belangrijk om bij „stormweer” je portefeuille al van op voorhand goed verzekerd te hebben. Daar bestaan uitstekende instrumenten voor. Wie een portefeuille Europese aandelen aanhoudt, kan die beschermen met opties op de Eurotop-100-index in Amsterdam.

    “U moet verliezen afsnijden en winsten laten lopen”

    Is het niet moeilijk voor een doorsnee belegger om al die analyses te maken als je niet met een systematische aanpak werkt? U werkt bijvoorbeeld wél op basis van zo’n systematische aanpak, maar hoe vertaalt u dat in concrete adviezen?
    Uit een marktonderzoek kwam naar voren dat de grote hoop van de beleggers niet geïnteresseerd is in langdradige beschrijvingen van allerlei technische ontwikkelingen, indicatoren enzovoort. De vragen die hij zich wél stelt zijn:
    1. Wat is de korte-, middellange- en lange- termijntrend?
    2. Wanneer mag ik in- of uitstappen?
    3. Welk percentage van stijging of daling mag ik verwachten?
    4. Gaat het om een krachtige stijging of daling?
    5. Kunt u mij uw visie in enkele zinnetjes samenvatten?

    Precies op die vragen gaan we in. We passen onze verslaggeving dus aan aan de wensen van de belegger. Hij krijgt als het ware een „spoorboekje” voorgeschoteld. Daarin vindt hij de richting van de trend (positief, negatief, consolidatie), alsook aan- en/of verkoopadviezen voor de korte, middellange en lange termijn.

    Een scherp omlijnd plan dus dat de belegger eigenlijk diep „in de botten” moet zitten, zodat hij zelfs in politieke en economische crisissituaties precies weet hoe te reageren.

    Belangrijk is eveneens dat er in een dalende trend erg snel gereageerd wordt op de verkoopsignalen. De wet van de zwaartekracht kan immers gaan doorwegen en de koersen doen kelderen. In een opgaande (golf)beweging volgen koopsignalen elkaar op en mag men best eens een keer de boot missen, zeker als men aarzelt omdat men daarmee tegen de trend in zou gaan van wat de andere beleggers erover denken.

    Want daarin ligt precies de belangrijkste taak van de technische analyse : het voortdurend aangeven hoe groot de stijgings- en dalingskansen zijn met als doel : verliezen afsnijden en winsten laten lopen!

    Onze lezers willen uiteraard weten wat uw mening is omtrent de toekomstige evolutie van de belangrijkste beursindexen zoals de Dow Jones, de Nikkei...
    Momenteel hou ik met drie mogelijkheden rekening, maar ik ga pas tot actie over op het ogenblik dat er een concreet signaal is. Indien de Nikkei Dow Jones ten eerste opwaarts door het koersniveau van ongeveer 18.500 punten breekt, wordt ruimte gecreëerd voor een verdere, geringe stijging van een 900 punten.

    Hier ligt weerstand zodat er kans blijft op een vernieuwde terugval van de Nikkei. Komt die terugval er niet, en zijn de indicatoren positief, dan kan men stapsgewijs instappen op de nu reeds aangegeven niveaus.

    De ideale situatie zou zijn indien de Nikkei rond het huidige niveau zou gaan bodemen om krachten te verzamelen ('gathering momentum'), om dan door de 20.000 punten te breken. In deze beweging kan en màg hij zelfs terugvallen tot ongeveer 15.500.
          Indien de Nikkei onverhoopt toch door het niveau van 15.000 breekt, moeten we rekening houden met een nieuwe daling van een 3000 punten.

    Wat Wall Street betreft: nu mijn lange-termijnkoersdoel van 3300 punten voor de Dow Jones is bereikt, zie ik geen aanleiding om verkoopadviezen te geven. Indien bepaalde aandelen koopsignalen geven, mag worden ingestapt.
          Zelfs bij een terugvallen van de Dow Jones-index mag men kopen, zolang die tenminste niet in neerwaartse richting door de 3050 punten breekt.
          Voor de Duitse beurs ben ik voorzichtig positief. Ieder technisch koopsignaal mag men opvolgen.


    Terug naar boven >




    Jacht op de kansrijken

    1993-01, Arts & Auto


    Financieel

    Tekst: H.H. Van de kamp; illustratie: Jacqueline Schäfer
    Uit tal van eindejaarsoverzichten wordt duidelijk dat 1992 niet heeft gebracht wat aan het begin van dat jaar door vermogensbeheerders, beursgoeroes, effectenanalisten, accountmanagers, commissionairs en eigenwijze journalisten werd voorspeld. Gelukkig maar, dat zou beleggen immers een stuk minder aardig maken Dit jaar kan het lokaliseren van de kansrijken wellicht het verschil uitmaken tussen voor- en tegenspoed.

    Tal van overzichten rond de jaarwisseling herinneren beleggers nog eens aan hun fraaie koerswinsten, dan wel strooien zout in de wonden die veroorzaakt zijn door fabelachtige verliezen.

    Een enkel keertje gaat het trouwens mis met die hitlijsten van stijgers en dalers. Zo staat in een overzicht in NRC handelsblad van de Amsterdamse hoofdfondsen Heineken bovenaan met een stijging van 37,4 procent, terwijl in de Volkskrant het bierfonds niet verder reikt dan een koerswinst van 9,9 procent.

    In Beursplein 5, het orgaan van de Amsterdamse Effectenbeurs, is het jaaroverzicht twee weken voor de jaarultimo afgesloten en is Heineken goed voor een koersstijging van 40,3 procent.

    Overigens geeft Beursplein 5 een lijst van alle aandelenfondsen. In dat overzicht staat Desseaux bovenaan met een stijging van 164,7 procent. Bij de dalers spant HCS de kroon met een koersverlies van 98,6 procent.

    Volgens Beursplein 5 is van de veertig hoofdfondsen een kwart aanzienlijk in koers gestegen: Wolters Kluwer, Heineken, Wessanen, VNU, Aegon, Elsevier, CSM, ABN Amro, en ING gingen met percentages tussen 10 en 16 omhoog. Daf en Philips behoorden met een koersdaling van ruim zestig procent tot de categorie grote verliezers.

    De Volkskrant becijferde dat van de 210 in Amsterdam genoteerde fondsen er 144 omlaag gingen en wel met meer dan 25 procent. Slechts 64 fondsen boekten een koerswinst van gemiddeld 17 procent.

    Records
    Volgens cijfers van de beurs was 1992 het jaar van de records. In de eerste helft kwamen aandelenkoersen én omzetten tot nieuwe hoogtepunten, terwijl het tweede halfjaar alle omzetrecords in de obligatiemarkt brak. Op 17 september werd een dagrecord bereikt van ?,8 [HK: eerste cijfer onleesbaar] miljard gulden, voornamelijk dankzij een hoge obligatieomzet.

    Uit het overzicht van de beurs blijkt verder dat de aandelen voornamelijk in het eerste halfjaar stegen. Op 26 mei tikte de CBS- koersindex zelfs aan een all time high van 215,5 (is de beurswijsheid sell in may and go away dan toch waar?). Het laagste punt van het jaar werd bereikt op 25 augustus op 189,7. Het jaar ging van start op 191,4 en sloot af op 198,0, wat een winst is van 3,4 procent.

    Middenmoot
    Met dit resultaat staat de Amsterdamse beurs in de middenmoot van een aantal internationale beurzen. Hong Kong kwam als beste voor de dag met een winst van 27,2 procent. Tokio presteerde het slechtst en moest een verlies incasseren van vrijwel dezelfde omvang van 26,4 procent. Uit deze ontwikkelingen blijkt duidelijk dat het Verre Oosten niet over één kam kan worden geschoren.

    Amsterdam moest gemeten aan de betreffende indexcijfers de Europese beurzen Zürich (15,3 procent); Londen (14,8) en Parijs (5,3) laten voorgaan, alsmede New York (5,0).
          Wanneer rekening wordt gehouden met het valuta-effect, vallen de scherpste pieken en dalen in deze index-ontwikkelingen weg. Volgens het Financieele Dagblad bedraagt het verlies van Tokio in guldens uitgedrukt 18,4 procent. Hong Kong wordt in het overzicht niet genoemd. De winst van Zürich blijft beperkt tot 12 procent, terwijl New York klimt naar 9 procent.

    Brussel dat in lokale valuta verlies opleverde, boekte in guldens een winstje van 2,2 procent.

    Voor Belgische begrippen is dat overigens een onbevredigend resultaat. Het Financieele Dagblad stelde ook een rangorde samen van de ontwikkeling in guldens van een aantal beurzen over de negen jaar sinds begin 1984. Dan blijkt dat Brussel leidt met een winst van 194 procent. De rest van het rijtje ziet er als volgt uit: Parijs (169), Amsterdam (98), Tokio (94), London (63), Frankfurt (63), New York (52), Zürich (50), Sydney (-12).

    Waarderingsranglijst
    Dol als we zijn op ranglijsten, kijken we tevens naar de gemiddelde koers/winst-verhoudingen van de diverse landen. De koers/winst-verhouding is – zoals de schrijfwijze aangeeft – de koers van een fonds gedeeld door de winst per aandeel van dat fonds. Anders gezegd, hoe vaak is de winst per aandeel in de koers begrepen.

    Het is een maatstaf voor de beoordeling of een aandeel al dan niet duur is. Uit dit gegeven kan een gemiddelde voor een bepaalde branche of een bepaald land worden berekend, wat dan de waardering door beleggers voor die specifieke branche of beurs weergeeft.

    De cijferaars van de Volkskrant komen voor Amsterdam op een gemiddelde over 1992 van 12,8 procent. Dat is het laagst van alle twaalf genoemde buitenlandse beurzen. Op deze wijze bekeken heeft Toronto met een k/w van 40,2 de leidende positie van Tokio overgenomen. Ondanks een ruime halvering van het Japanse koersniveau in enkele jaren tijd, ligt de k/w daar nog steeds op 38,2 procent. Met groot verschil volgt New York op de derde plaats met 22,5. Boven de 20 zitten ook nog Milaan (21,1) en Sydney (20,1). Daaronder komen Londen (18,9), Zürich (15,2), Parijs (14,9), Hong Kong (14,6), Frankfurt (14,4), Brussel (14,0) en dan pas Amsterdam.

    Met in het achterhoofd dat we met ingang van 1993 leven in een Verenigd Europa, zou de waardering voor Amsterdamse aandelen gelijk getrokken kunnen worden aan die van ons omringende landen. Anderzijds zijn de gemiddelde koers/winstverhoudingen bij ons de laatste jaren al sterk aangetrokken: van 5,1 in 1980 in een stijgende lijn omhoog tot 10,8 in 1986. Daarna een kleine inzinking tot 9,7 in 1988 en vandaar weer geleidelijk omhoog naar 12,8 thans. Het is de vraag of het na zo’n lange periode van stijgingen niet weer eens tijd wordt voor dalingen, dan wel of de inhaalrace ten opzichte van andere landen gewoon doorzet?

    Aardverschuiving
    Beleggingsresultaten kunnen overigens naar hartelust worden gemanipuleerd door de beschouwde periode te verschuiven. In het blad van de Nederlandse Centrale Vereniging van Beleggingsstudieclubs, NCVB-Magazine van januari 1993, plaatst mevrouw H.M.C. Koornwinder in dit verband kanttekeningen bij de lezing van prof dr J.J. van Duijn, lid van het beleidscomité van de Robeco Groep, op de Dag van het Aandeel van 13 november 1992. Van Duijn bekeek de performance van een aantal internationale beurzen over de periode september 1987 tot september 1992, dus inclusief de beurscrash van oktober 1987.

    Volgens Koornwinder, die zich met haar bedrijf Koornwinder Chart Guidance bezig houdt met technische analyse, had Van Duijn recent materiaal moeten gebruiken en wel de periode 13 november 1987 tot 13 november 1992. De beurscrash zou daarin niet zijn voorgekomen.

    Deze verschuiving met twee maanden betekent uiteraard een wereld van verschil. Het eerste cijfer geeft het procentuele verschil volgens van Duijn, het tweede is de berekening van Koornwinder. VS 30 en 67; Canada -15 en 11; VK 0 en 53; Nederland 6 en 55; Duitsland -16 en 44; Zwitserland -11 en 27; Frankrijk 13 en 73; Italië -43 en -8; Japan -33 en -37; Hong Kong 40 en 186; Australië -34 en -8. Koornwinder beweert overigens dat de krach van 1987 door een alert analist was te voorzien.

    De Telegraaf
    Om dergelijke subjectieve keuzen te vermijden kan een lange periode worden genomen. Hoe langer de periode, hoe meer oneffenheden worden gladgestreken. De Telegraaf heeft een aantal koersontwikkelingen over een periode van honderd jaar laten uitrekenen. De Amsterdamse Effectenbeurs nam de doorlopende aandelenindex vanaf 1893, aangeduid als Amsterdam Trendindex, voor haar rekening. Tot nog toe gingen de aandelenindices van de Amsterdamse beurs niet verder terug dan tot 1920.

    Daarnaast werd het koersverloop zichtbaar gemaakt van de dollar, de goudprijs, de Dow Jones en het rendement op Nederlandse staatsleningen. De Dow Jones loopt vanaf de start in 1896. De trendindex geeft met name over de eerste vijftig jaar een veel minder gunstig verloop dan de Dow Jones. Dit komt onder meer doordat in Nederland destijds zeer hoge contante (dividend)uitkeringen werden gedaan. Hiervoor is de index niet gecorrigeerd. Verder bestond in Amerika een neiging om slecht presterende fondsen uit de index te verwijderen.

    De Telegraaf noemt geen cijfers, maar beeldt slechts grafieken af. Daaruit kan worden gelezen dat de trendindex honderd jaar geleden op 15 stond en nu iets boven de 300. In 1920 was de index opgelopen tot 40, om als gevolg van de depressie begin jaren dertig terug te vallen tot circa 7. De dollar lag een eeuw geleden op 2,50 gulden en na jarenlang op 3,60 gestaan te hebben, noteert nu alweer geruime tijd onder de twee gulden.

    De goudprijs bedroeg toentertijd 20 dollar per troy ounce waarop het tot in de dertiger jaren bleef gefixeerd. Daarna tot halverwege de zeventiger jaren op 40 en vandaar pijlsnel naar circa 800. Thans wordt de prijs van ruim 300 dollar als laag ervaren.

    De Dow Jones voor industrie-aandelen startte in 1896 rond de 50 en beweegt zich op het ogenblik rond een betrekkelijk hoog niveau van 3300 punten. Het rendement op staatsleningen bedroeg een eeuw geleden iets meer dan 2,5 procent, klom rond 1920 naar vijf procent, zakte terug naar minder dan drie procent vlak voor de oorlog en steeg vervolgens naar een top van dik tien procent in begin tachtiger jaren. Nu ligt het rendement op circa zeven procent.

    Begin 1992 waren de verwachtingen voor aandelen in het algemeen hoopvol gestemd. Weinig is ervan uitgekomen. Voor het lopende jaar lopen de meningen nogal uiteen, maar in het algemeen wordt wel in Europa en Nederland een rentedaling verwacht. Dat heeft meestal een positieve uitwerking op aandelen.

    Vermogensbeheerders, beursgoeroes, analisten, accountmanagers, commissionairs, en eigenwijze journalisten, ze komen op deze plaats niet aan het woord met hun verwachtingen voor het nieuwe jaar. Voor één opmerkelijke uitspraak maken we een uitzondering. Eerdergenoemde mevrouw Koornwinder zegt in het NCVB-Magazine dat spreiding om risico te mijden uit de tijd raakt. Waarom in goud, onroerend goed, elektronica of wat dan ook, als elders interessantere mogelijkheden zijn, zo vraagt zij zich af. In plaats van ‘spreiding’ zal ‘lokaliseren van de kansrijken’ het credo van de eenentwintigste eeuw zijn. En dat begint in onze negentiger jaren, aldus mevrouw Koornwinder.


    Terug naar boven >




    Alert op neerwaartse doorbraak
    Aandelen binnenland

    1993-01 (1992-12), Money

    Terwijl veel beleggers nog heilig geloofden in verdere stijgingen, gaf Herma Koornwinder vlak voor de krach van 1987 verkoopadviezen. Haar reputatie was gevestigd.

    Ze heeft haar eigen consultancy-bedrijf, Koornwinder Chart Guidance, dat met behulp van computermodellen ontwikkelingen in de financiële wereld aangaande koersen en volumes scant. Haar cliënten zijn voornamelijk pensioenfondsen. Haar motto: ‘Een kapitein brengt eerst de gevaren van de zee in kaart alvorens hij een koers uitstippelt. Ook de belegger heeft een plan nodig om zijn beslissingen richting te geven.’

    Kun je je werkwijze nader toelichten?
    "Het is belangrijk te beseffen dat markten een mondiaal stelsel van communicerende vaten vormen en dat de lange termijn trend zeer bepalend is. Het is een visueel ambacht. We maken studies van grafieken van koersverloop, volume enzovoort om zodoende het gedrag van massamarkten te analyseren. Ook werken we met afgeleiden en beursindicatoren. Vervolgens wordt driedimensionaal ingezoemd waarbij de beschouwde termijn geleidelijk aan wordt verkort. Zo worden niet alleen de beursindices en groepssectoren bewerkt, maar ook de internationale valuta’s en rente-ontwikkelingen. Pas dan volgt beoordeling van individuele fondsen. Mijn maandelijkse analyses resulteren in een visie. Wat iets anders is dan een voorspelling. Een advies geven op basis van de koersontwikkeling van een fonds heeft niet veel zin, je moet het in een bredere context plaatsen."

    Wat zijn de sterke punten van technische analyse?
    "Technische analyse helpt om een helder overzicht te krijgen van de markt. Het is uit de tijd om een pakket aandelen te kopen en na tien jaar weer eens de koers te bekijken. Het Just In Time- principe dat bedrijven leert geen onnodige voorraden aan te houden geldt ook voor de beleggingswereld. Bij een te lage omloopsnelheid van je portefeuille mis je de winstmogelijkheden die de grote fluctuaties bieden. Technische analyse geeft continu aan wat de stijgings- en dalingskansen zijn met als doel de winsten door te laten lopen en verliezen te beperken. Koersbewegingen zijn niet altijd wat ze lijken. Een 3 procent stijging kan opbotsen tegen een zware weerstand. Hedgen of winstnemen is dan het devies. Een daling van 5 procent kan echter wijzen op verzameling van kracht voor een opwaartse golfbeweging, waardoor een koopadvies volgt. De analyse helpt de hot spots te lokaliseren."

    De hot spots?
    "Of er nu sprake is van een opgaande of neergaande trend, er zijn altijd indices of fondsen die sterker meegaan met de trend. Deze hot spots moeten worden opgespoord. Vervolgens moet de belegger zich hierop concentreren. Vaak wordt nog geadviseerd de portefeuille te spreiden. Maar door spreiding loop je kansen op een beter rendement mis."

    Wat is het voordeel van jouw werkwijze boven fundamentele analyse?
    "Er is geen sprake van een keuze, de methodes zijn complementair. De fundamentele analyse tracht zo nauwkeurig mogelijk de reële waarde van een aandeel te bepalen. Maar er zijn momenteel meer verfijnde technieken die helpen het geschikte moment van handelen te bepalen. In het ideale geval komen de beide analyses dan ook tot eenzelfde visie, zoals een halfjaar geleden gebeurde toen mijn negatieve advies voor de beurs van Mexico op dezelfde dag kwam als het verkoopadvies van een fundamentalist."

    Kun je iets zeggen over de Amsterdamse beurs?
    "Positief ben ik over de aandelen ABN AMRO, AEGON, AMEV, HEINEKEN, WESSANEN en WOLTERS KLUWER. Voor industriefondsen als DAF, BÜHRMANN- TETTERODE en FOKKER heb ik de afgelopen maanden regelmatig verkoopadviezen verstrekt. Ook KLM en NEDLLOYD beoordeel ik ronduit negatief."

    Wat is tot slot je visie op de gehele beurs voor de komende tijd?
    "Beleggers moeten zeer alert zijn op een neerwaartse doorbraak. Zodra de neerwaartse limieten worden doorbroken, moet worden verkocht. Maar stel dat bij sommige fondsen de opwaartse limieten zouden worden doorbroken, dan mag worden verkocht."


    Rectificatie: Money mei 1993
    In mijn interview met mevrouw Herma Koornwinder in Money jan 1993 is in de laatste alinea een fout geslopen. "Zodra de neerwaartse limieten worden doorbroken moet worden verkocht. Maar stel dat bij sommige fondsen de opwaartse limieten zouden worden doorbroken mag worden verkocht."

    HK: Dit cursief gedrukte woord moet zijn: gekocht.


    Terug naar boven >




    Trend-watcher Koornwinder wil technische analyse uit verdomhoekje halen

    1993-03, Beleggers Belangen


    Door H.M.C. Koornwinder Verkeerde interpretatie en onvoldoende kennis van technische analyse heeft geleid tot blunders die deze vorm van beleggingsonderzoek een slecht imago hebben bezorgd. Volgens mevrouw H.M.C. Koornwinder wordt technische analyse schromelijk onderschat. De wèl geïnteresseerde belegger, die hoopt met een softwarepakket en een paar cursussen goede resultaten te behalen komt van een koude kermis thuis. Om technische analyse te beheersen en met succes toe te passen is een grondige studie van een gróót aantal theorieën en jarenlange ervaring een vereiste. Dit om inzicht en overzicht te krijgen.

    Wie in de overtuiging wil volharden dat technische analyse niet deugt als basis voor beleggingsbeslissingen, moet niet bij mevrouw H.M.C. Koornwinder op de koffie. De kans dat men op andere gedachten wordt gebracht is groot.

    Koornwinder is managing director van Koornwinder Chart Guidance KCG, een door haarzelf op 2 januari 1990 opgezet adviesbureau dat zich bezig houdt met onderzoek naar koersbeïnvloedende indicatoren. Wat begonnen is als hobby, is uitgegroeid tot een full time activiteit.

    Trend
    KCG begeleidt de belegger in de lange, middellange en korte trend. Tevens werden de juiste in- en uitstapmomenten voor beleggingen aangegeven. De voornaamste activiteit is dus trendwatching. Volgens Koornwinder hebben trends een voorspellende waarde, omdat ze altijd op kleine schaal beginnen en geleidelijk aan in kracht en omvang toenemen.

    De kracht van KCG ligt in het wereldwijd opsporen van ombuigingsmechanismen, zodat men bij de omslagpunten in de markt de beleggingsportefeuille ”trendparaat” heeft. Haar klanten beleggen dan ook op basis van lang van te voren opgestelde beleggingsplannen.

    "Het fundament van alle KCG activiteiten wordt gevormd door een symbiose van informatica en kwantitatieve analyse, aangevuld met grondige kennis van de klassieke en moderne technische analyse. Conclusies worden getrokken uit het samenspel van de belangrijkste fundamentele economische variabelen."

    Na jaren van studie en onderzoek in 'laboratoriumsfeer' waagt Koornwinder zich sinds 1987 in de publiciteit met koersvoorspellingen, hoewel het woord voorspelling in haar opvatting niet juist is. Zij verkoopt immers een visie! Daarbij heeft zij het gelijk aantoonbaar vaak aan haar zijde.

    Mondiger
    Om deze analyse-methode onder de aandacht te brengen houdt zij lezingen op universiteiten, beleggingsstudieclubs en seminars. "De belegger moet mondiger worden. Toen ik met mijn voordrachten begon zeiden de banken dat er geen vraag naar was. Gelukkig leveren mijn inspanningen nu resultaat op, de markt voor technische analyse is opengebroken!"

    Technische analyse is niet nieuw. Rond de eeuwwisseling al werden methoden ontwikkeld om koersvoorspellingen te doen op basis van historische koers- en omzetgegevens die in grafieken werden vastgelegd.

    Mevrouw Koornwinder stelt dat mede door de slechte naam technische analysetechnieken bij veel investeringsbeslissingen nog nauwelijks worden toegepast. “De vanouds meest gebruikte methode om koersvoorspellingen te onderbouwen is de fundamentele analyse, die zich baseert op de verwachte ontwikkeling van bijvoorbeeld rente, inflatie, werkloosheid, groei, betalingsbalans, staatsfinanciën en andere macro-economische factoren. Op bedrijfsniveau wordt gekeken naar cash-flow, koers-winstverhoudingen en dergelijke, maar ook naar de kwaliteit van het management en economische en politieke achtergronden. De traditionele analyse-methoden bevatten verder veel subjectieve elementen: verwachting, intuïtie, ervaringswetenschap etc."

    Visuele ambacht
    Koornwinder onderscheidt klassieke en moderne technische analyse. De klassieke technische analyse gaat simpelweg uit van koersfluctuaties in het verleden. Dankzij de ontwikkeling van de moderne computertechnologie en met behulp van databanken is het mogelijk de ontwikkelingen van de financiële markten binnen enkele minuten wereldwijd binnen te halen en te scannen.

    "Tegenwoordig kan men met behulp van de huidige computertechnologie data analyseren en combineren, zodat nieuwe informatie wordt gecreëerd. Door software-matige veranderingen wordt de output van de oorspronkelijke gegevens verrijkt met toegevoegde waarde, waarbij ik direct wil waarschuwen voor systemen die automatische filteren en conclusies trekken, de zogenaamde expertsystemen. Technische analyse blijft een visueel ambacht”.

    Koornwinder werkt met een grote hoeveelheid indicatoren. "Koersen fluctueren als gevolg van opwaartse en neerwaartse druk, te vergelijken met bellenblazen. De door mij gebruikte indicatoren werken van alle kanten in op de koers. Dat kan zijn de koers van speciale aandelen, goud, dollar etc. Wat ik doe is scannen, zoals een dokter". Belangrijk is de interpretatie van de waarnemingen. "Als ik zie dat de indicatoren niet meegaan met de koersontwikkeling dan gaat de kracht uit de koersbeweging. Op basis van mijn scan-analyse geef ik mijn cliënten in tienden van punten nauwkeurig de te verwachten koersdaling of stijging aan.

    Indien een geprognostiseerde beweging niet doorzet wordt van te voren aangegeven hoeveel verlies men mag accepteren. Mijn credo is 'verliezen te beperken en winsten door te laten lopen'. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Daarom ben ik ervan overtuigd dat een analist geen beheerder moet zijn. Een ieder zijn specialisme!!! Oók in de financiële wereld. Een analist mag niet schrikken van de risico’s van miljoenen guldens. Ik ben daarom ook niet ingegaan op aanbiedingen van institutionele beleggers om fondsen te beheren."

    Tijdens de Golfoorlog gaf zij o.a. voor Hongkong, Amsterdam en de VS koopadviezen. De indexcijfers van die beurzen stegen tot nu toe achtereenvolgens ruim 100, 37 en 25%. In deze stijging sorteert zij levenspositieve- en negatieve fondsen.

    Als voorbeeld een recent oordeel over een aantal Nederlandse fondsen, die tot nog toe bijna precies zijn uitgekomen.
    19900300

    "Het valt toch niet te ontkennen dat met mijn hoog-ontwikkelde analytische methode een beter resultaat te behalen valt dan door domweg te beleggen in beleggingsfondsen. Ook is met trendanalyse en selectief koopgedrag een beter resultaat te behalen dan met index-beleggen”, aldus mevrouw Koornwinder.


    Terug naar boven >




    Feiten weerleggen negatief imago
    Technische Analyse

    1993-03, EFFECT

    1. I. In zijn boek 'A Random Walk Down Wall Street' (een willekeurige wandeling door Wall Street) suggereert Burton Malkiel dat een geblinddoekte aap door het gooien van pijltjes naar een beurspagina van de krant een betere aandelenportefeuille kan samenstellen dan de hoog opgeleide, ervaren en zeer goed betaalde professionals, die normaal als portfoliomanagers optreden. Deze gedachte wordt sedert een aantal jaren in de praktijk gebracht door het zakenblad The Wall Street Journal. Vier beleggingsadviseurs nemen het elke maand op tegen de pijltjes gooiende journalisten (om logistieke redenen heeft de krant afgezien van apen).

      II. In zijn boekje 'Luchtkastelen en gouden bergen' stelt de heer Dr R. Th. Wijmenga, dat het geen zin heeft te denken dat men het marktgebeuren op den duur zou kunnen verslaan. Op dit onderwerp is de heer Wijmenga zelfs gepromoveerd.
      III.  Op een door de NCVB georganiseerde Beleggersdag deed de heer Borst van de Amro bank konde in het bezit te zijn van een Amerikaans rapport. Hierin werd bevestigd dat technische analyse niet werkte.

      IV.  Op het congres 'De Beurs' in Amsterdam dd. 11 oktober 1989 stelde prof. dr J.H.W. Goslings, verantwoordelijk voor het strategische beleggingsbeleid van het ABP Pensioenfonds, dat beurskoersen niet te voorspellen zouden zijn. Hij stelt zich op het standpunt, dat het uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk is om het als belegger beter te doen dan iemand anders. Dat betekent voor Goslings een “geobjectiveerd” volgen van de gemiddelde koersbeweging. Met andere woorden, je portefeuille zodanig kiezen, dat de overeenkomst met de samenstelling van de aandelenindex, bijvoorbeeld de EOE (Nederland) of de S&P 500 (Amerika). Ook in opties “dynamisch dekken” ziet de heer Goslings niets, omdat dat ook weer veronderstelt dat koersen voorspelbaar zijn.
    2. 'Timing' het bepalen van het juiste moment om aandelen te kopen of te verkopen, is niet belangrijk meer. De aandelenmarkten gaan zo snel op en neer, dat het steeds moeilijker wordt het juiste moment van in- en uitstappen te bepalen. Rustig zitten levert meer op. Deze opzienbarende uitspraak, werd gedaan door Graham Nutter, directeur internationale beleggingen van Fidelity Investments. Fidelity is een van de grootste vermogensbeheerders ter wereld met een beheerd vermogen van $ 140 miljard en o.a. 70 beleggingsfondsen.

    Dit is een willekeurige greep uit de ontelbare negatieve reacties van de afgelopen jaren die het imago van Technische Analyse in Nederland geen goed hebben gedaan.

    Technische analysetechnieken worden bij de investeringsanalyses niet of amper toegepast. Boekhoudkundige kengetallen genieten nog steeds de voorkeur. Maar wij leven nu eenmaal in een 'knowledge explosion'. Beleggers zien vaak door teveel informatie de problemen niet meer zitten. Technische Analyse kan uitkomst bieden, maar is nog met een waas van onduidelijkheid omgeven.

    De vanouds meest gebruikte methode om koersvoorspellingen te onderbouwen, is de fundamentele analyse, die zich baseert op de verwachte ontwikkeling van macro-economische factoren als rente, inflatie, werkloosheid, groei, betalingsbalans en staatsfinanciën. Op bedrijfsniveau wordt gekeken naar cashflow, koers-winstverhouding, investeringen etc. etc., maar ook de kwaliteit van het management, economische en politieke achtergronden van het land spelen een uitermate belangrijke rol.

    Bij de klassieke technische analyse worden koersbewegingen voorspeld aan de hand van koersfluctuaties in het verleden. Men gaat ervan uit dat alle relevante invloedsfactoren in de prijs verwerkt zitten en nieuwe informatie daarin onmiddellijk wordt opgenomen.

    Feiten 19930618
    Maar de beleggingswereld ondergaat een paar fundamentele veranderingen. Wij worden de moderne wereld binnen gesleurd. Door de opkomst van de geavanceerde computertechnologie is het mogelijk gegevens uit de hele wereld te verzamelen, te analyseren en te combineren. Door ze een andere verpakking te geven of op een andere manier te veranderen, wordt nieuwe informatie gecreëerd. Na aldus te worden “gemasseerd” of verrijkt is hetgeen er aan de andere kant uitkomt iets anders dan wat er is ingestopt: veranderd door de software. Dit is de moderne technische analyse.

    Deze drie analysemethoden hebben echter hun beperkingen!

    Ervan uitgaande, dat het verleden het enige houvast van een analist is, heb ik een groot aantal jaren onderzoek verricht naar de mogelijkheid om met behulp van beleggingsstrategieën, gebaseerd op historische koersinformatie financiële resultaten te behalen, die ver boven het normale resultaat van de “markt” uitkomen. Er werd als het ware een soort laboratoriumsituatie gecreëerd. Daarbij werden aandelenmarkten, valuta, rente-ontwikkelingen in de volgende landen en/of geografische gebieden bestudeerd over een zo lang mogelijke periode, maar gemiddeld vijftien jaar:
    • Europa
    • USA en Canada
    • Australië
    • In Azië: Japan, Hongkong, Singapore, Thailand, Taiwan, Maleisië
    • Mexico
    • Obligaties
    • De belangrijkste grondstoffen
    • Beleggingsfondsen
    Dit intensief onderzoek maakte duidelijk waarom bepaalde theorieën in de ene situatie wel en in de andere situatie niet werkten. Met deze gegevens werden modellen ontwikkeld, die een hoge graad van betrouwbaarheid behalen. Vanaf mei ’87 was het bij landenstudies mogelijk een aantal crashes en rally’s vroegtijdig op te sporen, het moment van uitbraak aan te geven en vaak zelfs het koersdoel aan te geven. (oktober 1987, Nikkei-daling, olie-crisis, rentedaling!)

    Ook op fondsniveau worden goede resultaten behaald, getuige onderstaande grafieken. Op 12 oktober 1992 heb ik een aantal EOE-fondsen bekeken. Hieronder mijn beoordeling van toen en de score op 23 februari jl.

    "Positief ben ik over de aandelen ABN/AMRO, Aegon, Amev, Heineken, Wessanen en Wolters Kluwer. Voor de industriefondsen als DAF, Bührmann-Tetterode en Fokker heb ik de afgelopen maanden regelmatig verkoopadviezen verstrekt. Ook KLM en Nedlloyd beoordeel ik ronduit negatief."

    KCG-Analyse
    Geavanceerde computertechnologie maakt het niet alleen mogelijk om interessante markten, groepssectoren en aandelen op te sporen, maar ook het timingsaspect beter beheersbaar te maken. Daarvoor moeten vastomlijnde disciplines worden aangehouden.

    Een groot aantal factoren zijn er debet aan dat een koersontwikkeling wordt vertraagd, tot stilstand wordt gebracht om vervolgens in tegengestelde richting zijn weg te vervolgen. Met vroegdiagnostiek is het mogelijk die oorzaken op te sporen. Dan is het de kunst te onderscheiden of er een ombuigingsmechanisme in werking is gebracht, of dat we te maken hebben met een consolidatie-......

    HK: tenminste één pagina ontbreekt.


    Terug naar boven >




    Aandelen Japanse bedrijven als economische barometer

    1993-04-24, Het Financieele Dagblad

    De Japanse aandelenmarkt heeft vrijdag de dalende trend van de afgelopen vijf beursdagen kunnen doorbreken. Met een stijging van de Nikkei-225 met 0,6% naar 19.704,15 kwam de psychologisch zo belangrijke grens van 20.000 punten weer dichterbij. Deze grens werd afgelopen dinsdag doorbroken door de aanhoudende appreciatie van de yen.

    De uitspraken van de Japanse handelspartners over de wenselijkheid van een dure yen om zo het handelsoverschot van Japan terug te dringen, zette de afgelopen week de koersen sterk onder druk. Vooral de Japanse exportbedrijven lagen onder vuur. De doorbraak van de dalende trend was, volgens handelaren, vooral het resultaat van de verschuiving van de blik van de beleggers. Lag in de afgelopen vijf handelssessies de nadruk vooral op de negatieve invloed van de duurdere yen, vrijdag overheerste de stemming dat de Japanse economie ruim zal profiteren van de goedkopere energieprijzen en andere grondstoffen.

    Hoewel de Japanse bankpresident Yasushi Mieno vrijdag in een interview met persbureau AP-Dow Jones liet doorschemeren dat hij er niet aan denkt om het disconto nog verder te verlagen, houdt de aandelenmarkt daar wel degelijk rekening mee. Immers, mochten de interventies van de centrale bank falen om de dollar boven de Yen 110 te houden, dan is er altijd nog een verlaging van de rente die de druk op de yen kan doorbreken.

    Met de stijging van de Japanse munt neemt ook de bezorgdheid over de standvastigheid van de aandelenmarkt toe. Sinds het begin van dit jaar is de index van de Tokiose beurs gestegen met 16%. In Japan werd al gefluisterd over een 'miniluchtbel', maar beurshandelaren en effectenhuizen als Nomura en Nikko spraken van een stijging gebaseerd op 'fundamentals'.

    Voor de mensen die geloven in de stelling dat de beurs een barometer is van de economische ontwikkeling, zou de Japanse aandelenmarkt ondersteund worden door een op handen zijnd herstel van de economie. Het ligt dan ook voor de hand dat de Nikkei-index vooruitliep op de publikatie van het derde stimuleringsplan van de Japanse overheid op 13 april.

    Op die dag doorbrak de index de 20.000-puntengrens met een koersstijging van gemiddeld 4,3%. Dat was de grootste toename op een handelsdag sinds maart 1992, toen het eerste stimuleringspakket werd aangekondigd.

    Bankpresident Mieno wilde vrijdag niet bevestigen dat de economie uit het dal is, maar hij verwacht dat door de aanvullende begroting van hfl. 210 mrd de groei in de eerste helft van het begrotingsjaar zal oppeppen en dat de particuliere bestedingen in de tweede helft het estafettestokje zullen overnemen.

    Opvallend in het herstel van de aandelenmarkt is de scherpe stijging van de aandelen van financiële instellingen terwijl bekend is dat de banken nog steeds diep in de dubieuze debiteuren zitten. Technisch analist H.M.C Koornwinder heeft op haar lijst voor koopadviezen de Dai-Ichi Kangyo Bank en Mitsubishi Bank staan. De waarde van dit bankaandeel is in minder dan een jaar tijd opgelopen met 68%. Waarom? Omdat Koornwinder niet wil vertellen wat ze in haar indicatoren stopt, moet ze het antwoord schuldig blijven.

    Koornwinder is al geruime tijd positief over de Japanse aandelenmarkt. 'Ook toen de meerderheid van de analisten nog somber was over de ontwikkeling van de Japanse beurs.' Op de vraag of de Japanse aandelenmarkt zich op de lange termijn positief ontwikkelt, geeft Koornwinder een ontwijkend antwoord. 'Mijn indicatoren geven op dit moment een positief beeld.' Meer kan ze er niet over zeggen. De technische analyse van Koornwinder beperkt zich niet tot alleen 'lijntjes trekken'. Zij betrekt bij haar analyse ook de internationale fundamentele economische indicatoren. Maar de Japanse 'fundamentals' laten nog niet een echt positief beeld zien? 'Mijn technische indicatoren wel.'

    Wim Kool van Nomura Bank Nederland verwacht dat de huidige opwaartse trend van de Japanse beurs zal doorzetten. De appreciatie van de yen zal zijns inziens niet van wezenlijke invloed zijn. 'De appreciatie van de yen is vooral een politieke kwestie.'

    Bankpresident Mieno is blij met de stijging van de aandelenkoersen omdat de goede stemming op de beurs zorgt voor een betere stemming bij het Japanse bedrijfsleven en de Japanse consument. En deze twee moeten weer de twee belangrijkste motoren van de Japanse economie aanzwengelen, want de begrotingsruimte van de overheid is met het derde stimuleringspakket van hfl. 210 mrd genoeg benut.


    Terug naar boven >




    Baanbrekende theorie voor financiële markten
    ”Aktief beheer heeft zeker toekomst”

    1993-06-18, Beleggers Belangen

    Gast aan het woord
    Door Mevr. H.M.C. Koornwinder
    In Beleggers Belangen van 19 maart jl. vraagt mevrouw Angelien Kemna zich in haar column, getiteld ”Baanbrekende theorie voor financiële markten” af of aktief vermogensbeheer wel zin heeft.

    Onderzoek toonde immers aan dat niemand systematisch in staat was meer rendement te behalen op een aktief beheerde portefeuille dan op een aandelenindex. De neiging zou kunnen ontstaan om aktief management af te schrijven als een dure, niet-lonende vorm van portefeuillebeheer.

    Maar zij geeft direct al aan dat dit een eenzijdige gedachtengang zou zijn. Immers op basis van empirisch werk zijn de laatste paar jaar scheuren, zo niet barsten ontstaan in het efficiënte-marktenbolwerk.

    Aangezien mevrouw Kemna ook al in eerdere columns blijk gaf een probleem te onderkennen en duidelijk oog heeft voor een andere aanpak, wil ik de aandacht vestigen op het volgende: Met de wetenschap dat zowel de fundamentele als de technische analyse elk afzonderlijk tekortkomingen vertonen, die betrouwbare voorspellingen in de weg staan en ervan uitgaande dat het verleden het enige houvast van een analist is, heb ik een groot aantal jaren studie gemaakt van de golfontwikkelingen van de internationale financiële markten.

    Er werd als het ware een laboratoriuminstallatie gecreëerd om objectiviteit te waarborgen. Dit intensieve onderzoek maakte duidelijk waarom bepaalde theorieën in de ene situatie wél en in de andere situatie niet werkten.

    De belangrijkste uitkomsten van mijn onderzoek:
    • Het is mogelijk gevolgtrekkingen uit koersfluctuaties en afgeleiden te genereren. Aangezien men niet op één theorie kan blindvaren, moet men een aantal theorieën beheersen om de betrouwbaarheid van de prognose te optimaliseren.
    • De markt heeft wel degelijk een geheugen.
    • Koersen fluctueren niet in het wilde weg, maar golfsgewijs.
    • Golfbewegingen worden veroorzaakt door een onderliggend krachtenveld.
    • Het onderliggend krachtenveld wordt veroorzaakt door de psychologie van de beleggers. Om dit te doorzien moet men de massa-emotie (de golven van pessimisme en optimisme) ‘scannen’, zodat de onderliggende structuur wordt blootgelegd.
    • Trend en tegentrend zijn het gevolg van elkaar tegenwerkende krachten. Indien opwaartse krachten sterker zijn dan de neerwaartse, zijn opwaartse golfbewegingen het gevolg en omgekeerd.
    • Er zijn onderliggende verbanden.

    KGC- ANALYSE
    Dan volgen nu een aantal conclusies:
    • Golf-analyse, gecombineerd met ‘stockpicking’ is aantoonbaar lucratiever, dan passieve koop en behoud-strategieën waarin relatief weinig wordt gehandeld, maar waarin de voornaamste plaats wordt ingenomen door risico-analyse.
    • Golfanalyse is lucratiever dan risicobeheersing.
    • Golfanalyse is lucratiever dan spreiding.
    • Golfanalyse is lucratiever dan index-tracking.

    Met deze gegevens werd een synergetische methodiek ‘De KCG’-analyse ontwikkeld, die de structurele veranderingen tijdig herkent en waarmee een hoge graad van betrouwbaarheid wordt behaald.

    De afgelopen zeven jaar was het mogelijk een aantal crashes en rally’s op de internationale financiële markten vroegtijdig op te sporen en tevens het moment van uitbraak met koersdoel aan te geven. Belangrijke analyses:

    Oktober 1987
    1989
    Begin 1990
    1991
    1992
    1993
    : Oktober-crash
    : Dow Jones Industrials: 3300
    : De Nikkei-daling
    : Neerwaartse golfbeweging van de internationale renten
    : Dow Jones Industrials: 3660
    : Opwaartse Golfbeweging voor de Nikkei


    In deze golfbewegingen kunnen positieve en negatieve fondsen worden geselecteerd met de sterkte-zwakte analyse:

    19930618

    Voor het maandblad Money werden op 12 oktober een aantal positieve en negatieve EOE-fondsen geselecteerd:

    De onderzoeker, die aantoonde dat niemand systematisch in staat is meer rendement te behalen op een aktief beheerde portefeuille dan op een aandelenindex, nodig ik graag uit de uitkomsten van mijn analyses te bestuderen.

    Na de scheuren en barsten die de laatste paar jaren door empirisch werk in het efficiënte-marktenbolwerk waren ontstaan, zien we nu dus een gigantische kloof.

    Beleggen wordt in de jaren negentig niet alleen belangrijker, maar ook ingewikkelder. De huidige economie kenmerkt zich door een voortdurende onzekerheid. Economen zijn het spoor bijster. Daarbij komt, dat koersfluctuaties de laatste jaren enorm zijn toegenomen en in de toekomst alleen maar heviger zullen worden. Die fluctuaties hebben niet meer alleen te maken met handel, maar steeds meer met speculatieve reakties, als resultaat van sterk verbeterde informatievoorziening en internationalisering van de financiële markten.

    Ter verduidelijking in de tabel de koersontwikkeling van een aantal landen. Tussen 1974-1987 was een passieve koop- en behoud-strategie voldoende om een goede prestatie te behalen! Na 1987 echter volgden winsten en verliezen elkaar in een zó kort tijdsbestek op, dat men met een passieve opstelling gouden kansen liet liggen.

    Het hedendaagse computergestuurde koop- en verkoopgedrag kan en mág niet meer alleen met jaarverslagenanalyse, overnamegeruchten, Fingerspitzengefühl, etc. worden benaderd.

    Daar zijn verfijnder instrumenten voor nodig. De geheimen van het heelal worden immers ook niet ontdekt met een verrekijker, maar met supertelescopen. Wil de belegger zich handhaven in de ‘software-economie’, dan moet hij zich dit terdege realiseren. Aktief vermogensbeheer heeft wel degelijk zin, maar dan in combinatie met technische analyse. Een vak, dat net als elk specialisme niet alleen kennis en kunde, maar ook inzicht en visie vereist.


    Terug naar boven >




    ’Knowledge Explosion’
    Brieven

    1993-08-21, Beursplein 5


    Door Herma Koornwinder
    Na het interview in uw blad d.d. 19 juni jl. heb ik een aantal vragen gekregen, die de moeite waarde zijn om er wat dieper op in te gaan. Het blijkt dat de belegger niet goed weet in welke context hij technische analyse moet plaatsen.

    Technische analysetechnieken worden bij de beleggingsanalyses niet of amper toegepast. Boekhoudkundige kengetallen genieten nog steeds de voorkeur. Maar wij leven in een ’knowledge explosion’. Beleggers zien vaak door teveel informatie de problemen niet meer zitten. Zij worden heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop. Technische analyse kan uitkomst bieden, maar is nog met een waas van onduidelijkheid omgeven. Een aantal beleggers heeft slechte ervaringen. Zij hadden gehoopt met een snelle computer, een softwarepakket en een paar cursussen goede resultaten te behalen.

    Indien men echter geen gedegen studie heeft gemaakt van de golfbewegingen, de cycli, de op elkaar inwerkende krachten die koersfluctuaties veroorzaken, de psycho-sociale invloeden, kortom de mechanismen die een trendomslag in werking zetten, kan men het werk beter overlaten aan de expert. Onmisbaar zijn: een messcherp vermogen tot analyseren, een grote verscheidenheid aan theorieën, een goede strategie en bovenal een VISIE.

    Algemene klacht: Men durft niet meer te beleggen vanwege de uiterst negatieve visie van een aantal analisten. Is deze angst gegrond? Deze analisten waren een golf te vroeg met hun negatieve visie.

    Al jaren wordt door aanhangers van bepaalde theorieën beweerd dat wij in 1987 en 1989 de ’Top der toppen’ hebben gehad. ’De EOE-index zou terugvallen tot het niveau van 40 punten, de CBS-koersindex tot 30 punten, de Dow Jones Index tot 150 punten, etc.’

    Eéns zullen zij misschien gelijk krijgen. Voorlopig heb ik optimaal geprofiteerd van deze hausse. Ons koersdoel voor de EOE-index was 346 en is vorige week behaald! Het koersdoel voor de Dow Jones Index is 3660. 3600 is aangetipt! Ook andere landenstudies werden op tijd positief beoordeeld. De stijgingen waren soms gigantisch.

    Uiteraard houden wij continue rekening met ’de grote daling’. Indien de beurzen werkelijk naar af gaan, (Grand Super Cycle Bear Market) zal geprobeerd worden dit op dezelfde wijze te melden en te coachen, zoals dit onder andere bij de daling van de Japanse beurs is geschied. Beheerst en nauwkeurig. Op het ’hedgen’ van een portefeuille wilde ik wat dieper ingaan. Hedgen is een woord dat men niet in de Dikke van Dale zal aantreffen, maar is een verbastering vanuit het Engels. Een hedge is een zodanige combinatie van aandelen en derivaten (lees: opties), dat de optie het aandeel beschermt en andersom. Een waardevermindering van het aandeel wordt gecompenseerd door een waardevermeerdering van de optie of vice versa. De perfecte hedge zorgt ervoor, dat een koersverandering van het aandeel de waarde van de portefeuille ongewijzigd laat.

    In tegenstelling tot de institutionele belegger raad ik de particuliere belegger aan tijdens vakantieperioden door te ’hedgen’ een soort verzekering af te sluiten op zijn portefeuille. Uiteraard kost dat geld, maar men stapt toch ook niet onverzekerd in het vliegtuig.

    Ter verduidelijking een rekenvoorbeeld van een ’hedge’ van de totale portefeuille, genoemd in Beursplein 5 dd. 19 juni 1993, om te kijken of dit tot redelijke resultaten kan leiden:

    We bekijken de oktober puts 320 op het moment dat de index 315,92 noteert. Derhalve dienen we ook de oktober future in het verhaal te betrekken. De future is niet meer dan de actuele koers van de index, vermeerderd met de rente tot expiratie en verminderd met de tussen door vallende dividenden.


    De oktober future noteert
    De put oktober 320 noteert   
    De totale investering bedraagt
       18-6-1993
    319,10
    9,50
    328,60
          16-1-1993
    351,80
    1,70
    353,50


    Het resultaat bedraagt dus 353,50 - 328,60 = 7,58 %

    De EOE-index was gestegen met 11,03%, maar daarin zijn rente en dividenden niet verdisconteerd. Gekeken naar de futurestijging geldt een meer reële stijging van 10,24%. Kortom, voor de hedge is 2,5% rendement ingeleverd. Door deze verkregen zekerheid heeft u echter wel een goede nachtrust tijdens de vakantie.

    H. Koornwinder
    Koornwinder Chart Guidance
    Heeze


    Terug naar boven >




    Tegen de stroom in
    Beursplein

    1993-09-09, Trends


    Door D.H.
    Trouwe lezers zullen zich nog wel de Nederlandse onafhankelijke technische analiste Herma Koornwinder herinneren als 'Expert aan het woord'. Op momenten dat het Nederlands financieel wereldje erg negatief was, stuurde zij tijdens de Golfoorlog – op basis van haar technische analyse (KCG)-indicatoren - optimistische boodschappen de wereld in. Vorig jaar waren die in elk geval glashelder met koersdoelen voor de Dow Jones Industrials: 3600 punten en voor de EOE 346 punten.

    Koornwinder blijft bij haar credo: spreiding geraakt uit de tijd. Waarom zou je diversifiëren? Het komt er volgens haar integendeel op aan kansrijke aandelen te lokalizeren. Dát is de trend van de jaren negentig. Arbed bijv. steeg dit jaar van 1700 BEF naar 4300 BEF terwijl EuroDisney daalde van 98 naar 50 FRF. Een wereld van verschil.

    Daarom volgt Koornwinder wereldwijd beurzen op en selekteert winnaars en verliezen in 22 landen. Zelfs nu haar koersdoelen bereikt werden, blijft ze nog steeds naar „krenten in de pap” speuren. Zolang haar KCG-indicatoren positieve signalen geven, speelt ze daarop in. Haar lijstje positieve fondsen bestaat nu o.a. uit: Itochu, Shiseido, Sharp, Broken Hill Properties, CRA, Hongkong Land Holding, Overseas Chinese Banking, United Overseas Bank, BK Vision, Ciba-Geigy, CS Holding, EMS-Chemie Holding, Roche Holding, Pharma Vision 2000, Chindler Holding, Surveillance, Winterthur, Zurich, Boskalis, Elsevier, Hunter Douglas, Internatio-Müller, ING, Océ, Wolters-Kluwer, Nutricia, Alcatel, Compagnie Bancaire, Eurotunnel, Imétal, Matra-Hachette, Paribas, Bank Austria, Generalli, Bennetton, Cartiere, CIR, Chemina, Suez, Total, Valéo, Italgas, Olivetti, Arbed, Creditanstalt Bankverein, Ericsson, Volvo, Banco Popular Espagna, Telefonica, British Gas, Trade Universal Stores, M&S, Guinness, Pilkington, Reuters, Shell Transport en Thorn-EMI.

    Mocht zich echter vandaag of morgen de 'Super Cycle Bear Market' die een aantal analisten al enkele jaren voorspellen, zich aanmelden, stapt ze met flinke winst uit om ooit op lagere niveaus weer mee te doen.


    Terug naar boven >




    Nieuw fonds voor technisch analisten in aantocht

    1993-10-09, Het Financieele Dagblad


    Door R. Bakker
    Als het aan Koornwinder Chart Guidance ligt, hebben technisch analisten binnenkort naast de beleggingsfondsen Optimix en Pessimix nog meer keuzemogelijkheden. Het technisch-analysebureau is namelijk 'naar aanleiding van de grote vraag van particulieren' in gesprek over de introductie van een nieuw beleggingsfonds voor de alsmaar groter wordende groep beleggers die gelooft in de golventheorie.

    Hoewel de beurscrash van oktober '87 al weer ver achter ons ligt blijken beurshandelaren ook deze oktobermaand weer extra op hun hoede. "Natuurlijk kan zo'n crash ieder moment van het jaar plaatsvinden. Toch bedenk je je in oktober altijd twee keer voordat je een grote long-positie inneemt", vertelt een handelaar. In onzekerheid verkerende beleggers grijpen in dergelijke tijden graag terug op de analyses van de kleine groep analisten (die overigens groeit in overeenkomst met het verwachte geheugenverlies van beleggers) die de beurskrach wel zag aankomen.

    Een van hen is mw. H. M. C. Koornwinder, een technisch analist van de zuiverste orde. Zij kan haar bewering overigens wel staven met brieven en rapporten uit die tijd, waarin zij haar 'visie' ("dat woord gebruik ik liever dan een woord als voorspelling") ontvouwde. Mede doordat zij destijds nog niet professioneel aan de weg timmerde, doch 'slechts' een huisvrouw-met-hobby was, werd haar boodschap niet gehoord.

    Dat sterkte Koornwinder alleen maar in haar fanatisme, zodat zij enkele jaren later een eigen technisch-analysebureau opzette: Koornwinder Chart Guidance, gesitueerd in haar woonhuis in Heeze, tussen de keuken en de huiskamer in. De afgelopen jaren, toen de meeste analisten eerst naar aanleiding van de Golf-crisis en daarna naar aanleiding van de economische recessie onafgebroken met 'sell'-orders naar buiten kwamen, wel positief over de aandelenmarkt.

    Hoe komt zij aan haar visie? "Koersen fluctueren niet in het wilde weg, maar golfsgewijs, en het is de kunst om die golfbeweging in beeld te brengen", is de ogenschijnlijk simpele verklaring. Een geliefde metafoor van Koornwinder is de 'Tsunami' (vloedgolf), de schrik der wereldzeeën die ergens start met een kleine rimpeling in de oceaan.'

    "Als je die oceaan bestudeert, dan heeft het geen zin om alle bootjes apart te gaan bekijken." Ofte wel: aan een louter 'fundamentele' analyse van een bepaald bedrijf heb je niets. "De analyse kan nog zo positief zijn, als de trend naar beneden gericht is, gaat ook dat bedrijf mee naar beneden. Het allerbelangrijkste is dus om de trendbeweging aan te geven. Pas daarna heeft het zin om naar individuele fondsen te kijken."

    Koornwinder houdt met behulp van een interactief computerprogramma en een forse databank 800 prijzen van aandelen, obligaties en grondstoffen, verspreid over 22 landen in de gaten.

    Cliënten ontvangen maandelijks een middellange- en lange- termijnvisie met de belangrijke steun- en weerstandsgrenzen, bandbreedtes en koersdoelen. Om de veertien dagen volgt een zogenaamde Global update. Daarbij geldt het principe dat er niets over een fonds of index wordt geschreven als de visie van Koornwinder over dat fonds of die index niet is veranderd.
          Beleggers hebben namelijk behoefte aan zo eenvoudig en zo compact mogelijke informatie, weet Koornwinder onderhand uit ervaring. Zij heeft intussen geleerd om haar ingewikkelde boodschap zo helder en eenvoudig mogelijk in een visie te vervatten.

    Wie denkt dat beleggers nu de deur bij haar platlopen, heeft het overigens mis. Het op 1 januari 1990 gestarte bureau mag slechts 'enkele' institutionele beleggers tot zijn klantenkring rekenen, hetgeen Koornwinder zelf vooral wijt aan de onbekendheid bij veel instituten met technische analyse en aan haar geringe marketing-inspanningen. In plaats daarvan koos zij ervoor haar onderzoeksmethode te perfectioneren en te automatiseren.

    Vanuit de hoek van particulieren is volgens haar echter wel veel behoefte aan haar visie. Derhalve is ze nu 'in gesprek' over de introductie van een beleggingsfonds dat is gebaseerd op haar technische analyse.

    Haar visie op de nabije toekomst? De zogenaamde Grand Super Cycle Bear Market, waarbij de EOE terugvalt naar 40 punten en de Dow Jones-index tot ver onder de 1000 punten terugzakt, is nog niet in zicht. "Uiteraard hou ik er wel rekening mee. En als die grote daling er aankomt, dan hoop ik dit op dezelfde wijze te melden en te coachen als ik heb gedaan bij de geleidelijke daling van de Japanse beurs."

    Buy or Bear?
    In de nieuwste 'update' van Koornwinder Chart Guidance krijgen vooral financiële waarden en de zogenaamde defensieve waarden een 'buy'-advies. Van de Amsterdamse beursfondsen is Koornwinder positief over: ABN Amro, Aegon, Akzo, Amev, DSM, Elsevier, Gist, Heineken, ING, KLM, Philips, Polygram, Koninklijke Olie, VNU en Wolters Kluwer.

    "Mocht echter vandaag of morgen de langverwachte 'Super Cycle Bear Market' zich aandienen, dan zal ik verkoopadviezen geven om ooit op een beduidend lager niveau terug te kopen."


    Terug naar boven >




    Metternich’s Weekbulletin
    Voor beleggers en bedrijven - Internationale Financiën & Economie

    1993-11-21, Metternich’s Weekbulletin


    Door M.M.
    Dat was het dan: een wereldrecord in het aantal wekelijkse commentaren op het financieel-economisch wereldgebeuren. Met dankbaarheid kijk ik terug, dat ik om gezondheidsredenen niet één week hoefde over te slaan. Nu maar luisteren naar Joost van den Vondel: "Gaat uw gangk, verzuimt geen ogenblicken, het leven rent voorbij." Niet voor niets siert deze wijsheid de schouw van de bestuurskamer op Beursplein 5 in Amsterdam. Mijn bijnamen zoals mister Aegon, mister ACF, mister HAL, mister ING, mister Philips gaan nog deze week naar de vuilnisman. Na de adembenemende koersexplosies in alle obligaties en vele aandelen doet afscheid nemen minder pijn. Bij de traditionele keuze van aandelen voor uw Kerstboom 1993 ben ik uitgegaan van mogelijk nieuwe sterren aan het firmament. Naderen we het moment van beter duur dan niet te koop, dan mag de belegger winstnemingen niet veronachtzamen. Het maatschappelijk respect voor risicodragend beleggen is groeiende. Toch is het afschaffen van de jaarlijkse boete op de deugd van sparen via de Vermogensbelasting mij slechts ten dele gelukt. Ook de rest zal verdwijnen. Op dit moedgevend vooruitzicht wens ik u fijne Kerstdagen en een voorspoedig 1994. Het gaat u goed, zelfs bij een mogelijk sombere maandag 10 januari 1994, waarop de Nieuwjaarsbijeenkomst van pers met het bedrijfsleven plaatsvindt.

    Steeds vaker vangen we de laatste maanden in directiekamers op: ging het ons maar zo goed als onze beurskoers. Als 'cash' tot 'trash' wordt verklaard, is de hel los met 86% koersexplosie ’93 in Hongkong-aandelen als toppunt. Dat leert ons vooral het 4ekw93, waarin de hoop op, na 7 jaar onderhandelen, eindelijk een GATT-akkoord toenam en een EU (voorheen EG)-stimulerings­pakket rijpte.
          Bij zoveel koersstijgingen in zoveel aandelen zou de belegger bijna vergeten, dat Europa vol littekens zit uit een ouderwetse laagconjunctuur. De bestedingen lieten weer eens te wensen over. Hierin sinds ongeveer medio ’93 geen verslechtering meer is nog geen voorbode van een opvolgende hoogconjunctuur. Zonder kunstmatige ingrepen zoals Sinterklaas spelen met de opbrengsten ’94 uit privatisering en staatsbezit dreigt herstel van koopkracht EEN LANGZAAM PROCES te worden. De West-Duitse consumenten krijgen nog de onbetaalde rekeningen uit de hereniging voorgeschoteld. Na de verhogingen ’94 van pensioenpremies, huren en benzineaccijns volgt in Duitsland na ’94 (dus na de verkiezingen!) jaren van 7½% toeslag op de loon- en inkomstenbelasting. Spanje als EU-koploper met 23% van de actieve bevolking zonder werk wacht een algehele vermageringskuur. Ook niet uitnodigend tot consumptie is de schrijnende Franse jeugdwerkloosheid. De Franse regering speelt met de gedachte om de sociale premies te verlagen en daarvoor in de plaats de btw te verhogen. Op deze manier kunnen Aziatische importproducten meebetalen aan de Franse sociale nood. De Britten zijn na jaren worstelen met de armoedegrens thans relatief in beter doen, maar worden geconfronteerd met woninghypotheken uit het Thatcher-tijdperk op ruim ƒ30 miljard boven de waarde van het onderpand. 1993 was voor Nederland voorlopig het laatste jaar met in verschillende bedrijfstakken een loonsverhoging boven het inflatiepercentage.
          Op 1% meer consumptie ’93 bij 1% meer bevolking hebben de detailkoningen AHOLD, KBB (Bijenkorf) en MacIntosh nu nog de vlag uithangen. Alles staat of valt met de mate van exportgroei ’94. Alleen een verdere waardestijging van de dollar (denk ook aan de volle dollar gebonden landen in Azië!) kan Europa meer glans geven. VOOR DE RABOBANK IS EEN DOLLAR RICHTING ƒ2,15 EEN KWESTIE VAN MAANDEN. Of de Amsterdamse beurs hierop al voldoende vooruit gelopen is, zal moeten blijken. Wereldwijd zijn de effectenbeurzen bij het afzweren van rustgevende depositorekeningen ingesteld op alleen meevallers. Later in ’94 een begin van een ommekeer van het renteplaatje door Europese instellingen te activeren meer geld te lenen kan de eerste tegenvaller zijn. Met parlementsverkiezingen in ’94 in Duitsland, Italië en Nederland kan het politiek mistig worden. Helemaal, als door politieke aardverschuivingen politici met minder of geen beleidservaring aan het ministeriële roer komen.
          Terug naar de dag van vandaag is het stijgend aantal “begrafenissen” van pessimisten onder de beheerders van het grote geld even onheilspellend. En dan zwijgen we nog meer over Rusland, waar na de verkiezingen een parlement met extremisten in de meerderheid niet de broodnodige stabiliteit belooft. Koornwinder Chart Guidance, specialist in technische analyses, ziet de indicatoren nog geen trendombuigingsmechanisme aangeven en hoopt een trendomslag weer tijdig te kunnen melden. Dan maar hopen, dat de verkopersstakingen nog even voortduren!

    HK: rest van het artikel zeer moeilijk leesbaar.


    Terug naar boven >




    Selekteren om te winnen
    Beursplein

    1993-12-02, Trends


    Door DH
    "Diversifiëren is uit de tijd, je moet op zoek gaan naar kansrijke aandelen." Dát is het credo waar de Nederlandse technische analiste Herma Koornwinder nog steeds in gelooft. Begin september drukten we haar lijstje met aandelen waar ze positief op was op deze bladzijde af. Haar selektie steeg met 7,07 % over deze periode, de MSCI-wereldindex daalde met 1,93 %, Robeco voegde er maar 0,85 % aan toe ondanks z’n legertje heel geleerde analisten en de Amsterdamse Euro-Top-100 steeg 0,44 %.

    Hoe belangrijk – wereldwijde – selektie dus wel is, blijkt uit haar lijstje Japanse aandelen: terwijl de Nikkei Dow Jones flink in elkaar duikelde, steeg de selektie van onze „silicon globetrotter” met dik 15 %. Haar neerwaarts koersdoel van 15.000 punten voor de Nikkei is nu bijna bereikt en als dat niveau doorbroken wordt, kunnen we nog eens verder naar 13.000 punten. Ze geeft ons ook een lijstje met onder andere enkele Nederlandse en Belgische maar vooral Zwitserse aandelen waar ze nu positief op zit: Broken Hill Properties, Overseas-Chinese Banking, Ares-Serano, Bär Holding, BK Vision, EMS-Chemie Holding, Forbo Holding, Merkur Holding, Motor Columbus, Pharma Vision 2000, Roche Holding, Schweizerische Bankgesellschaft, Zürich Versicherung, Heineken, Nedlloyd, Polygram, l’Oréal, Valéo, Banca Commerciale, GBL, Solvay, EVN Energievers, Niederösterreich, British Telecom, Great Universal Stores, Hanson Trust, Lohnro, Iberdrola. Begin volgend jaar een update. (DH)

    Die domme gansjes
    In de VS aanziet men vrouwen in het financiële wereldje nog steeds als tweederangsburgers. Vooral in de haute finance zijn vrouwen witte raven. Joanne T. Flynn, die in 1989 als direkteur ontslagen werd bij de gerenommeerde broker Goldman Sachs, werd door de rechtbank in het gelijk gesteld dat haar ontslag discriminerend was.

    Maar het blijkt ook uit onderzoek dat de vrouwelijke kliënteel van de brokers maar weinig erkenning krijgt: mannen krijgen betere, diepgaander en gerichter informatie. Vrouwen blijven de „domme gansjes”. Tegenargument van de brokers: vrouwen "kunnen geen gerichte vragen stellen…" Waarom dat verschil? Mannen zouden wat meer risico aandurven en meer traden, met meer kommissies voor de brokers binnen handbereik. Zonde toch dat die brokers zo kortzichtig denken: van alle Amerikanen die een vermogen van meer dan 500.000 bezitten zijn 41 % vrouwen…


    Terug naar boven >




    Mevr. Koornwinder waarschuwt op basis eigen systeem:
    ”Aandelenposities afdekken”

    1994-01-21, Beleggers Belangen


    Beursvisie

    Door G.P.H. Lijnes
    Zo nu en dan duikt de naam van mevrouw Koornwinder in de pers op. Bij herhaling heeft zij goede voorspellingen gegeven. Vanaf 1991 was zij positief op de beurzen, maar binnenkort kan ’tegendruk’ worden verwacht. Beleggers mogen volbelegd blijven maar dienen hun posities volgens haar te ’hedgen ’. Af te dekken met opties dus, bijvoorbeeld voor de helft van het totaal. Op dit moment is het nog niet duidelijk of we aan de vooravond staan van een nieuwe opgaande golf of een trendomslag.

    19940121

    HERMA KOORNWINDER dook ooit in de technische analyse uit nieuwsgierigheid. Het ogenschijnlijk onlogische gedrag van de beurs irriteerde haar. Net als de theorie dat eigenlijk alles al zo ongeveer in de koersen verwerkt zou zijn. Zij ontwikkelde een eigen systeem en nam zo nu en dan nogal krachtig stelling tegen zogenaamde algemeen geldende waarheden. Zo is het volgens haar wel degelijk mogelijk de goede en de slechte fondsen ’uit te selecteren’, zodat spreiding om de spreiding in haar ogen onzin is. Men moet gewoon de kansrijke aandelen selecteren. Ook meent ze dat de markt wel degelijk een geheugen heeft. Verder stelde ze eind 1992 dat de koersfluctuaties in de toekomst alleen maar heviger zullen worden. Als gevolg van speculatieve reacties, samenhangend met de sterk verbeterde informatievoorziening en de internationalisering van de financiële markten.

    "Verbluffend goed"
    Gezegd mag worden dat ze prima heeft gescoord met de uitspraken over het toekomstige beursverloop en de keuzes van de fondsen die zij heeft gemaakt in verschillende media in de loop der tijd. We drukken een van de vele van haar ontvangen voorbeelden af. Uiteraard hebben we nagetrokken of de gegevens correct zijn. Het betreft een presentatie bij ABN AMRO Eindhoven voor een beleggingsstudieclub waarbij zij zich beperkte tot de EOE en een tweedeling in positieve en negatieve fondsen. Uit andere publicaties blijkt dat ze eerdere verkoopadviezen later in koopadviezen (Nedlloyd, Van Ommeren e.a.) heeft veranderd.

    Een uitgebreide lijst met een selectie van internationale fondsen die ze verstrekte aan het Belgische blad Trends in augustus vorig jaar was eind november 1993 met 7% gestegen terwijl de wereld-index bijna 2% was gedaald. Een nieuw verstrekt internationaal kooplijstje met 27 fondsen was een maand later 6,5% hoger bij 0,12% plus voor de wereldindex.

    Haar systeem werkt dus goed. Verbluffend goed, zoals ze zelf zegt. Maar rapporten van binnen- en buitenlandse banken en effecteninstellingen in 1989 met de boodschap dat technische analyse niet zou werken, brachten haar aan het twijfelen. ’Is het toeval of doe ik het op een unieke manier’, vroeg zij zich af. Ze besloot een aantal jaren in stilte verder te werken en onderzoek te verrichten. Waarbij ze een beperkt aantal institutionele beleggers als klant heeft die haar Koornwinder Chart Guidance maandelijks op de fax krijgen met daarnaast tweewekelijks een ’update ’ over de richting van de beurzen en de sterke en zwakke fondsen wereldwijd.

    Kritiek motiveert
    Hoe haar systeem werkt wil ze niet kwijt. Wèl dat het een soort versmelting is van fundamentele en technische analyse, gekoppeld aan massapsychologie. Waarbij een veelheid aan gegevens in aanmerking wordt genomen. Van de gebruikelijk- economische tot andere in de kleinste details. Zelf zegt ze: ”Ik heb jarenlang de gedragswetenschap van de massamarkten bestudeerd. Ik heb een systeem ontwikkeld van tal van wereldwijde indicatoren. Maandelijks bestudeer ik die veertien dagen lang in hun onderlinge samenhang. Dan weet ik hoe de krachten liggen. Op basis daarvan ga ik de golfbewegingen bestuderen. Daarbij moet heel duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de korte, middellange en lange golven. Uit de indicatoren haal ik dan de patronen, de steunen en weerstanden en die verweef ik dan in mijn analyse. Waarbij ik het geheel als het ware op een weegschaalmodel breng met afweging van de sterke en de zwakke punten. Dat is dus heel wat anders dan het simpelweg toepassen van een softwarepakketje op het gebied van de technische analyse. Wanneer je je niet op de goede golfbeweging baseert kan de technische analyse zelfs tegen je werken.”

    We weten dat er bij de ’gevestigde orde’ nogal genuanceerd over mevrouw Koornwinder wordt gedacht. Een ’self made’ beleggingsanaliste die het beter meent te weten dan zij ligt natuurlijk niet zo goed.

    "Door kritiek word ik juist gemotiveerd” zegt mevrouw Koornwinder, die een accountant al haar visies en adviezen van de laatste zeven jaar laat beoordelen met het doel te komen tot een objectief rapport. Hoewel iets eerder dan gepland wil ze nu toch wat sterker naar buiten treden. Het systeem heeft goed gewerkt en mevrouw Koornwinder heeft idealistische gedachten over de kansen die er zijn voor de grote beleggers om het beter te doen dan tot dusver. Dan zouden de pensioenpremies en sociale lasten zelfs omlaag kunnen. Ook wordt er gedacht aan het starten van een beleggingsfonds. Er zou belangstelling zijn van grote beleggers.

    Het moment om naar buiten te treden lijkt wat minder gelukkig op het eerste gezicht. Het advies om ’pas op de plaats’ te maken via het ’hedgen ’ van de beleggingen in afwachting van de richting die de beurs kan gaan nemen lijkt niet zo sterk. Maar haar klanten hebben al in november te horen gekregen dat in deze opgaande golf rond dit niveau ’tegendruk’ zou komen. Mevrouw Koornwinder wijst er op dat zij vanaf 1991 heeft aangegeven dat er sprake was van een opgaande golf. Bij herhaling heeft zij daarbij uitgesproken koopadviezen gegeven (plus een enkele keer ook tijdelijk ’pas op de plaats’, evenwel zonder te hedgen). In die periode steeg de EOE-index van 235 naar 424 (plus 80%). Dat zij dus nu een ander dan uitgesproken positief geluid laat horen zegt wel iets. Bovendien spoort het gros van de adviseurs momenteel juist aan om in aandelen te stappen omdat de rente wel verder zal dalen en een deel van het geld op spaar- en depositorekeningen wel richting aandelen zal verhuizen. Inderdaad een gangbaar verhaal dat recent ook paginagroot door de Rabo en MeesPierson naar buiten is gebracht.

    19940121


    Tegendruk op komst
    "Ja, en mijn systeem geeft nu eenmaal aan dat er rekening moet worden gehouden met tegendruk van tenminste enkele procenten. Hoe lang dat gaat duren weet ik niet. Ook is op dit moment nog niet met voldoende zekerheid te zeggen of er een nieuwe opgaande golf komt of een trendomslag. Voor beide geldt dat ze hun schaduwen vooruit werpen. Dagelijks komen er nieuwe gegevens en een gegeven moment zal er voldoende houvast zijn om te kunnen zeggen waarheen het gaat. Gaat het omhoog dan is het verloren geld op opties de noodzakelijke verzekeringspremie. Die dan ruim goed gemaakt zal worden door de verdere stijging van het effectenbezit. Gaat het omlaag dan is men (deels, red.) beschermd."

    Gezien de goede scores van mevrouw Koornwinder tot dusverre vonden wij het zinvol haar visie te laten horen. En uiteraard hebben we de afspraak dat we een signaal van haar krijgen als ze weet welke kant het zal opgaan.


    Terug naar boven >




    Koornwinder: Winstnemen

    1994-03-25, Beleggers Belangen

    In BB-3 van dit jaar lieten we mevrouw H(erma) Koornwinder aan het woord over de beurs. Toen adviseerde ze beleggers hun posities te ‘hedgen’ oftewel af te dekken, aangezien haar systeem aangaf dat rekening gehouden moest worden met ‘tegendruk’. Hoewel de trend nog omhoog gericht was, gaven diverse van haar indicatoren al verzwakkingen te zien. Nu is haar advies aan particuliere beleggers om winst te nemen.
          Zij heeft in de loop der jaren een geheel eigen, wereldwijd, beoordelingssysteem ontwikkeld, mede gebaseerd op technische analyse. Een systeem, dat blijkens aan (institutionele) klanten verstrekte adviezen en sommige extern gegeven aanbevelingen, goed werkt.
          Feit is dat de beurs, gemeten aan de Amsterdam EOE-index, sinds haar waarschuwing per saldo geen stap hoger is. Wel zijn sommige fondsen gestegen en andere gedaald. De fondsen die weerstanden in haar systeem doorbraken mochten worden aangehouden of gekocht, welke door steunen gingen moesten worden verkocht.
          Het is de filosofie van mevrouw Koornwinder om winsten te laten doorlopen en verliezen kort te houden. Nu stelt zij dat de particulier beter de winst kan binnenhalen en dat instituten, die dat nu eenmaal niet in volle omvang kunnen, moeten bijsturen en afdekken. De index is met ruim 200 punten of 90%! gestegen tot de top van 440, sinds haar systeem het sein gaf voor een lange opwaartse golfbeweging. En bij een goede selectie is de stand uiteraard nog veel fraaier.
          “Het houdt er nu om of deze stijging doorgaat. Stijgen de markten dan geven mijn indicatoren op een gegeven moment weer aan dat het verantwoord is in te stappen. Dan heb ik een stukje van de golfbeweging gemist. Maar gaan de markten omlaag dan heb ik in ieder geval geen verlies en kan er op een gegeven moment weer worden ingestapt als het systeem aangeeft dat er weer voldoende draagvlak is. Waarbij er in een dalende markt bovendien ook interessante beurshandelingen mogelijk zijn."


    Terug naar boven >




    Koornwinder gaf tijdige waarschuwing

    1994-07-01, Beleggers Belangen

    Eerlijk is eerlijk. Mevrouw Koornwinder is een van de zeer weinigen geweest die begin dit jaar waarschuwden dat het voorbij was. Ons slotnummer stond nog vol met optimisten (behoudens Leuschel) maar in ons blad van 21 januari lieten we mevrouw Koornwinder aan het woord die op basis van een zelf ontwikkeld systeem aangaf dat er binnen niet te lange tijd ‘tegendruk’ op de beurzen mocht worden verwacht. Sinds begin 1991 was zij positief op de beurzen, maar beleggers deden er nu goed aan hun portefeuilles te hedgen, zo zei zij in januari. De trend was weliswaar nog omhoog en de markten konden nog een paar procent stijgen maar diverse van haar indicatoren gaven al verzwakkingen te zien. Maar, ook is eerlijk onze technisch analist Neeter de eer te geven die hem toekomt. In het nummer van 4 januari gaf hij aan dat de eerste winstpakkandidaten zich hadden gemeld (Aegon, Elsevier en Wolters Kluwer).

    Maar terug naar mevrouw Koornwinder. In Beleggers Belangen van 25 maart verscherpte zij haar advies aan particulieren om de winst binnen te halen.
          Goede adviezen. De top kwam in Amsterdam, eind januari met een AEX-index op 439 en in de laatste week van maart stonden we nog op ongeveer 415.

    Mevrouw Koornwinder stuurde ons nu een lijstje met de prestaties van de AEX-fondsen die uiteraard voor zich spreken. Waarbij ze het volgende opmerkt: “Voor de bepaling van de BEDRIJFS-waarde ( zijnde meer de innerlijke waarde) van een onderneming, is een boekhoudkundige analyse noodzakelijk, waarbij de beoordeling van de kwaliteit van het management, het investeringsniveau, de bedrijfstak en de plaats in de bedrijfstak, de politieke situatie en dergelijke een rol spelen. Zoals de oktober 1987-crash ons leerde kon de BEURSwaarde van een onderneming met een 30% of meer dalen. Hiervoor moet men een krachtenveld van hogere rangorde, waaronder het beurssentiment, analyseren. Dit is Science & Technology.”

    De heren analisten die in het verleden nogal eens neerbuigend over haar voorspellingen deden maar er nu zelf merendeels flink naast hebben gezeten, kunnen het daarmee doen.

    Dat ‘hedgen’, het verzekeren van een portefeuille zinvol is en dat ook in een dalende markt stevige winst kan worden gemaakt, blijkt uit het overzicht met de putprijzen (zij adviseerde haar klanten oktober puts) van eind januari en thans.

    Terugblikken is leuk, zeker indien men het gelijk aan zijn kant heeft gekregen, maar voor de belegger is de belangrijke vraag: hoe gaat het nu verder? Mevrouw Koornwinder wil geen voorspellingen doen over de mate waarin beurs kan terugvallen. Maar koopsignalen ziet zij nog niet.

    19940701


    Terug naar boven >




    Technische analyse keurmerk accountant versus het ongeloof

    1994-11-18, Het Financieele Dagblad

    Koornwinder Chart Guidance (KCG) in het Brabantse Heeze, het in haar eigen woonhuis gevestigde financieel-economische adviesbureau van mevrouw Herma M. C. Koornwinder, gespecialiseerd in de technische analyse van beurskoersen en beursindexen, beschikt over een kristallen bol die werkt.

    Het staat er zwart op wit, en het is ondertekend door registeraccountant drs A. C. M. J. van der Sloot van het bekende accountantskantoor Deloitte & Touche. Hij heeft onderzocht of de voorspellingen (mevrouw Koornwinder zelf prefereert het woord 'visies') uitkomen.

    Ze komen uit. Zijn conclusie: 'Uit vorenstaande samenvatting blijkt dat door KCG met betrekking tot voormelde indexen op kritische momenten verwachtingen zijn gepubliceerd, die door later plaatsgevonden koersontwikkelingen zijn bevestigd.' Die samenvatting betreft de methodiek hoe Deloitte & Touche achteraf heeft gecontroleerd of de voorspellingen van Koornwinder vooraf klopten. De voormelde indexen zijn de EOE-index en de index staatsleningen in Amsterdam, de Newyorkse Dow Jones Industrial-index, de Hang Seng-index van Hongkong en de Nikkei-index van de Japanse beurs in Tokyo.

    Erkenning. Met hoofdletters en een uitroepteken. Al vele jaren strijdt Koornwinder tegen ongeloof en achterdocht. Een eerste artikel in deze krant in november 1990 over haar activiteiten, ook ter gelegenheid van de Dag van het Aandeel, bevat termen als abracadabra, kristallen bol, sterrenwichelarij en grafieken die op een hartcardiogram lijken. Ook latere artikelen in andere publikaties zijn telkens doordrenkt van twijfels: Klopt het wel, en hoe werkt het dan?

    Dat werd mede veroorzaakt door het jargon waarvan technische analisten als Koornwinder zich wellicht noodgedwongen bedienen. Door de jaren heen heeft Koornwinder geleerd haar visies zo helder en eenvoudig mogelijk naar buiten te brengen. Maar nog steeds bevindt de uitleg van wat ze doet zich voor de buitenstaander op een vrij abstract niveau. Een andere belemmering voor de argwanende buitenstaander is dat Koornwinder een deel van haar receptuur geheimhoudt. Zij verwijst naar haar 'indicatoren'. Maar wat daar precies in zit, zegt ze niet.

    Iedereen zou wel willen kunnen voorspellen wat er in de toekomst op financiële markten gaat gebeuren. Daar valt immers geld mee te verdienen. De deskundigen die het proberen, zijn globaal te verdelen in twee stromen: de fundamentalisten en de technische analisten. De fundamentalisten zijn nog steeds in de meerderheid. Maar de technische analyse rukt wel op. De infiltratie van de computer zal daar niet vreemd aan zijn. Die vertaalt historische cijferreeksen immers ogenschijnlijk gemakkelijk in grafieken, die vaak de basis vormen van de technische analyse. De scheidslijn hoeft overigens niet al te strak te zijn. Combinaties zijn immers ook mogelijk.

    Fundamentalisten zoeken naar het hoe en waarom in de wereld van economie en financiën, zoeken naar de achterkant van de renteontwikkeling, valutaverhoudingen, handelsbalansen in de macro-economie, en van de cash flow en winst- en verliescijfers van ondernemingen, en beredeneren van daaruit hoe het logischerwijze verder zou moeten gaan.

    De voornaamste werkelijkheid voor de technische analisten ligt in financieel-economische cijferreeksen, vertaald naar grafieken, het 'lijnenspel' daarin en het toekomstige vervolg dat die lijnen volgens hen noodzakelijkerwijs moeten krijgen. Koornwinder vat haar activiteiten momenteel samen onder de term 'trend watching'. Trends hebben een voorspellende waarde. Ze beginnen klein, maar groeien daarna in kracht en omvang. Haar geliefde beeld is de tsunami, gevreesde vloedgolven op zee, die ook ergens als een rimpeling zijn begonnen. De kunst bij de analyse, zoals Koornwinder die bedrijft, is die rimpeling zo vroeg mogelijk te signaleren.

    In haar eigen teksten omschrijft zij het fundament van haar activiteiten als 'een symbiose van fundamentele en kwantitatieve analyse, aangevuld met grondige kennis van de klassieke en moderne technische analyse'. Wie dat citaat vergelijkt met haar uitspraken van jaren geleden, ontkomt niet aan de indruk dat er in haar huidige benadering meer ruimte is vrijgemaakt voor ook een fundamentele analyse dan vroeger, toen zij zichzelf onder de puristen van de technische analyse rekende. Zowel de fundamentele als de technische analyse hebben volgens haar tekortkomingen. Dus zoekt zij het in een combinatie, ervan uitgaande dat het verleden het enige houvast is voor welke analist dan ook. Dat verleden is gevangen in cijferreeksen, waarmee grafieken kunnen worden gemaakt, die weer golfbewegingen laten zien. Die golven zijn niet willekeurig maar worden gestuurd door een onderliggend veld van elkaar tegenwerkende krachten, die deels weer worden veroorzaakt door de psychologie van de beleggers. Zo werkt het dus. Ongeveer.

    Maar werkt het ook? Ja, zo concludeert de registeraccountant van Deloitte & Touche. Zijn onderzoek vond plaats in opdracht van Koornwinder zelf. Het idee ervoor was haar gesuggereerd door een goede kennis bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ook de achtergrond daarvan was weer: bewijs al die criticasters nu eens dat het klopt. Achteraf vertellen dat je de Wall Street-beurscrash van oktober 1987 had zien aankomen, is niet echt overtuigend. Want dat doet onmiddellijk denken aan de bekende stelling: voorspellen is moeilijk, zeker als het om de toekomst gaat. Achteraf kan iedereen de toekomst voorspellen.

    Dat element is terug te vinden in de manier waarop Deloitte & Touche haar voorspellingen ('visies') in de loop van de jaren 1989 tot en met 1994 aan de werkelijkheid heeft getoetst, ofte wel 'hoe de door Koornwinder Chart Guidance op diverse wijzen gepubliceerde verwachtingen met betrekking tot de ontwikkeling van de koersen op bepaalde beurzen zich hebben verhouden tot de daadwerkelijke ontwikkeling van de koersen op deze beurzen'.

    In het rapport wordt uitgegaan van de door KCG zelf chronologisch vastgelegde uitgesproken verwachtingen. Maar vervolgens heeft de accountant wel gecontroleerd of 'de tekst van deze vastleggingen overeenstemt met de op de respectievelijke data gepubliceerde verwachtingen' (in bijvoorbeeld de maandelijks aan cliënten gestuurde analyses of in incidentele interviews of publikaties in beleggersrubrieken en -bladen. Met andere woorden: de accountant heeft gecontroleerd of ze haar voorspellingen niet achteraf heeft aangepast of geantidateerd.

    Vervolgens heeft de accountant gecontroleerd welke uitgesproken verwachtingen wel, en welke niet werden 'gestaafd door de koersontwikkeling die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden na de datum waarop de verwachting door KCG is uitgesproken'. De accountant heeft niet iedere verwachting individueel bestudeerd en beoordeeld, maar wel 'in hun onderlinge samenhang over de gehele periode waarop het door ons verrichte onderzoek betrekking had'. En hij lette daarbij vooral op verwachtingen 'die zijn gepubliceerd omstreeks de datum dat zich trendombuigingen hebben voorgedaan'.

    Nou ja, en daaruit kwam dus, zoals gezegd, zijn conclusie dat door Koornwinder Chart Guidance 'op kritische momenten verwachtingen zijn gepubliceerd, die door later plaatsgevonden koersontwikkelingen zijn bevestigd'.

    Vervolgens heeft de accountant op dezelfde manier ook nog eens een aantal door KCG samengestelde theoretische portefeuilles aan de werkelijkheid getoetst, en wederom komen daar voor Koornwinder vleiende conclusies uit. Daaronder bevonden zich vier gemengde en wereldwijde portefeuilles. Zij werden vergeleken met een door de Amerikaanse Morgan Stanley berekende wereldindex. De eerste daarvan boekte in de beschouwde periode een koerswinst van 28,18%, wat wordt vergeleken met de wereldindex, die in dezelfde periode met 21,65% steeg. De drie andere gemengde portefeuilles van KCG scoorden ook beter dan deze wereldindex: plus 7,07% versus 4,58%, 10,89% versus 0,12% en 17,35% versus 6,10%. Alleen een Nederlandse portefeuille van KCG (plus 26,24%) was niet in staat de Amsterdamse EOE-index (plus 26,28%) te verslaan.

    Bemoedigd door deze resultaten veroorlooft mevrouw Koornwinder zich nu een boodschap. Kijk, enerzijds heeft de burger jarenlang wegens bezuinigingen de broekriem strak moeten aantrekken. Anderzijds blijkt vaak dat de zogeheten performance van de pensioenfondsen beter zou kunnen. Zouden bepaalde bezuinigingen nu wel nodig zijn als die institutionele beleggers eens wat 'innovatiever' met ons geld omgingen, mits ze daarvoor toestemming krijgen? Nee, zo meent zij. Waar die instituten moeten aankloppen als ze advies nodig hebben over innovatief beleggen, laat ze ongenoemd. De suggestie is duidelijk genoeg.


    Terug naar boven >




    Dag van het aandeel

    1994-11-18, Het Financieele Dagblad

    Een forum van managers discussieert vandaag tijdens de Dag van het Aandeel in Amsterdam over het thema 'Beursgang, ja of nee?'. Ongetwijfeld een belangwekkend onderwerp, en actueel gezien het aantal emissies dat de beurs dit jaar heeft mogen meemaken en het aantal dat er volgens velen nog aankomt.

    Toch stelt menig Nederlander zich dezer dagen een andere vraag: 'Belegger, ja of nee?'

    Met de ruime keuze aan beleggingsfondsen is het antwoord voor sommigen wellicht niet moeilijk meer. Anderen zijn misschien juist toe aan een nieuwe 'uitdaging' en willen vanuit hun beleggingsfonds de beurs zelf eens verkennen.

    In bijgaande artikelen wordt gepoogd 'de belegger' een gezicht te geven. Er zijn er ruim 700.000 in Nederland, maar het signalement van deze mannen en vrouwen is vaag. Waarop baseert hij zijn beleggingsstrategie, waaraan ergert zij zich hartgrondig?

    Aansluitend op het thema van de Dag van het Aandeel is de vraag relevant wat de belegger van de recente emissies vindt. Hoe ziet zijn favoriete emissie eruit en hoe laat hij zich lokken?

    En wat de belegger op fiscaal gebied kan verwachten van een paars kabinet doet Willem - staatssecretaris - Vermeend uit de doeken. Wat te denken van een 'analytisch belastingsysteem'?

    Ook de vraag wat de moderne belegger zoal boeit, komt aan de orde. Met een artikel over het waarheidsgehalte van technische analyse wordt een sprankje helderheid verschaft te midden van de brij van theorieën die beleggers een mooi rendement beloven. Voor intimi: mevrouw H. Koornwinder krijgt eindelijk gelijk.

    Ook is er aandacht voor de manier waarop de belegger het doet. Beleggen met behulp van het nieuwe handelssysteem van de beurs vergt enige aanpassing in het geven van orders. Goedkoper wordt het vooralsnog niet.


    Terug naar boven >




    ’Belegging van publiek geld levert te weinig op’
    ’Beursgoeroe’ Herma Koornwinder heeft het vaak bij het rechte eind

    1994-12-17, Brabants Dagblad


    Door Chris Paulussen
    Herma Koornwinder uit Heeze zag – ook een beetje tot haar eigen verrassing – de beurscrash van oktober 1987 aankomen. Sindsdien heeft zij het bijna steeds bij het rechte eind gehad met haar vaak tegendraadse voorspellingen. De financiële wereld bleef echter sceptisch. Daarom besloot zij haar werk van de afgelopen vijf jaar te laten doorlichten door de accountantsorganisatie Deloitte & Touche. Die kwam tot de conclusie dat Koornwinder „op kritische momenten verwachtingen heeft gepubliceerd, die door de koersontwikkelingen zijn bevestigd."

    Geld is schaars. De overheid dwingt de burger jaar in jaar uit de buikriem aan te halen. Dat zou allemaal niet nodig zijn als diezelfde overheid, die zo de mond vol heeft van nieuwe technologieën, oog zou hebben voor investment technology. Dan zouden door de overheid beheerde gelden honderden miljoenen meer opbrengen. Daar is Herma Koornwinder vast van overtuigd.

    Zij wijst op de voortschrijdende vergrijzing en ontgroening. Onderzoek van accountantsbureau Coopers & Lybrand wees onlangs uit dat de oudedagsvoorziening onbetaalbaar dreigt te worden. Tegelijkertijd betekent elk procent meer rendement over de door pensioenfondsen beheerde vermogens, dat de premies met vele procenten omlaag kunnen.

    Moderne management-theorieën moeten volgens Koornwinder hun intrede doen in de beleggingswereld. Het just-in-time principe bijvoorbeeld. "Wanneer geld niet beweegt is het dood geld. Zonde van de voorraad."

    "Het publieke geld wordt slecht beheerd. De opbrengsten kunnen dramatisch omhoog door gebruik te maken van investment technology”, klinkt het zelfverzekerd. „Als je toch ziet dat ik met een handvol enthousiaste mensen continu beter scoor dan Robeco!"

    Gewaagde prognoses
    Banken en institutionele beleggers (pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen) laten zich echter niet gemakkelijk overtuigen. Ook niet door het feit dat Koornwinder achteraf vaak gelijk bleek te hebben. Gewaagde prognoses worden niet altijd op prijs gesteld. Tijdens een korte verbintenis met een vermogensbeheerder maande een collega haar tot voorzichtigheid, toen zij tegen de algemene opinie in een opwaartse golf voorspelde.

    Koornwinder sloeg in 1989 – zoals ze het zelf uitdrukt – fors om zich heen. „Maar als je institutionele beleggers probeert duidelijk te maken dat het beleggen stukken beter kan, krijg je te maken met de bureaucratie. Dan blijkt het heel moeilijk om door te breken met een nieuwe zienswijze.

    The proof of the pudding is in the eating, schreef een ABP-directeur in een vriendelijk briefje aan Koornwinder. Vrij vertaald: Eerst zien en dan geloven.

    Achteraf kan zij die twijfel wel enigszins begrijpen. Zelf was ze ook een beetje verrast toen zij het in oktober 1987 bij het rechte eind bleek te hebben met haar voorspelling van een beurscrash. "Ik was toen niet eens professioneel bezig. Was het toeval dat ik tot een andere analyse kwam dan de monetaire rekenmeesters? Ik ben toen verder gaan studeren en ontdekte dat banken en pensioenfondsen met hun oude, traditionele methodes vaak tot een andere kijk op de markt kwamen."

    Zij besloot zichzelf vijf jaar de tijd te geven om haar visie te toetsen. "Ik ontmoette zoveel kritiek en weerstand dat ik me afvroeg of ik er toch niet naast zou kunnen zitten. Of had ik het wel bij het rechte eind en benaderde ik de financiële wereld vanuit een unieke invalshoek? Ik besloot dat het in elk geval de moeite waard was om dat te testen. Als na vijf jaar zou blijken dat mijn systeem niet werkte, kon ik altijd nog gaan golfen."

    Ongeloof
    Die periode van vijf jaar zit er inmiddels op. Van golfen is in de tussentijd weinig gekomen. Sinds 1 januari 1990 heeft Koornwinder haar eigen adviesbureau, KCG (Koornwinder Chart Guidance) met een vaste medewerkster en een handvol mensen die hand- en spandiensten verrichten. KCG richt zich vooral op grote klanten, bedrijven en pensioenfondsen.

    Langzaam maar zeker maakt Koornwinder naam in de financiële wereld. Klanten kijken reikhalzend uit naar de aankoop- en verkoopadviezen van KCG, die tot op tienden nauwkeurig zijn. Maar zij heeft ook moeten constateren dat de grote cliënten niet in de rij staan. Met haar prognoses, die nogal eens tegen de stroom ingaan, ontmoet zij nog steeds vaak ongeloof. De planbureaus, de Oeso, de grote banken en beleggingsinstellingen zullen het allemaal toch zeker beter weten! Bankiers en beleggingsdeskundigen die zij achteraf met haar gelijk confronteert blijken plotseling kort van memorie.

    Daarom heeft Koornwinder haar werk van de afgelopen vijf jaar laten controleren door het accountantsbureau Deloitte & Touche. "Tien maanden is de accountant ermee bezig geweest om alles minutieus door te lichten. Het leek wel of ik de Fiod over de vloer had. Al mijn uitspraken en analyses zijn afgezet tegen grafieken van de belangrijkste beurzen. Ook is nagegaan of ik bijvoorbeeld nergens in een opwaartse golf een verkoopadvies heb gegeven." De conclusie van het onderzoek is dat door Koornwinder 'op kritische momenten verwachtingen zijn gepubliceerd die door de koersontwikkelingen zijn bevestigd.' Daarnaast bevestigt de accountant dat Koornwinder met haar modelportefeuilles continu beter heeft gescoord dan de wereldindex, dan de indexen van de beurzen van New York (Dow Jones), Tokyo (Nikkei), Hongkong (Hang Seng) en Amsterdam (AEOE) en dan beleggingsgigant Robeco.

    De belangrijkste prognoses van Koornwinder op een rijtje: Nadat zij het eerst bij het rechte eind bleek te hebben gehad met haar prognose van de beurcrash van oktober 1987, meldde zij nog voor het einde van datzelfde jaar tegen de algemene tendens in de eerste positieve signalen.

    Dat haar systeem niet perfect is bleek in de loop van 1988 toen zij tweemaal verkoopsignalen gaf, die zij snel daarop corrigeerde door met koopadviezen te komen.

    Begin 1989 voorspelde zij opnieuw een grote opgaande golfbeweging. "Dat was gedurfd", zegt zij terugkijkend. "Want bijna velen verwachtten toen nog een tweede grote daling."

    Vanaf 17 augustus 1989 werden haar adviezen minder positief. Op 27 september kwam zij met de mededelingen dat als de indicatoren verder zouden verzwakken het koersdoel 280 zou worden.

    In januari 1990 benaderde zij banken, beleggers en journalisten met haar prognose dat er een forse daling van de AEOE-index zat aan te komen. Zij vond nauwelijks gehoor met haar voorspelling dat de index van de Amsterdamse beurs zou dalen van ongeveer 280 naar 230 punten. "Iedereen was positief. Het was in de tijd dat Lubbers als premier sprak van de ’blijste dagen’, de Berlijnse muur viel, de koude oorlog ten einde liep en Oost-Europa zijn grenzen opende.”

    Precies een jaar later in januari 1991, net voor het uitbreken van de Golfoorlog, stond de index op 230. En toen kwam Koornwinder – opnieuw tegen de stroom in – met koopadviezen. Terwijl de Oeso steeds somberder werd over de economische groei, het Centraal Planbureau fikse tegenslagen meldde en de analisten zwaar weer voorspelden, hield zij vast aan een koersdoel van 345 voor de AEOE.

    Ook nadat de index eind 1993 de 400 punten was gepasseerd bleef Koornwinder positief. Pas begin dit jaar kwam de omslag. "Midden januari – de kranten stonden vol paginagrote advertenties waarin iedereen werd opgeroepen om aandelen te kopen – heb ik in het bijzijn van de accountant van Deloitte & Touche de redactie van het blad Beleggers Belangen gebeld en voorspeld dat er na een stijging van nog een paar procenten een forse tegendruk zou ontstaan."

    Eind januari kregen de cliënten van KCG per fax het advies om te hedgen, om zich met termijntransacties in te dekken tegen koersfluctuaties. Op 31 januari bereikte de AEOE-index met 438,7 punten zijn hoogste niveau. Sindsdien luidt het advies van Koornwinder ’verkopen’ en tot op heden heeft zij geen reden gezien om daarvan af te wijken. Zij behoorde begin dit jaar bovendien tot de minderheid van analisten die de rentestijging niet aanzag voor een ’rentehobbel’.

    Monnikenwerk
    De kracht van haar werkwijze zit volgens Koornwinder in het „tot in de finesses, bijna microscopisch” bijhouden van de ontwikkelingen in de financiële wereld. Zij volgt nauwgezet wereldwijd 800 fondsen in 22 landen, de internationale valuta’s, de rente en grondstoffen als olie, goud en tarwe. Het is monnikenwerk dat kasten vol dossiermappen oplevert.

    Daar blijft het niet bij. Koornwinder: „Er is een grote verwevenheid met andere disciplines, zoals politiek, filosofie, macrobiotiek, sociologie en natuurlijk de psychologie van de massa. Zo zijn er tal van waarden waar ik rekening mee houd en die ik probeer te vangen in formules. Met mijn global scan heb ik alles onder controle en peil ik de markten. Dat is mijn kracht.”

    De technische analyse speelt een rol in het werk van Koornwinder. Zij maakt er gebruik van om de ontwikkeling van haar indicatoren in kaart te brengen. "Maar met technische analyse alleen kom je er niet. Dat is slechts een hulpmiddel om de ontwikkelingen te volgen."

    Zij trekt een vergelijking met een patiënt die bij de dokter komt. "Iemand kan buikpijn hebben en er van buiten toch gezond uitzien. Pas in de scanner blijkt dan dat er van binnen van alles mis is. Zo is het ook met de markt, de beurzen, de economie. Je zou kunnen zeggen dat de economie twee gezichten heeft. Het ene gezicht ziet iedereen dagelijks. Het andere zie ik met mijn wereldscan en dat wijkt vaak af van wat beleggers voorgeschoteld krijgen."

    Net als het weer en de zee kent de economie volgens Koornwinder seizoenen en getijden. De kunst is, zo meent zij, om de hoofdstroom te onderscheiden. "„De tsunami, de in Japan gevreesde vloedgolf, begint met een rimpeling. Om de vloedgolf te kunnen voorspellen moet je de juiste rimpelingen herkennen en de andere negeren. Net als de tsunami werpen grote gebeurtenissen hun schaduw vooruit. Wanneer je die op je radar krijgt ben je een heel eind. Zo werkt het KCG-systeem."

    Gefascineerd
    Koornwinder was altijd al gefascineerd door de financiële markten. Zij herinnert zich nog de verbazing van haar schoonvader toen die zag hoe zij de financiële pagina’s in de krant spelde. "Ik kwam er echter niet uit. Als ik dacht dat de koersen omhoog zouden gaan, gingen ze juist omlaag. Goed nieuws bleek dan al in de koers te zijn verdisconteerd."

    Zij raakte ook in de ban van de technische analyse. De komst van de computer betekende een zegen. Met één druk op de knop konden voortaan de meest complexe grafieken, formules en berekeningen worden gemaakt. "Ik zat er als een arend bovenop. Het liet mij absoluut niet los. Ik las alles wat ik te pakken kreeg, over politiek, economie, management."

    In haar woning in Heeze, ver van de hectiek van de financiële centra, studeerde zij en verzamelde zij ontzagwekkende hoeveelheden gegevens. Gaandeweg leerde Koornwinder trends herkennen en ontwikkelde zij haar eigen investment technology.

    Misschien, meent zij, heeft het geholpen dat zij uit een ondernemersgezin komt en daardoor gewend is om bedrijfsmatig te denken. En dat zij met haar man –die directeur van een bedrijf is– vaak vakbeurzen heeft bezocht met het oog op nieuwe trends. Of dat zij als elke moeder continu geprobeerd heeft om zich te verplaatsen in de gedachtenwereld van een ander. "Misschien ben ik door zelfstudie al zoekende onbewust tot een andere denkwijze gekomen dan de studenten die onderricht worden in de traditionele manier van denken."

    Verbijsterd
    Een recent onderzoek dat aantoonde, dat het onmogelijk is om systematisch goede beleggingsresultaten te halen, kan in de ogen van Koornwinder geen genade vinden. „Ik doe toch niet anders”, stelt zij. "Ik vind het verbijsterend dat institutionele beleggers zo gemakkelijk genoegen nemen met een rendement dat gelijk is aan de index. Dat betekent immers dat als de index daalt ook de performance omlaag gaat. Dezelfde mensen, die als het regent de kussens van hun tuinstel binnen halen, laten het geld in waarde dalen met een berusting waarvan ik niets begrijp.”

    Met het accountantsrapport in de hand probeert Koornwinder aandacht te krijgen voor haar investment technology. Zij wijst op een redactioneel commentaar in het Eindhovens Dagblad van 101 jaar geleden naar aanleiding van de oprichting van de Vennootschap Philips & Co. De krant schreef: "Wij hopen dat de Nederlandse regering en met haar de diverse gemeentebesturen zullen openstaan voor deze nieuwe technologische ontwikkeling en alle technische vernieuwingen in deze geest zullen bevorderen. Zij zijn het waard."

    "Net als Philips honderd jaar geleden pleit ik nu voor mijn technologie”, verklaart Koornwinder. "Wij enteren het tijdperk van de kunstmatige intelligentie. Ik ben ervan overtuigd dat anderen met de resultaten van hun speurwerk even moeilijk gehoor vinden als ik."


    Terug naar boven >




    Gedurfde prognoses vaak raak
    Koornwinder pleit voor ’investment technology’

    1994-12-17, Eindhovens Dagblad


    Door Chris Paulussen
    Herma Koornwinder uit Heeze zag – ook een beetje tot haar eigen verrassing – de beurscrash van oktober 1987 aankomen. Sindsdien heeft zij het bijna steeds bij het rechte eind gehad met haar vaak tegendraadse voorspellingen. De financiële wereld bleef echter sceptisch. Daarom besloot zij haar werk van de afgelopen vijf jaar te laten doorlichten door de accountantsorganisatie Deloitte & Touche. Die kwam tot de conclusie dat Koornwinder ’op kritische momenten verwachtingen heeft gepubliceerd, die door de koersontwikkelingen zijn bevestigd’.
          Geld is schaars. De overheid dwingt de burger jaar in jaar uit de buikriem aan te halen. Dat zou allemaal niet nodig zijn als diezelfde overheid, die zo de mond vol heeft van nieuwe technologieën, oog zou hebben voor investment technology. Dan zouden door de overheid beheerde gelden honderden miljoenen meer opbrengen. Daar is Herma Koornwinder vast van overtuigd.

    Zij wijst op de voortschrijdende vergrijzing en ontgroening. Onderzoek van accountantsbureau Coopers & Lybrand wees onlangs uit dat de oudedagsvoorziening onbetaalbaar dreigt te worden. Tegelijkertijd betekent elk procent meer rendement over de door pensioenfondsen beheerde vermogens, dat de premies met vele procenten omlaag kunnen.

    Moderne management-theorieën moeten volgens Koornwinder hun intrede doen in de beleggingswereld. Het just-in-time principe bijvoorbeeld. "Wanneer geld niet beweegt is het dood geld. Zonde van de voorraad."

    "Het publieke geld wordt slecht beheerd. De opbrengsten kunnen dramatisch omhoog door gebruik te maken van investment technology”, klinkt het zelfverzekerd. „Als je toch ziet dat ik met een handvol enthousiaste mensen continu beter scoor dan Robeco!"

    Banken en institutionele beleggers (pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen) laten zich echter niet gemakkelijk overtuigen. Ook niet door het feit dat Koornwinder achteraf vaak gelijk bleek te hebben. Gewaagde prognoses worden niet altijd op prijs gesteld. Tijdens een korte verbintenis met een vermogensbeheerder maande een collega haar tot voorzichtigheid, toen zij tegen de algemene opinie in een opwaartse golf voorspelde.

    Koornwinder sloeg in 1989 – zoals ze het zelf uitdrukt – fors om zich heen. „Maar als je institutionele beleggers probeert duidelijk te maken dat het beleggen stukken beter kan, krijg je te maken met de bureaucratie. Dan blijkt het heel moeilijk om door te breken met een nieuwe zienswijze.”

    The proof of the pudding is in the eating, schreef een ABP-directeur in een vriendelijk briefje aan Koornwinder. Vrij vertaald: Eerst zien en dan geloven.

    Achteraf kan zij die twijfel wel enigszins begrijpen. Zelfs was ze ook een beetje verrast toen zij het in oktober 1987 bij het rechte eind bleek te hebben met haar voorspelling van een beurscrash. "Ik was toen niet eens professioneel bezig. Was het toeval dat ik tot een andere analyse kwam dan de monetaire rekenmeesters? Ik ben toen verder gaan studeren en ontdekte dat banken en pensioenfondsen met hun oude, traditionele methodes vaak tot een andere kijk op de markt kwamen." Zij besloot zichzelf vijf jaar de tijd te geven om haar visie te toetsen. "Ik ontmoette zoveel kritiek en weerstand dat ik me afvroeg of ik er toch niet naast zou kunnen zitten. Of had ik het wel bij het rechte eind en benaderde ik de financiële wereld vanuit een unieke invalshoek? Ik besloot dat het in elk geval de moeite waard was om dat te testen. Als na vijf jaar zou blijken dat mijn systeem niet werkte, kon ik altijd nog gaan golfen."

    Die periode van vijf jaar zit er inmiddels op. Van golfen is in de tussentijd weinig gekomen. Sinds 1 januari 1990 heeft Koornwinder haar eigen adviesbureau, KCG (Koornwinder Chart Guidance) met één vaste medewerkster en een handvol mensen die hand- en spandiensten verrichten. KCG richt zich vooral op grote klanten, bedrijven en pensioenfondsen.

    Langzaam maar zeker maakt Koornwinder naam in de financiële wereld. Klanten kijken reikhalzend uit naar de aankoop- en verkoopadviezen van KCG, die tot op tienden nauwkeurig zijn. Maar zij heeft ook moeten constateren dat de grote cliënten niet in de rij staan. Met haar prognoses, die nogal eens tegen de stroom ingaan, ontmoet zij nog steeds vaak ongeloof. De planbureaus, de Oeso, de grote banken en beleggingsinstellingen zullen het allemaal toch zeker beter weten! Bankiers en beleggingsdeskundigen die zij achteraf met haar gelijk confronteert blijken plotseling kort van memorie.

    Daarom heeft Koornwinder haar werk van de afgelopen vijf jaar laten controleren door het accountantsbureau Deloitte & Touche. "Tien maanden is de accountant ermee bezig geweest om alles minutieus door te lichten. Het leek wel of ik de Fiod over de vloer had. Al mijn uitspraken en analyses zijn afgezet tegen grafieken van de belangrijkste beurzen. Ook is nagegaan of ik bijvoorbeeld nergens in een opwaartse golf een verkoopadvies heb gegeven."

    De conclusie van het onderzoek is dat door Koornwinder 'op kritische momenten verwachtingen zijn gepubliceerd die door de koersontwikkelingen zijn bevestigd'. Daarnaast bevestigt de accountant dat Koornwinder met haar modelportefeuilles continu beter heeft gescoord dan de wereldindex, dan de indexen van de beurzen van New York (Dow Jones), Tokyo (Nikkei), Hongkong (Hang Seng) en Amsterdam (AEOE) en dan beleggingsgigant Robeco.

    De belangrijkste prognoses van Koornwinder op een rijtje:

    Nadat zij het eerst bij het rechte eind bleek te hebben gehad met haar prognose van de beurscrash van oktober 1987, meldde zij nog voor het einde van datzelfde jaar tegen de algemene tendens in de eerste positieve signalen.
          Dat haar systeem niet perfect is, bleek in de loop van 1988 toen zij tweemaal verkoopsignalen gaf, die zij snel daarop corrigeerde door met koopadviezen te komen.
          Begin 1989 voorspelde zij opnieuw een grote opgaande golfbeweging. „Dat was gedurfd”, zegt ze terugkijkend. "Want bijna velen verwachtten toen nog een tweede grote daling.”
          Vanaf 17 augustus 1989 werden haar adviezen minder positief. Op 27 september kwam zij met de mededeling dat als de indicatoren verder zouden verzwakken het koersdoel 280 zou worden.

    In januari 1990 benaderde zij banken, beleggers en journalisten met haar prognose dat er een forse daling van de AEOE-index zat aan te komen. Zij vond nauwelijks gehoor met haar voorspelling dat de index van de Amsterdamse beurs zou dalen van ongeveer 280 naar 230 punten. „Iedereen was positief. Het was in de tijd dat Lubbers als premier sprak van de ’blijste dagen’, de Berlijnse muur viel, de koude oorlog ten einde liep en Oost-Europa zijn grenzen opende.”

    Precies een jaar later in januari 1991, net voor het uitbreken van de Golfoorlog, stond de index op 230. En toen kwam Koornwinder – opnieuw tegen de stroom in – met koopadviezen. Terwijl de Oeso steeds somberder werd over de economische groei, het Centraal Planbureau fikse tegenslagen meldde en de analisten zwaar weer voorspelden, hield zij vast aan een koersdoel van 345 voor de AEOE.

    Ook nadat de index eind 1993 de 400 punten was gepasseerd bleef Koornwinder positief. Pas begin dit jaar kwam de omslag. „Midden januari – de kranten stonden vol paginagrote advertenties waarin iedereen werd opgeroepen om aandelen te kopen – heb ik in het bijzijn van de accountant van Deloitte & Touche de redactie van het blad Beleggers Belangen gebeld en voorspeld dat er na een stijging van nog een paar procenten een forse tegendruk zou ontstaan.”

    Eind januari kregen de cliënten van KCG per fax het advies om te hedgen, om zich met termijntransacties in te dekken tegen koersfluctuaties. Op 31 januari bereikte de AEOE-index met 438,7 punten zijn hoogste niveau. Sindsdien luidt het advies van Koornwinder ’verkopen’ en tot op heden heeft zij geen reden gezien om daarvan af te wijken. Zij behoorde begin dit jaar bovendien tot de minderheid van analisten die de rentestijging niet aanzag voor een ’rentehobbel’.

    De kracht van haar werkwijze zit volgens Koornwinder in het ’tot in de finesses, bijna microscopisch’ bijhouden van de ontwikkelingen in de financiële wereld. Zij volgt nauwgezet wereldwijd 800 fondsen in 22 landen, de internationale valuta’s, de rente en grondstoffen als olie, goud en tarwe. Het is monnikenwerk dat kasten vol dossiermappen oplevert.

    Daar blijft het niet bij. Koornwinder: "Er is een grote verwevenheid met andere disciplines, zoals de politiek, filosofie, macrobiotiek, sociologie en natuurlijk de psychologie van de massa. Zo zijn er tal van waarden waar ik rekening mee houd en die ik probeer te vangen in formules. Met mijn global scan heb ik alles onder controle en peil ik de markten. Dat is mijn kracht."

    De technische analyse speelt een rol in het werk van Koornwinder. Zij maakt er gebruik van om de ontwikkeling van haar indicatoren in kaart te brengen. "Maar met technische analyse alleen kom je er niet. Dat is slechts een hulpmiddel om de ontwikkelingen te te volgen.";

    Zij trekt een vergelijking met een patiënt die bij de dokter komt. "Iemand kan buikpijn hebben en er van buiten toch gezond uitzien. Pas in de scanner blijkt dan dat er van binnen van alles mis is. Zo is het ook met de markt, de beurzen, de economie. Je zou kunnen zeggen dat de economie twee gezichten heeft. Het ene gezicht ziet iedereen dagelijks. Het andere zie ik met mijn wereldscan en dat wijkt vaak af van wat beleggers voorgeschoteld krijgen."

    Net als het weer en de zee kent de economie volgens Koornwinder seizoenen en getijden. De kunst is, zo meent zij, om de hoofdstroom te onderscheiden. "De tsunami, de in Japan gevreesde vloedgolf, begint met een rimpeling. Om de vloedgolf te kunnen voorspellen moet je de juiste rimpelingen herkennen en de andere negeren. Net als de tsunami werpen grote gebeurtenissen hun schaduw vooruit. Wanneer je die op je radar krijgt ben je een heel eind. Zo werkt het KCG-systeem."

    Koornwinder was altijd al gefascineerd door de financiële markten. Zij herinnert zich nog de verbazing van haar schoonvader toen die zag hoe zij financiële pagina’s in de krant spelde. "Ik kwam er echter niet uit. Als ik dacht dat de koersen omhoog zouden gaan, gingen ze juist omlaag. Goed nieuws bleek dan al in de koers te zijn verdisconteerd."

    Zij raakte ook in de ban van de technische analyse. De komst van de computer betekende een zegen. Met één druk op de knop konden voortaan de meest complexe grafieken, formules en berekeningen worden gemaakt. "Ik zat er als een arend bovenop. Het liet mij absoluut niet los. Ik las alles wat ik te pakken kreeg, over politiek, economie, management."

    In haar woning in Heeze, ver van de hectiek van de financiële centra, studeerde zij en verzamelde zij ontzagwekkende hoeveelheden gegevens. Gaandeweg leerde Koornwinder trends herkennen en ontwikkelde zij haar eigen investment technology.

    Misschien, meent zij, heeft het geholpen dat zij uit een ondernemersgezin komt en daardoor gewend is om bedrijfsmatig te denken. En dat zij met haar man – die directeur van een bedrijf is – vaak vakbeurzen heeft bezocht met het oog op nieuwe trends. Of dat zij als elke moeder continu geprobeerd heeft om zich te verplaatsen in de gedachtenwereld van een ander. „Misschien ben ik door zelfstudie al zoekende onbewust tot een andere denkwijze gekomen dan de studenten die onderricht worden in de traditionele manier van denken.”

    Een recent onderzoek dat aantoonde dat het onmogelijk is om systematisch goede beleggingsresultaten te halen, kan in de ogen van Koornwinder geen genade vinden. "Ik doe toch niet anders", stelt zij. "Ik vind het verbijsterend dat institutionele beleggers zo gemakkelijk genoegen nemen met een rendement dat gelijk is aan de index. Dat betekent immers dat als de index daalt ook de performance omlaag gaat. Dezelfde mensen, die als het regent de kussens van hun tuinstel binnen halen laten het geld in waarde dalen met een berusting waarvan ik niets begrijp."

    Met het accountantsrapport in de hand probeert Koornwinder aandacht te krijgen voor haar investment technology. Zij wijst op een redactioneel commentaar in het Eindhovens Dagblad van 101 jaar geleden naar aanleiding van de oprichting van de Vennootschap Philips & Co. De krant schreef: "Wij hopen dat de Nederlandse regering en met haar de diverse gemeente besturen zullen openstaan voor deze nieuwe technologische ontwikkeling en alle technische vernieuwingen in deze geest zullen bevorderen. Zij zijn het waard."

    "Net als Philips honderd jaar geleden pleit ik nu voor mijn technologie", verklaart Koornwinder. "Wij enteren het tijdperk van de kennistechnologie, die tijd van de kunstmatige intelligentie. Ik ben ervan overtuigd dat anderen met de resultaten van hun speurwerk even moeilijk gehoor vinden als ik."


    Terug naar boven >




    Kijk op vrouwen en techniek

    1995-01, brochure Kijk op vrouwen en techniek


    Woord vooraf
    Dit initiatief van het netwerk Vrouwen & Techniek lijkt mij bijzonder welkom bij de pakket- en studiekeuze voor meisjes. De meisjes kunnen persoonlijk kennismaken met vrouwen die een technische opleiding hebben gehad en/of een technisch beroep uitoefenen. Meisjes uit de bovenbouw van het voortgezet onderwijs krijgen de mogelijkheid zich te identificeren met deze vrouwen. Door het openstellen van de netwerken, ontdekken ze dat er veel meer mogelijkheden voor hen zijn in de techniek dan ze verwacht hadden. Deze kennismaking stijgt ver uit boven de papieren voorlichting tot nu toe.

    Voor decanen is dit initiatief een prima aanvulling in de roldoorbrekende voorlichting. Ik hoop dat door de vele aanvragen van de decanen het vrouwennetwerk volledig benut zal moeten worden.

    Rens van Velden
    Decaan HAVO/VWO, Isendoorn College Warnsveld



    Wij waren aangenaam verrast toen wij het verzoek kregen een voorwoord te schrijven in Kijk op vrouwen en techniek. De aanleiding tot dit verzoek was de uitreiking van de VB-trofee 1995 aan Europe Combined Terminals (ECT). Wij geven graag gevolg aan dit verzoek omdat wij het prettig vinden meer vrouwen bij onze onderneming in te laten stromen. Daarom laten wij deze kans niet liggen om onze visie op vrouwen en ondernemen langs deze weg kenbaar te maken.

    Laten wij ons eerst eens voorstellen. ECT is een ‘high-tech’ containeroverslagbedrijf in de Rotterdamse haven. Tot nu toe kan ECT geschetst worden als een echt mannenbolwerk. Naast het gegeven dat wij in technisch opzicht voorop lopen, durven wij te beweren dat wij ook in sociaal opzicht vaandeldrager zijn. Uitstekende arbeidsvoorwaarden, een platte organisatie en veel samenwerken in teams. Kortom de mens staat bij ons centraal. Bij ECT werken zo’n 2500 medewerkers en circa 100 hiervan zijn vrouwen. In deze situatie willen wij graag verandering brengen.

    Wellicht vraagt u: "Waarom?" Heel simpel, wij hebben gemerkt dat vrouwen een positieve uitstraling kunnen hebben in een mannenmaatschappij. Het taalgebruik wordt beleefder, er is minder grootspraak, men overbiedt minder. Het zogenaamde ‘hanengedrag’ waaraan ook mannen zich storen, wordt minder. Ook denken wij dat wij 50% van het talent laten liggen als wij ons alleen blijven richten op 50% van de maatschappij, de mannen dus.

    Waarom zijn er dan nog maar zo weinig vrouwen bij ECT? Een belangrijke reden hiervoor is dat ECT door de stuwadoorswet geen vrouwen in de continudienst mocht laten werken. En bij ECT werken we nu eenmaal het hele jaar door, 24 uur per dag. Vanaf 1992 mogen gelukkig ook vrouwen in de continudienst werken. Maar nu wij wel vrouwen mogen werven, blijkt dat er relatief weinig vrouwen reageren op onze advertenties. En bij ECT geldt dat de beste wint. Geen voorkeursbeleid dus, wij kiezen voor kwaliteit. Dit betekent gewoon de beste papieren en meest passende ervaring. Reageren er op een advertentie honderd mannen en twee vrouwen, dan is het duidelijk dat de kans erg klein is dat er een vrouw aangenomen wordt.

    Wil je met plezier werken binnen ECT dan moet je je daar prettig voelen. Ondernemen in een technologische omgeving. Hiervoor is een technisch georiënteerde opleiding of op zijn minst een bèta-denkwijze nodig. Een dergelijke achtergrond brengt een bepaalde modelmatigheid en flexibiliteit met zich mee. Het kunnen denken in wisselende modellen zorgt ervoor dat je de processen op de terminal snel doorgrondt, waardoor er meer tijd over is voor het echt leuke werk: leidinggeven of uitdagende problemen oplossen.

    Opleidingen of scholing in de meer mathematische studierichtingen scheppen de voorwaarden om bij ECT in te stromen. Als algemeen manager die medewerkers aanstuurt en motiveert in een technologische omgeving, of als specialist. Een specialist houdt zich voortdurend bezig met het verbeteren van de technische installaties en de stand van zaken tussen machines, installaties en mensen. Dit laatste noemen wij robotica.

    Wij zijn van mening dat vrouwen zich te weinig bewust zijn dat er in een technologische werkomgeving enorme kansen liggen om zich op een breed gebied te ontplooien. Door de meer exacte studierichtingen links te laten liggen, creëren vrouwen voor zichzelf geen kansen. Wij hopen met dit voorwoord weer een aantal vrouwen over de streep te hebben getrokken.

    Hans Becht (Hoofd Technische Onderhouds Dienst)
    Fred Jamin (Terminal Manager)



    Een opmerkelijke vrouw in de beleggingswereld
    Herma Koornwinder

    Opmerkelijk omdat zij als een revolutionair haar weg baant in de financiële wereld. Zo lang ze zich dat kan herinneren, heeft Herma Koornwinder de financiële pagina in de krant gespeld. Berichten over bedrijven, financiële beurzen en marktbewegingen werden door haar nauwkeurig gelezen. En keer op keer verbaasde zij zich erover dat als de media meldden dat de beurs omhoog ging, vaak het tegenovergestelde gebeurde.

    19950100Van nature nieuwsgierig en omdat ze een doorzetter is, ging zij zich verdiepen in deze materie. Hoe beweegt de financiële markt zich? Welke factoren zijn daarin belangrijk? Jarenlang bestudeerde ze economische theorieën, marktbewegingen en andere berichten. Zo groeide langzaam het besef dat er meer onder de zon moest zijn dan de elementen die de bestaande economische modellen meewogen. Immers de beleggingsadviezen die op grond van deze modellen gegeven werden, leverden vaak minder winst op dan het gemiddelde winstcijfer van een beurs (=index). Dat moest toch anders, beter, kunnen.


    Met de huidige technologie zijn er steeds sneller en steeds meer gegevens beschikbaar. En als die gegevens al gebruikt worden in de bestaande economische modellen, dan zijn ze meestal niet eerst aan een grondig onderzoek onderworpen. Dat nu doet Herma wel.

    Zij behandelt elk gegeven als een waarschijnlijkheid. Er moet altijd bewezen worden dat informatie correct is. Pas dan kun je het meenemen in een model. Zij ontdekte dat veel financiële informatie niet nauwkeurig of juist is. Herma bewerkt en verwerkt de gegevens zó dat ze wel overeenkomen met de werkelijkheid. Daarbij gaat ze van het standpunt uit dat niet zes of zeven grootheden de marktbeweging bepalen. Zij beweert dat er veel meer factoren, en niet alleen economische, een rol spelen in de beleggingswereld.

    Zo heeft zij een economisch model ontwikkeld, waarmee ze beleggingsadviezen geeft die aantoonbaar meer winst opleveren dan de adviezen gedaan op grond van traditionele modellen. Omdat in haar model heel veel factoren een rol spelen, heeft Herma zich ook bekwaamd in de computertechnologie, kennistechnologie en informatietechnologie. Hoe moest de computer bepaalde gegevens verwerken? Deze kennis heeft zij met vallen en opstaan opgedaan. Maar daarvoor moest ze wel eerst de mogelijkheden van een computer leren kennen en gebruiken. En door de vele variabele factoren in haar model moest zij nieuwe bewerkingen ontwikkelen. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar dit traject heeft jaren geduurd.

    Boeken lezen, literatuuropgaven bestuderen, documentatie opsporen, computerprogramma’s uitproberen. Lukt het op de ene manier niet, dan een ander methode bedenken. Het was echt een kwestie van bloed, zweet en tranen.

    Herma heeft niet geschroomd hierbij de mogelijkheden van de elektronische snelweg te benutten. Zij is er dan ook van overtuigd dat iedereen die bij wil blijven met dit fenomeen moet leren werken. Met name vrouwen moeten ervoor waken niet op een nog grotere 0maatschappelijke achterstand te geraken door de angst voor dit medium. De elektronische snelweg brengt de wereld bij je thuis. En je kunt er maar beter voor zorgen dat je baas in eigen huis blijft.

     Uit: Kijk op vrouwen en techniek. Een opmerkelijke vrouw in de beleggingswereld, 1995.


    Terug naar boven >




    ‘Onzichtbare’ economie werpt haar schaduwen vooruit
    Accountant bevestigt deugdelijkheid Koornwinders beursvoorspellingen

    1995-01-10, Eindhovens Dagblad


    Door Chris Paulussen
    Herma Koornwinder uit het Brabantse Heeze zag – ook een beetje tot haar eigen verrassing – de beurskrach van oktober 1987 aankomen. Sindsdien heeft zij het bijna steeds bij het rechte eind gehad met haar vaak tegendraadse voorspellingen. De financiële wereld bleef echter sceptisch. Daarom besloot zij haar werk van de afgelopen vijf jaar door accountants te laten doorlichten. De conclusie luidde dat Koornwinder ‘op kritische momenten verwachtingen heeft gepubliceerd, die door de koersontwikkelingen zijn bevestigd.’

    HEEZE – Wat in de industrie inmiddels gemeengoed is, kan ook in de financiële sector zijn vruchten afwerpen. Moderne management-theorieën moeten volgens financieel adviseur Herma Koornwinder hun intrede doen in de beleggingswereld. Het just-in-time principe bijvoorbeeld. "Wanneer geld niet beweegt, is het dood geld. Zonde van de voorraad.”

    "Het publieke geld wordt slecht beheerd. De opbrengsten kunnen dramatisch omhoog door gebruik te maken van investment technology”, klinkt het zelfverzekerd. "Als je toch ziet dat ik met een handvol enthousiaste mensen continu beter scoor dan Robeco!” Mensen met een eigen visie hebben ook in financiële kringen heel wat scepsis te overwinnen. Koornwinder sloeg in 1989 – zoals ze het zelf uitdrukt – fors om zich heen. "Maar als je institutionele beleggers probeert duidelijk te maken dat het beleggen stukken beter kan, krijg je te maken met de bureaucratie. Dan blijkt het heel moeilijk om door te breken met een nieuwe zienswijze.”

    Achteraf kan zij die twijfel wel enigszins begrijpen. Zelf was ze ook een beetje verrast toen zij het in oktober 1987 bij het rechte eind bleek te hebben met haar voorspelling van een beurscrash. "Ik was toen niet eens professioneel bezig. Was het toeval dat ik tot een andere analyse kwam dan de monetaire rekenmeesters? Ik ben toen verder gaan studeren en ontdekte dat banken en pensioenfondsen met hun oude, traditionele methodes vaak tot een andere kijk op de markt kwamen.”

    Zij besloot zichzelf vijf jaar de tijd te geven om haar visie te toetsen. "Ik ontmoette zoveel kritiek en weerstand dat ik me afvroeg of ik er toch niet naast zou kunnen zitten. Of had ik het wel bij het rechte eind en benaderde ik de financiële wereld vanuit een unieke invalshoek? Ik besloot dat het in elk geval de moeite waard was, om dat te testen. Als na vijf jaar zou blijken dat mijn systeem niet werkte, kon ik altijd nog gaan golfen.”

    Sinds 1 januari 1990 heeft Koornwinder haar eigen adviesbureau, KCG (Koornwinder Chart Guidance) met één vaste medewerkster en een handvol mensen die hand- en spandiensten verrichten. KCG richt zich vooral op grote klanten, bedrijven en pensioenfondsen.

    Ongeloof
    Langzaam maar zeker maakt Koornwinder naam in de financiële wereld. Klanten kijken reikhalzend uit naar de aankoop- en verkoopadviezen van KCG, die tot op tienden nauwkeurig zijn. Maar zij heeft ook moeten constateren dat de grote cliënten niet in de rij staan. Met haar prognoses, die nogal eens tegen de stroom ingaan, ontmoet zij nog steeds vaak ongeloof.

    Dat gaat zij nu te lijf met de bevindingen van accountantsbureau Deloitte & Touche, dat vijf jaar advieswerk tegen het licht hield en concludeerde dat door Koornwinder ‘op kritische momenten verwachtingen zijn gepubliceerd die door de koersontwikkelingen zijn bevestigd.’ Daarnaast bevestigt de accountant dat Koornwinder met haar modelportefeuilles continu beter heeft gescoord dan de belangrijkste beursindexen en ook beleggingsgigant Robeco heeft verslagen.

    Tegen de stroom in
    Koornwinder heeft de afgelopen jaren, vaak tegen het marktsentiment in, adviezen gegeven die meestentijds goed uitpakten. Zo voorspelde zij – net als in 1987 – begin 1990 de forse correctie op de Amsterdamse beurs die zich ook inderdaad voltrok, en was zij – opnieuw tegen de stroom in – tot begin dit jaar positief over de aandelenmarkt. Eind januari ging zij overstag, achteraf gezien op het hoogste punt van de markt, en zij ziet voorlopig geen reden haar ‘verkoop’-advies te herzien.

    De kracht van haar werkwijze zit volgens Koornwinder in het ‘tot in de finesses, bijna microscopisch’ bijhouden van de ontwikkelingen in de financiële wereld. Zij volgt nauwgezet wereldwijd 800 fondsen in 22 landen, de internationale valuta’s, de rente en grondstoffen als olie, goud en tarwe. Het is monnikenwerk dat kasten vol dossiermappen oplevert.

    Daar blijft het niet bij. Koornwinder: "Er is een grote verwevenheid met andere disciplines, zoals de politiek, filosofie, macrobiotiek, sociologie en natuurlijk de psychologie van de massa. Zo zijn er tal van waarden waar ik rekening mee houd en die ik probeer te vangen in formules. Met mijn global scan heb ik alles onder controle en peil ik de markten. Dat is mijn kracht.”

    Zij trekt een vergelijking met een patiënt die bij de dokter komt. „Iemand kan buikpijn hebben en er van buiten toch gezond uitzien. Pas in de scanner blijkt dan dat er van binnen van alles mis is. Zo is het ook met de markt, de beurzen, de economie. Je zou kunnen zeggen dat de economie twee gezichten heeft. Het ene gezicht ziet iedereen dagelijks. Het andere zie ik met mijn wereldscan en die wijkt vaak af van wat beleggers voorgeschoteld krijgen.”

    Net als het weer en de zee kent de economie volgens Koornwinder seizoenen en getijden. De kunst is, zo meent zij, om de hoofdstroom te onderscheiden. De tsunami, de in Japan gevreesde vloedgolf, begint met een rimpeling. Om de vloedgolf te kunnen voorspellen moet je de juiste rimpelingen herkennen en de andere negeren. Net als de tsunami werpen grote gebeurtenissen hun schaduw vooruit. Wanneer je die op je radar krijgt, ben je een heel eind. Zo werkt het KCG-systeem.”

    Een recent onderzoek dat aantoonde dat het onmogelijk is om systematisch goede beleggingsresultaten te halen, kan in de ogen van Koornwinder geen genade vinden. "Ik doe toch niet anders”, stelt zij. "Ik vind het verbijsterend dat institutionele beleggers zo gemakkelijk genoegen nemen met een rendement dat gelijk is aan de index. Dat betekent immers dat als de index daalt ook de performance omlaag gaat. Dezelfde mensen die als het regent de kussens van hun tuinstel binnen halen, laten het geld in waarde dalen met een berusting waarvan ik niets begrijp.”


    Terug naar boven >




    Innovatie beleggingsmodellen nodig
    Analiste Koornwinder pleit voor vernieuwing

    1995-02-25, Eindhovens Dagblad


    Van onze redactie financiën
    HEEZE - "Banken moeten niet alleen hun bedrijfsorganisatie innoveren. Zij moeten zich ook richten op beleggingsonderzoek en beleggingsinnovatie”, betoogt mondiaal beursanaliste Herma Koornwinder uit Heeze. Koornwinder roept al jaren dat banken en beleggingsinstellingen de financiële markten te eenzijdig benaderen. Zij voelt zich nu gesteund door analisten van Iris, het onderzoeksinstituut van beleggingsgigant Robeco, die in het weekblad Beursplein 5 concluderen dat bepaalde economische modellen de economen in 1994 op een dwaalspoor hebben gezet. De Iris-analisten stellen dat gezocht moet worden naar andere indicatoren voor de zogenaamde hedge-fondsen en dat de economen tot die tijd zijn aangewezen op hun intuïtie.

    "Jaren geleden kwam ik tot dezelfde conclusie. Ik realiseerde mij dat de economie het resultaat is van duizenden beslissingen. Misschien hanteerden economen wel een verkeerd vragenlijstje, dus verkeerde indicatoren?" Na jaren van studie naar de krachtenvelden van de macro-economie, de psychologie van de belegger en de wereldwijde kapitaalstromen stelde Koornwinder vast dat de markten inderdaad van meerdere invalshoeken en multidisciplinair moeten worden benaderd.

    "Het feit dat de markt zich niet altijd beweegt zoals men verwacht, hoeft niet altijd te liggen aan de rente of de dollar. Daar kunnen andere oorzaken debet aan zijn”, aldus Koornwinder. "Om een voorbeeld te noemen: het dogma dat een lage dollarkoers slecht is voor de beurzen is achterhaald. In precies tien jaar daalde de dollar met 57,63%. In dezelfde tijd is de AEX-index met 102,49% gestegen."

    Versnelling
    Het wordt volgens Koornwinder hoog tijd dat de banken inzien dat zij moeten innoveren om consistent goede resultaten te halen. "De traditionele manier van werken voldoet niet meer. Wij enteren het tijdperk van de kennistechnologie: wij kunnen ons denken in een hogere versnelling zetten. Oude wetten en regels worden overruled.”

    Koornwinder ontwikkelde haar eigen indicatoren. Op grond daarvan kwam zij op cruciale momenten nogal eens tot uitspraken die haaks stonden op de visie van de gevestigde instellingen. "Mijn analyse blijkt wel degelijk te werken", aldus Koornwinder, die haar werkwijze heeft laten controleren door een accountant.

    De naam van haar bureau heeft zij inmiddels gewijzigd. De oude naam Koornwinder Chart Guidance associeerde haar te veel met de technische analyse. De nieuwe naam Koornwinder Global Market Navigation moet de lading beter dekken. "Ik loods de belegger als het ware via de elektronische snelweg naar zijn doel”, aldus de analiste uit Heeze.
    • Het dogma dat een lage dollarkoers slecht is voor de beurs gaat niet langer op. Ondanks de aanhoudende daling van de dollarkoers doorbrak de Dow Jones – de graadmeter van de effectenbeurs van New York – donderdag voor het eerst in de geschiedenis de grens van 4000 punten.


    Terug naar boven >




    Selfmade beursgoeroe heeft oplossing voor pensioenen
    Koornwinder ziet kans voor betere rendementen fondsen

    1995-03-12, Arnhemse Courant


    Door Jan Smit
    AMSTERDAM – Dat de vergrijzing de toekomstige pensioenuitkeringen in gevaar brengt wil er bij haar niet in. Het rendement van pensioenreuzen als het ABP en de PGGM is voor verbetering vatbaar. Herma Koornwinder, selfmade beleggingsdeskundige uit het Brabantse Heeze heeft na jarenlang studeren een methode ontwikkeld die de resultaten van de meest gerenommeerde portfoliomanagers overtreft: Koornwinder Global Market Navigation.

    Lange tijd twijfelde ze aan haar eigen methode. Wie was zij om afgestudeerde economen de les te lezen? Naar buiten treden deed ze nauwelijks. Als het al gebeurde werd ze nauwelijks serieus genomen. Daarom trok Koornwinder vorig jaar de stoute schoenen aan. Op advies van J. Wichers, docent aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, gaf ze het gerenommeerde accountantskantoor Deloitte & Touche opdracht de door haar gepredikte methode over een periode van vijf jaar toe te passen. Een dure klus, geeft ze toe, maar het resultaat mag er zijn. Volgens de boekhouders is de 'econome' erin geslaagd de toonaangevende beursindices ruimschoots te verslaan. Deloitte & Touche vergeleek haar prestaties bijvoorbeeld met die van de Morgan Stanley Capital Index (MSCI), de in de financiële wereld toonaangevende wereldindex voor aandelen. Gemeten over verschillende tijdsbestekken in de periode oktober 1992 tot januari 1994 klopte ze de barometer keer op keer. Met groot verschil, zowel in een dalende als een opgaande markt.

    Opmerkelijk
    Dat is opmerkelijk. Want de afgelopen jaren raakten steeds meer beleggingsdeskundigen ervan overtuigd dat, welke strategie zij ook hanteerden, de indices op lange termijn nooit konden worden verslagen. Professor Malkiel van de beroemde Amerikaanse Princeton-universiteit schreef het onlangs nog in zijn veel gelezen boek ‘A random walk on Wall Street’. Ook dichter bij huis, in Zeist bij PGGM hanteert men deze filosofie. PGGM, het pensioenfonds voor de gezondheidszorg – met een totaal vermogen van 40 miljard gulden het op één na grootste pensioenfonds in Nederland, kondigde vorige week aan zijn geld in de toekomst voor 50 à 60 procent in aandelen te willen beleggen. Momenteel ligt dat percentage nog op 32.

    Niet dat de PGGM actief in aandelen gaat handelen. Integendeel. Conform de filosofie van Malkiel wil het pensioenfonds eenmaal aangeschafte aandelen jaren onaangeroerd in portefeuille houden. Onvoorstelbaar, vindt Koornwinder. "Ze moeten juist iets doen met het hun toevertrouwde kapitaal. Ze kunnen een veel beter rendement behalen als ze de aanwezige technologische kennis maar benutten. Maar dat doen ze niet.”

    Beurswaarde
    Haar geheim?: optimaal gebruik van moderne kennistechnologie. Met behulp van gedigitaliseerde technieken scant zij de hele wereld af, om zich een compleet beeld te vormen van de stand van zaken. "De meeste analisten bestuderen bedrijfswaarden. Fout. Ze moeten juist de beurswaarde bestuderen en rekening houden met economische cycli. Om een voorbeeld te geven: ik bekijk niet één bank in één land, maar alle banken over de gehele wereld. Dat maakt een enorm verschil.”

    Koornwinder noemt dat de financiële revolutie. „De meeste beleggers en banken werken met verouderde modellen. Zij praten nog over de elektronische snelweg. Ik zit al op de elektronische skyway. Gewoon op internet. Maar dat durven ze niet. Vinden ze eng.”

    Toeval
    Haar drijfveer?: maatschappelijke bezorgdheid. Koornwinder heeft alles behalve een economische achtergrond. Ze was eigenlijk lerares moderne talen. Wel geïnteresseerd in de financiële wereld, maar uitsluitend passief. Dat veranderde begin jaren tachtig, min of meer bij toeval. Ze raakte geïntrigeerd door de idee dat de toekomstige welvaart onder druk zou komen te staan door de snelle vergrijzing van de wereldbevolking, wilde daar wat aan doen en behaalde haar deelcertificaat economie op vwo-niveau. Doel: een economiestudie in Tilburg. Zover is het echter niet gekomen. Door zelfstudie – „niet alleen economie, maar ook veel psychologie en natuurwetenschappen” – voorspelde ze in 1987 de beurscrash van Wall Street.

    Koornwinder: "Ze noemden mij een soort financiële Jomanda. Ik dacht, ze zullen wel gelijk hebben. Mijn modellen laten analyseren, daar voelde ik niets voor. Dan zou ik mijn geheim prijsgeven. Wilde ik ze overtuigen, dan zat er maar één ding op mijn bevindingen laten controleren. Dat heb ik gedaan. Daar kom ik nu mee naar buiten.” (ANP)


    Terug naar boven >




    'Stocktendo'-era
    Financiële trends voortijdig gescand met geavanceerde computer- en informatietechnologie

    1995-05-15, Trends – Cash!


    De markt kloppen. Iedereen droomt ervan. Theoretisch kan het niet. Maar de voorbeelden Lynch, Buffett, Zweig wijzen op het tegendeel. Ver-van-uw-bed? Ook dichter bij huis leven lieden die het mirakel realiseren.

    19950515


    ‘Waarschijnlijkheden uit de boeken mag men niet als zekerheden aannemen. Men moet groeien in de eigen analyse.’
    Herma Koornwinder is een Nederlandse „ex-huismoeder”. Nu leidt ze haar eigen financieel-economisch onderzoeks- en adviesbureau. Een hele mond vol: Koornwinder Global Market Navigation (KGMN). Trend-watching is de opdracht. Het outperformen van de index de doelstelling. Wereldwijd ombuigingsmekanismen opsporen het middel.

    Verrekijkers blijven onder het stof. Men gebruike digitale supertelescopen. In 1995 willen Herma en gevolg reeds de beleggingstechnologie van de 21ste eeuw hanteren. De introductie van de elektronische skyway, om de beleggingscycli optimaal te kunnen benutten. Een ontluisterend verhaal.

    Waarom trok u op zoek naar een eigen systeem, een eigen analysetechniek?
    Dat gaat al een hele tijd terug. Ik las me suf. Tijdschriften, beleggingsbladen, jaarverslagen. Ik bestudeerde het allemaal zeer grondig. Vaak bezocht ik ook jaarvergaderingen. Ik belde regelmatig met verschillende banken.

    De moeite en de lood-……

    Vervolg op pag. 3

    HK: De rest van de tekst is niet aanwezig


    Terug naar boven >




    Beursgoeroe uit Heeze kan de markt wel verslaan

    1995-06, De Volkskrant


    Van onze verslaggever Peter de Waard
    AMSTERDAM
    Met een potlood, liniaal en passer kan iemand zich technisch analist en dus ook beursgoeroe noemen. Maar voor de juistheid van de koersvoorspellingen is veelal geen enkel bewijs. Soms weet iemand een voltreffer te plaatsen, maar na geruime tijd sneuvelt veelal de reputatie weer.

    Veel deskundigen hebben de hoop koersbewegingen op de beurs te kunnen voorspellen dan ook al lang opgegeven. Ze beleggen al hun geld in de fondsen die ook in de index zijn opgenomen in de overtuiging dat het toch ondoenlijk is de markt te verslaan.

    Professor Jan-Willem Goslings, op dat moment hoofd beleggingen van het ABP, stelde al in 1989 tijdens een discussie met Robeco-bestuurder Jaap van Duijn vast dat de index niet te verslaan is. Bewijzen daarvoor hoefde hij niet te zoeken. Er zijn boeken vol over geschreven. Technische analyse – het voorspellen van koersbewegingen met behulp van grafieken – noch fundamentele analyse – de studie van de toekomstige ontwikkeling van bedrijven en de economie – helpt om langjarig een beter rendement te halen dan de markt, concludeerde de Amerikaanse professor Malkiel in het gezaghebbende boek 'A random walk down Wall Street'.

    De vermogensbeheerders bewijzen het gelijk van Malkiel jaar in jaar uit. De tweehonderd grootste pensioenfondsen van Nederland haalde in 1994 een gemiddeld negatief resultaat van 3,3 procent, terwijl de beursindex – in dit geval de Amsterdam EOE Index – onveranderd bleef. ABN Amro Asset Management berekende dat slechts eenderde van de Nederlandse beleggingsfondsen die wereldwijd in aandelen beleggen, beter presteerde dan de wereldindex, de Morgan Stanley Capital Market Index.

    Maar er is een uitzondering. Herma Koornwinder uit Heeze nam in 1989 de door Goslings toegeworpen handschoen uit. Zij is overtuigd met haar modellen de markt wél te kunnen verslaan. Niet alleen op korte termijn, maar ook op lange termijn. ‘Als pensioenfondsen er in zouden slagen jaarlijks 1 procent meer rendement op hun beleggingen te halen, zou dat gezien de vergrijzing van groot maatschappelijk nut zijn.’

    Al zes jaar lang probeert ze te bewijzen dat het kan. Koornwinder sluit zich iedere dag op in haar kantoor, waar ze met behulp van de computer indicatoren ontwikkelt over de toekomstige richting van de financiële markten. Ze combineert niet alleen technische en fundamentele analyse, ze construeert ook indicatoren over strategische veranderingen in de maatschappij en psychologische trends. Gezamenlijk vormen ze haar ‘Wetenschappelijk Beleggings Systeem’.

    Maar tot nu toe stuitte ze met haar systeem vooral op ongeloof. Koornwinder werd de Jomanda van de beurs. Maar inmiddels heeft ze teruggeslagen. Ze heeft haar onderzoeksresultaten over langere periode laten controleren door het accountantsbureau Deloitte & Touche. Uit dat onderzoek, dat gisteren in de Industrieele Club in Amsterdam werd gepresenteerd, stelt de accountant vast dat Herma Koornwinder in 22 van de 23 gevallen de marktbewegingen juist voorspeld heeft.

    Ze voorzag niet alleen de beurskrach van oktober 1987, maar ook de stijging van de aandelenkoersen in 1988, de koersval bij het begin van de Golfcrisis in 1990, het koersherstel bij het uitbreken van de Golfoorlog, de koersexplosie in 1993 en de koersval een jaar later.

    Van haar zeven beleggingsportefeuilles deden in de laatste vijf jaar liefst zes portefeuilles het ook beter dan de marktindex. Eén portefeuille scoorde gelijk aan de index.

    Herma Koornwinder heeft zelf een verklaring voor het feit dat zij als een van de weinige in staat is de markt te verslaan. "De meeste analisten zijn veel te fragmentarisch bezig. Ze hebben slechts aandacht voor één land en dan vaak nog één sector, de banken of de industrie, en hebben daardoor geen overzicht over de hele financiële wereld."

    J.P. Wichers, die zich als universitair docent aan de Erasmus Universiteit bezig houdt met voorspellingen van financiële markten, heeft een andere verklaring voor haar succes. "Ze werkt gewoon veel harder dan andere analisten. Wie maakt ’s morgens voor acht uur het brood voor de kinderen klaar en sluit zich daarna de hele dag op om te werken aan de modellen?"

    Wichers heeft getracht met behulp van een aantal studenten het geheim van haar modellen te achterhalen, maar dat bleek een fiasco te zijn. "Zelf zal ze het niet vertellen. Ik ben overtuigd dat als ze het openbaar maakt, iedereen het gaat doen. Ze heeft slechts één nadeel. Ze weet zichzelf heel slecht te verkopen."

    Beursvoorzitter Boudewijn baron van Ittersum, die vrijdag het eerste exemplaar van de conclusies van Deloitte & Touche kreeg overhandigd, toonde zich eveneens gecharmeerd van de activiteiten van de goeroe uit Heeze.

    "Helaas geeft ze het geheim van de smid niet prijs. Maar ze zwengelt tenminste de discussie over beleggingsanalyse weer aan. Ik geloof dat met behulp van geavanceerde computertechnologie betere analysemethoden kunnen worden ontwikkeld, hoewel je natuurlijk nooit zoiets als de inval in Koeweit, de aardbeving in Kobe of een aanslag op Clinton kan voorspellen."

    Overigens, zo stelde Van Ittersum vast, heeft de beurs weinig belang bij een perfecte beleggingstheorie. De markt bestaat juist dankzij tegengestelde standpunten.


    Terug naar boven >




    Nieuwe methode van onderzoek spoort trends in de markt op
    Analyse omvat alle economische indicatoren

    1995-06-10, Beursplus


    "Trends hebben een voorspellende waarde. Onze kracht ligt in het wereldwijd opsporen van ombuigingsmechanismen, zodat men bij omslagpunten in de markt de beleggingsportefeuille ‘trendparaat’ heeft" aldus analiste H. Koornwinder. Met een door haar ontwikkelde methode van onderzoek, Koornwinder Global Market Navigation (KGMN), wil zij proberen de index te ‘outperformen’. Vrijdag overhandigde zij het rapport met haar bevindingen aan beursvoorzitter Van Ittersum.

    Volgens Koornwinder vertonen zowel de fundamentele als de technische analyse tekortkomingen, die betrouwbare prognoses in de weg staan. Het fundament van de aanpak van KGMN is daarom ‘een symbiose’ van beide analyse-methoden, ‘aangevuld met grondige kennis van de klassieke en moderne analyse’, aldus Koornwinder. In tegenstelling tot het traditionele tijdrovende onderzoek is het volgens haar mogelijk om met geavanceerde computer- en informatietechnologie de ontwikkelingen van de financiële markten wereldwijd te ‘scannen’. "Met deze nieuwe methode is het voor het eerst mogelijk om alle economische indicatoren in de analyse te betrekken" aldus Koornwinder.

    De zogeheten KGMN-Global Scan werd ontwikkeld op basis van jarenlange studie naar de golfontwikkelingen van de internationale financiële markten. Onderzocht werden daarbij 22 landen, 1000 beursgenoteerde bedrijven, valuta, rente en grondstoffen. Dit onderzoek maakte volgens Koornwinder duidelijk waarom bepaalde theorieën in de ene situatie wel en in de andere situatie niet werken. De onderzoekster wijst erop dat koersen niet in het wilde weg fluctueren, maar golfsgewijs. Zij acht bewezen dat de zogeheten golf-analyse lucratiever uitpakt dan passieve koop-en-behoud-strategieën waarin relatief weinig wordt gehandeld, maar waarin de voornaamste plaats wordt ingenomen door risico-analyse. De golf-analyse is volgens haar bovendien lucratiever dan risicobeheersing, spreiding en index-tracking.

    Accountantbureau Deloitte & Touche inventariseerde de gepubliceerde verwachtingen van KGMN en controleerde welke steekhoudend bleken en welke niet. De resultaten zijn gesplitst in drie categorieën. Voor de index-trendanalyse geldt dat van de 23 voorspellingen over verschillende beurzen, er 22 werden bevestigd door gebeurtenissen die daarna volgden. Verder bekeken de accountants zeven aandelenportefeuilles die door KGMN waren samengesteld. Van zes portefeuilles was de performance gemiddeld 10% beter dan de corresponderende aandelenindex. Ook werd een aantal meer beschrijvende voorspellingen beschouwd. Zij bleken, een zeldzame uitzondering daargelaten, allen steekhoudend, aldus Deloitte & Touche.


    Terug naar boven >




    Lesje voor pensioenreuzen
    Beleggingsdeskundige ontwikkelt zéér lucratieve methode

    1995-06-12, Utrechts Nieuwsblad


    Door Jan Smit, ANP
    Amsterdam
    Dat de vergrijzing de toekomstige pensioenuitkeringen in gevaar brengt wil er bij haar niet in. Vergrijzing kàn ze uiteraard niet tegenhouden. Maar het rendement van pensioenreuzen is voor verbetering vatbaar. Herma Koornwinder, selfmade beleggingsdeskundige uit het Brabantse Heeze, laat het niet bij mooie woorden. Ze heeft een methode ontwikkeld die de resultaten van de meest gerenommeerde portfoliomanagers overtreft.

    Lange tijd twijfelde ze aan haar eigen methode. Wie was zij om afgestudeerde economen de les te lezen? Naar buiten treden deed ze nauwelijks. Als het al gebeurde werd ze nauwelijks serieus genomen. Daarom trok Koornwinder vorig jaar de stoute schoenen aan. Ze gaf het accountantskantoor Deloitte & Touche opdracht de door haar gepredikte methode over een periode van vijf jaar toe te passen. Volgens de boekhouders is de ‘econome’ erin geslaagd de toonaangevende beursindices ruimschoots te verslaan. Deloitte & Touche vergeleek haar prestaties bijvoorbeeld met die van de Morgan Stanley Capital Index (MSCI), de in de financiële wereld toonaangevende wereldindex voor aandelen. Gemeten over verschillende tijdsbestekken in de periode oktober 1992 tot januari 1994 klopte ze de barometer keer op keer. Met groot verschil, zowel in een dalende als een opgaande markt. Dat is opmerkelijk. Want de afgelopen jaren raakten steeds meer beleggingsdeskundigen ervan overtuigd dat, welke strategie zij ook hanteerden, de indices op lange termijn nooit konden worden verslagen. Professor Malkiel van de Princeton-universiteit schreef het onlangs nog in zijn veel gelezen boek ‘A random walk on Wall Street’. Haar geheim? Optimaal gebruik van moderne kennistechnologie. Met behulp van gedigitaliseerde technieken scant zij de hele wereld af, om zich een compleet beeld te vormen van de stand van zaken.


    Brabantse scant de hele wereld af
    "De meeste analisten bestuderen bedrijfswaarden. Fout. Ze moeten juist de beurswaarde bestuderen en rekening houden met economische cycli. Om een voorbeeld te geven: ik bekijk niet één bank in één land, maar alle banken over de gehele wereld."

    Koornwinder noemt dat de financiële revolutie. „De meeste beleggers werken met verouderde modellen. Zij praten nog over de elektronische snelweg. Ik zit al op de elektronische skyway. Gewoon op Internet. Maar dat durven ze niet. Vinden ze eng”. Haar drijfveer is maatschappelijke bezorgdheid. Ze was lerares moderne talen toen ze begin jaren tachtig geïntrigeerd raakte door het idee dat de toekomstige welvaart onder druk zou komen te staan door de snelle vergrijzing. Ze wilde daar wat aan doen en behaalde haar deelcertificaat economie op VWO-niveau.

    Doel: een economiestudie in Tilburg. Zover is het echter niet gekomen. Door zelfstudie voorspelde ze in 1987 de beurscrash van Wall Street. Dat bleef niet onopgemerkt. Koornwinder: "Ze noemden mij een soort financiële Jomanda. Ik dacht, ze zullen wel gelijk hebben. Mijn modellen laten analyseren, daar voelde ik niets voor. Dan zou ik mijn geheim prijsgeven. Wilde ik ze overtuigen, dan zat er maar één ding op: mijn bevindingen laten controleren. Dat heb ik gedaan. Daar kom ik nu mee naar." Inmiddels heeft ze het resultaat aangeboden aan beursvoorzitter baron Van Ittersum. Die reageerde positief, al was het alleen om de discussie over technische analyse weer nieuw leven in te blazen. Ook heeft zich in Heeze inmiddels een geïnteresseerd beleggingsconsortium gemeld. De beursgoeroe heeft inmiddels wel een verklaring voor haar succes: zelfleerzaamheid. "Ik ben een echte autodidact. Daarin schuilt de kracht van mijn aanpak. De meeste economiestudenten krijgen nog les op de oude vertrouwde methode. Maar die werkt niet meer. In het industriële tijdperk werkten we met grondstoffen. In het huidige tijdsbestek vormt kennis de basismaterie."


    Terug naar boven >




    KGMN maakt ‘ondernemend beleggen’ mogelijk

    1995-10, Management Info


    Het goed inschatten van de ontwikkelingen op de financiële markt is niet louter een selecteren van de juiste informatie. Het is ook een kwestie van uit alle geselecteerde informatiestromen de meest relevante kiezen, waarbij een zeker zesde zintuig op financieel-economisch terrein niet mag ontbreken. KGMN is een nieuwe vorm van digitale dienstverlening, gebaseerd op een jarenlange wetenschappelijke studie naar de bewegingen binnen de financiële markt en de omgevingsfactoren die deze markt beïnvloeden.
          Mevrouw Koornwinder over het macro-economische belang van KGMN. Ik verkoop een elektronische servicedienst, ontsproten aan het superhighway-denken: het KGMN-systeem.

    9 Juni jl. presenteerde mevrouw H.M.C. Koornwinder haar dienstverlening in het openbaar door haar eerste ‘KGMN-Performance Record 1989-1994’ aan te bieden aan de voorzitter van de Amsterdamse Effectenbeurs, baron van Ittersum.

    19951000 

    Een dienst waarmee institutionele beleggers, pensioenfondsen en andere financiële instanties hun performance op de financiële markten kunnen verbeteren.

    De voordelen van deze elektronische dienstverlening vat mevrouw Koornwinder als volgt samen:
    • De adviezen zijn wereldomvattend. Wij analyseren 22 internationale beurzen en circa duizend op deze beurzen genoteerde ondernemingen. Wij streven naar ‘on-time’ beleggingen, dat wil zeggen ‘stockpicking’ in een opgaande beurs en in een dalende beurs ‘hedgen’, de portefeuille afbouwen of in zijn geheel verkopen.
    • De adviezen zijn duidelijk.
      Onze cliënten krijgen geen uitvoerige beschrijving, maar duidelijke koop-, houd- of verkoopaanbevelingen.
    • De adviezen zijn kosten effectief.
      Kostbare reizen naar ver afgelegen beurzen of ondernemingen zijn niet meer nodig. Dure lokale fondsmanagers in de verschillende wereldregio’s kunnen worden vermeden, omdat grote sommen geld door de fondsmanager en zijn assistent wereldwijd kunnen worden beheerd. Dus niet per vliegtuig, maar via de electronic highway de financiële wereld verkennen.
    • De adviezen bevatten een extra dimensie.
      Technische en fundamentele analyse, nog de moderne portfolio theorie, het index-beleggen, de ‘groei-aandelen’ trend, de ‘synergie’ trend, de ‘wat er inzit, moet er ook uitkomen’ trend, zijn vandaag de dag niet meer voldoende. Een extra dimensie die meer factoren en invloeden integraal meeneemt is nodig.
    "Het is absoluut noodzakelijk dat het rendement omhoog gaat," vervolgt Herma Koornwinder: "Stel je voor: er gaat in de pensioen- en verzekeringsfondsen zo’n achthonderd miljard om. Als je daar door betere research één procent rendementsverbetering kunt bereiken, dan is dat natuurlijk een substantieel aandeel. Berekend is dat fondsen hun pensioenpremies vijftien procent kunnen verlagen als ze hun performance op de beursvloer met één procent verhogen!’ Dat dit echt kan, wordt duidelijk gemaakt in het 'KGMN' Performance Record 1989-1994."

    Daar blijkt onder andere uit dat van de zeven modelportefeuilles die KGMN samenstelde er zes een beter rendement gaven dan de betreffende beursindex. De zevende liet een gelijk resultaat zien. Gemiddeld werd tien procent beter gescoord (in absolute zin). Ook voorspelde KGMN in bedoelde jaren 22 van de 23 keer een omslag van de beursindices correct. (Gecontroleerd door Deloitte & Touche)

    Herma Koornwinder. Getrouwd met een fabrikant en dus van ondernemersvrouw tot Global Player. Al in haar jeugd spelde ze de financiële pagina’s; studeerde talen in Engeland, Frankrijk en Duitsland, begon zich gaandeweg steeds meer te interesseren in de financiële handel en wandel op beursvloeren. "Wat mij intrigeerde was dat er twee werelden bleken te zijn: de financiële wereld uit de media, jaarverslagen, etcetera. En de werkelijke wereld. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om financieel analist te worden, maar mijn honger naar kennis in die richting werd steeds groter. Het ongrijpbare, die verborgen wereld… die trok mij. Een twintig jaar geleden was het mij echter met de gangbare analysemethodes niet mogelijk een goede inschatting te maken van de financiële markten. Ik bezocht bedrijven, maakte kennis met het management, las jaarverslagen, belde zelfs met leveranciers of cliënten. Toch stond ik steeds op het verkeerde been."

    Ze bestudeerde financieel-economisch wetenschappelijke boeken en ontdekte de tegenstrijdigheden. Allengs nam haar kennis in de jaren tachtig omtrent de voorspelbaarheid van de financiële markt toe. Een en ander culmineerde in het voorspellen van de crash van oktober 1987. "Toen al verkondigde ik dat er andere wegen naar Rome leiden dan dat de bekende financiële analisten ons willen laten geloven, niet dat ik werd geloofd, want een bekendheid als de Amerikaan Malkiel beweerde dat het ten enen male onmogelijk was en is om de financiële marktontwikkelingen te voorspellen."

    In de periode van 1985 tot 1987 bestudeerde mevrouw Koornwinder een vijftien tal vakbladen en beleggingsbladen. Daarnaast ontleedde ze gangbare theorieën.

    Tijdens een laboratoriumfase van twee jaar werd de ‘visie’ getest op effectiviteit. "Je kunt zeggen dat ik als een spin in het web zit; alle informatie komt uit het systeem en daar leg ik dan mijn visie overheen. Mijn werkwijze, de indicatoren maak ik, uiteraard niet openbaar, want dat is nu net datgene dat mij onderscheidt van andere analisten en bureaus die financiële consultancy doen. De realiteit gebiedt dat uit het accountantsonderzoek blijkt dat op basis van mijn analyses de performance van beleggers omhoog kan."

    Ze vervolgt: "Ik zeg altijd dat ik de resultaten van een systeem uit de 21e eeuw verkoop. Mijn analyses zijn gebaseerd op een heel ander denkpatroon. Ik volg daarbij niet de gebaande paden. Het is een kwestie van: welke vragen stel je om tot een juiste visie te komen. Daarbij speelt absoluut in mijn voordeel dat we het tijdperk van de kennistechnologie aan het enteren zijn. De mogelijkheden daarvan zijn verbluffend groot. Omdat ik niet behept was met allerlei oude wijsheden kon ik heel fris en zonder erfenissen tegen de zaken aankijken. Oorspronkelijk denken, logica gebruiken en uiteindelijk constateren dat de financiële wereld anders in elkaar steekt dan wordt aangenomen. Dit wil ik met een voorbeeld verduidelijken: De beurswaarde wordt teveel gelijkgesteld met de bedrijfswaarde met als gevolg een foutieve verwachting. Neem Unilever. Was bijvoorbeeld de kwaliteit van het management of de koerswinstverhouding van Unilever op 13 oktober 1987 anders dan op 20 oktober 1987? Met hetzelfde management daalde de koers van Unilever in deze week wél met 24 procent."

    Uiteindelijk is daar die betere vragenlijst uit voortgekomen. "Kijk, de economie is een samenspel en het resultaat van miljoenen dagelijkse beslissingen. Daar in speelt psychologie een belangrijke rol. Ik ben echter tot de conclusie gekomen dat er belangrijkere zaken te analyseren zijn. Heb het stelsel van 'wet- en regelgeving' van de onderliggende krachtenvelden blootgesteld."

    Er kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de ondernemersvrouw uit Heeze daarmee wel degelijk des Pudels kern heeft geraakt. De resultaten liegen er niet om.

    Met als gevolg dat KGMN inmiddels wordt gebruikt door de professionele beleggers in Nederland. Nog niet in de particuliere sfeer, overigens. Echter, zo laat ze doorschemeren, er is inmiddels internationale interesse voor haar analyses en niets mag worden uitgesloten dat tezijnertijd een meer ‘consumable’ versie van de Koornwinder Global Market Navigator aan de markt zal worden gepresenteerd.

    Lachend: "Men kan niet meer om mij heen. De keiharde bewijzen van mijn visie liggen er dan ook."

    19951000

    Achter het systeem van mevrouw Koornwinder gaat overigens ook een overtuiging schuil. Ze vertelt: "We zitten in Nederland met een groot probleem. Je ziet links en rechts dat de aftakeling van het sociale zekerheidsstelsel is begonnen. De vraag is of de pensioenfondsen straks nog voldoende financiële middelen hebben om hun taken uit te voeren. Daarnaast gaan we ons steeds meer bewegen op de digitale snelweg. Ik vind dat we ons in dit land veel te weinig zorgen maken over de banenloze maatschappij. De toenemende mogelijkheden op het gebied van automatisering zal tot gevolgd hebben dat er in de dienstverlening enorm veel banen gaan verdwijnen. Routinematige handelingen en denkwerk zullen worden overgenomen door computers, of bepaalde werkzaamheden worden gewoon uitgevoerd in lage lonenlanden. Dat kan immers met alle communicatiemogelijkheden. De vraag die wij ons dan moeten stellen is of dat allemaal betaalbaar blijft. Mijn visie is dat wereldwijd beleggen, en dan met name ondernemend beleggen, de financiële power oplevert om die banenloze maatschappij te kunnen financieren.
          We zullen anders niet in staat zijn om de vergrijzing te betalen, maar ook de werkloosheid niet kunnen bekostigen."

    Ze vervolgt: "En natuurlijk moeten we ook meer energie steken in computeropleidingen. In het verre Oosten zijn scholen waar niet anders dan met beeldschermen wordt gewerkt. En hier staan vier PC’s op een basisschool, waarbij het afhankelijk van de leerkracht is of ze wel gebruikt worden! We moeten op ontdekkingsreis: we moeten weer net als in de Gouden Eeuw de wereld afstruinen op zoek naar kansen en mogelijkheden in de Digitale Eeuw."
          Dat zal op de een of andere manier bekostigd moeten worden en dat kan met ondernemend beleggen: geen risicovoetbal plegen, geen indexbeleggen – maar ons ook niet afhankelijk opstellen van de oude rekenmeesters, want dat is funest voor het maatschappelijk wel en wee. 
          Als we nu reeds een performanceverbetering van een procent kunnen realiseren, dan moeten we dat niet laten."

    Tot slot zegt mevrouw Koornwinder dat het geen roeping is: ‘Neen, ik zie mijn pleidooi voor ondernemend beleggen als een vorm van maatschappelijke betrokkenheid. De elektronische snelweg, het elektronische beleggen, de digitalisering van de financiële wereld, de hedge-fondsen, het gebruik van derivaten, zijn er mede debet aan dat geldstromen als laserstralen door het financiële heelal flitsen.
          Deze geldstromen zijn niet meer met de traditionele methodieken te analyseren. Men staat dan ook regelmatig op het verkeerde been of is niet in staat de desbetreffende index te outperformen."


    Terug naar boven >




    'n Schitterende outperformance
    Herma Koornwinder, beleggingsadviseur boven het maaiveld

    1995-10-20, Management Team


    Door Hans Amesz
    Kun je systematisch beter presteren dan de markt? ‘Nee’, zeggen de theoretici van de beleggingskunde. "Ja" zegt Herma Koornwinder, selfmade beleggingsadviseur te Brabant. Op grond van eigen indicatoren geeft ze adviezen die veelal haaks staan op die van de gevestigde instellingen. Critici opperen dat Koornwinder het geluk wel érg aan haar zijde heeft gehad. Onzin, vind ze. "Mijn visie blijkt wel degelijk te werken."

    "In oktober 1989 was ik op een beleggingssymposium in Rotterdam," vertelt Herma Koornwinder, "en daar werd gesteld dat je niet systematisch beter kon scoren dan de markt. Dat werd geïllustreerd met de Moderne Portefeuille Theorie en men sprak vooral veel over index-beleggen. Als je maar gewoon in aandelen belegt die in de index van de beurs zitten, val je je immers nooit een buil en voorkom je dat je beleggingsresultaten achterblijven bij de markt. Er zijn geen dure deskundigen nodig die voortdurend zelf keuzes moeten maken voor bepaalde soorten aandelen." Kortom: index-beleggen loont.

    Koornwinder zegt daar destijds stelling tegen te hebben genomen, maar zij werd om haar oren geslagen met de theorieën van hoogleraren in de beleggingskunde als de Amerikaan Burton Malkiel. Die had immers in zijn boek A random walk down Wall Street aangetoond dat je net zo goed een geblinddoekte aap pijltjes naar de koersenpagina’s van de krant kon laten gooien als voor veel geld experts inhuren om een aandelenportefeuille samen te stellen. Overigens is dit spelletje door The Wall Street Journal in de praktijk gebracht en de resultaten waren bepaald niet bemoedigend voor de professionals.

    19951020

    Maar Koornwinder dacht daar anders over. "Ik voelde me net als Hans Brinker met zijn vinger in de dijk. Onvoorstelbaar dat iedereen dacht dat je de markt niet kon outperformen. Ik realiseerde me dat de economie het resultaat is van duizenden beslissingen. Misschien hanteerden economen en beleggingsdeskundigen wel een verkeerd vragenlijstje en dus verkeerde indicatoren. Dat de markt zich niet altijd beweegt als verwacht, hoeft toch niet altijd aan de dollar of de rente te liggen. Daar kunnen andere oorzaken voor zijn."

    Hoe dan ook, Herma Koornwinder besloot dat zij de zaak “wilde uitvechten” en trok zich terug achter haar bureau in Heeze, met een beperkt aantal institutionele beleggers als klant van haar Koornwinder Global Market Navigation, KGMN. "Met de wetenschap dat zowel de fundamentele als de technische analyse elk afzonderlijk tekortkomingen vertonen die betrouwbare prognoses in de weg staan en ervan uitgaande dat het enige houvast van een financiële analist het verleden is, heb ik een groot aantal jaren studie gemaakt van de golfontwikkelingen van de internationale financiële markten. Deze studie betrof 22 landen, duizend beursgenoteerde ondernemingen, valuta en grondstoffen over een zo lang mogelijke periode.” Koornwinder ontwikkelde haar eigen indicatoren. En op grond daarvan deed zij nog al eens uitspraken die haaks stonden op de visie van de gevestigde instellingen. “Mijn visie blijkt wel degelijk te werken."

    Het rapport Performance Record 1989-1994 van het accountantskantoor Deloitte & Touche bevestigt dat. De onderzoekers hebben vastgesteld dat 22 van de 23 trendvoorspellingen van Koornwinder Global Market Navigation in de genoemde periode achteraf juist waren. Verder deden zes van de zeven door haar samengestelde portefeuilles het beter dan de markt, één scoorde gelijk. De gemiddelde outperformance was tien procent.

    Dat is niet gering en beursvoorzitter drs B.F. baron van Ittersum was kennelijk zo onder de indruk dat hij het Deloitte & Touche-rapport hoogstpersoonlijk deze zomer op de Industriële Club in Amsterdam in ontvangst nam.

    Schot in de roos
    Een sterk staaltje leverde Herma Koornwinder in januari 1994. Terwijl alle analisten na het top-beleggingsjaar 1993 nog hosanna zongen en het gros van de adviseurs beleggers aanspoorde verder in aandelen te stappen omdat de rente zeker nog verder zou dalen, waarschuwde zij in een artikel in het blad 'Beleggers Belangen' op 24 januari van dat jaar dat haar systeem aangaf dat er rekening moest worden gehouden met tegendruk. “Hoe lang dat gaat duren weet ik niet. Ook is op dit moment nog niet met voldoende zekerheid te zeggen of er een nieuwe opgaande golf komt of een trendomslag. Voor beide geldt dat ze hun schaduwen vooruit werpen,” waarschuwde ze toen. Slechts vier dagen later adviseerde KGMN haar klanten hun portefeuilles af te dekken met put-opties. Niet veel later werd een verkoopadvies gegeven. Een schot in de roos. De rente daalde in 1994 niet verder, maar steeg ongekend. Met als gevolg dat de Amsterdam EOE-index vorig jaar met 14,10 procent daalde. Alle belangrijke aandelenmarkten moesten aanzienlijk terrein prijsgeven, Wall Street het minst met minus 7,92 procent, Hongkong het meest met 39,42 procent in de min. Het accountantsrapport over de prestaties van KGMN loopt maar tot en met 1994, maar Koornwinder heeft de recente rally op de aandelenbeurzen niet gemist: ze zit al weer lang in de markt. Haar portefeuille Nederlandse fondsen, met niet minder dan 28 fondsen (waaronder Elsevier, Philips, Van Ommeren, VNU, Ceteco, Gouda Vuurvast, Management Share, Neways, Ordina, Pirelli en Samas), heeft het sinds begin juni gemiddeld wederom veel beter gedaan dan de Amsterdam EOE-index: zo’n 5 procent.

    Weegschaal-model
    Hoe haar systeem precies werkt, wil ze niet kwijt, want "daar betalen mijn klanten voor." Maar het hele eieren eten is volgens haar de juiste ondertoon van de markten goed in te schatten. "Koersen kunnen euforisch stijgen, maar als de fundamenten zwak zijn, moet je oppassen." Koornwinder maakt naar eigen zeggen verschil tussen de lange, middellange en korte termijn, tussen bullish, bearish en stabiel. "Ik hanteer als het ware een weegschaal-model, waarbij waarden constant worden gewogen en afgewogen, zowel voor markten als geheel als voor individuele fondsen. Daarbij speelt massapsychologie een niet onbelangrijke rol."

    De voor de hand liggende vraag luidt natuurlijk hoe de ondertoon op dit moment is, nadat veel beurzen, onder andere Amsterdam, echte rally’s hebben laten zien? "Zoals gezegd, ik zit nog in de markt," roept ze enigszins afgemeten. Het is dan 11 september. Een paar dagen daarna, op 14 september, melden de kranten dat de Robeco Groep een nieuwe beleggingsstrategie in huis heeft gehaald. De grootste Europese beleggingsinstelling, die de laatste tijd kampt met achterblijvende resultaten, gaat De Bary Asset Management overnemen. En deze vermogensbeheerder kiest op grond van objectieve statistische gegevens voor beleggingscategorieën waarin volgens de index wordt belegd. Robeco-bestuurder prof. dr Jaap van Duyn: "Als de markt vóór is, komen wij ook met indexfondsen. Maar diep in mijn hart ben ik ervan overtuigd dat de index verslagen kan worden."

    Eenzijdige benadering
    Dat de Robeco Groep daartoe op zijn minst niet systematisch in staat is, is volgens Koornwinder te wijten aan het feit dat zij de financiële markten veel te eenzijdig benadert. Dat geldt ook voor de meeste andere institutionele beleggers, met, zegt zij, verstrekkende gevolgen. Want als pensioenfondsen en verzekeraars beter zouden beleggen, kunnen de premies naar beneden en wordt Nederland concurrerender en dus welvarender.

    Sceptische waarnemers houden het erop dat Herma Koornwinder het geluk wel erg aan haar kant heeft gehad. Daar haalt de selfmade-analiste uit Brabant haar schouders over op. Vooralsnog verdient zij minstens het voordeel van de twijfel. Ze heeft immers over een betrekkelijk lange periode aanwijsbaar beter gepresteerd dan de markten. "Nee," zegt ze desgevraagd, "Ik heb natuurlijk niet stiekem een aantal verkeerd uitgepakte voorspellingen voor de accountants van Deloitte & Touche verborgen houden. Ze hebben alles wat ik heb gezegd en geschreven over de financiële markten onderzocht." Belegt Koornwinder ook zelf? "Nee, absoluut niet. Ik wil niet emotioneel bij mijn advieswerk betrokken raken."


    Terug naar boven >




    Beleggingsavond Rabobank groot succes

    1995-11-09, Soester Courant


    19951109

    De beleggingsspecialisten van Rabobank Soest-Baarn, Pieter Krom Dick Geersinga overhandigen Mevrouw Koornwinder als dank voor haar inleiding een cheque t.b.v. de stichting M.E. (Myalgische encefalomyelitis)

    Het was onlangs een drukte van belang in restaurant Darthuizen. Dat was het gevolg van de eerste thema-avond beleggingen, georganiseerd door Rabobank Soest-Baarn. De belangstelling was zelfs zo groot dat er vele geïnteresseerden moesten worden teleurgesteld, vanwege het bereiken van de maximale aantal toehoorders.

    De Rabobank Soest-Baarn heeft haar oor goed te luister gelegd bij haar klanten. Het blijkt namelijk dat er enorm veel belangstelling is voor meer informatie over beleggen. Derhalve heeft de Rabobank Soest-Baarn het plan opgepakt om deze dienstverlening nadrukkelijk te belichten. De eerste avond was al een enorm schot in de roos. Mevrouw Koornwinder, op dit moment Nederlands meest gerenommeerde beursanaliste hield een inleiding over de grondbeginselen van ‘Technische analyse’. De inleiding was helder qua inhoud, echter het onderwerp bleek vrij zwaar voor de minder ervaren belegger.

    De algemene beoordeling van de avond door de bezoekers was ook positief. Natuurlijk waren er personen die het te technisch of diepgaand vonden. Een enkeling gaf aan wat meer inbreng te wensen.

    'De klant centraal' betekent voor de Rabobank dat er geluisterd wordt naar de behoeften van de klant. Naar aanleiding van de enquête zal er dan ook een vervolg gegeven worden aan deze eerste thema-avond beleggen. De Rabobank Soest-Baarn is al druk bezig met de voorbereiding. Dit seminar zal in het teken staan van opties en staat gepland voor het eerste kwartaal van 1996.


    Terug naar boven >




    Herma Koornwinder, een Nederlandse goeroe
    Beter presteren dan de markt kan wel

    1995-11-10, Beleggers Belangen


    Door: F.W.J. Baijens.
    Beter presteren dan de markt. Dat is de wensdroom van iedere belegger. Talloze theorieën zijn in de loop der jaren uitgedokterd en beproefd. Wat dat betreft verschilt een effectenbeurs niet zoveel van een casino en het weer. Iedereen is het er langzamerhand wel over eens dat je als belegger een systeem moet hebben en dat consequent moet volgen. Maar de vraag blijft natuurlijk wèlk systeem?

    Voor het financieel-economisch onderzoeks- en adviesbureau Koornwinder Global Market Navigation (KGMN) is dat geen vraag meer. Vanuit het Brabantse Heeze zet analiste Herma Koornwinder nu al jaren, en steeds opnieuw, opvallende beleggingsprestaties neer. Natuurlijk is het mogelijk om regelmatig de markt te verslaan. Namen als Peter Lynch, die er zelfs een boek over schreef, en Warren Buffet zijn goede voorbeelden van fondsbeheerders met ’performances’ waarvan de doorsnee particuliere belegger droomt. Maar vrijwel iedereen in het beleggerswereldje is ervan overtuigd dat je niet altijd beter kan presteren dan de markt in zijn geheel.

    19951110


    Oorspronkelijk denken
    Herma Koornwinder is het daar duidelijk niet mee eens en windt er ook geen doekjes om. Belangstelling voor beleggen bespeurde zij al jaren. Al in een vroeg stadium verdiepte zij zich in beleggersbladen, kranten, jaarverslagen. Ze bezocht jaarvergaderingen, raadpleegde banken en analisten. Maar heel gauw kwam zij tot de ontdekking dat de daaruit voortkomende analyse van de markt maar zelden bewaarheid werd. Goede berichten en dito……

    Mevrouw Koornwinder:
    "Belangrijkste fout van analisten:
    het achterwege laten van het zoeken naar het Waarom"

    ……vooruitzichten leverden maar zelden een positief beleggingsresultaat op en vice versa.

    Maar zij legde zich daar niet bij neer; een uitspraak als ’de markt heeft altijd gelijk’ was aan haar niet besteed. Toen al bleek haar eigengereidheid. In de jaren ’80 ging zij economie studeren, maar liep al snel vast in het geijkte patroon van boeken lezen en gevestigde zienswijzen overnemen. Het klakkeloos aannemen van de stof die vóór haar duizenden studenten voor waar hadden aangenomen, was niets voor Herma Koornwinder. Economie is het resultaat van duizenden en nog eens duizenden beslissingen en beslissingen. Regels die talloze economen hanteren omdat het in het verleden altijd zo is gegaan. Maar Koornwinder plaatste daar vraagtekens bij en ging liever zelf op zoek naar het hoe en waarom en sloot zich op in de studeerkamer; niet alleen om de stof uit de studieboeken te leren, maar veel meer om het hoe en waarom van de regels te doorgronden – wat kon je er mee doen? Economie is ook psychologie en zelfs natuurwetenschap. Economie is onderdeel van een groter geheel en dus pakte zij het groter aan en ontplooide nieuwe inzichten. Zo is zij ervan overtuigd dat de markt niet efficiënt is.

    Niets aannemen
    Hoewel ze, toen zij ging studeren, geen enkele intentie had om haar kennis daadwerkelijk voor een beleggingstheorie te gebruiken, gleed ze als het ware vanzelf in deze materie en pakte die op dezelfde wijze aan. Niets aannemen omdat het in een boek staat, maar zelf op zoek gaan naar het hoe en waarom. Wat kon je er mee doen, hoe zat de economie werkelijk in elkaar? Bovendien bekwaamde zij zich in de computer- informatie- en kennistechnologie. En toen zij eind 1989 een beleggingssymposium in Rotterdam bijwoonde waarin werd gesteld dat je nooit systematisch beter kon presteren dan de markt, was zij het daar niet mee eens. Als voorbeeld haalt zij het zogenaamde index-beleggen aan. Als je in fondsen belegt die in de index zitten, voorkom je weliswaar dat de resultaten achterblijven bij die van de markt. Maar je doet het dan ook niet béter en juist dié sleur wilde Herma Koornwinder doorbreken. Beter presteren dan de markt was wel degelijk mogelijk vond ze, maar haar theorie werd door de gevestigde orde weggewuifd. Er waren immers hoogleraren in beleggingskunde met klinkende namen, zoals professor Malkiel van de Princeton University, die ’zonneklaar’ hadden aangetoond dat je niet altijd beter kon presteren dan de markt.

    Oktober-krach
    Herma Koornwinder was en is niet het type dat snel opgeeft. Als belangrijkste ’fout’ van analisten van naam en faam noemt ze het achterwege blijven van het zoeken naar het waarom. Stel, ’iedereen’ is er van overtuigd dat de Amerikaanse beurs omhoog gaat. Maand in, maand uit, lezen wij die visie overal, maar toch is er geen sprake van een daadwerkelijke stijging van de Dow Jones-index. Uiteindelijk blijft alles bij het oude en niemand schrijft meer over de eerder uitgesproken toekomstverwachting. En juist dat is onbegrijpelijk, vindt Koornwinder. Want daar zit nu juist de essentie. Als je weet waarom die stijging niet doorzette, maak je de tweede keer niet dezelfde fout.

    Veel zelfvertrouwen kreeg Herma Koornwinder door de krach van oktober 1987. Al haar indicatoren stonden voorafgaand aan de fatale datum negatief, terwijl vrijwel de gehele beleggerswereld ’hosanna en halleluja’ riep. Toen de beurzen daadwerkelijk ineenstortten, rees bij haar het besef dat ze een unieke aanpak had gevonden en stortte zij zich met nog meer energie op haar onderzoek.

    Iets dergelijks, maar van recenter datum is haar juiste inschatting van de financiële markten in 1990. Terwijl de gehele wereld zichzelf rijk rekende na de val van de Berlijnse Muur – de toenmalige premier Lubbers had het bijvoorbeeld over ’onze blijste dagen’ – was Herma Koornwinder negatief over de financiële markten. En opnieuw kreeg ze gelijk. Ook in 1994 was dat het geval. Eind januari van dat jaar waarschuwde zij in 'Beleggers Belangen' dat de……

    Ruim 1000 fondsen en 22 beurzen worden bijgehouden en in de computer gestopt.
    Dat geldt ook voor valuta’s, rentetarieven en obligatiemarkten

    ……beurzen in 1994 weleens last zou kunnen krijgen van enige ’tegendruk’. Inmiddels weten we allemaal waar die tegendruk uit bestond: de rente ’draaide’ en liet een ongekende stijging zien.

    Door dit alles gesterkt, ontwikkelde zij achter haar bureau in Heeze een totaal nieuw systeem van indicatoren. Want zowel de huidige fundamentele als technische analyse werkt niet afdoende. Essentieel voor een juiste voorspelling is het onderkennen van die krachtenvelden die golfbewegingen en trends veroorzaken.

    Ook de psychologie van de markt en het beleggingsklimaat zijn belangrijke factoren. Daarnaast is een totaalvisie noodzakelijk. En – en daar komt opnieuw haar eigengereidheid voor de dag – wijsheden uit boeken mogen nooit als waarheden worden aangenomen. Zo is spreiding uit den boze. Want, je mist een deel van de winst of je sukkelt mee met het verlies. En verder werkt ze met de middelen van deze tijd: de mogelijkheden van de ’elektronic highway’. De essentiële gegevens van een kleine 1000 fondsen en 22 beurzen worden nauwkeurig bijgehouden en in de computer gestopt. Dat geldt ook voor de diverse valuta’s, rentetarieven en obligatiemarkten. Op deze gegevens worden diverse programma’s losgelaten, waardoor diepgaande analyses mogelijk zijn. Beleggingstechnieken van het jaar 2000 nu al in de praktijk.

    Accountantsrapport
    Omdat haar visies de afgelopen jaren herhaaldelijk haaks stonden op de visies van andere analisten en als adviseur een certificaat van kwaliteit wilde halen, heeft ze via haar contacten met de Erasmus Universiteit in Rotterdam het gerenommeerde accountantsbureau Deloitte & Touche ingeschakeld om de werking van haar modellen te laten onderzoeken.
    Daartoe kreeg Deloitte & Touche inzage in alle orders en boeken.

    Het rapport ’Performance Record 1989-1994’ laat aan duidelijkheid niet veel te wensen over. Van de 23 trendvoorspellingen voor diverse beurzen in genoemde periode kwamen er 22 uit. Verder deden zes van de zeven wereldwijde portefeuilles van KGMN het beter dan de markt, nummer zeven scoorde gelijk (gemiddeld 10% ’out-performance’). Bijna alle publikaties en prognoses in die periode werden bevestigd door de latere ontwikkelingen. Het was dan ook een zekere vorm van erkenning dat beursvoorzitter baron van Ittersum het bewuste rapport deze zomer persoonlijk in ontvangst nam.

    Trots
    Het rapport is terecht een resultaat om trots op te zijn. En het gaat door. Een van de fondsen die haar bureau heeft samengesteld: het zogeheten Koornwinder Benchmark Fund Nederland, scoorde in het derde kwartaal van dit jaar als enige beter dan de CBS-index, namelijk 3,2% hoger. Andere bekende namen als het Amsterdam EOE Index Fund, het Orange Fund en het ABN Amro Dutch Fund zaten allemaal lager dan de CBS-index. Momenteel is Herma Koornwinder in gesprek met enkele grote beleggings- en pensioen­fondsen. Mede daardoor wil en kan ze nu niets kwijt over de huidige markt. Maar waarschijnlijk zullen wij nog veel van haar horen. Want zij is verknocht aan haar systeem dat ze voortdurend verfijnt. Zelf belegt ze overigens niet. "Alleen dan kan je volkomen objectief de markt benaderen." Dat is haar vaste overtuiging.


    Terug naar boven >




    Interview met mevrouw Herma Koornwinder, beursgoeroe van Nederland

    1995-11, FiscAlert

    Door: prof. dr A. Knoester
    Ook Nederland heeft een heuse beursgoeroe en wel in de persoon van mevrouw Herma Koornwinder van het bureau Koornwinder Global Market Navigation (KGMN) in het Brabantse Heeze. Zij claimt dat ze de markt wel degelijk kan verslaan. Zij is daarom geen voorstander van het zogenaamde indexbeleggen, door middel van een aandelenportefeuille die overeenkomt met de beursindex of het gemiddelde. Wat is het geheim van Herma Koornwinder?

    U bent de laatste tijd veel in het nieuws. Zo zijn er diverse artikelen over u verschenen in de dagbladen en verscheen u op de TV in het programma Anno Joosten van Astrid Joosten. Hoe komt dit zo ineens?
    "Uit mijn jarenlange onderzoek is gebleken dat het mogelijk is een beter beleggingsresultaat te behalen dan de index. De aanleiding voor de publiciteit was dat ik mijn beleggingsadviezen uit de periode 1989-1994 heb laten controleren door het accountantsbureau Deloitte & Touche. Het eerste exemplaar van de conclusies heb ik in juni van dit jaar overhandigd aan beurs voorzitter baron van Ittersum. Daarna begon de sneeuwbal van publiciteit steeds sneller te rollen.

    Wat zijn de belangrijkste conclusies van het rapport van Deloitte & Touche?
    "Hieruit blijkt onder meer dat ik in 22 van de 23 gevallen de bewegingen van aandelenbeurzen goed heb voorspeld. Zo voorzag ik onder meer de beurskrach van oktober 1987, de stijging van de aandelenkoersen in 1988, de koersdaling vóór het begin van de Golfcrisis in 1990, het koersherstel in januari 1991 en meer recentelijk de koersstijgingen in 1993 en de beurscorrectie in 1994. Ook blijkt uit het rapport van Deloitte & Touche heeft vastgesteld dat zes van de zeven door mij geadviseerde wereldwijde beleggingsportefeuilles het gemiddeld 10% beter deden dan de beursindex. Het komt geregeld voor dat mijn adviezen dwars ingaan tegen de overheersende trend. Zo herinner ik mij nog goed dat men begin 1993 alom van mening was – de groenteman, de hoogleraar, de geestelijke in een preek in de St. Bavo en de directies van pensioenfondsen – dat de recessie zou voortduren. Toch gaven mijn indicatoren een sterk koopsignaal."

    Maar hoe komt het toch dat u zo goed scoort?
    De meeste beursanalisten zijn bijzonder kortzichtig. Zij beperken hun analyse doorgaans tot slechts één fonds, één sector – bijvoorbeeld de banken of de chemie – of één land. Ik vind echter dat je fondsen of de Nederlandse beurs niet geïsoleerd moet zien, maar vanuit meerdere invalshoeken. Daarbij gaat het niet alleen om financieel-economische maar ook om sociale en psychologische ontwikkelingen. Bovendien moet de beurs altijd in een internationaal kader bekeken worden. Deze verklarende factoren combineer ik ten slotte met technische analyse en fundamentele analyse (trends in de economie). Ten slotte moeten we ons realiseren dat de markt nu totaal anders is dan zeg 25 jaar geleden. Het geld flitst nu als bliksem schichten door de financiële wereld.”

    Wat adviseert u de gewone belegger die dit alles toch boven de pet gaat?
    Mijn advies is om te proberen het in een opgaande beurs beter te doen dan het gemiddelde en in neergaande beurs grote koersverliezen te vermijden.”

    Beursanalisten
    eenzijdig


    Als ik het goed begrijp adviseert u dus om actief te beleggen. Maar hoe weet de belegger dan wanneer hij van strategie moet veranderen?
    Hij moet in zee gaan met een analist die de kennis heeft om deze strategie te begeleiden. En hiermee bedoel ik niet de mensen die in het bankwezen aan de telefoon zitten en die het koop- en verkooplijstje van de topanalisten opdreunen zonder marktgevoel in de vingers.”

    Ja maar, elke bank pretendeert nu juist de goede analisten in huis te hebben.
    "Op dit punt moet de belegger mijn inziens veel mondiger worden. Als men een auto koopt vraag men de verkoper toch ook het hemd van zijn lijf. Maar als men gaat beleggen, is men ineens beschroomd om vragen te stellen. De belegger moet dit drastisch veranderen. Hij moet vragen naar de prestaties en adviezen in het verleden. Dus in de trant van: Hoe was uw visie begin 1990, begin 1991 tijdens de Golfcrisis, op 28 januari 1994? enzovoort. Elke bank of elk beleggingsfonds zouden tien vragen betreffende Hoe dacht u toen? van de belegger naar tevredenheid moeten beantwoorden voordat men er mee in zee zou moeten gaan.”

    19951110

    Ik zeg altijd, als ik de toekomst zou kunnen voorspellen, zat ik nu op de Bahama’s. Waarom zit u niet op de Bahama’s?
    "Ik zag het geven van beleggingsadviezen niet als een manier om zoveel mogelijk klanten te krijgen, maar als een roeping. Het testen van mijn model, het KGMN Global Scan, kwam op de eerste plaats. Ik heb mij er altijd over verbaasd dat men in de beleggerswereld een taal spreekt die tegen alle logica indruist. Een keerpunt in mijn leven was toen ik ontdekte hoe slecht verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen eigenlijk beleggen. Het is echt dramatisch wat er in Nederland gebeurt met het rendement op pensioenvoorzieningen en zogenaamde huisfondsen. Ik hoop er een bijdrage aan te leveren dat men zich van dit probleem bewust wordt. Er is in ons land voor zo’n 750 miljard gulden belegd in pensioenfondsen, levensverzekeringen en sociale fondsen. Reken maar uit wat het scheelt als het rendement hierop per jaar een procent hoger zou zijn.

    Ons land moet niet ondergaan in de dreigende internationale vloedgolf van kennis-technologie. In de Digitale Eeuw waarin we nú leven moeten wij proberen op financieel gebied, net als in de Gouden Eeuw met onze schepen, een voortrekkersrol te vervullen op financieel gebied."

    Beleggingsmaatschappijen en pensioenfondsen beleggen dramatisch slecht.

    In uw FiscAlert Magazine heeft u al diverse malen de aanbeveling kunnen lezen dat het niet verstandig is om te proberen met aandelen winst op korte termijn te behalen. U zou volgens ons moeten streven naar een rendement op lange termijn, waar bij u de gekochte aandelen in principe vasthoudt. Wij komen hier nog uitgebreid op terug. Dat hier ook anders over wordt gedacht blijkt uit het interview met mevrouw Koornwinder.


    Terug naar boven >




    De zappende belegger rukt op

    1995-12-29, Algemeen Dagblad


    Door Ton Kruijt
    AMSTERDAM – De zappende belegger, constant van de ene informatiebron naar de andere switchend, rukt op. In no-time, met een druk op de knop, stelt hij van dag tot dag, van uur tot uur, zijn portefeuille bij. Het beursvoetbal van de 21e eeuw staat nog in de kinderschoenen, maar het flitsgeld zal in steeds grotere hoeveelheden met de snelheid van het licht over de aarde gaan. Steeds efficiënter op zoek naar de plek met het hoogste rendement, al is het maar voor een moment.
    "We staan aan het begin van een totaal andere beleggingswereld, zegt beleggingsadviseur Herma Koornwinder van het adviesbureau KGMN in het Brabantse Heeze. "Noem het maar Stocktendo. Flipperen met knoppen zoals op een spelletjescomputer."

    Enkele jaren geleden werd nog schouderophalend aan de voorspellingen van Koornwinder voorbijgegaan. Maar haar aanhang groeit. Haar faxen aan institutionele beleggers beïnvloeden de koers van miljarden guldens aan beleggingen. De sterke stijging van de Amerikaanse Dow Jones en de diepe val van de Japanse Nikkei-index werden feilloos door haar voorspeld. "Ik kom alleen in actie als ik een golfbeweging zie. Zie mij als een surfer. Die wacht ook op het juiste moment om met de golf mee te gaan."

    Zij wordt nog steeds geconfronteerd met veel ongeloof over haar beleggingsmodel. Maar de internationale accountantsorganisatie Deloitte & Touche stelde vast dat 22 van de 23 door Koornwinder voorspelde trends tussen 1989 en 1994 juist waren. De zeven onderzochte beleggingsportefeuilles scoorden gemiddeld 10 procent beter dan de desbetreffende index van de wereldwijde aandelenmarkt.

    Ook Koornwinder geeft uiteraard geen garantie voor toekomstige resultaten. "Ook mijn model kan falen." Een voorspelling voor 1996 doet ze niet. "In januari komen er waarschijnlijk twee beleggingsfondsen, die volgens mijn voorspellingsmodel gaan werken. Eén fonds voor institutionele beleggers en één voor particulieren. Daarom kan ik niets zeggen. We bekijken nog hoe informatie uit Internet of andere elektronische kanalen kan worden ingepast.

    De opkomst van de draadloze elektronica en meer dynamiek bij de belegger merkt ook Sijmen Plomp van Effectenbank Stroeve. "De actieve belegger werkt korter, heeft steeds meer atv-dagen, autotelefoon en beschikt over een tv met directe koersinformatie. Hij wil bijvoorbeeld Philips kopen en dezelfde dag er weer uit, met koerswinst."

    Effectenbank Stroeve, actief sinds 1818, ziet nog een andere categorie klanten in omvang toenemen. "Velen reserveren ƒ 50.000 tot ƒ 100.000 – 5 tot 10 procent van hun vermogen – als speelgeld. Zij beslissen wat met dat geld gebeurt en willen daarop snel zoveel mogelijk winst maken. Het resterende bedrag laten ze aan ons over, om daar veilig een redelijk rendement op te maken."

    Inhakend op de veranderingen bij het beleggend publiek besloot Stroeve maanden geleden om weer een eigen man op de vloer van de Amsterdamse effectenbeurs te stationeren. Die bezetting wordt binnenkort uitgebreid. Volgens de bank heeft de nieuwe aanpak tot honderden nieuwe klanten geleid.

    Een andere aanwijzing voor de veranderingen die zich voltrekken is het fenomeen van de beursorderlijnen bij de grote banken. De Postbank was de eerste: lage kosten voor orders zonder advies. Dat concept is gekopieerd door SNS-bank, ABN Amro, Rabobank en zelfs de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), samen met bank Labouchere. Intussen zijn verzekeraars zich ook aan het warmlopen om dit soort diensten aan te bieden.

    Software-ontwikkelaars spelen handig in op de wens van een snel groeiende groep beleggers om het allemaal zelf te doen. Softwarehuizen als Domus Software en Davilex brachten beleggingspakketten van rond de ƒ 100 in de handel voor de miljoenen pc-bezitters in ons land. "Waarom ingewikkelde berekeningen maken als de computer het allemaal kan doen. Eén druk op de knop en de belegger kan zien welke koersontwikkeling zijn fonds heeft doorgemaakt", aldus Davilex. Maar de belegger wil snel meer, zo ervaart Domus Software. "Er wordt simpel begonnen, maar al gauw gaat de belegger over op de aanschaf van een zwaardere versie."

    Desondanks zou de particuliere belegger nog steeds op de verkeerde momenten kopen en verkopen. Emoties blijven op cruciale momenten kennelijk doorslaggevend.


    Terug naar boven >




    ’Belegger moet veel mondiger worden’
    Beleggingsanaliste Herma Koornwinder ergert zich aan houding banken

    1996, GPD

    Door Koert Bouwman
    HEEZE
    Herma Koornwinder ergert zich bont en blauw aan banken en effectenhuizen. Met name aan de gemakzucht waarmee ze hun verkeerde inschattingen ’verklaren’.
          "Tja, mevrouw, zeggen ze dan. Het is anders gelopen dan we dachten. Wij verwachtten dat de dollar en de rente zouden stijgen. Maar helaas-…Dat uw aandelenportefeuille nu 20 procent minder opbrengt, is nu eenmaal uw risico."

    Koornwinder, mondiaal beleggingsanaliste voor een aantal institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars), vindt dat aandeelhouders dergelijke verklaringen niet moeten accepteren.
          "De belegger moet veel mondiger worden. Banken benaderen de financiële markten veel te eenzijdig. Bovendien handelen ze nog net zo als twintig jaar geleden, terwijl er toch ontzettend veel veranderd is. Denk alleen maar eens aan de derivatenhandel en de wereldwijd werkende computersystemen. Geldstromen schieten als laserstralen door de wereld en zijn niet langer te vangen met de ’oude’ modellen van de banken:”

    In haar woning in het Brabantse Heeze heeft Herma Koornwinder een beleggingsadviesbureau-aan-huis: Koornwinder Global Market Navigation (KGMN). Ze werkt niet voor particulieren, maar alleen voor ’grote jongens’. Die laat ze per fax en nieuwsbrieven weten wat er volgens haar theorie/analyse staat te gebeuren.

    Koornwinder houdt de ontwikkelingen in de financiële wereld 'bijna microscopisch' bij. Ze volgt 800 beursfondsen in 22 landen, de internationale valuta’s, de rente en de belangrijkste grondstoffen. "Ook zijn er andere disciplines die ik bestudeer: kijk: politiek, filosofie, sociologie en psychologie en de daarmee verwant houdende wetenschappen. Al die waarden probeer ik in mijn formules te vangen."

    Omdat ze als kritische ’self-made analiste’ tegen veel vooroordelen opliep, heeft ze haar analyses en prognoses van de laatste vijf jaar laten controleren door het accountantsbureau Deloitte & Touche. Daaruit bleek dat haar voorspellingen verrassend goed waren.

    Krachtenvelden
    Dat komt, aldus Koornwinder, omdat zij ’na jaren studie naar de krachtenvelden van de macro-economie, de psychologie van de belegger en de wereldwijde kapitaalstromen’ ontdekte dat de markten van meerdere invalshoeken en multidisciplinair benaderd moeten worden.
          "Niet de moderne portfolio-theorie, noch het index-beleggen, het spreiden van risico, de groei-aandelen-trend, de synergie-trend, de technische analyse of wat dan ook zijn alleen in staat om consistent goede resultaten te behalen."

    De in haar ogen te eenzijdige werkwijze van banken en effectenhuizen zorgt, aldus Koornwinder, voor verkeerde voorlichting. "Iemand kan buikpijn hebben en er van buiten toch gezond uitzien. Pas in de scanner blijkt dan dat er van alles mis is. Zo is het ook met de markt, de beurzen en de economie. Je zou kunnen zeggen dat de economie twee gezichten heeft. Het ene gezicht ziet iedereen dagelijks. Het andere zie ik met mijn 'wereldscan' en dat wijkt vaak af van wat beleggers voorgeschoteld krijgen."

    Muur
    Mevrouw Koornwinder zoekt nu de publiciteit omdat ze met haar verhaal bij de banken tegen een muur liep. "Ik heb jarenlang geprobeerd de banken wakker te schudden. Maar dat lukt niet. Zolang de belegger niet vraagt om andere analyse-methoden, doen de banken niks. Ze vinden het allang best en hebben het veel te druk met hun interne reorganisaties."
          Wanneer er een theorie uit het buitenland komt, wordt die klakkeloos overgenomen. Toen ik vijf jaar geleden met m’n onderzoek naar buiten kwam, zeiden de banken en effectenhuizen: volgens buitenlandse rapporten kan dit niet. Ze trokken die conclusie zonder zelf onderzoek te doen.
          We naderen het tijdperk van de kennistechnologie. We kunnen ons denken in een hogere versnelling zetten. Oude wetten en regels worden overruled. Wanneer ik dit de banken voorleg, reageert men laconiek met de mededeling: de belegger vraagt er niet om en kiest voor saaiheid”.
        Onzin, het enige dat de belegger met z’n zuurverdiende centjes wil is performance. Het feit dat een markt zich niet beweegt zoals was verwacht, hoeft niet altijd te liggen aan de rente, de dollar, enz. Daar kunnen ook andere oorzaken debet aan zijn.”
          De belegger weet niet wat er te koop is. Als iemand een ijskast koopt, dan informeert hij zich van tevoren. Welnu, dat moet een belegger ook doen. Hij dient geïnformeerd te worden dat er snellere en betere analysemethoden zijn. Vandaar dat ik aan de bel trek."

    Teksten behorende bij de foto:
    Volgens deskundigen klungelt de gemiddelde Nederlander nu nog maar wat aan met zijn vermogen(tje): over een nieuwe magnetron denkt hij langer na dan over een koopsompolis.
          Volgens analiste Herma Koornwinder schieten geldstromen als laserstralen door de financiële wereld en zijn ze niet langer te vangen met de ´oude´ modellen die de banken hanteren. (Foto Bert Verhoeff)


    Terug naar boven >




    Herma Koornwinder, een Cassandra in een digitale wereld?

    1996-01, Zonta


    Door Marijke van Noort
    EINDHOVEN
    Cassandra was, volgens overlevering, een helderziende Trojaanse prinses wier voorspellingen niet geloofd werden (dit was een straf van Zeus, omdat ze zijn avances had afgewezen). Ondanks haar waarschuwingen is Troje gevallen.

    In het huidige communicatietijdperk is er nog altijd behoefte aan voorspellingen op velerlei gebied. Met name de beleggingswereld bestaat dankzij verschillen in inzichten en uitspraken over toekomstige koersontwikkelingen. Traditionele voorspellingen zijn gebaseerd op analyse van grafisch weergegeven koersontwikkelingen of op studies van toekomstige ontwikkelingen van bedrijven of economie. Algemeen wordt aangenomen dat het niet mogelijk is om met deze technische of fundamentele analyse op lange termijn een beter rendement te halen dan de markt.

    Herma Koornwinder geeft beleggingsadviezen, die regelmatig afwijken van heersende patronen. In 22 van de 23 gevallen bleek haar afwijkende voorspelling van de koersontwikkeling juist te zijn. Zo voorzag zij de dramatische koersval van oktober 1987 en voorspelde zij als eerste het herstel. Zes van haar zeven beleggingsportefeuilles presteren gemiddeld 10% beter dan de marktindex, de zevende evenaart deze.

    De uitspraken van Herma komen voort uit haar Wetenschappelijk Beleggings Systeem, dat zij op basis van jarenlange analyses van de gehele financiële wereld heeft ontwikkeld. Dit systeem verschilt van de 'traditionele' werkwijze door rekening te houden met andere dan financieel- economische wetten, zoals politiek, filosofie, massapsychologie.

    Recent heeft Herma haar onderzoeksresultaten over de periode 1989-1994 laten controleren door het accountantsbureau Deloitte & Touche. Zij waren zeer geïnteresseerd in de details van  het systeem van Herma, maar openbaring daarvan zou Herma haar unieke positie ontnemen en wellicht de onderlinge afhankelijkheden beïnvloeden. Studenten van de Erasmus Universiteit bleken niet in staat haar systeem te 'kraken'.
          Na het onderzoek kwam Herma in het nieuws toen het rapport van Deloitte & Touche op 9 juni jl. werd aangeboden aan baron van Ittersum, de voorzitter van de Beurs van Amsterdam.

    Het ongeloof over haar prestatie verbaast Herma niet echt, ze probeert tenslotte de technieken van de 21ste eeuw te introduceren in de 20ste eeuw. Die cultuuromslag kost tijd en zo lang kan Herma haar verrassend betrouwbare (en onbegrepen) voorspellingen doen.

    Na de invoering van de landbouw in de prehistorie en de industriële revolutie in de 19e eeuw, betekende de invoering van de computer in het midden van de 20ste eeuw een nieuwe mega-ontwikkeling. Volgens Herma staan we nu aan de vooravond van de vierde mega-trend: de digitale gemeenschap, waarin via de elektronische snelweg, informatie overal ter wereld actueel beschikbaar is. De onderlinge afhankelijkheid van factoren wordt aanzienlijk groter. Daarom is het op het vakgebied van Herma van belang een breder wetenschappelijk inzicht in de samenhang van factoren te hebben. Daarmee verslaat zij de beursindices en voorspelt zij doorbraken en omslagen op de internationale financiële markten.


    Terug naar boven >




    ‘Beleggen moet veranderen’

    1996-01-26, Beleggers Belangen

    In het eerste nummer in 1996 van Beleggers Belangen besteedden wij er al aandacht aan: voor de 22ste maal arrangeerde het pr-bureau Van Hilten zijn ’Presidents’ Lunch’ en inviteerde daartoe een aantal topmensen uit het bedrijfsleven om met elkaar van gedachten te wisselen rond het thema ’Externe invloeden, een vlucht of een uitdaging?’ Een van de conclusies - ’het smoezenboek voor 1996 moet herschreven worden’ - was mevrouw Herma M.C. Koornwinder (van Koornwinder Global Market Navigation) uit het hart gegrepen.

    Door H.M.C. Koornwinder
    "Niet alleen slecht presterende bedrijven moeten op zoek naar een nieuw 'smoelen- en smoezenboek', ook in beleggersland zou men zo’n boek moeten aanschaffen. De huidige praktijk is nog steeds dat wanneer de markt niét reageerde conform de verwachting, men altijd een excuus zocht en had: het was de schuld van de rente of van een onverwachte beweging van de markt zelf, of het lag aan de dollar, enzovoort. Vrijwel nooit stak men de hand in eigen boezem.

    Indicatoren onbruikbaar
    "Maar het tij keert. Onlangs kwam prof. dr D.J. van Duyn van Robeco met de mededeling dat de indicatoren van Robeco niet meer werken. En hij is niet de enige met zo’n bevinding. Ook uit de VS en Engeland komen soortgelijke, voor veel mensen alarmerende berichten."

    Analist Shulman van Salomon Brothers schreef in zijn rapport Stock Market Bubble or Paradigm Shift: "Wat de aandelenmarkt betreft, hebben wij het een heel jaar lang mis gehad. Wij beginnen te denken aan de mogelijkheid dat de waarderingsklokken die wij gebruikten, kapot zijn. De fantastische aandelenrally van 1995 is geen luchtbel, maar eerder een teken dat het waarderingsparadigma (model) voor de derde keer in 40 jaar is veranderd. Met andere woorden, de indicatoren werken niet."

    Als een klap op de vuurpijl oefent de Engelse econoom Paul Ormerod in zijn onlangs verschenen boek ’Economen hebben geen idee’, fundamentele kritiek uit op de gangbare economische wetenschap. Volgens hem verdienen de makers van economische modellen in de verste verte niet die hoge status die ze hebben. Hun voorspellingen komen namelijk nooit uit. Volgens Ormerod verkeert de economische wetenschap nog in een primitief stadium, vergelijkbaar met de natuurkunde vóór Newton. Hij is van mening dat de grondslagen van de gangbare economie volstrekt onhoudbaar zijn.

    Wanneer wij dan ook nog bedenken dat de Fransman Bachelier reeds in 1900 promoveerde op de stelling dat men met de analyse van jaarverslagen en koersgedrag niet tot een goede inschatting van de markt kan komen, vraag ik mij af of de huidige analyse-theorieën niet tot de missers van deze eeuw zullen gaan behoren. Het was dan ook niet voor niets dat oud-secretaris Van der Paverd van de Vereniging Nederlandse Analisten in het Financieele Dagblad van 19.11.93 al pleitte voor de professionalisering van het analistenvak en stelde dat analisten op zoek moeten naar hun eigen identiteit. De belangrijkste taak van de analist is het vinden van 'nieuwe combinaties', aldus Van der Paverd.

    Tegelijkertijd wees hij echter ook naar de top van de Nederlandse banken: "De bankbestuurders kijken alleen of de gemaakte analyses hun bedrijf geen schade kunnen berokkenen en dat werkt bij veel analisten demotiverend. Er wordt nu eenmaal op effectentransacties minder verdiend dan op verstrekte kredieten. Mede daardoor getroosten analisten zich niet echt de moeite om nieuwe invalshoeken uit te werken. Nogmaals, deze uitspraken dateren van 1993. Maar ik denk dat het voorgaande voldoende stof tot nadenken geeft."

    *

    **

    ’Immers, wanneer de f770 mrd aan pensioengelden in Nederland slechts één procent meer rendement oplevert, kunnen de premies met 16% naar beneden’

    *

    **


    Beleggers zien door de bomen het bos niet meer, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen hebben een slechte ’performance’. Wij kampen in Nederland met een groot probleem. Links en rechts zie je dat de afbraak van het sociale zekerheidsstelsel is begonnen. De vraag lijkt gewettigd of de pensioenfondsen straks nog voldoende financiële middelen hebben om hun verplichtingen na te komen.

    Ik ben van mening dat ons land zich veel te weinig zorgen maakt over een banenloze maatschappij. De toenemende mogelijkheden op het gebied van automatisering zullen tot gevolg hebben dat er in de dienstverlening enorm veel banen gaan verdwijnen. Routinematige handelingen én denkwerk zullen worden overgenomen door computers. Daarnaast zullen bepaalde werkzaamheden worden uitgevoerd in de lage-lonenlanden. Dat is allemaal mogelijk met de moderne communicatiemiddelen. Het is maar de vraag of het enorme verlies aan banen in de nabije toekomst betaalbaar kan blijven.

    Mijn visie is dat wereldwijd beleggen en dan met name ondernemend beleggen de financiële kracht oplevert om die banenloze maatschappij te kunnen financieren. Ik pleit dan ook voor een totaal ander beleggingsbeleid.

    De aandacht moet uitgaan naar ondernémend beleggen: het zoeken naar kansen. Niet de Moderne Portfolio Theorie, noch het indexbeleggen of het spreiden van risico’s zijn in staat consistent goede resultaten te behalen. Dat geldt evenmin voor de trend van de groei-aandelen, of die van ’wat er in zit moet er uitkomen’, de technische analyse en zeker niet de intuïtie.

    Hoger rendement: enorme besparing
    Na jaren studie naar de krachtenvelden van de macro-economie, de psychologie van de belegger en de wereldwijde kapitaalstromen, is mij gebleken dat de markten met meer succes vanuit meerdere invalshoeken en multidisciplinair kunnen worden benaderd. Wij betreden het digitale tijdperk, waardoor wij ons denken in een hogere versnelling en op een hoger niveau kunnen plaatsen. Met deze nieuwe kennis is het beter te begrijpen waarom een markt zich niet beweegt zoals ’men’ verwacht. Dat hoeft niet altijd te liggen aan rente, dollar etc.

    Hoe belangrijk succes met betrekking tot beleggen is, blijkt ook uit een uitspraak van drs C.J. van Rees, directeur pensioenfonds van Shell: ’Het is de opdracht van pensioenfondsen om een optimaal rendement te halen. Al datgene wat ons daarin belemmert, is iets waarover wij moeten kunnen spreken.’

    Het nut van deze uitspraak is terug te vinden in de koele cijfers. Immers, wanneer de ƒ770 mrd aan pensioengelden in Nederland slechts één procent meer rendement oplevert, kunnen de premies met 16% naar beneden. Het is dus alleszins de moeite waard om de koppen bij elkaar te steken."


    Terug naar boven >




    Investing: intuition or institution?
    Nieuwe beleggingstechnologie vereist voor financiering vergrijzing en high tech werkeloosheid

    1996-02-01, Pecunia Forum Erasmus Universiteit Rotterdam en Pecunia Magazine


    Rotterdam, 1st February 1996

    Dear Sir, Madam,

    We would like to draw your attention to a forum, to be held on the 15th of February and organised by the Financing Association Rotterdam Pecunia, with the theme:

    "Are the current investment modules ready for replacement?"

    FAR Pecunia, the financing association of the Erasmus University Rotterdam, is a student organisation with approximately 400 members. Pecunia organises workshops, congresses, publishes its own magazine and each year organises a research project in a foreign country. Pecunia also organises an annual forum.

    This year’s forum topic was chosen in the conviction that a discussion on the possibilities to give better predictions of market fluctuations and what the consequences of such predictions would be, can be beneficial to the investor at large.

    We hope to be able to welcome you as a participant to the forum on the 15th of February.

    Yours sincerely,


    Nicole van Putten  Mrs. H. Koornwinder 
    Activity Co‑ordinator  Koornwinder Global Market Navigation 




    19960201



    Redactioneel


    Geachte lezer,

    Het derde nummer van Pecunia Magazine van jaar 11 ligt voor u. De artikelen die u deze keer in het magazine kunt vinden, geven wat ontspanning tijdens de hectische tentamendagen die voor de deur staan. Wat hebben wij zoal voor u in één editie gezet?

    In het omslagartikel vertelt Herma Koornwinder over haar ideeën omtrent de huidige beleggingstheorieën en zien we een voorbeeld van de resultaten van een door haar samengestelde beleggingsportefeuille. Verder vertelt de heer Pelsser meer over verschillende soorten en toepassingen van exotische opties. Tevens treft u vier bedrijfspresentaties aan, te weten van Shell, Deloitte & Touche, ING Groep en Unilever, door de desbetreffende bedrijven op verschil-lende manieren ingevuld. Aangezien de EMU nog steeds een hot item is, organiseerde het ECFR in april een symposium hierover. Twee presentaties tijdens dit symposium, één omtrent het monetair beleid en één omtrent de gevolgen voor de bankindustrie) staan gepubliceerd in dit nummer.

    Indien u interesse heeft in een bestuursfunctie bij Pecunia of in een plaats in een van de commissies lees dan de oproep in de Faria en stuur een briefje. Let wel op de uiterste deadline want deze is al snel.

    Rest mij nog u veel leesplezier te wensen en wellicht mogen wij u begroeten in het nieuwe bestuur of in een van de commissies.


    Edith de Vos
    Hoofdredacteur Pecunia Magazine



    Inhoudsopgave

    Omslagartikel
    Pagina 5


    Herma Koornwinder vertelt over de noodzaak van een nieuwe beleggingstechnologie en geeft een voorbeeld van de behaalde resultaten van haar eigen beleggingsportefeuilles.


    Omslagartikel

    Nieuwe beleggingstechnologie vereist voor financiering vergrijzing en high tech werkeloosheid
    Wij staan aan de vooravond van grote maatschappelijke veranderingen, vergelijkbaar met de jaren ’30 van de vorige eeuw, toen niet alleen de postkoets werd vervangen door de trein, maar de maatschappij te maken kreeg met de naderende industriële revolutie. De huidige toenemende automatisering, de overgang van het industriële tijdperk naar het digitale tijdperk, heeft niet minder verstrekkende gevolgen.

    In de fabriek stevenen we af op een produktie-industrie zonder arbeiders. Op kantoor en in de dienstverlening wordt al het min of meer routinematige denkwerk overgenomen door computers. De “klik & macro”-maatschappij in optima forma. (De presentatie van het toekomstplan “Op weg naar 2000” dat door bestuurslid mr. R.W.J. Groenink van ABN Amro naar buiten is gebracht, spreekt voor zich; ABN Amro zet het mes in het net van kantoren en zeker 700 van de 1000 kantoren worden sterk geautomatiseerd (NRC Handelsblad dd. 25.4.1996)). En van de overgebleven werkzaamheden wordt veel eenvoudigweg verplaatst naar lage lonen landen. Dat kan immers met de moderne communicatie-mogelijkheden. Een paar cijfers, zonder verder commentaar: In 1994 bedroegen de arbeidskosten per uur in West Duitsland 44 DM, in Nederland 35 DM, in Hongarije, het duurste centraal-Europese land, 4,5 DM en in China 0,65 DM. (NRC Handelsblad 16.1.96)

    Kortom: we gaan in Nederland toe naar een situatie met meer investeringen in slimme machines en computers met als gevolg meer winst, maar met minder werknemers. Goede bedrijfsresultaten leveren dus niet meer automatisch meer werkgelegenheid op, zoals in het verleden het geval was. De totale winst van de Nederlandse top-100 bedrijven bijvoorbeeld is in de periode ‘90-’94 gestegen van 20 tot ruim 30 miljard. Het totale aantal werknemers zakte tegelijkertijd weg van 1600 tot 1570 duizend (FD dd. ….). Zakt de conjunctuur in, dan daalt de werkgelegenheid al helemaal dramatisch, zoals we nu in de Bondsrepubliek zien (NRC 6.3.96; FD 21.3.96).

    En alsof scherp stijgende kosten voor sociale voorzieningen als gevolg van de banenafname nog niet erg genoeg zijn, komt er ook nog eens een vergrijzingsgolf op ons af. Binnen 15 jaar, wanneer de na-oorlogse geboortegolf met pensioen gaat, raakt de vergrijzing van de Nederlandse bevolking in een stroomversnelling. Tegen het jaar 2040 zal een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder zijn. De gevolgen van de vergrijzing zijn nu al voelbaar: dit jaar waren bijvoorbeeld de uitgaven van volksgezondheid al hoger dan geraamd, en volgend jaar zullen deze uitgaven ongeveer een miljard hoger uitvallen (NRC 21.3.96). En dan te bedenken dat met AOW, zorg en aanvullende pensioenen in 1995 al 1/5 deel van het nationale inkomen was gemoeid!

    De hoge kosten waarmee onze maatschappij in de nabije toekomst geconfronteerd zal worden, zijn dus vooral de kosten van een omvangrijke werkloosheid en de kosten van de vergrijzing. Het is de vraag in hoeverre de pensioen- en sociale verzekeringsfondsen, waarbij de rekening hiervan terecht zal komen, in staat zullen blijven om hun verplichtingen na te komen. De pensioenfondsen hebben in 1994 en 1995 hun aandelenbeleggingen verder opgevoerd. In dit verband is het belang van goede beleggingsresultaten bij deze fondsen duidelijk. Het noodzakelijke geld hoeft immers niet per definitie afkomstig te zijn uit bezuinigingen die ten koste gaan van de burger: ook beter beheer levert geld op. Nederland heeft ongeveer 770 miljard gulden pensioengeld. Wanneer dit geld 1% meer rendement op zou leveren, zou de premie 15% naar beneden kunnen, aldus de heer Frijns, directeur van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Nu gaat de premie her en der zelfs omhoog, zoals op dit moment bij het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalindustrie (FD, 19.3.96).

    De vraag die zich vervolgens opdringt is of verbetering van de performance wel tot de mogelijkheden behoort. In een proces van jarenlang onderzoeken en testen ben ik tot de conclusie gekomen dat dit inderdaad mogelijk is, en wel door met andere modellen wereldwijd te beleggen.

    Als vrouw van een ondernemer was ik bijzonder geïnteresseerd in de sociaal-financieel-economische wereld. Ik spelde de financiële pagina’s, bezocht bedrijven, maakte kennis met het management, las jaarverslagen, bestudeerde vakbladen en beleggingsbladen. Toch kwam ik steeds op het verkeerde been te staan, met andere woorden, het lukte me met behulp van de gangbare analyse-methodes niet om de financiële markten te begrijpen. Wel werd mijn behoefte om de stukjes van de puzzel in elkaar te laten vallen, steeds sterker.

    19960201



    Daarom besloot ik om geheel op eigen houtje een studie te maken van de financiële markt. De omgevingsfactoren, de drijfveren die beurzen beïnvloeden, de verschillen tussen bedrijfswaarde en beurswaarde: overal zette ik vraagtekens bij. Zo kwam ik tot de conclusie dat het de moeite waard is om vooronderstellingen kritisch te blijven bezien, en ook dat de meeste algemeen geaccepteerde methodes de ene keer wel resultaat op leveren, maar de andere keer niet. Een aantal voorbeelden hiervan wil ik naar voren brengen:

    "De markt is efficiënt"
    Het is niet waar, dat “de markt altijd gelijk heeft”. Deelnemers aan de markt zijn bijna nooit van alle relevante factoren op de hoogte. Daarnaast is het vragenlijstje van veel analisten toch te veel afgestemd op bedrijfsfactoren en te weinig op de marktwerking. Markten hebben hun eigen dynamiek en dienen op hun eigen merites beoordeeld te worden. De crash van oktober ’87 bijvoorbeeld had niets te maken met veranderingen in het bedrijfsleven, maar alles met de financiële markten zelf. Het is dus blijkbaar niet zo dat de koers altijd de juiste bedrijfswaarde weerspiegelt.

    "Risico moet gespreid worden; en risico moet beheerst worden aan de hand van de hoeveelheid risico die de belegger bereid is te nemen"
    Om het risico te beperken verdeelt men de portefeuille in porties en belegt vervolgens het geld in effecten, obligaties, kunst, goud, valuta, etc. Effecten verdeelt men dan weer over diverse bedrijfstakken en landen. Uit mijn onderzoek is gebleken, dat het bij beleggen mogelijk is – net als in de natuur – oog te hebben voor de veranderingen van de seizoenen, d.w.z. voor de veranderingen in het risicopatroon. Eigenlijk zou men moeten proberen het risico van de markt in kaart te brengen, om vervolgens dit risico zoveel mogelijk te mijden. Omdat men echter de mening overgenomen heeft dat het risico niet in kaart te brengen is, concentreert men zich op het zo beperkt mogelijk houden van de schade. Met andere woorden: men schaatst en zwemt in dezelfde outfit. Mijn advies zou zijn de eigen vooronderstellingen kritisch te blijven bekijken en een studie van de risico’s niet te verwaarlozen.

    "Met indexbeleggen kun je je geen buil vallen"
    Op voorhand verzoent men zich dan met waardeverminderingen van de portefeuille, mocht de index omlaag duikelen. Zo’n houding druist toch tegen alle beleggerslogica in. Het is daarom de moeite waard te blijven zoeken naar methodes die dergelijke waardeverminderingen kunnen voorkomen (zie grafiek 1).

    "De koers/winst verhouding geeft aan of een aandeel al of niet reëel geprijsd is"
    Soms blijken er belangrijker krachten op de financiële markt werkzaam, die fluctuaties veroorzaken. We hoeven maar te denken aan de crash van oktober ’87. Alle fondsen, ook die met een uitstekende koers/winst verhouding, daalden toen in waarde (zie grafiek 2).

    "De beurs gaat omhoog als de dollar omhoog gaat"
    Dit blijkt niet altijd te kloppen met de feiten: in precies 10 jaar tijd daalde de dollar bijna 58%, terwijl de Amsterdam EOE-index in die zelfde tijd steeg met ruim 102%.

    "De beurs gaat omhoog als de rente naar beneden gaat, en vice versa"
    Ook deze stelling blijkt niet altijd op te gaan.

    "Beleggen in een goed bedrijf levert rendement op"
    Wanneer er krachten van een hogere rangorde neerwaarts gericht zijn, gaan ook de beurskoersen van aandelen in goede bedrijven naar beneden. De crash van oktober ’87 is hiervan wederom een treffend voorbeeld: alle aandelen van alle bedrijven daalden in waarde, ook die van bedrijven met goed management, goede investeringen en uitstekende groeiverwachtingen (zie grafiek 2).


    19960201


    "Op technische analyse kun je varen"
    Langdurig onderzoek heeft mij duidelijk gemaakt dat het op cruciale momenten uiterst moeilijk is om de juiste signalen te distilleren. Indicatoren geven tegenstrijdige signalen. Ook heb ik geleerd dat men steeds alert moet blijven op de mogelijkheid dat de signalen iets anders betekenen dan wat in de boeken staat.

    "Het loont zich te specialiseren, bijv. in enkele aandelen, een sector of een land"
    Wanneer men zich daartoe beperkt, heeft men geen inzicht in de signalen die de rest van de markt afgeeft. En deze signalen kunnen van cruciaal belang zijn voor de betreffende aandelen, de betreffende sector of het betreffende land.

    De markt zou efficiënt zijn; de koers/winst verhouding zou aangeven of een aandeel duur of goedkoop is; als de dollar omhoog gaat, zou de beurs ook omhoog gaan: enzovoort, enzovoort: een hele lijst van “beurswaarheden” die geen van alle consequent blijken op te gaan.

    Bij allerlei gelegenheden moet je daarom constateren dat beleggingsadviseurs er met hun adviezen naast hebben gezeten.
          Ik heb me vaak afgevraagd hoe het komt dat de meerderheid van de analisten zonder meer werkt met deze 'beurswaarheden', ook al komt men op steeds meer plaatsen tot de conclusie dat men toch niet optimaal bezig is, bijvoorbeeld bij Robeco. Misschien is het zo dat de vaak gelijksoortige opleiding en achtergrond van analisten hun gezichtsveld als groep beperkt.
          Of misschien gaan analisten die in een hiërarchische structuurwerken een discussie met hun baas liever uit de weg, vooral als ze weten dat hij al een voorkeur heeft voor een bepaalde richting. Maar zoiets kan er wel toe leiden dat de eigen vooronderstellingen niet meer kritisch bekeken worden en dat alleen die informatie opgenomen wordt die aansluit bij de reeds bestaande denkbeelden (zie grafiek 3).

    Maar omdat ik tijdens mijn jarenlange speurtocht overal vraagtekens bij zette, kwam ik al doende wél op het spoor van andere wetmatigheden. Ik kreeg zicht op een gecompliceerd web van relaties tussen de verschillende delen van het geheel van de ene financiële wereldmarkt. Wat er op de financiële markten gebeurt is namelijk ÉÉN proces, want er is eigenlijk maar ÉÉN financiële markt, DE financiële wereldmarkt. Veranderingen in één deel daarvan hebben tot gevolg dat er in alle andere delen ook iets verandert. Hier zicht op krijgen was met conventionele middelen niet mogelijk. Wel echter met behulp van de moderne kennistechnologie, die door de onvoorstelbaar grote hoeveelheid data die ermee verwerkt kunnen worden, vragen kan stellen en antwoorden kan geven die voorheen niet mogelijk waren.

    Door gebruik te maken van die technologie heb ik, in jarenlange research, inzicht gekregen in dat web van relaties binnen die ene wereldmarkt.

    Dan zie je de onderstromen, die soms sterker zijn dan de stromingen die men, bijvoorbeeld met fundamentele of technische analyse, aan de oppervlakte waarneemt. Ik kreeg langzamerhand als het ware röntgenfoto’s van de financiële wereld te zien, of, om in WordPerfect-termen te spreken, ik leerde hoe je op [Alt-F3] kon drukken om de codes zichtbaar te maken.

    Intussen zocht ik discussie met analisten, banken en redacties van bladen, bezocht congressen, hield voordrachten. Vaak voelde ik mij een alien: men maakte zich druk over een enkele sector of een enkel aandeel, terwijl mijn werkterrein de gehele wereld was.


    19960201 


    In 1989 las ik “A Random Walk Down Wall Street” van Malkiel, professor aan de Princeton University, en ook “Luchtkastelen en gouden bergen” van Wijmenga. Hun visie kan als volgt beknopt samengevat worden: de markt is (min of meer) efficiënt; daarom zijn marktontwikkelingen niet voorspelbaar en is het, afgezien van toevalstreffers, niet mogelijk de index te verslaan. (Later bleek mij dat de Fransman Bachelier reeds in het jaar 1900 promoveerde op de stelling dat men door het analyseren van jaarverslagen en van koersgedrag niet kon komen tot een goede inschatting van de markt.)
    Ik citeer hier bijvoorbeeld Wijmenga, blz. 22-23:

    "De conclusie dat de aandelenmarkt zo efficiënt is dat beleggingsstrategieën geen systematisch buitengewoon rendement boven het marktrendement kunnen opleveren, is niet zomaar getrokken. Daaraan ligt veel en grondig wetenschappelijk onderzoek ten grondslag."

    Het besef drong toen tot me door dat ik op een totaal ander spoor zat, dat mijn aanpak fundamenteel anders was dan die van de gevestigde wetenschappers. Als reactie daarop sloot ik mij wederom op in de studeerkamer en besloot mijn model uitgebreid te testen en uit te bouwen. Hierbij werden een duizend wereldwijd beursgenoteerde fondsen betrokken, als het mogelijk was tot het jaar 1900 terug.

    Zo kwam het KGMN 'Investment Scan & Navigation System' tot stand, dat als een supertelescoop om de financiële wereld heen draait en deze aftast op mogelijkheden en onmogelijkheden.

    Dit systeem is in allerlei situaties in staat díe specifieke vragen te stellen die voor een optimaal beleggingsadvies van belang zijn. Hiertoe wordt uit de enorme hoeveelheid gegevens betreffende de macro-economie en de kapitaalmarkten de relevante informatie geselecteerd en bewerkt. Dit met behulp van geavanceerde kennis- en informatietechnologie. Hierdoor worden vragen en antwoorden mogelijk die tot voor kort ondenkbaar waren. Zo worden krachtenveld blootgelegd en markten transparant gemaakt.

    Het is deze dimensie, de dimensie van de moderne kennistechnologie, die ontbreekt aan de orthodoxe beleggingsmethodes.
    Terwijl tegenwoordig toch de digitale geldstromen, op zoek naar het hoogste rendement, in fracties van een seconde de wereld rondflitsen.

    Op de vraag of dit kennistechnologisch ondersteund model nu inderdaad meer oplevert, geeft het onderzoek over de jaren ’89-’94, verricht door accountantskantoor Deloitte & Touche (zie foto) een eenduidig antwoord:

    Van de 7 modelportfeuilles die KGMN samenstelde, gaven er 6 een beter rendement dan de betreffende beursindex. De zevende liet een gelijk resultaat zien. Gemiddeld werd 10% beter gescoord, in absolute zin. Ook voorspelde KGMN in bedoelde jaren 22 van de 23 keer een omslag van de beursindices correct.

    De conclusie kan alleen maar zijn: performance beter dan de nu in het algemeen bereikte resultaten is inderdaad mogelijk.
    In dit verband wil ik heel duidelijk stellen dat de KGMN-aanpak geen recept is, in de zin van het enig juiste recept dat precies nagevolgd moet worden. Het KGMN-model moet gezien worden als niet meer, maar ook niet minder, dan een van de eerste produkten van de elektronische snelweg op het gebied van beleggingsinnovatie.

    Inmiddels is hier wel een onderwerp aangeroerd dat cruciaal zal zijn voor de toekomst van onze maatschappij: nieuwe kennistechnologie. Zo heeft het OESO-rapport over het verband tussen technologie, produktiviteit en werkschepping, dat begin april tijdens de tweede G7-banentop in Lille in Frankrijk werd gepresenteerd, als voornaamste boodschap dat “technologie” en “kennis” op de langere termijn de voornaamste bronnen van economische groei zullen vormen (NRC 5.4.96). Het moet mij echter van het hart dat we in ons land zonder de noodzakelijke investering en mentaliteitsverandering wat kennistechnologie betreft de boot dreigen te missen. Er is in ons land nu al een tekort aan hooggeschoolde informatici. Terwijl we in de toekomst met een explosieve vraag te maken krijgen, blijkt dat de instroom van 1ste jaars studenten in de informatica sinds 1988 is gedaald van 1200 tot ruim 450.

    Om deze lijn om te buigen zullen we onze ‘Nintendo kids’, dat wil zeggen, de basisschooljeugd, meer moeten opvoeden in de geest van Bill Gates. Bill Gates heeft het over een computer in ieder huisgezin. Ik wil naar een computer voor ieder kind. Een laptop moet voor kinderen een lei met een krijtje worden.

    Bedenk, dat er in het Verre Oosten scholen zijn waar niet anders dan met beeldschermen wordt gewerkt. En intussen staan hier een paar PC’s op een basisschool, waarbij het afhankelijk is van de leerkracht of ze wel of niet gebruikt worden. Met andere woorden: anderen zullen niet aarzelen de kansen die wij laten liggen, te grijpen.

    Om adequaat te kunnen reageren op al de komende veranderingen is allereerst nodig het besef dat we ons bevinden in de eerste fase van een enorm veranderingsproces, dat het digitale tijdperk als een vloedgolf over ons heen komt.


    19960201

    Dit veranderingsproces is van onvoorstelbaar grote dimensie en is onontkoombaar. Wij hebben geen andere keuze dan mee te veranderen. Er is in onze maatschappij over het algemeen nog niet scherp genoeg oog voor de omvang van dit veranderingsproces: ofwel men heeft het zo druk met het in stand houden van het systeem, dat men geen tijd heeft om te overzien wat er gaande is, ofwel men zit murw thuis en probeert rond te komen van een uitkering.

    Terwijl diegenen die thuis zitten, juist ingezet zouden kunnen worden, en dan vooral diegenen onder hen die veel opleiding en kennis in huis hebben, maar al op 35-jarige leeftijd tot “te oud” zijn gebombardeerd.


    19960201


    Met het oog hierop zou ik er allereerst voor willen pleiten studenten meer tijd voor hun studie te geven, tijd om na te denken en nieuwe wegen te vinden. Het digitale tijdperk met zijn “emerging sciences of complexity” werpt zijn schaduw al vooruit over onze maatschappij. Studenten in de financiële economie zullen straks niet meer kunnen afgaan op de kennis die aan hen wordt doorgegeven, ze zullen, op de “electronic highway” zelf hun pad moeten banen, en dat in een materie die zo omvangrijk, complex en interdependent is dat de menselijke geest zich er geen voorstelling van kan maken.

    Tevens zou ik een pleidooi willen voeren voor:
    • Een Ministerie voor Informatiewetenschappen & Technologie.
    • Waarnemers en signaalgevers die de wereld afstruinen op zoek naar nieuwe mogelijkheden (net zoals inkopers van warenhuizen).
    • TV-programma’s en krantenpagina’s voor de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie, zodat je kruisbestuiving krijgt en er niet op verschillende plaatsen eenzelfde wiel wordt uitgevonden.
    • Een landelijk en regionaal ondersteuningspunt voor high-tech starters en pioniers in “nieuwe kennis”.
    • Een jaarlijks terugkerend evenement waar de high-tech starters en pioniers hun kennis en kunde kunnen tonen.
    • Snellere acceptatie en integratie van de “nieuwe kennis”.

    Wij verlaten het industriële tijdperk en betreden het digitale tijdperk, het tijdperk van de kennis- en informatietechnologie. Wij zouden ons denken op een hoger niveau kunnen brengen en ons handelen in een hogere versnelling kunnen zetten. Met ongekende mogelijkheden. Maar dan moeten we de kansen die het informatietijdperk biedt, wel grijpen.

    En dat de kansen er liggen, blijkt niet alleen uit het onderzoeksrapport van Deloitte & Touche, ook daarna werden goede resultaten behaald zoals blijkt uit onderstaand voorbeeld (zie afbeelding op deze pagina).

    Opzet
    De onderzochte periode bedraagt ongeveer 10 maanden, te weten van 2 juni 1995 tot 4 april 1996. De resultaten van het 1e kwartaal 1996 zijn eveneens aangegeven. De volgende uitgangspunten werden gebruikt:
    • Er is per fonds een gelijk bedrag in guldens aangewend.
    • Er geldt een ‘all-in’ fee voor de transactie-, beheers- en advieskosten van 2% op jaarbasis.
    • Er is rekening gehouden met valuta-mutaties.

    19960201
    N.B. Deze portefeuille is eenmalig aan het tijdschrift Cash opgegeven. Daarom heeft de gebruikelijke bijsturing door de beheerder/adviseur niet plaatsgevonden en zijn de eventueel uitgekeerde dividenden niet genoteerd. Normaal gebeurt dit natuurlijk wel.

    Samengevat ontstaat er een beeld (zie tabel) van het resultaat uitgedrukt in %, per regio, getoetst aan de relevante index.

    Conclusie
    • De totale portefeuille geeft inderdaad een outperformance van de MSCI World index, en wel van +4,2% voor het 1e kwartaal 1996 en +9,9% voor de laatste 10 maanden.
    • Ook in de regio’s wordt een outperformance gerealiseerd met uitzondering van de 10-maands periode in het Verre Oosten. Opvallend is de Europese outperformance van +7,0% respectievelijk +10,9% in vergelijk met de Euro-100 index.
    • Overeenkomstig de verwachting steeg tot ultimo 1995 de Zwitserse index met +11% en daalde de Franse index met -3,2%. De Euro-100 index steeg in dezelfde periode met 8,4%, zodat de Zwitserse index een outperformance liet zien van +2,6%.
    • Van de 48 fondsen zijn er 8 na 10 maanden negatief geëindigd, terwijl 29 van de 48 fondsen, d.i. 62%, het beter deden dan de index. De statistische kans dat zulk een hoge score op toeval berust is zo goed als nihil.

    In grafiek 5 worden de resultaten verder uitgesplitst.

    H. Koornwinder






    19960201



    Positionering KGMN Portfolio’s
    Onderstaand de positie van een aantal adviesportfolio`s van KGMN gemeten naar het resultaat over het eerste kwartaal 1996.

    Aandelen Nederland      Aandelen wereldwijd  
      3 mnd   3 mnd
    NIB Strating Neth. Fund  22.0%   ASN Aandelen Fonds  15.0%
    KGMN Clientportfolio B  18.8%   KGMN Cash Portfolio 11.6%
    KGMN Clientportfolio A  18.0%    
    Tolsteeg Beleggingsmij. 17.9%   Ohra Aandelenfonds 10.6%
    ABN Amro Neth. Fund  15.4%   ING Bank Global Fd.  10.2%
    Holland Fund   14.9%   Postbank Aand. Fonds  9.8%
    Orange Fund   14.5%   Delta Lloyd Inv. Fd.  9.0%
    ING Bank Dutch Fund  13.7%   ABN Amro Aand. Fonds  9.0%
    RG Hollands Bezit 13.4%   Rolinco  8.6%
    VPV Holland Haven  12.8%   Obam  8.1%
    Small Comp. Neth. Fund  11.4%   Robeco  7.1%
    Amsterdam EOE Index Fund  11.3%   Fidelity Funds Int.  6.8%
    G-Equity Nederland  8.9%   Fleming Int. Eq.  6.4%
    AXA E & L Aand. Ned.  8.0%   Intereffect 500  -1.1%
    Index: CBS Alg. Off. Markt  10.5%   Index: MSCI World  7.4%
    Gem. KGMN Outperf. van Index  +8.3%   KGMN Outperf. van Index  +4.2%

    Bron: ABN Amro Asset Management als gepubliceerd in het Financieel Dagblad van 18 april 1996.


    Curriculum Vitae H. Koornwinder
    Opleiding en werkervaring:
    Autodidact. Een leven lang lezen, denken, vragen stellen, zekerheden niet voor waarheden aannemen, afwijzen, onderzoeken, ontwikkelen testen, toetsen.
    • Onderzoek naar de effectiviteit van fundamentele- en technische analyse van de financiële markten.
    • Onderzoek naar het proces van versnelling en vertraging van de conjunctuur, cyclische golven, economische wetmatigheden en de gevolgen daarvan. Probeerde een verklaring te vinden voor “lukrake” fluctuaties.
    • Onderzoek naar beleggingsresultaten van beleggings- en pensioenfondsen.
    • Vergelijkend en toetsend onderzoek naar “de visie” in een 15-tal binnen- en buitenlandse kranten en beleggingsbladen.
    • Onderzoek naar de effectiviteit van financiële software programma’s.
    Resultaat:
    De wet- en regelgeving van een onderliggend krachtenveld blootgelegd. KGMN model ontwikkeld en in laboratoriumsfeer getest.

    Werkervaring:
    Adviseur van grote institutionele beleggers. De effectiviteit van 5 jaar KGMN-adviezen is door Deloitte & Touche in een rapport bevestigd.
          Vele interviews, voordrachten en publicaties. Stelling genomen tegen de efficiënte markttheorie, de Moderne Portfolio Theorie, het indexbeleggen, het willekeurig spreiden van investeringen omdat men het risico niet kent.
          Initiatiefneemster en Adviseur van het KGMN Global Portfolio Fund voor particulieren en het KGMN Institutional Fund voor institutionele beleggers.


    Terug naar boven >




    Eigenzinnig KGMN vindt partner in effectenbank Stroeve

    1996-02-20, Het Financieele Dagblad

    Herma Koornwinder van Koornwinder Global Market Navigation (KGMN) is een vreemde eend in de bijt van de beleggingswereld. Al jaren trekt ze hardnekkig ten strijde tegen ingesleten beleggingswijsheden. Haar eigen model ontmoet veel scepsis bij de gevestigde analisten. Maar de tijd lijkt rijp voor haar ideeën. Ze adviseert enkele institutionele beleggers en vanaf 1 maart kunnen particulieren via effectenbank Stroeve beleggen volgens de Koornwinder-methode.

    De samenwerking met Stroeve is de laatste stap naar erkenning voor KGMN. Eerder had het accountantskantoor Deloitte en Touche de voorspellingen die KGMN in de periode 1989-1994 publiceerde doorgelicht. Het rapport van eind 1994 kwam tot de conclusie dat vrijwel alle door Koornwinder voorspelde trends voor verschillende effectenbeurzen juist bleken te zijn. De theoretische portefeuilles over de periode 1992-1994 scoorden gemiddeld ruim 10% beter dan corresponderende indices.

    Vanaf volgende maand kunnen particuliere beleggers een rekening openen bij effectenbank Stroeve. De bank zal het toevertrouwde geld geheel naar de adviezen van KGMN investeren, tegen een vast beheertarief van 2%. Directeur J.E. Stroeve verwacht met een beheerd vermogen van rond hfl. 10 mln te starten. "Als het aanslaat zullen we het omvormen tot een beleggingsfonds", aldus Stroeve. "De kritische grens ligt bij de 20 a 25 mln gulden."

    KGMN heeft een geheel eigen kijk op beleggen. De huidige beleggingsmodellen horen in de prullenmand, vindt directrice Koornwinder. "Ze druisen in tegen elke logica. Ze sluiten niet aan bij de realiteit van de financiële wereld en presteren daarom slechter dan de markt."

    De meeste beleggingsmodellen zijn gebaseerd op fundamentele analyse, die de ontwikkelingen in de reële economie als richtinggevend beschouwt voor financiële markten. Dit leidt volgens Koornwinder tot allerlei gevestigde waarheden die niet kloppen. 'Het is niet waar dat 'de markt altijd gelijk heeft'. Deelnemers zijn niet van alle relevante factoren op de hoogte.' Het vragenlijstje van analisten spitst zich dan ook te veel toe op bedrijfsfactoren en te weinig op de marktwerking. 'Financiële markten hebben hun eigen dynamiek. De beurskrach van oktober '87 had niets te maken met parallelle of toekomstige sterke veranderingen in het bedrijfsleven.'

    Een ander gekoesterd heilig huisje is het spreiden van risico's. "Zo beleg je automatisch ook in oninteressante markten", aldus Koornwinder. "Je moet gebruik maken van seizoenen en alleen daar beleggen waar wat te verdienen valt."

    Maar hoe onderkent Koornwinder die gouden mogelijkheden zonder grote risico's te lopen? "Het gaat erom dat je risico in kaart brengt en zoveel mogelijk mijdt. Dat is wat mijn model doet', aldus Koornwinder. 'Het minimale risico is voor elke belegger hetzelfde."

    Het is lastig om een vinger te krijgen achter de methodiek van KGMN. Ook na Koornwinders toelichting blijft die enigszins in mist gehuld. Het model is een mengvorm van technische en fundamentele analyse. Technisch analisten baseren hun voorspellingen op financieel-economische cijferreeksen. "Beide methoden apart lieten veel vragen onbeantwoord", zegt Koornwinder. "Door ze te fuseren kwam ik echter op het spoor van cruciale indicatoren."

    Volgens Stroeve is gedetailleerd inzicht in de analyse van KGMN niet noodzakelijk. "Beleggers zijn alleen geïnteresseerd in het bedrag dat uiteindelijk onder de streep staat." Een particuliere belegger, die hfl. 6 mln volgens de adviezen van mevrouw Koornwinder belegt, denkt er hetzelfde over. "Bij gevestigde banken en effectenhuizen heb je ook geen idee wat er gebeurt, is mijn ervaring. Maar de resultaten van KGMN zijn aanzienlijk beter."


    Terug naar boven >




    ‘Goed resultaat draait om ondertoon van de markten’

    1996-03, Beursplein 5

    Vanaf 1 maart kunnen particulieren via effectenbank Stroeve beleggen overeenkomstig de adviezen van Herma Koornwinder. Directeur Hans Stroeve verwacht te beginnen met een beheerd vermogen van ongeveer 10 miljoen gulden en "als het aanslaat maken we er een beleggingsfonds van."

    Selfmade analiste Herma Koornwinder, directeur van Koornwinder Global Market Navigation (KGMN) uit het Brabantse Heeze, is er al jarenlang van overtuigd dat zij veel betere resultaten haalt dan de markt en de gemiddelde institutionele belegger. Vorig jaar kreeg zij gelijk van accountantskantoor Deloitte en Touche. Na onderzoek van de voorspellingen die KGMN in de jaren 1989-1994 publiekelijk had gedaan, kwamen de accountants tot de conclusie dat van de zeven portefeuilles die KGMN samenstelde er zes een beter rendement hadden opgeleverd dan de beursindex. De zevende liet een ongeveer gelijk resultaat zien. Gemiddeld werd 10% beter gescoord. Ook voorspelde het global market fund KGMN in de periode 1989-1994 22 van de 23 keer een omslag van de beursindices correct. Vorig jaar mocht zij het accountantsrapport overhandigen aan beursvoorzitter drs. B.F. baron van Ittersum.

    Wat is het geheim van het succes van Koornwinder? Dat wil ze niet kwijt. Maar zoveel is duidelijk, volgens haar vallen de meeste algemeen gebruikte beleggingsmethoden bij kritisch onderzoek door de mand. "De moderne-portefeuilletheorie, het indexbeleggen, het spreiden van risico’s, de groei-aandelentrend, de synergie-trend, de 'wat er in zit moet er ook uitkomen'-trend, de 'laag kopen hoog verkopen'-trend, de technische analyse: met geen van deze methodes is het mogelijk consistent goede resultaten te halen", zegt Koornwinder beslist. Vraag is hoe dan wel. Het eieren eten is volgens haar de juiste ondertoon van de markten goed in te schatten. "Koersen kunnen euforisch stijgen maar als de ondertoon zwak is, moet je oppassen. Ik hanteer als het ware een weegschaalmodel, waarbij voortdurend waarden gewogen en afgewogen worden, zowel voor markten als geheel als voor individuele fondsen. Daarbij speelt massapsychologie een niet onbelangrijke rol."

    Sceptische waarnemers houden het erop dat Koornwinder het geluk wel erg aan haar kant heeft gehad. Daar haalt zij haar schouders over op en vooralsnog terecht. Het zou inderdaad best kunnen dat Koornwinder tot het kleine slag grote money managers behoort dat het gemiddeld inderdaad een stuk beter doet dan de markt.


    Terug naar boven >




    Met de Happening begint de lente

    1996-02-03, De Tijd (België)

    Wat sommigen al de 'hoogmis van de belegger' hebben genoemd, komt er weer aan. Op 16 maart wordt alweer een overvloedig programma gepresenteerd, dat meteen de beurslente inluidt. Voor de deelnemers wordt het werken geblazen; de clubs hebben het voordeel dat ze ten minste drie vertegenwoordigers kunnen inzetten om op alle sessies hun voordeel te kunnen rapen. De dag begint alvast met een levendig debat dat verrassingen kan inhouden. Aan een panel wordt de verreikende vraag gesteld of 'holdings een toegevoegde waarde hebben' door prof. C. Van Hulle (KU Leuven) en geven L. Bertrand (Ackermans & Van Haaren) en J. Huyghebaert (Almanij) hun ervaringen uit de praktijk; ze worden dan aan de tand gevoeld door prof. R. Van der Eelst (EHSAL). Van moderator M. Janssens (Petercam) mag verwacht worden dat hij het discussievuur zal aanwakkeren.

    Aan de beurs zitten dagelijkse problemen vast. 'Rente-evolutie en valuta's' (prof. Fr. Boll) blijven elke dag boeien. De beurs van Brussel heeft alle aandacht nodig voor de evolutie naar het jaar 2000; J. Neven zal ze toelichten. Ph. Janssens (An-Hyp) weet intussen wellicht of beleggen in bakstenen nog interessant is. Dat lijkt wel zo, want het recente voorbeeld Desimpel heeft geleerd dat men het aandeel te zeer ondergewaardeerd heeft. Beurzen blijven te eeuwigen dage gespreksstof; ze moeten blijven bestaan als democratische instellingen en als spiegel van een stuk van het bedrijfsleven. De nieuwe voorgestelde maatregelen van Ph. Maystadt om risico-kapitaal aan te trekken kunnen voor animo zorgen.

    De beurzen kunnen inderdaad ook wispelturig zijn: vaak kunnen beleggers er hun profijt mee doen (al zijn risico's meteen ingebouwd), maar ze beleven eigenlijk wat elke bedrijfsleider meemaakt.

    Ditmaal zijn Royale Belge (Schokaert), Belcofi (J. Suykens) en Telinfo aan de beurt (J. Cordier heeft directe kijk op het telefoongebeuren). In een tweede reeks voorstellingen komen aan de beurt Delhaize (J. Coppieters 't Wallant), Walibi (E. Meeus) en Terca Brick Industries (Chr. Dumolin zal wel besluiten trekken uit de tribulaties van zijn concurrent Desimpel).

    Het directe beursgebeuren wordt bekeken door E. Belmans (BBL) voor de Belgische beurs, M. Neven (KB) voor de Zuid-Europese beurzen, en R. Leroux over beleggen op de snel in de aandacht oprukkende beurs van Zuid-Afrika.

    Het traditionele klapstuk met de internationale invalshoek wordt geleverd door Mw. Koornwinder die opteert voor een 'revolutie op de financiële markten' en dat verbindt met de opmars van de elektronische snelweg. In haar schrifturen houdt ze vol steeds alle ratio's grandioos te kloppen; hopelijk kunnen de deelnemers haar ontfutselen hoe ze dat dan praktisch aan de dag legt. Douglas C. Johnson (Merryll Lynch) achtte het belangrijk genoeg om voor de VFB speciaal vanuit New York te komen vertellen hoe de Amerikaanse beurzen (meestal) reageren in een verkiezingsjaar, met een zijdelingse (Amerikaanse) beschouwing over de gang van zaken met (sommige) emerging markets. Dat zal velen benieuwen... De VFB werkt erg tijdig aan haar programma's. De gewiekste sprekers breien er toch wel steevast een stuk actualiteit aan vast met de blik op de toekomst.

    Een succes-element op de Happening zijn de sinds vele jaren aanwezige stands. Het maakt directe contacten met bedrijven en diensten mogelijk. Dat concretiseert het streven van de federatie om de dialoog in interactieve ontmoetingen te vergemakkelijken; met bedrijfsbezoeken en nu reeds drie Trefpunten (Brugge, Antwerpen en Hasselt) waar men wekelijks in groep de beurs kan opvolgen en erover nakaarten; maar ook met de babbels op de happening-stands. Vanaf 9 u. staan de vertegenwoordigers er ten dienste van de belangstellenden. (16 maart, Alpheusdal, Berchem Antwerpen; bus 9 vanaf station Berchem). BT

    VFB-Beleggers-Happening op zaterdag 16 maart 1996 in Alpheusdal, Filip Williotstraat 22, 2600 Berchem-Antwerpen

    9 uur: Koffie en bezoek aan de stands; Prijsuitreiking beurswedstrijd; Hebben holdings een toegevoegde waarde voor de belegger? L. Bertrand (Ackermans & Van Haaren), J. Huyghebaert (Almanij), Prof. C. Van Hulle (KUL), Prof. R. Van der Elst (EHSAL, Beheerder VFB), M. Janssens (Petercam); Rente-evolutie en valuta's, Prof. Dr. F. Boll; De Beurs van Brussel naar het jaar 2000, J. Neven; Is beleggen in bakstenen nog interessant? Ph.Janssens; Telinfo, J. Cordier; Royale Belge, R. Schockaert; Belcofi, J. Suykens; De Belgische Beurs, E. Belmans; Beleggen in Zuid-Afrika, R. Leroux; De Zuid-Europese Beurzen.

    12.45 uur: Lunch en bezoek aan de stands; Delhaize, J.C. Coppieters 't Wallant; Walibi, E. Meeus; Terca Brick Ind., Chr. Dumolin; Revolutie op de financiële markten, kansen op de elektronische snelweg, Mw. M.H.C. Koornwinder (Nederland); American stocks in an election year, and what with the emerging markets? D. Johnson, (Merryll Lynch New York).

    Inschrijving: op g 320-0827716-85 van VFB VZW: 800 frank voor leden van aangesloten clubs en voor individuele leden, codenummer vermelden, 1.100 frank voor niet-leden (koffie en broodjesmaaltijd zijn inbegrepen).

    Inschrijving na 1 maart: 1.250 frank voor iedereen. Clubs kunnen nog aansluiten door overschrijving van 500 frank op rekening 403-7065211-95 van VFB. Naam van de club en contactadres vermelden. Individueel lidmaatschap kost ook 500 frank op hetzelfde rekeningnummer. Individuele leden ontvangen de Nieuwsbrief en, zoals de clubleden, kortingen op activiteiten en publicaties.

    Voor meer info: tel. en fax: 03/353.18.67.


    Terug naar boven >




    Rabobank Groningen e.o. geeft inzicht in beleggen

    1996-03, Eigen uitgave Rabobank

    Al sinds mensenheugenis is een goede voorspelling bijzonder waardevol. Wat zou er bijvoorbeeld zijn gebeurd, als de bewoners van de Griekse stad Troje de helderziende prinses Cassandra hadden geloofd, die de val van hun stad voorspelde?

    Ook in de beleggerswereld van nu zijn goede voorspellingen van cruciaal belang. Het succes van een belegging valt of staat bij een goede analyse van het koersverloop van een aandeel of obligatie. Maar hoe komen beleggingsadviseurs tot hun koop- en verkoopbeslissingen? Waarop baseren zij hun uitspraken over het koersverloop van aandelen of obligaties? Het is uitermate boeiend om te weten hoe gerenommeerde beleggingsanalisten het koersverloop voorspellen.

    De behoefte aan een betrouwbare voorspellingsmethode is altijd bijzonder groot in de beleggingswereld. Er zijn twee traditionele manieren van voorspellen: de fundamentele en de technische analyse. Bij de fundamentele analyse wordt een bedrijf beoordeeld op rationele omzetgegevens, groei, historie.
          Technische analyse is van jonger datum en bestaat uit het doortrekken van ontwikkelingen in het koersverloop over een bepaalde periode. De statistieken worden in een overzicht weergegeven. Deze overzichten, charts genoemd, laten pieken en dalen zien. Deze zijn weer te vertalen in steunniveaus en weerstandsniveaus. De ontstane koerspatronen geven houvast voor een toekomstvoorspelling van het bedrijf.
          Door veel beleggingsadviseurs wordt echter aangenomen dat het niet mogelijk is om met deze technische of fundamentele analyse op lange termijn een rendement te halen dat uitstijgt boven de marktindices. Met andere woorden, de traditionele methoden van voorspellen schieten tekort.

    Succesvolle analyse
    Door moderne communicatietoepassingen, de electronic highway, is veel meer informatie veel sneller beschikbaar voor steeds meer mensen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de mondiale afhankelijkheid van koersbepalende aspecten groter wordt. En dat betekent veel voor alle financiële markten. Daarom is het tegenwoordig niet meer voldoende om alleen af te gaan op een jaarverslag of het koersverloop van een aandeel om tot een goede beleggingsanalyse te komen. In de meest succesvolle beleggingsanalyses van dit moment wordt van verschillende nieuwe informatiemogelijkheden van de electronic highway gebruik gemaakt.

    Mevrouw H. Koornwinder is een van de meest succesvolle en interessante beleggingsadviseurs. Haar adviezen zijn vaak omstreden en wijken regelmatig af van het gangbare patroon. Toch blijkt juist háár methode bijzonder lucratief.
          De resultaten van de methode van Koornwinder zijn uitgebreid getest door accountantskantoor Deloitte & Touche. Haar prestaties zijn vergeleken met de corresponderende beursindices en met die van de Morgan Stanley Capital Market Index (MSCI), de in de financiële wereld toonaangevende wereldindex voor aandelen. De barometer van Koornwinder geeft de juiste analyse. In 22 van de 23 gevallen bleek dat haar afwijkende voorspelling juist was.  Koornwinder voorspelde onder meer de dramatische beurscrash van 1987 en voorspelde als eerste het herstel. Al tijden lang verslaan haar beleggingsadviezen die van de beursindices. Zes van haar zeven internationale beleggingsportefeuilles presteren gemiddeld 10% beter dan de marktindex, de zevende evenaart deze. Het is dan ook niet vreemd dat grote pensioenfondsen van haar glasheldere analyses gebruik maken.

    Wat maakt de analysemethode van mevrouw H. Koornwinder nu zo bijzonder? Eenvoudig gezegd is dat omdat zij technieken van de 21ste eeuw in de 20ste eeuw introduceert. Zij maakt, in tegenstelling tot de meeste beleggingsadviseurs, optimaal gebruik van de mogelijkheden van de electronic highway. In haar analyses benut zij actuele informatie van overal ter wereld.
          Haar methode verschilt daarnaast van de 'traditionele' werkwijze, doordat het niet alleen met financieel-economische wetten rekening houdt, maar ook met moeilijk te vertalen wetten van de natuurwetenschappen, filosofie en massa-psychologie.

    Beleggen wordt steeds minder aan speculeren gekoppeld. En dat is terecht. Het hoeft nauwelijks betoog dat wie zich met beleggen wil gaat bezighouden, op zijn minst bescheiden vermogend moet zijn. Maar de wereld van beleggen is er zeker niet alleen voor de rijken onder ons. Wie een spaarsaldo van meer dan vijftigduizend gulden heeft, doet er goed aan zijn of haar licht bij de Rabobank op te steken.

    Beleggingsavond
    Om u te informeren over de mogelijkheden van beleggen, organiseert Rabobank Groningen e.o. op dinsdagavond 9 april en woensdagavond 10 april a.s. een Beleggingsavond. Mevrouw H. Koornwinder geeft deze avond een presentatie over haar succesvolle analysemethode. Zij doet een aantal basistechnieken van haar methode uit de doeken. Mevrouw H. Koornwinder leidt het onafhankelijke financieel economisch adviesbureau K.G.M.N., Koornwinder Global Market Navigation. Haar voorspellingsmethode kreeg veel publieke bekendheid door onder meer optreden in het TV-programma Anno Joosten. Natuurlijk is er voldoende mogelijkheid om met haar van gedachten te wisselen.

    Daarnaast spreken de heren H.W. Koster en A. Middel, twee beleggingsadviseurs van Rabobank Groningen e.o., over beleggen, de risico`s en rendementen.

    Met persoonlijk advies zorgen zij er dagelijks voor, dat hun cliënten grip krijgen op ontwikkelingen op financiële markten. Zij maken heldere scenario`s en duidelijk omlijnde plannen, zodat iedereen weet hoe te handelen. Vaak wordt vergeten dat beleggen minstens zoveel zekerheid kan geven als menige spaarvorm. Beleggen is zo een goede solide financiële activiteit.
          De heer A. Middel verzorgt op 10 april een inleiding met als thema ‘Emoties en Beleggen’. Over de samenhang tussen emotie, risico en rendement. Beleggingsadviseur H.W. Koster gaat in op ‘Risico en rendement’. Over defensieve en cyclische fondsen en hun gevoeligheid voor economische ups en downs.

    Rabobank Groningen e.o. hoopt dat u terugkijkt op een geslaagde avond.

    Heeft u nog vragen? Neemt u dan contact op met H.W. Koster of A. Middel van Rabobank Groningen e.o. afdeling Beleggingen. U bereikt ze op telefoonnummer (050) 575742991.


    Terug naar boven >




    Koornwinder zet stap naar beleggingsfonds
    Tegendraadse methode van KGMN Heeze binnen bereik van particulier

    1996-03-09, Eindhovens Dagblad


    Door Chris Paulussen

    Herma Koornwinder uit Heeze baart al enige jaren opzien met haar vaak tegendraadse analyses van de financiële markten. Sinds begin deze maand kunnen particulieren hun geld beleggen volgens de door Koornwinder Global Market Navigation ontwikkelde methode. Het initiatief in samenwerking met effectenbank Stroeve is een eerste stap in de richting van een beleggingsfonds.

    19960309

    Verbazing en ongeloof strijden doorgaans om voorrang als Herma Koornwinder laat zien hoe de door haar voorspelde trends op de financiële markten zijn uitgekomen. Met een rapport van accountantsbureau Deloitte & Touche in de hand staaft zij het waarheidsgehalte van haar verklaringen. Toch blijven institutionele beleggers – en dan met name de pensioenfondsen voor wie zij het allemaal zegt te doen – de boot afhouden. "Men zegt: het kan niet, want het is nog nooit vertoond", aldus Koornwinder, die opereert onder de naam KGMN (Koornwinder Global Market Navigation)

    Particulieren blijken gemakkelijker te overtuigen. Vandaar dat Koornwinder nu samen met effectenbank Stroeve de eerste stappen heeft gezet in de richting van een beleggingsfonds op basis van de KGMN-werkwijze. Sinds begin deze maand kunnen particuliere beleggers minimaal ƒ 100.000 storten op een rekening bij Stroeve. Dat geld wordt belegd volgens de aanwijzingen van Koornwinder.

    Intussen is bij De Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer toestemming aangevraagd voor de oprichting van een heus beleggingsfonds. "Als dat er eenmaal is kan de minimale inleg omlaag. Maar we willen eerst een goede start maken", zegt Koornwinder.

    In overleg met haar zakelijke adviseurs heeft zij ervoor gekozen om voor het beheer van het fonds in zee te gaan met een effectenbank. "De belangstelling voor de werkwijze van KGMN is de laatste tijd enorm toegenomen. Door de oprichting van het fonds en het uitbesteden van het beheer daarvan aan een bank, heb ik mijn handen vrij voor onderzoek. Dat is mijn specialisme."

    In de visie van Koornwinder voldoen de oude beleggingsmodellen niet langer. Zij wijst erop dat informatie door de opkomst van nieuwe technologieën in een razend tempo over de wereld schiet. "Oude kennis wordt overvleugeld. We staan aan de vooravond van een nieuw tijdperk. Wat in de toekomst gebeurt, is duizelingwekkend."

    In een eerder interview met deze krant schreef Koornwinder de kracht van haar werkwijze toe aan het 'tot in de finesses, bijna microscopisch' bijhouden van tal van ontwikkelingen in de wereld, waarbij zij zich niet beperkt tot het gebied van financiën en economie. Gaandeweg ontwikkelde zij zo haar 'global scan' waarmee zij de markten peilt.

    Institutionele beleggers heeft zij de afgelopen jaren bestookt met haar voorspellingen. Vooral pensioenfondsen heeft zij geprobeerd te overtuigen van de juistheid van de door haar ontwikkelde 'investment technology'. "Dat is de maatschappelijke kant van mijn verhaal. Als de pensioenfondsen 1 procent meer rendement halen op hun beleggingen, kunnen de premies met 15 procent omlaag." Enkele pensioenfondsen namen Koornwinder in de arm als adviseur. "Pensioenfondsen hebben echter moeite met het volgen van adviezen die haaks staan op de gangbare mening, die ook door hun eigen staf wordt aangehangen. Midden januari 1994 bijvoorbeeld stonden al mijn indicatoren zwak, terwijl er alom euforie heerste. Ga dan maar eens tegen alle grote analisten in."

    Lagere drempel
    Koornwinder ziet mogelijkheden om ook een beleggingsfonds in het leven te roepen dat zich speciaal richt op institutionele beleggers. "Een fonds heeft een lagere drempel. Instituten kunnen dan een bepaald bedrag inleggen. Als het goed gaat, kunnen zij bijstorten."

    Aan de hand van modelportefeuilles toont Koornwinder aan hoe zij er voortdurend in slaagt om de beursindexen te overtreffen. "De doelstelling van het beleggingsfonds is een behoorlijke vermogensgroei op termijn, maar een garantie voor de toekomst kan ik natuurlijk niet geven. Uiteindelijk streef ik naar een beursnotering voor het fonds. Maar ik doe niets overhaast. Dat moet net zo zorgvuldig gebeuren als de ontwikkeling van mijn beleggingsmodellen." Koornwinder is ingenomen met de enthousiaste reacties die zij zelfs vanuit het verre buitenland krijgt. Maar zij blijft er tegelijkertijd nuchter onder. "Als het niet gaat lopen, ga ik alsnog golfen. Dat heb ik altijd gezegd."


    Terug naar boven >




    Spreiding van de portefeuille vermindert het risico totaal niet

    1996-03-13, De Tijd (België)

    HEEZE (tijd) - 'Negeer het wereldnieuws. Diversifieer je portefeuille niet. Staar je niet blind op de rente, de dollar en de economische groei.' Van een professionele beleggingsanaliste zou men wel andere beurstips verwachten. Toch past de Nederlandse 'goeroe' Herma Koornwinder deze regels toe in haar model. Met succes, trouwens. "Op de financiële wereldmarkt zijn andere krachten werkzaam, die zo belangrijk zijn dat ze alle andere gegevens overvleugelen", vertrouwt ze ons toe. "Ik was als kind reeds geïnteresseerd in de financiële wereld en het beurswezen. De verborgen krachten achter de evolutie van de aandelenkoersen wilde ik ontdekken. Met de gangbare analysetechnieken lukte het me echter niet. Je kunt het bedrijf bezocht hebben, met de directie gaan lunchen, de jaarcijfers kennen... En toch kun je de koers van het aandeel niet voorspellen. Ik ging economie studeren en nam abonnementen op een 15-tal financiële vakbladen. Maar helaas, ik kwam nog steeds niet achter die verborgen krachten. Een ander fenomeen trok evenwel mijn aandacht: de analisten baseren hun studies op steeds dezelfde gegevens en toch hebben ze fors uiteenlopende opinies. Uit deze bevindingen besloot ik dat de traditionele beurswijsheden niet goed werkten."

    Herma Koornwinder, ontwerpster van het beurssysteem Koornwinder Global Market Navigation (KGMN), is een opvallende figuur in de Nederlandse financiële kringen. Ze gebruikt haar kennis van de computertechnologie en kennistechnologie om de markten op een eigenzinnige manier op te volgen. Ze werd bekend met haar originele, revolutionaire meningen en vooral dank zij de uitstekende werking van haar beursmodel. Ze zag de crash van Wall Street in 1987 aankomen, evenals de instorting van de Japanse beurs vanaf 1990, de obligatiecrash van februari 1994 en een reeks andere grote trendwijzigingen.

    Haar - meestal tegendraadse - voorspellingen waren dermate accuraat, dat de financiële wereld zich vragen stelde over de correctheid van haar praktijken. Om haar geloofwaardigheid te bewijzen, schakelde ze in 1994 het accountantbureau Deloitte & Touche in. Dat kwam tot het besluit dat Koornwinders voorspellingen inderdaad door de feiten werden bevestigd.

    Het model van Koornwinder volgt 22 landen en zowat 1.000 aandelen. Tot nog toe was Koornwinders advies uitsluitend bestemd voor institutionele beleggers. Binnenkort start de Nederlandse bank Stroeve een gemengd fonds voor particulieren op, beheerd op basis van Koornwinders adviezen. De belegger kan nu reeds inschrijven.

    Andere krachten
    Herma Koornwinder ging niet over één nacht ijs bij het opstellen van haar model: "Ik heb jarenlang zowat 500 mogelijke koersgevoelige factoren bestudeerd. Wat blijkt? Deze factoren hebben uiteraard een impact op de beurs, maar er zijn andere krachten aan het werk, die zo belangrijk zijn dat ze de bekende factoren overvleugelen. Die krachten stopte ik in mijn model."

    De analiste wil niets kwijt over de precieze aard van de 'krachten', maar ze is wel bereid te praten over enkele belangrijke wetmatigheden: 'De kern van de zaak is dat er eigenlijk maar één financiële wereldmarkt bestaat: wat er op de markten gebeurt, is één allesomvattend proces. Maar wat doen de fondsbeheerders en de financiële instellingen? Ze bekijken de markt fragmentarisch, omdat ze gebruik maken van een dollarspecialist, een rentespecialist, een VS-specialist, enzovoort... Ik stop alle parameters in één model en riskeer daardoor minder fouten.'

    "Een andere waarneming is dat de markten helemaal niet efficiënt zijn", vervolgt Koornwinder. "In 1989 woonde ik een congres bij met als thema 'zin en onzin van beursvoorspellingen'. De grote fondsbeheerders besloten toen dat koersvoorspellingen geen zin hadden, omdat alle gegevens reeds in de koersen waren verwerkt. Dat is onzin. Als ik als analiste geen toegevoegde waarde kan bieden, hoe verklaar je dan het feit dat mijn model stelselmatig de beurs klopt?" Van de zeven door KGMN samengestelde portefeuilles presteerden er zes beter dan de index. De zevende scoorde even goed.

    Een andere beurswijsheid 'diversifieer om het risico te verlagen' vindt evenmin genade. Koornwinder: 'Het komt er op aan doelgericht te beleggen. Als je in een trein stapt, moet je weten waar die trein naartoe gaat. Daarmee loop je minder risico dan met beleggingen in veel markten, want daar zijn altijd minder interessante bij.'

    Koornwinder laat zich voorts nooit beïnvloeden door het wereldnieuws. Ze beperkt zich tot haar indicatoren. Dat geeft soms aanleiding tot grappige situaties. Zo voorspelde ik op 14 januari 1991, enkele dagen voor Norman Schwarzkopf en zijn troepen Irak binnenvielen, een forse beursklim. De analisten, die toen een nieuwe crash voorspelden, zeiden me toen: "Wat een optimisme. Predikt u nu reeds de [HK: afloop] van de oorlog?" Ik weigerde mij door het conflict te laten beïnvloeden en moest hen daarom het antwoord schuldig blijven", lacht ze. "Maar de beurs schoot wel de hoogte in."

    Hedge funds
    De als 'technisch' omschreven factoren die de beurzen leiden, zijn volgens Koornwinder zeer belangrijk: "Twintig jaar geleden werd 90 procent van de koersfluctuaties veroorzaakt door fundamentele factoren en 10 procent door speculatieve factoren (niet gebaseerd op bedrijfseigen of macro-economische factoren). Onlangs las ik dat de fluctuaties nu voor 10 procent fundamenteel zijn en voor 90 procent speculatief. Deze ontwikkelingen zijn niet meer met traditionele analysemethoden te vatten. Deze markt, bevolkt door hedge-funds en afgeleide produkten, is opgenomen in mijn model."

    Herma Koornwinder besluit: "Ik streef ernaar het risico te lokaliseren en dan te elimineren. Met de wijsheden die men in de beleggingswereld hanteert, vergroot men alleen maar het risico."

    Herma Koornwinder komt op zaterdag 16 maart spreken op de VFB-beleggershappening over 'Revolutie op de financiële markten, kansen op de elektronische snelweg'.


    Terug naar boven >




    Vlaamse beleggers komen niet aan hun trekken op VFB-happening
    Alleen Johnson wordt concreet

    1996-03-19, De Tijd (België)

    BERCHEM (tijd) - Ruim duizend enthousiaste beleggers spendeerden vorige zaterdag aan de jaarlijkse happening van de Vlaamse Federatie van Beleggingsklubs en Beleggers (VFB). Al bij al kwamen ze niet helemaal aan hun trekken. Voor de meeste concrete informatie moest gewacht worden tot de laatste spreker. Merrill Lynch-beleggingsstrateeg Douglas Johnson loste de verwachtingen in. Het was een drukte van jewelste afgelopen weekend op de VFB-hoogmis in het Alpheusdal te Berchem. De goede gang van zaken op de aandelenmarkten is daar niet vreemd aan. De kleine belegger snoert jaarlijks op het VFB-congres de banden met het bedrijfsleven aan. Op de stands van banken, beurshuizen, beursgenoteerde bedrijven, beleggingsbladen en de beurs van Brussel kan hij met zijn vragen terecht. Verscheidene uiteenzettingen over de hete, financiële hangijzers verbreden de kijk op de beleggingsopportuniteiten. Zes op de Brusselse beurs genoteerde bedrijven kwamen bovendien zichzelf voorstellen.

    Sfeer en algemene informatie genoeg dus; voor concrete tips moest je echter niet in Berchem zijn. Wat er te horen viel, was vaag. De uiteenzettingen van de uitgenodigde bedrijven waren weinig verrassend. Onder de financiële analisten schoten enkel Frank Böll en Herman van der Loos er bovenuit. Met de uiteenzetting over Zuid-Afrika werd een belegger echter niet veel wijzer.

    's Middags kwam Herma Koornwinder haar 'revolutionair' beleggingsmodel uit de doeken doen. "Ik heb er veel over gelezen en gehoord", leidde VFB-voorzitter Dierckx hoopvol Koornwinder in. "Ik wou haar dan ook graag eens zelf horen, want het lijkt me spectaculair te zijn."

    Het spektakel bleef achterwege. De nuchtere Vlaming blijft nog altijd geloven in beurswaarheden als risico-spreiding, de invloed van de dollar, efficiënte markten, enz. Het 'gewauwel' van Koornwinder over haar 'high-tech computer based' beleggingsmodel, product van jarenlang onderzoek, kon de Vlaamse belegger niet bekoren. Een alerte belegger zat er misschien nog het dichtst bij toen hij opmerkte dat Koornwinder in tegenstelling tot andere pensioen- en beleggingsfondsen al haar kapitaal vrij in en uit de verschillende financiële deelmarkten kan versluizen. Geen tips van Koornwinder. 'Ik ben gebonden aan contracten met grote banken', verdedigde ze zich. Koornwinder terug naar af.

    Douglas Johnson sloot als laatste spreker de dag af. De internationale strategist bij de Amerikaanse beursvennootschap Merril Lynch somde een aantal factoren op, die een bepalende invloed op beleggingen in '96 zullen spelen.

    "De algemene liquiditeit van de financiële markten keerde vanaf begin '95 terug. Dit geldoverschot zorgt geleidelijk voor een verschuiving in de markt", legt Johnson uit. Dit jaar wordt het jaar van de groeimarkten. Het wantrouwen ten tijde van de Mexico-crisis is langzaam weggeëbd. Het weergekeerde vertrouwen leidt de belegger naar Hongkong en Taipei. Ook Japan mag niet over het hoofd gezien worden. "Als belegger kan je niet buiten Japan'", benadrukt Johnson.

    De aantrekkelijkheid van Amerikaanse aandelen vermindert, alhoewel tegen het einde van juni de Amerikaanse rente met 75 basispunten verlaagd wordt. De motor van de Amerikaanse economie begint immers te sputteren. Alleen de Amerikaanse obligatiemarkt zal ten volle van de renteverlaging profiteren.

    De Amerikaanse groeivertraging betekent niet dat Johnson niet zou geloven in de Amerikaanse bedrijven. "De bedrijven in de VS en het Verenigd Koninkrijk zijn de enigen die succesvol hun herstructurering hebben doorgevoerd. Op het Europese vasteland daarentegen en in het bijzonder België en Duitsland namen de winstmarges af. Op lange termijn wordt dit een probleem. Voeg daar een sterkere dollar van 1,60 mark, eventueel 1,70 mark, aan toe en een goed verstaander begrijpt dat investeren in Europa moeilijk wordt. Alleen Frankrijk en Italië lijken mij een gokje waard", verduidelijkt Johnson.

    Voor kans op slagen moet men dit jaar dus in groeimarkten investeren. "De 'emerging markets' en Japan worden het succesverhaal van '96", meent Johnson optimistisch. "De aandelenbeurzen in Hongkong en Taipei zijn ondergewaardeerd. Ook Zuid-Afrika kan een goed jaar kennen en misschien vindt Zuid-Korea aansluiting", meent Johnson.

    Een laatste tip van de strategist: "Voor het minste risico en een optimale winst, investeer 22 procent van uw portefeuille in groeimarkten en de overige 78 procent in klassieke markten." De goedgeluimde Johnson ziet er als een welvarend man uit.


    Terug naar boven >




    Mevrouw Koornwinder blijft scoren

    1996-05-25, Beleggers Belangen

    Voor de lezers van Beleggers Belangen is mevrouw H. Koornwinder van Koornwinder Global Market Navigation (KGMN) geen onbekende. Haar vaak eigenzinnige, maar succesvolle benadering van beleggen heeft onder meer geresulteerd in een samenwerkingsverband met Effectenbank Stroeve.

    Particuliere beleggers kunnen daar geld inleggen dat geheel naar de adviezen van KGMN wordt beheerd. De eerste resultaten zijn – niet geheel onverwacht – goed. De Global Portfolio geeft vergeleken met verschillende indices een royale 'outperformance'.

    Ten opzichte van de MSCI World–index in het eerste kwartaal 1996 +4,2% en de laatste 10 maanden +9,9%. De Europese 'outperformance' is opvallend: respectievelijk +7% en 10,9%.

    Met uitzondering van het Verre Oosten werd in alle regio's een 'outperformance' geboekt. Voor beleggers die met enige scepsis naar deze uitkomsten kijken wordt aan het verslag de volgende regel toegevoegd: 'De statistische kans dat zulk een hoge score op toeval berust is zo goed als nihil'.


    Terug naar boven >




    Nederlandse Garzarelli ontloopt koersval

    1996-07-26, Het Financieele Dagblad

    Herma Koornwinder heeft voor de koersval in Amsterdam de totale portefeuille van het KGMN Global Portfolio Fund (KGPF) geliquideerd. Ook in 1987 zat de Nederlandse Garzarelli als een van de weinigen goed met het voorspellen van een crash.

    Bij de Amsterdamse effectenbank Stroeve, waarmee Koornwinder sinds enige tijd samenwerkt, noemen ze haar inmiddels gekscherend Herma Garzarelli, naar haar Amerikaanse evenknie Elaine, die net als Koornwinder als een van de weinigen de beurscrash van 1987 voorspelde. Koornwinder gaf Stroeve opdracht drastische wijzigingen aan te brengen in de samenstelling van het beleggingsfonds.
    "Bij Stroeve hadden ze daar wel wat moeite mee", vertelt de selfmade beursgoeroe tegenover persbureau ANP. "Gedroeg ik me nu niet een beetje al teveel als handelaar? Uiteindelijk gingen ze toch akkoord." Koornwinder besloot het voor alle zekerheid nog even aan te zien. Maar om precies te zijn op 8 juli werd het haar echt te heet onder de voeten. Net op tijd, zo bleek. Vlak daarna ging het op de financiële markten flink bergafwaarts. De Amsterdam EOE-index is sindsdien 8,25% gedaald, de Japanse Nikkei-index en de Dow Jones respectievelijk 7,2 en 4,2%.

    Momenteel staat het totale vermogen van KGPF veilig op deposito. Koornwinder: "Pas als de indicatoren wat bijdraaien, stappen we weer in aandelen. Maar daar ziet het echter vooralsnog niet naar uit."

    Koornwinder
    Dat de effectenspecialisten bij Stroeve wat tegensputterden toen zij op 8 juli opdracht gaf alle aandelen te verkopen, is niet zo opmerkelijk. Het beleggingsfonds was immers pas enkele maanden daarvoor, in mei, opgericht. Particulieren schreven voor in totaal hfl. 2,1 mln in op het beleggingsfonds dat wereldwijd belegt. Ook in Nederland, waar Koornwinder vooral investeerde in technologiefondsen als Baan, Getronics en Volmac die de afgelopen maanden behoorlijk in koers zijn gestegen.

    Binnenkort komt Koornwinder ook met een beleggingsfonds voor institutionele beleggers, het KGMN Institutional Fund. Dit keer niet in samenwerking met Stroeve, maar met een bank, waarvan ze de naam voorlopig nog even geheim houdt.

    Koornwinder is geen onbekende binnen de Nederlandse financiële wereld, maar wel relatief onbemind. Dat komt mede door haar enigszins curieuze vooropleiding. Via zelfstudie raakte ze zo'n tien jaar geleden geïnfecteerd met het beleggingsvirus. Tot haar eigen verbazing voorspelde ze in 1987 op het juiste moment de beurscrash op Wall Street. Dat bleef niet onopgemerkt. Ze hield een reeks lezingen. Maar een echte doorbraak bleef uit.

    Koornwinder vond pas na jarenlang lobbyen een gewillig oor bij Stroeve. De grote beleggers in Nederland zien haar niet staan. Treuren doet ze niet. Evenmin zit ze om geld verlegen. Haar grootste wens? Dat de Nederlandse pensioenfondsen zich ooit nog eens tot haar strategie bekeren. En niet, zoals nu vaak het geval is tot in lengte van dagen op dezelfde aandelen blijven zitten. "Als ik op die manier een bijdrage kan leveren aan de financiering van de toenemende kosten van de vergrijzing, is het wat mij betreft oké."

    De Nederlandse beursgoeroe weet dat sommigen haar vergelijken met Garzarelli. Deze Amerikaanse analiste deed Wall Street begin deze week nog flink bibberen met haar voorspelling dat de koersen de komende weken nog eens zo min 20% zullen dalen. Erg vindt ze het niet, maar die gelijkenis gaat volgens haar grotendeels mank. "Zij heeft er de afgelopen jaren vaker naast gezeten dan ik."


    Terug naar boven >




    De financiële Jomanda van Beursplein 5
    Herma Koornwinder, beleggingsstrateeg, doet het ‘beter dan beursgoeroe Garzarelli'

    1996-07-26, Leidsch Dagblad

    Door Jan Smit
    AMSTERDAM. ANP
    Ze heet Herma Koornwinder. Maar bij de Amsterdamse effectenbank Stroeve noemen ze haar inmiddels al gekscherend Herma Garzarelli, naar haar Amerikaanse evenknie Elaine Garzarelli, die net als Koornwinder als één van de weinigen de beurscrash van 1987 voorspelde. Die bijnaam is niet cynisch bedoeld. Integendeel, de Nederlandse voorzag begin juni als één van de weinigen de huidige koersval op de internationale beurzen.

    En dat niet alleen: Koornwinder voegde de daad bij het woord. Als beleggingsstrateeg van het KGMN Global Portfolio Fund (KGPF) gaf ze Stroeve, waarmee ze sinds kort samenwerkt, opdracht drastische wijzigingen aan te brengen in de samenstelling van het beleggingsfonds. "Bij Stroeve hadden ze daar wel wat moeite mee", vertelt de selfmade beursgoeroe. "Gedroeg ik me nu niet een beetje al teveel als handelaar? Uiteindelijk gingen ze toch akkoord. Of ik één en ander maar eventjes schriftelijk wilde bevestigen."

    Koornwinder besloot het voor alle zekerheid nog even aan te zien. Maar begin juli werd het haar echt te heet onder de voeten. Om precies te zijn op 8 juli gaf ze Stroeve opdracht de totale portefeuille te liquideren. Net op tijd, zo bleek. Vlak daarna ging het op de financiële markten flink bergafwaarts. De Amsterdam EOE-index is sindsdien 8,25 procent gedaald, de Japanse Nikkei-index en de Dow Jones respectievelijk 7,2 en 4,2 procent.

    Momenteel staat het totale vermogen van KGPF veilig op deposito. Koornwinder: "Pas als de indicatoren wat bijdraaien, stappen we weer in aandelen, Maar daar ziet het echter vooralsnog niet naar uit." Dat de effectenspecialisten bij Stroeve wat tegensputterden toen zij op 8 juli opdracht gaf alle aandelen te verkopen, is niet zo opmerkelijk. Het beleggingsfonds was immers pas enkele maanden daarvoor, in mei, opgericht. Particulieren schreven voor in totaal 12,1 miljoen gulden in op het beleggingsfonds dat wereldwijd belegt. Ook in Nederland, waar Koornwinder vooral investeerde in technologiefondsen als Baan, Getronics en Volmac die de afgelopen maanden behoorlijk in koers zijn gestegen.

    Binnenkort komt Koornwinder ook met een beleggingsfonds voor institutionele beleggers, het KGMN Institutional Fund. Dit keer niet in samenwerking met Stroeve, maar met een bank, waarvan ze de naam voorlopig nog even geheim houdt.

    Koornwinder is geen onbekende in de Nederlandse financiële wereld, maar nog wel relatief onbemind. Dat komt mede door haar wat curieuze vooropleiding. Via zelfstudie raakte ze zo’n tien jaar geleden geïnfecteerd met het beleggingsvirus. Tot haar eigen verbazing voorspelde ze in 1987 op het juiste moment de beurscrash op Wall Street. Dat bleef niet onopgemerkt. Ze hield een reeks lezingen, maar een echte doorbraak bleef uit.

    Koornwinder: "Ze noemden mij een soort financiële Jomanda. Hun modellen deden hen toch prima? Beleggers hadden nog nooit geklaagd. En deden ze dat wel, dan lag het aan de dollar of de rente. Er was altijd wel weer een excuus."

    Zelfverzekerd als ze is, hield de Brabantse stug vol. Op advies van J. Wichers, docent aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, gaf ze in 1994 het gerenommeerde accountantskantoor Deloitte & Touche opdracht de door haar gebruikte modellen over een periode van vijf jaar toetsen. Ze slaagde met glans; volgens de boekhouders was Koornwinder erin geslaagd de toonaangevende beursbarometers ruimschoots te verslaan. De resultaten overhandigde ze vorig jaar aan beursvoorzitter baron B. van Ittersum. Die was volgens de analiste 'behoorlijk onder de indruk'.

    Haar geheim?: "Ik doe niet aan fundamentele analyse. Jaarverslagen en dergelijke zijn natuurlijk wel belangrijk, maar staan bij mij niet bovenaan." Dat zijn andere indicatoren, waarvan ze er, afhankelijk van het beursklimaat een groot aantal gebruikt in de door haar zelf ontwikkelde methode, Koornwinder Global Market Navigation.

    De Nederlandse beursgoeroe weet dat sommigen haar vergelijken met Garzarelli. Deze Amerikaanse analiste deed Wall Street begin deze week nog flink bibberen met haar voorspelling dat de koersen de komende weken nog eens zo’n 20 procent zullen dalen. Erg vindt ze het niet, maar die gelijkenis gaat volgend haar grotendeels mank. "Zij heeft er de afgelopen jaren vaker naast gezeten dan ik. Bovendien", voegt de Nederlandse specialiste toe, "belandde Garzarelli in een gespreid bedje. Haar vader was bankier, en ik moest mij met resultaten in de financiële wereld vechten."

    Ook qua succes bestaat er tussen de Amerikaanse beursgoeroe en Koornwinder een wereld van verschil. Garzarelli trad na de crash in 1987 in dienst bij de gerenommeerde Amerikaanse effectenbank Lehman Brothers. Tegen een salaris van liefst een miljoen dollar per jaar. Inmiddels werkt ze voor zichzelf. Tal van vooraanstaande Amerikaanse pensioenfondsen en institutionele investeerders behoren tot haar cliënten. Koornwinder daarentegen vond pas na jarenlang lobbyen een gewillig oor bij Stroeve. De grote beleggers in Nederland zien haar niet staan. Treuren doet ze niet, evenmin zit ze om geld verlegen. Haar grootste wens? Dat de Nederlandse pensioenfondsen zich ooit nog eens tot haar strategie bekeren. En niet, zoals nu vaak het geval, tot in lengte van dagen op dezelfde aandelen blijven zitten. "Als ik op die manier een bijdrage kan leveren aan de financiering van de toenemende kosten van de vergrijzing is het wat mij betreft oké."


    Terug naar boven >




    ‘Selfmade’ beursgoeroe voorzag opnieuw malaise

    1996-08, diverse ANP dagbladen

    Amsterdam – Ze heet Herma Koornwinder. Maar bij effectenbank Stroeve noemen ze haar ook wel Herma Garzarelli, naar haar Amerikaanse evenknie Elaine Garzarelli, die net als Koornwinder als één van de zeer weinigen de beurskrach van oktober 1987 voorspelde. Begin juni bewees ze opnieuw dat ze een uitzondering durft te zijn: ze voorspelde de huidige koersval op de effectenbeurzen en voegde de daad bij het woord. Als beleggingsstrateeg van het KGMN Global Portfolio Fund gaf ze Stroeve, waarmee Koornwinder sinds kort samenwerkt, opdracht drastische wijzigingen aan te brengen in de samenstelling van de fondsportefeuille.

    "Bij Stroeve hadden ze daar wel wat moeite mee", vertelt de selfmade beursgoeroe. "Gedroeg ik me nu niet een beetje al te veel als handelaar? Uiteindelijk gingen ze akkoord. Of ik één en ander wel eventjes schriftelijk wilde bevestigen."

    Koornwinder zag het voor alle zekerheid nog even aan. Maar op 8 juli gaf ze toch opdracht de totale portefeuille te liquideren. Net op tijd, zo bleek. Vlak daarna ging het op de financiële markten bergafwaarts en zakten de beursgraadmeters procenten. Momenteel staat het totale vermogen van het fonds veilig op deposito. "Pas als de indicatoren wat bijdraaien, stappen we weer in aandelen. Maar daar ziet het vooralsnog niet naar uit."

    Dat de effectenspecialisten bij Stroeve wat tegensputterden toen ze opdracht gaf alle aandelen te verkopen, is niet vreemd. Het fonds was immers pas in mei opgericht. Particulieren schreven voor in totaal 12,1 miljoen gulden in op het wereldwijd beleggende fonds.

    Binnenkort komt Koornwinder ook met een beleggingsfonds voor institutionele beleggers. Dit gebeurt niet samen met Stroeve, maar met een bank waarvan ze de naam nog geheim houdt.

    Onbemind
    Koornwinder is geen onbekende binnen de financiële wereld, maar nog wel relatief onbemind. Via zelfstudie raakte ze zo’n tien jaar geleden geïnfecteerd met het beleggingsvirus. Tot haar eigen verbazing voorspelde ze in 1987 op het juiste moment de beurskrach op Wall Street. Dat bleef niet onopgemerkt. Ze hield een reeks lezingen. Maar een echte doorbraak bleef uit.

    "Zij noemden mij een financiële Jomanda. Hun modellen deden het toch prima? Beleggers hadden nog nooit geklaagd. En deden ze dat wel, dan lag het aan de dollar of de rente. Er was altijd wel weer een excuus", aldus Koornwinder.

    Zelfverzekerd hield de Brabantse stug vol. In 1994 gaf ze het accountantskantoor Deloitte & Touche opdracht de door haar gebruikte modellen over een periode van vijf jaar te toetsen. Ze slaagde met glans; volgens de boekhouders was het Koornwinder gelukt de toonaangevende beursindices ruimschoots te verslaan.

    "Ik doe niet aan fundamentele analyse. Jaarverslagen en dergelijke zijn natuurlijk wel belangrijk, maar staan bij mij niet bovenaan", licht ze haar handelwijze toe. Er zijn andere indicatoren waarvan ze er, naar gelang het beursklimaat, een groot aantal gebruikt in haar zelf ontwikkelde methode.


    Terug naar boven >




    ‘Bear Market is niet te voorspellen’

    1996-09-07, Beursplein 5

    Iedere belegger huivert bij de gedachte alleen al, maar een zoge­heten bear market (een sterke daling van de koersen) is niet te voor­spellen, zegt strategist David Shulman van Salamon Brothers in een recent nummer van het Amerikaanse blad Fortune. Het moment waar­op uit aandelen moet worden ge­stapt, is van tevoren dus niet aan te geven. Daarmee is overigens niet gezegd dat je als belegger helemaal niets kan doen.

    Fortune geeft de belegger een aantal tips waardoor de portefeuille tegen een stootje kan, of zoals het blad het zelf uitdrukt, 'bearproof' is.

    Zo moet de belegger zich niet op de aandelenmarkt begeven als hij zijn aandelen moet verkopen tijdens een forse daling van de beurs. Daarnaast moet hij voldoende geld in kas houden om tenminste 12 maan­den in zijn geldbehoefte te voorzien. Ook kan de belegger, wanneer hij in specifieke jaren grote uitgaven verwacht, staatsobligaties kopen met vervaldata die met deze uitgaven samenvallen.

    Verder moet hij niet alleen in aan­delen beleggen. Op onzekere markten kunnen vastgoed, grond­stoffen of andere beleggingsalternatieven het beter doen op onzekere markten. Ten slotte moet de be­legger oog hebben voor alternatieve producten en bereid zijn zijn stra­tegie bij te stellen. Want, zoals ge­zegd, wanneer de beer begint te grommen is niet te voorspellen, aldus Fortune.


    Terug naar boven >




    Aandelenklimaat is net als natuur onderhevig aan seizoenswisseling

    1996-09-14, Beursplein 5

    Het is hoog tijd dat beleggingsinstellingen onderzoek verrichten naar de oorzaken van het ontstaan van een bear market. Dat betoogt H. Koornwinder, sinds april van dit jaar beleggingsadviseurs van het KGMN Global Portfolio Fonds van Stroeve Effectenbank. Hiermee reageert zij op de stelling dat zo’n tijdelijke inzinking van de koersen niet is te voorspellen. Deze verzuchting tekende Beursplein 5 vorige week op uit een recent nummer van Fortune.

    Volgens Koornwinder komen prognoses niet uit omdat men verkeerde modellen hanteert. Als voorbeeld noemt zij de crash van oktober 1987. Van de duizend aandelen die ze bestudeerde, steeg er gedurende die periode geen één, theorieën over cashflow en de kwaliteit van het management ten spijt. "Omdat men faalt in het voorspellen van inzinkingen, gaat men spreiding aanbrengen in zijn beleggingen. Spreiden zonder te weten wèlk risico men wil ontlopen, heeft echter geen zin", aldus Koorwinder. De onderzoeker maakt een vergelijking met een huisvader die met zijn kinderen naar het reisbureau gaat om een vakantie naar de zon te boeken. De medewerker raadt hem aan om te spreiden en zijn vrouw naar Tunesië te sturen, zijn zoon naar Griekenland, zijn dochter naar de Verenigde Staten en zelf in Nederland te blijven.

    "Dat reisbureau zou binnen de kortste keren geen klandizie meer hebben. Terwijl in de bancaire wereld deze manier van spreiden heel gewoon wordt gevonden," aldus een onderzoeker.

    Zij trekt de parallel verder door. "Als je eind september een mooie dag treft, ga je geen veertien dagen Zandvoort boeken. Schijnt echter begin mei de zon, dan is de kans op een serie mooie dagen stukken groter. Zoals in de natuur in bepaalde seizoenen de kans op zon nihil is, heb je in de aandelenwereld perioden die je moet ontwijken, omwille van je nachtrust èn je rendement."

    Deze tekst is de reactie van Herma Koornwinder op het artikel 'Bear market is niet te voorspellen' van een week eerder (7 september 1996) in Beursplein 5.


    Terug naar boven >




    Ik haal een beduidend hoger percentage winst dan de markt
    De missie van curieuze buitenstaander Herma Koornwinder

    1996-10, Elan

    Door: Mirjam van Immerzeel
    De 'echte' beleggers nemen haar nog steeds niet serieus. Anderzijds verwijt Herma 'Garzarelli' Koornwinder beleggers dat ze met oogkleppen op lopen. "Heren, er zijn heel andere factoren waar markten op reageren dan in uw analyse." Alice in Beleggersland.

    Hoewel Herma Koornwinder geen nieuwkomer is, zij houdt zich al tien jaar bezig met beleggingsonderzoek, bleef zij in het financiële wereldje tot nu toe altijd een curieuze buitenstaander. Maar juiste beursvoorspellingen en een indrukwekkende performance leiden nu haar bedrijf, Koornwinder Global Market Navigation naar schoorvoetende erkenning. Toen Koornwinder begin juli net op tijd voor de forse marktdaling de gehele portefeuille van haar Global Portfolio Fund liquideerde, verschenen in de kranten artikelen over 'Herma Garzarelli' (naar de Amerikaanse beursgoeroe die de krach van 1987 voorspelde). Koornwinder lacht in haar vuistje. De autodidact-analiste is vastberaden haar werk voort te zetten en nagelt en passant een algemene geaccepteerd beleggingsweetje of een totale theorie aan het kruis. Of fund manager Koornwinder een blijvertje is, zal nog moeten blijken. Ook in de beleggerswereld geldt immers dat een fund manager zo goed is als zijn laatste performance.

    Toen Koornwinder zich als geïnteresseerde leek begon te verdiepen in de financiële wereld, stuitte zij direct op tegenstellingen. Koornwinder trok vervolgens haar eigen conclusie: de werkelijkheid zou wel eens anders kunnen zijn dan alom werd aangenomen. Zij onderwierp de algemeen aanvaarde beurswaarheden aan een degelijk onderzoek. "Ik las bijvoorbeeld: als de dollar omhoog gaat, dan gaan de beurzen ook omhoog. Dat is helemaal niet zo, maar men denkt het nog steeds. Als iemand een uitspraak doet en er zit iets zinvols in, dan wordt-ie overgenomen door anderen." De aspirant-analiste deed onderzoek naar de effectiviteit van fundamentele analyse, jaarverslagenanalyse en technische analyse en bekeek welke theorieën wel werkten en welke niet. ‘Ik heb in de loop der jaren een lijst samenge-......

    Herma Koornwinder, Koornwinder Global Market Navigation: "Ik ben tot de conclusie gekomen dat er andere factoren zijn, die een sterkere invloed uitoefenen dan de koerswinstverhouding of de ontwikkeling van de rente of de dollar......"

    HK: rest van artikel ontbreekt.


    Terug naar boven >




    De afwijkende visie van Herma Koornwinder

    1996-10-11, Intermediair


    Door Jan Smit
    Nederland is een welvaartsparadijs. Dat kan het blijven, als de grote pensioenfondsen zoals het ABP en PGGM het roer tijdig omgooien. Met meer aandelen kunnen ze een veel hoger rendement halen. Dat zegt Herma Koornwinder, selfmade beursgoeroe der Lage Landen.

    Met succes in aandelen beleggen was in de eerste helft van dit jaar geen kunst. Bijna alle beurzen gingen omhoog. Tot begin juli liep alles crescendo. Behalve volgens Herma Koornwinder, stratege van KGMN Global Portfolio, een beleggingsfonds voor particulieren. Al surfend over de elektronische snelweg bespeurde zij de eerste donkere wolkjes aan de financiële horizon.

    De klimaatwijziging zette door. Koornwinder voorspelde storm. Dus belde ze Stroeve, de Amsterdamse effectenbank waarmee ze KGMN Global Portfolio in mei van de grond tilde met de opdracht de gehele portefeuille van 12,1 miljoen gulden te liquideren. In de roos, zo bleek. De aandelenkoersen klapten in de drie daaropvolgende weken in elkaar. In Amsterdam en Wall Street verdampten de koersen met respectievelijk 8 en 5 procent. Inmiddels is ze weer voor 80 à 90 procent in aandelen, met name in technologie-fondsen als Oracle en IBM, maar ook in Unilever.

    De kranten dichtten haar van alle kanten lof toe. Zelf was ze minder verbaasd. Ze was al overtuigd van haar eigen kunnen. Als één van de weinigen voorspelde zij de beurskrach van 19 oktober 1987. Daarna heeft ze dit kunstje ettelijke keren herhaald. De vakpers en dolende beleggers stonden bij haar op de stoep. Op verzoek hield ze een reeks lezingen. Ze ontmoette echter ook scepsis. Koornwinder: "Mijn visie was leuk, maar niet meer dan dat. Ik dacht: 'Ze zullen wel gelijk hebben'. Wie was ik om afgestudeerde economen de les te lezen?"

    Voor Koornwinder zat er maar één ding op: ze moest haar bevindingen laten controleren. Dus stapte ze naar het accountantskantoor Deloitte & Touche met de opdracht haar prognoses over de voorgaande vijf jaar te controleren. Het resultaat mocht er zijn. Volgens de accountants is Koornwinder erin geslaagd de toonaangevende beursgraadmeters keer op keer ruimschoots te verslaan, zowel in een dalende als in een opgaande markt.
          Dat is bijzonder, want de afgelopen jaren raakten steeds meer beleggingsdeskundigen ervan overtuigd dat, welke strategie zij ook hanteerden, de beursindices op lange termijn nooit konden worden verslagen.

    Gemiste kans
    Ook pensioenfondsen als het ABP en PGGM hanteren die filosofie. Deze grote beleggers steken steeds meer geld in aandelen, waar ze vervolgens jarenlang op blijven zitten. Een gemiste kans meent Koornwinder. "Wie op tijd mutaties aanbrengt, kan een aanzienlijk hoger rendement behalen." En een hoger rendement is volgens Koornwinder hard nodig om de maatschappelijke kosten van de vergrijzing te kunnen dragen.

    Hoewel lang niet iedereen haar visies deelt, is de ster van Koornwinder rijzende. Om beleggers tegemoet te komen richtte ze het KGMN Global Portfolio op. Met behulp van dat fonds beheert ze beleggingsportefeuilles voor particulieren met een omvang van tenminste één ton. Momenteel bereidt ze de oprichting voor van een fonds waar ook institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars in kunnen participeren.

    De zaken gaan goed. Maar, zo benadrukt Koornwinder, persoonlijk gewin staat niet voorop. Ook de maatschappij mag de vruchten plukken van haar talenten. Ze was altijd al geïnteresseerd in de financiële wereld, maar verbaasde zich erover dat beleggingsdeskundigen er maar niet in slaagden de beursindices te verslaan. Om daar inzicht in te krijgen stapte ze terug in de schoolbanken. Doel: het behalen van het deelcertificaat economie op VWO-niveau als opstapje voor een studie economie.

    Zover is het echter nooit gekomen. Het hoeft wat haar betreft ook niet meer. Door zelfstudie heeft ze een remedie gevonden waarmee de pensioenfondsen het leed van de vergrijzing kunnen helpen verzachten: haar Global Market Navigator.

    Sommige pensioenfondsen kloppen al bij haar aan voor advies. Maar de echte reuzen, zoals het ABP en PGGM, laten het afweten. Koornwinder heeft wel geprobeerd gehoor te vinden. Met professor dr. J. Goslings, destijds hoofddirecteur bij het ABP, discussieerde zij eind 1989 uitgebreid na afloop van een symposium. "Hij vond mijn visie interessant. Hij zei: 'Als u iets te melden hebt, moet u dat doen'. Een maand later heb ik ze een fax gestuurd. Op een vrijdag. De Amsterdam EOE-index stond op 315 punten. Ik schreef dat de beursgraadmeter op korte termijn zou dalen tot 285. En wat gebeurt er die maandag daarop? De index zakte naar 275 en sloot op 285. Ik dacht: ‘Dàt is een mooie binnenkomer’. Nou vergeet het maar men was niet geïnteresseerd."

    Een verklaring voor die gereserveerde houding heeft ze wel. "Ik heb nu eenmaal vaak een afwijkende visie. Dan is het Herma Koornwinder tegen de rest van de financiële wereld."

    De Koornwinder Global Market Navigator houdt niet alleen rekening met financieel-economische wetten, maar ook met die van de natuurwetenschappen, filosofie en massapsychologie. Aan welke indicatoren ze speciaal waarde hecht, wil ze niet (meer) vertellen. "Ik heb tien jaar lang in het openbaar mijn visie gegeven. Nu heb ik in overleg met Stroeve besloten mijn voorspellingen niet meer te openbaren."

    In elk geval negeert ze de officiële prognoses van planbureaus. "Want die zitten er met hun rente- en groeiverwachtingen vaak naast, waardoor beleggers op het verkeerde been worden gezet." Evenmin staart ze zich blind op cijfers over de Amerikaanse economie, zoals de banengroei en de ‘leading indicators’. Aan deze conjunctuurgraadmeters wordt binnen de financiële wereld momenteel bijzonder veel waarde gehecht. Te veel, meent Koornwinder. "Tot acht jaar geleden keek iedereen reikhalzend uit naar de cijfers over de Amerikaanse handelsbalans. Nu ineens zijn de werkloosheidscijfers weer magisch. Zo bedenkt men steeds weer iets nieuws. En komt de theorie niet uit, dan verzinnen ze wel weer een ander excuus."


    19961011

    Geïnspireerd door Plato
    Hoewel Koornwinder haar geheim koestert, wil ze wel een paar trends aangeven die volgens haar op lange termijn van grote invloed zullen zijn op de aandelenkoersen: de vergrijzing en de high tech-werkloosheid. Voor de gevolgen van de vergrijzing waarschuwde ze zo’n zes jaar geleden al, zonder resultaat. Inmiddels staan de kranten er bol van.

    Het digitale tijdperk en de hieruit voortvloeiende high tech-werkloosheid zijn onderwerpen die haar nu volop bezighouden. De impact van de verregaande automatisering gekoppeld aan het oprukken van kunstmatige intelligentie wordt in de ogen van Koornwinder nog veel dramatischer dan die van de vergrijzing. Dat heeft niet alleen grote maatschappelijke gevolgen, maar ook consequenties voor haar beleggingsstrategie. Zo stapte ze begin dit jaar op grote schaal in automatiseringsfondsen als Baan en Getronics. Met succes: Beide aandelen deden het in de eerste helft van 1996 uitstekend.

    Om uit te vinden waarom sommige institutionele beleggers zo traag anticipeerden, heeft ze zich de afgelopen jaren verdiept in de geschiedenis van techniek en filosofie. Koornwinder raakte geïnspireerd door Plato. In de allegorie van de grot vertelt de Griekse filosoof het verhaal van mensen die, vastgebonden vanaf hun geboorte, vol tevredenheid leven in een onderaardse grot.

    Zou één van de holbewoners naar buiten worden gebracht, dan moest hij volgens Plato wel inzien dat er nog een ander wereldbeeld bestond. Terug in de grot zouden de mensen daar hem niet willen geloven. Hij bracht hun wereldbeeld aan het wankelen.

    Koornwinder kan zich in die allegorie goed herkennen. "Het is niet zo dat men weigert mijn ideeën te accepteren; men is tevreden met wat men heeft. Maar we zitten bijna in de 21ste eeuw. Laten we dan ook gebruik maken van de tools of the time."


    Terug naar boven >




    Bibberen op de beurs

    1996-11-02, Elsevier


    Door Hans Crooijmans en Sheila Sitalsing
    Omslagartikel
    Op het ogenblik is het hosanna op de effectenbeurs. De jubelstemming lokt particulieren, aandelen zijn ‘in’. Tegelijk knaagt de vraag: ben ik al niet te laat met het kopen? En: hoelang blijft het nog feest? (deze pagina). Niemand die dat kan voorspellen, want hét beleggingsrecept bestaat niet (pagina 93). Wel is het nog altijd zo dat wie meer weet dan een ander, vette winsten kan opstrijken. Misbruik maken van voorkennis mag weliswaar niet, maar wat is voorkennis? (pagina 99). Twee officieren van justitie geven een definitie (Pagina 103).


    19961102


    Beleggen
    De vraag die beleggers kwelt is niet óf er een omslag komt, maar wanneer
    De Mad Dow Disease grijpt om zich heen in de Verenigde Staten. Het Dow Jones-gemiddelde, graadmeter voor de prijzen van Amerikaanse aandelen, lijkt op hol geslagen. November 1995 kwam de index voor het eerst boven de vijfduizend punten uit, een vervijfvoudiging van het koersniveau in precies vijftien jaar. Wie dacht dat daarmee de rek er wel ongeveer uit was, zat lelijk fout. Ruim twee weken geleden sloot de Dow alweer boven de zesduizend punten. En volgens degenen die zich deskundigen noemen is de aanval op de zoveelste ‘magische grens’ aanstaande.

    Aandelen zijn in, aandelen zijn een rage. Een op de drie Amerikaanse huishoudens heeft ze direct of indirect (via een beleggingsfonds) in bezit. Wie een niet al te beroerde hand van fondsen en bedrijven selecteren had, verdubbelde op de beurs in amper vijf jaar zijn ingelegde kapitaal. Koersexplosies maken miljonairs van vroegere loonslaven, en dat spreekt de doorsnee-Amerikaan aan. In de eerste acht maanden van dit jaar stroomde 163 miljard dollar particulier spaargeld naar beleggingsfondsen. Own your share of America, de dubbelzinnige slogan waarmee het grote publiek in 1929 rijp voor aandelen werd gemaakt, lijkt nieuw leven ingeblazen.

    Amerikaanse beleggers mogen dan content zijn met de huidige bonanza, hun gemiddelde rendementen steken bleek af bij de winsten die beleggers op de twintig keer zo kleine Amsterdamse Effectenbeurs binnenhalen. Nederland is al bijna twee jaar een waar aandelenparadijs. Geen enkele beurs in de ontwikkelde wereld liet de voorbije twintig maanden de koersstijging zien die het Damrak voorschotelde. Eind 1994 stond de AEX-index, de graadmeter van de Amsterdamse Effectenbeurs, nog beneden de vierhonderd punten; elk moment kan de zeshonderd worden gehaald.

    De jubelstemming steekt de bemiddelde burger aan. Want wie zijn ton spaargeld opeen ouderwetse spaarrekening heeft staan (tegen een schamele vier procent rente per jaar) of heeft belegd in even saaie obligaties, heeft heel wat uit te leggen aan de vriend of collega die op de beurs klapper na klapper maakt. Bij elke punt stijging van de AEX-index kwelt die ene kwestie: moet ik ook in aandelen of ben ik te laat? Voor de belegger die de koers van zijn aandelen de voorbije maanden almaar zag oplopen, speelt een niet minder prangende vraag: wordt het geen tijd om van de papieren winst harde pecunia te maken? Of, zoals Jaap van Duijn, voorzitter van het beleidscomité van Robeco, het onlangs in het Algemeen Dagblad zei: "Is de nervositeit die gepaard gaat met het missen van al die koersstijgingen vervelend – het wel hebben van aandelen in een stijgende markt maakt het leven er ook niet rustiger op." Particulieren nemen inmiddels 25 tot 30 procent van de totale beursomzet voor hun rekening.

    Hoe hoger de aandelenprijzen, des te meer vrees dat zich de treurige geschiedenis van 1929, of die van oktober 1987 zal herhalen. Beide beurscrashes bewezen immers afdoende dat als de paniek uitbreekt de koersen in no time veertig procent kunnen dalen. Wat omhoog gaat, komt ooit weer naar beneden, luidt een van de vele dooddoeners die beleggingsanalisten om de haverklap debiteren. Zoveel is zeker: een eventuele kladderadatsch op Wall Street – want in dat financiële mekka zal het ongetwijfeld weer beginnen – zal een vergelijkbare koersval van de aandelen op de Amsterdamse Effectenbeurs veroorzaken.

    Hoelang zullen de koersen nog blijven stijgen? Dat is de kwellende onzekerheid die vertwijfelde beleggers en aspirant-beleggers dezer dagen stoort in hun slaap. Elsevier peilde de meningen van een aantal experts (zie kaders) die zich dagelijks bezighouden met zulke duizend-gulden vragen. "Wat moet ik nu doen met een ton?" en "Wanneer slaat het beurssentiment om?"

    Reclamecampagnes
    Opvallend is dat alle financiële specialisten een voorkeur blijven houden voor aandelen. De opinies over een omslag van de stemming en koersen lopen uiteen van ‘dit jaar nog’ via ‘bij de introductie van de euro in 1999’ tot ‘het blijft feest’. Over het algemeen zien de analisten en vermogensbeheerders voor de komende zes maanden à een jaar geen groot crashgevaar. Met andere woorden: we zitten in de lift omhoog en als iedereen een beetje wil inschikken, is er voor die late particuliere belegger heus nog wel plaats.

    Afgaande op de stortvloed van reclamecampagnes en nieuwe beleggingsproducten, lijkt het inderdaad alsof de koersen crescendo zullen gaan. De marketingmachines van verzekeraars, banken en andere aanbieders van beleggingsfondsen draaien op volle toeren, daarbij dankbaar gebruik makend van de tot de verbeelding sprekende rendementen die de afgelopen tijd werden behaald. Robeco haalde vorige maand in acht dagen ruim een half miljard gulden op met zijn nieuwe ‘AEX-clickfonds’, een beleggingsvehikel dat eenmaal verworven koerswinst op tevoren vastgestelde niveaus vast klikt, zodat de belegger is ingedekt wanneer de koersen gaan dalen. En Monique van de Ven zegt op radio en tv namens verzekeraar FBTO: "Zeventien-komma-drie procent gemiddeld over de laatste vier jaar." Dat willen we allemaal, nietwaar?

    Voor wie nu pas de beurs op wil, lijken de seinen onveranderd op groen te staan. De economische omstandigheden zijn uitermate gunstig. De rente is laag, de inflatie is nihil en door vooraanstaande economen zelfs ‘dood’ verklaard. Het economische groeitempo is gezond en bedrijfswinsten stijgen over het algemeen gestaag. De fusie- en overnamegolf die momenteel heerst, wakkert de kooplust evenzeer aan. Verhalen over synergie en schaalvoordelen worden door beleggers in dank aanvaard.

    Belangrijker nog: er is een continue miljardenstroom van spaar-, pensioen- en verzekeringskapitaal op zoek naar de best renderende belegging. Aangezien de historie leert dat aandelen op langere termijn meer opbrengen dan obligaties, onroerend goed, edelmetaal, postzegels of andere parafernalia, is de huidige run op de beurs verklaarbaar.

    Waarschuwende geluiden
    Hier en daar klinken waarschuwende geluiden. Maar die werden ook een jaar geleden al gehoord. En van de zomer nogmaals, toen een plotse koersval op Wall Street de aandelenprijzen bijna wereldwijd een procent of vier omlaag haalde. De koffiedikkijkers die toen voorspelden dat deze dip op korte termijn gevolgd zou worden door een ‘echte neerwaartse correctie’, zijn inmiddels weggehoond. De beursgeschiedenis waarop ze zich baseerden, liet zich niet herhalen.
          De almaar oplopende koersen halen ijzeren formules en oude beleggingswaarheden onderuit. Op de Amerikaanse beurzen wordt voor bedrijven gemiddeld reeds vier keer de boekwaarde betaald. In Nederland blijft die verhouding over het algemeen binnen de perken. Twee keer de intrinsieke waarde is al een hele prestatie, maar vergeleken met enkele jaren geleden is deze ratio vlug omhooggegaan. Werd in het verleden voor een (deels) cyclisch fonds als Akzo Nobel een koers-winstverhouding van acht als normaal beschouwd, nu wordt grif twaalf maal de winst per aandeel betaald. En terwijl de winst per aandeel van Ahold in twee jaar tijd amper dertig procent steeg, werd het aandeel op de beurs in diezelfde periode bijna 120 procent meer waard. Ondanks die forse stijging laat menig effectenhuis Ahold vrolijk op de koop-lijst staan. Zoals ook voor de ‘erkende groeier’ Heineken een buy-advies gold, tot het bedrijf waarschuwde dat het verwachte winsttempo niet werd gehaald, en de koers met bijna twintig procent daalde.

    Kalmte bewaren
    Het gros van de analisten bedient zich van instrumenten waar ze zelf niet meer voor honderd procent achterstaat,’ zegt John Ebbing van MoneyView On-Line, de elektronische beursredactie van onderzoeksbureau MoneyView Nederland. ‘We zitten nu in het stadium waarin iedereen in de markt stapt omdat de aandelenkoersen stijgen, en aandelenkoersen stijgen omdat iedereen in de markt stapt. Vroeg of laat komt aan deze speculatieve rit.’

    O, ja? Lex van der Sommen van ING Bank houdt een ander verhaal. Zijn belangrijkste argument: er is simpelweg een enorm aanbod van beleggingskapitaal. Nederlandse instituten gaan meer van hun vermogen beleggen in aandelen. Nu zitten ze gemiddeld op 25 procent, maar op langere termijn willen ze de veertig procent halen. Van der Sommen: "Dit betekent dat er een extra vraag naar aandelen (Nederland en internationaal) boven de markt hangt van tweehonderd miljard gulden."

    In het buitenland speelt een vergelijkbare situatie. "Met uitzondering van Engeland moet er in de landen om ons heen nog veel gebeuren om de pensioenvoorziening te garanderen. Die trend zal zorgen voor een min of meer permanent vraagoverschot naar beleggingsmogelijkheden. Behoudens af en toe een correctie, zullen de beurskoersen daarom omhoog gaan."

    Wat let de particuliere belegger om mee te liften op de bagagedrager van de pensioenfondsen en verzekeraars?

    Niets, zeggen de optimisten, mits ze hun kalmte maar bewaren. Die kalmte is nodig, want met het klimmen van de Dow Jones en de AEX vertonen deze beursbarometers de neiging wilder uit te slaan. Typerend waren de overspannen reacties die eerder dit jaar optraden bij de maandelijkse bekendmaking van Amerikaanse werkloosheidscijfers. De koersverliezen die optraden na bekendmaking van de gunstige – want: minder werkloosheid – cijfers, werden binnen de kortste keren weer ingehaald.

    Het kennelijke belang van de werkloosheidscijfers, maar bijvoorbeeld ook dat van detailhandelsomzetten, woningbouwcijfers of loonstatistieken, is terug te voeren op de veronderstelde relatie die zulke parameters hebben met het rentepeil in de Verenigde Staten. De ontwikkeling van de rente is, volgens financiële deskundigen, de factor bij uitstek die de stemming op Wall Street (en daarmee op alle belangrijke beurzen in de wereld) kan maken of breken.

    Een hogere rente leidt tot hogere kapitaalkosten voor bedrijven, en daarmee tot vertraging van de groei, zo is de rechttoe-rechtaan redenering. Tegelijk maakt een hogere rente beleggingsvormen als spaardeposito’s en obligaties, aantrekkelijker ten opzichte van aandelen. Alle reden dus om te bidden dat voorzitter Alan Greenspan (zeg maar de Amerikaanse Wim Duisenberg) van de Federal Reserve Board geen renteverhoging in zijn hoofd haalt.

    Nog een cijfer om in de gaten te houden: het Amerikaanse economische groeipercentage. Gaat dat dalen beneden de pakweg 2,3 procent op jaarbasis, dan kan dat een teken zijn dat de groei eruit is en de aandelenkoersen omlaag gaan. Een groei van boven de drie procent zou op de beurs wel eens hetzelfde effect kunnen hebben. De Federal Reserve zou ‘oververhitting’ van de economie kunnen tegengaan met renteverhoging.

    Crash
    Komt die crash er wel of niet? Nee, zeggen sommige waarnemers, al was het maar omdat een aantal beleggers denkt: wat in 1987 is gebeurd, zal ons niet meer overkomen. De koersdalingen van ruim 22 procent op Zwarte Maandag werden immers snel gevolgd door een krachtig herstel, vooral dankzij een snelle interventie van de Fed. Pessimisten houden liever vast aan het vertrouwde crash-scenario. Pas nadat de allerlaatste aarzelende particuliere belegger zich op de beurs heeft gestort en de koersen totaal zijn opgeblazen, dondert het kaartenhuis weer in elkaar.

    De zenuwen van beleggers worden danig getest. Want naast uitspraken van beursgoeroes kunnen, bijvoorbeeld, oorlogsdreiging in het Midden-Oosten of crisis in Rusland de markten van streek doen raken. Beleggers met hoogtevrees dienen bovendien blijvend gespitst te zijn op de ontwikkeling van bedrijfsresultaten, ook als het gaat om fondsen die niet in de eigen aandelenportefeuille zitten. Doet een van de grote Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen het slecht (bijvoorbeeld omdat de brandstofprijzen snel stijgen), dan is de kans groot dat andere luchtvaart- en transportbedrijven met diezelfde tegenslag kampen.

    Omgekeerd: beter dan verwachte cijfers van Intel of IBM kunnen een internationale hausse in de hele hoek van technologiefondsen veroorzaken. Voor de particuliere belegger die onvoldoende tijd heeft voor zijn ochtendkrant, is het raadzaam ’s avonds na tienen de koersenlijst van Wall Street op pagina 585 van Teletekst op te slaan.

    Of zo’n gewoonte de schade kan beperken op de gevreesde dag dat de beurs in elkaar klapt, is twijfelachtig. Want de particuliere beleggers met hun tonnetje belegd in aandelen, kwamen met hun verkooporders bij vorige gelegenheden gewoon te laat. Beter is het nu alvast met de bank of het effectenhuis af te spreken wat moet worden gedaan in zo’n situatie. Een stoploss order (alles verkopen zodra de koers onder een bepaald niveau daalt) biedt welicht soelaas. Een paar tabletjes Valdispert kunnen sowieso geen kwaad.


    Columns

    Corné Zandbergen (36)
    Sinds twee jaar hoofd afdeling Institutionele Research bij de Generale Bank

    Hoe een ton te beleggen?
    AANDELEN  50%
    OBLIGATIES  30%
    LIQUIDITEITEN  20%

    Hot tips!
    Doen: Aegon, Vendex International, VNU
    Afblijven van: ACF, BolsWessanen, EVC

    Wanneer gaat de beer grommen?
    "Nog dit jaar komt het omslagpunt, namelijk als de Amerikaanse FED haar rente verhoogt. Europa zal dan zeer waarschijnlijk volgen. We denken dat de kapitaalmarktrente geleidelijk zal klimmen naar 6,75 procent. We voorzien een daling van de AEX, naar rond de 560 de komende maanden. Over 12 maanden mikken we op een AEX van 600 punten."

    19961102


    Peter Wortel (36)
    Sinds begin dit jaar hoofd research Delta Lloyd Bank.

    Hoe een ton te beleggen?
    AANDELEN  80%
    LIQUIDITEITEN  20%

    Hot tips!
    Doen: Ahold, Hagemeyer, Cap Gemini
    Afblijven van: Tulip, EVC, BolsWessanen

    Wanneer gaat de beer grommen?
    "Voorlopig houden we geen rekening met een omslag. Wel achten we een tijdelijke neergang voor zowel Dow Jones als AEX reëel, maar we denken dat daarna de opgaande lijn zich zal voortzetten. De AEX ligt over zes maanden waarschijnlijk op de 630 punten. De Dow Jones op de 6300 punten."

    19961102


    Lex van der Sommen (53)
    Hoofd particulier vermogensbeheer ING Bank.

    Hoe een ton te beleggen?
    AANDELEN  45%
    OBLIGATIES  50%
    LIQUIDITEITEN  5%

    Hot tips!
    Doen: IHC Caland, Sligro, Randstad, Hagemeyer, financiële waarden.
    Afblijven van: cyclische fondsen

    Wanneer gaat de beer grommen?
    "Voorlopig niet, zolang de rente grosso modo op het huidige niveau blijft. Ik denk dat de AEX over zes maanden rond de 620 staat. Voor de Dow Jones lijkt een niveau van 6500 over zes maanden reëel. De instroom van institutioneel kapitaal op de markten zwelt aan."

    19961102


    Roel Gooskens (37)
    Directeur research van HSBC Van Meer James Capel

    Hoe een ton te beleggen?
    AANDELEN  100%
    "Uitgaande van een beleggingshorizon van tenminste drie jaar."

    Hot tips!
    Doen: KPN, Heineken, Nutricia. Extra tip: Roto Smeets de Boer.
    Afblijven van: BolsWessanen, KLM, Hoogovens

    Wanneer gaat de beer grommen?
    "De omslag verwachten wij bij de introductie van de Euro in januari 1999. Voorlopig blijven de beurzen stijgen: de AEX naar 650 punten over zes maanden en de Dow Jones naar 6500 punten over zes maanden."

    19961102


    Herma Koornwinder
    Sinds januari 1990 directeur Koornwinder Market Navigation te Heeze

    Hoe een ton te beleggen?
    AANDELEN  100%

    Hot tips!
    Doen: Koninklijke Olie, Baan, Getronics.
    Afblijven van: Sphinx, Gustavsberg, Weweler, Rood Testhouse

    Wanneer gaat de beer grommen?
    "Op dit moment ben ik positief over de aandelenmarkt. Mijn indicatoren, op basis van mijn door mijzelf ontwikkeld scan and navigation system blijken in de praktijk binnen een tijdsbestek van één á twee maanden een eventuele omslag aan te kunnen geven. Daarom kan ik ook niet zeggen op welk niveau de AEX of de Dow Jones zich over zes maanden zal bevinden. Nu voorzie ik in elk geval geen bear."

    19961102


    Terug naar boven >




    Herma Koornwinder: oude beurswijsheden ingehaald

    1996-12, GPD dagbladen


    Door Raymond Peil
    AMSTERDAM – Beleggers hebben weinig aan de oude wijsheden die in de financiële wereld nog opgang doen. "De beleggingswereld is sinds 1987 fundamenteel veranderd. Negentig procent van het grote geld is speculatief", is beleggingsadviseur Herma Koornwinder heel stellig. Zij voorspelt bovendien dat het komende hightechtijdperk alleen nog maar grotere veranderingen te weeg brengt.

    De Brabantse heeft, vanwege de staat van dienst, recht van spreken: haar model, de Koornwinder Global Market Navigator (KGMN), heeft sinds 1989 stelselmatig betere beleggingsresultaten opgeleverd dan de toepasselijke gemiddelden.

    Koornwinders visie dat beleggen onomkeerbaar een nieuw tijdperk is ingegaan, ontmoette in de wereld aanvankelijk vooral hoon. Onlangs bleek echter Rabo-topman Wijffels naar haar gedachtegoed te neigen. Ook Robeco is na jaren modderen overgegaan tot een proef met beleggingsmodellen die van gangbare ideeën afwijken.

    De beleggingsadviseuse uit Heeze vindt dat wel een doorbraakje: "Mijn modellen gaan in tegen theorieën, waarvoor in het verleden de Nobelprijs voor de economie is uitgereikt." De laatste jaren is de waardering gegroeid: Koornwinders bijnamen variëren van 'techno-pionier' tot 'een lastige tante' of de 'Nederlandse Garzarelli', naar de inmiddels in ongenade gevallen Wall Street-goeroe die de crash van '87 correct voorzag.

    Koornwinder ondervindt inmiddels enige waardering bij de gevestigde orde: Effectenbank Stroeve beheert zo'n 16 miljoen gulden volgens het KGMN-model, "dat als een soort supertelescoop om de financiële wereld draait en deze aftast op (on)-mogelijkheden." Komend jaar wordt het beleggingsfonds toegankelijk voor het grote publiek.

    19961200


    Niet makkelijk
    Ondanks de succesformule was het afgelopen beursjaar, met zijn sterke koersstijgingen en onverwachte terugvallen, niet het gemakkelijkste. De eerste vijf maanden verliepen uitstekend voor Herma Koornwinder, op 10 juli liquideerde zij een portefeuille tegen alle adviezen in en dat bleek een correcte taxatie. "Anders was ik in de kortste keren negen procent in waarde achteruitgegaan."

    De driftige bewegingen vanaf augustus waren het moeilijkst te doorgronden. Inmiddels heeft haar Stroeve Adviesportefeuille de laatste maanden 8,1 procent gescoord, 0,5 procent minder dan de wereldwijde beursbarometer MSCI Index.

    Een belangrijke rol in de heftige koersbewegingen spelen, zo schat Herma Koornwinder in, digitaal over de aardbol flitsende miljarden, van seconde tot seconde op zoek naar de beste rendementen. De kapitaalstromen zwellen snel aan: geld lenen is goedkoop, pensioenfondsen beschikken over enorme reserves. Bovendien versterken opties en andere aan aandelen verwante contracten ('derivaten') koershobbels tot een ware achtbaan. De computerisering en digitalisering zijn niet exclusief voorbehouden aan de beleggingswereld, trekt zij verder een vergelijking met de realiteit waarin wij leven. "Informatietechnologie is niet te stoppen. Zoals de auto de huifkar overbodig maakte of de trein de postkoets. De samenleving zit in een grote sprong voorwaarts."

    De adviseuse heeft vele jaren besteed aan het uitpuzzelen van haar model, omdat zij tijdens haar onderzoek bemerkte dat dikwijls gehanteerde theorieën in de praktijk onvoldoende houvast boden. Dat varieert van: als een bedrijf het goed doet is de koers van het aandeel goed (niet waar), gaat de rente omlaag de beurs omhoog (vaak waar), gaat de dollar omhoog gaat de beurs omhoog (soms waar).

    Zij heeft voor meer dan duizend ondernemingen wereldwijd haar eigen KGMN-scenario, een 'soort röntgenfoto' van de werkelijke, onderliggende economische eb- en vloedbewegingen. Koornwinder: "Er zijn honderden factoren die invloed hebben op koersen. Het is een puzzel: op een gegeven moment vallen alle stukjes op hun plaats en ga ik in of uit de markt. En in of uit een aandeel."


    Terug naar boven >




    Hoe goed doet Herma Koornwinder het?

    1996-12, Cash


    Door AM
    Als alles meezit zal komend voorjaar de in beurskringen zéér bekende Herma Koornwinder uit Heeze haar KGMN Global Fund lanceren. Bij de Nederlandsche Bank zal dan goedkeuring worden aangevraagd voor de officiële notering van het nieuwe beleggingsfonds. Daarnaast heeft Koornwinder al samen met het Amsterdamse effectenkantoor Stroeve de niet-officieel genoteerde KGMN Global Portfolio opgezet. Voor dit besloten fonds beheert ze meer dan ¦ 10 miljoen.

    De Volkskrant schreef deze zomer nog dat Koornwinder de portefeuille van ¦ 12,1 miljoen vlak voor de tijdelijke dip van AEX-index in juli grotendeels liquide had gemaakt. Ook Intermediair en Elan haalden in verschillende publicaties dit wapenfeit aan. Maar wat is tot nu toe precies het beleggingsbeleid en de performance van het KGMN-fonds geweest?

    Herma Koornwinder past niet in een bepaald hokje; ze is geen value-belegger en ook geen groei- of momentum-belegger. Ze maakt weliswaar gebruik van technische analyse en fundamentele gegevens, maar waar ze speciaal op let blijft geheim. "Daarmee zou ik immers mijn voorsprong op de rest van het beleggerspeloton prijsgeven", zo verklaart Koornwinder. De financiële wereldmarkt is volgens haar te vergelijken met een reusachtig neuro-netwerk van verbindingen tussen deelmarkten, die niet los van elkaar functioneren. Voor de toekomstige koersvorming wijst zij op twee factoren van doorslaggevend belang: de vergrijzing in het westen en de high tech-werkloosheid.

    Over haar performance is moeilijker informatie te achterhalen. Na lang speuren werd duidelijk waarom: het fonds heeft sinds de oprichting (1 mei) tot 19 november een performance behaald van slechts 3 procent. Daarmee blijft de self made-goeroe ruim 6,7 procentpunt onder de AEX.

    Het is te hopen dat Koornwinders neuro-netwerk geen familiebanden onderhoudt met de geheimzinnige black box van Ton Jongbloed – van het mislukte Groeigarant-fonds – en het Moneytron-model van Jean-Pierre van Rossem, de Belgische ex-beursgoeroe en libertijns politicus.


    Terug naar boven >




    Computers hebben snel aloude beurswijsheden ingehaald

    1996-12-27, Leeuwarder Courant


    Door Raymond Peil
    AMSTERDAM – De Brabantse Herma Koornwinder heeft in de beleggingswereld recht van spreken: haar model, de Koornwinder Global Market Navigator (KGMN), heeft sinds 1989 stelselmatig betere beleggingsresultaten opgeleverd dan de toepasselijke gemiddelden. Zij voorspelde de beurskrach van 1987 correct, de 'minikrach' van 1989, alsmede een van de plotselinge terugvallen van dit jaar. Van 1989 tot 1994 zat zij bij 22 van de 23 omslagen op de beurzen goed.

    Koornwinders visie dat beleggen onomkeerbaar een nieuw tijdperk is ingegaan, ontmoette in het wereld aanvankelijk vooral hoon. Onlangs bleek echter Rabo-topman Wijffels naar haar gedachtegoed te neigen. Ook Robeco is na jaren modderen overgegaan tot een proef met beleggingsmodellen, die van gangbare ideeën afwijken.

    De beleggingsadviseuse uit Heeze vindt dat wel een doorbraakje. "Mijn modellen gaan in tegen theorieën, waarvoor in het verleden de Nobelprijs voor de economie is uitgereikt." De laatste jaren is de waardering gegroeid. Koornwinders bijnamen variëren van 'techno-pionier' tot 'een lastige tante' of de 'Nederlandse Garzarelli', naar de inmiddels in ongenade gevallen Wall Street-goeroe die de crash van '87 correct voorzag.

    Koornwinder ondervindt inmiddels enige waardering bij de gevestigde orde. Effectenbank Stroeve beheert zo’n ƒ 16 miljoen volgens het KGMN-model, "dat als een soort supertelescoop om de financiële wereld draait en deze aftast op (on-)mogelijkheden." Komend jaar wordt het beleggingsfonds toegankelijk voor het grote publiek.

    Beleggers hebben weinig aan de oude wijsheden die in de financiële wereld nog opgang doen. "De beleggingswereld is sinds 1987 fundamenteel veranderd. Negentig procent van het grote geld is speculatief", is beleggingsadviseur Herma Koornwinder heel stellig. Zij voorspelt bovendien dat het komende high-techtijdperk alleen nog maar grotere veranderingen te weeg brengt.

    Ondanks de succesformule was het afgelopen beursjaar, met zijn sterke koersstijgingen en onverwachte terugvallen, niet het gemakkelijkste. De eerste vijf maanden verliepen uitstekend voor Koornwinder. Op 10 juli liquideerde zij de portefeuille tegen alle adviezen in en dat bleek een correcte taxatie. "Anders was ik in de kortste keren 9 procent in waarde achteruitgegaan.

    "De driftige bewegingen vanaf augustus waren het moeilijkst te doorgronden. Inmiddels heeft haar Stroeve Adviesportefeuille de laatste maanden 8,1 procent gescoord, 0,5 procent minder dan de wereldwijde beursbarometer MSCI Index. Dat mag niet wereldschokkend lijken, ware het niet dat gemiddeld tweederde van de in Nederland verkrijgbare beleggingsfondsen de afgelopen jaren achterbleef bij de toepasselijke graadmeters.

    Een belangrijke rol in de heftige koersbewegingen spelen, zo verwacht Herma Koornwinder, digitaal over de aardbol flitsende miljarden, van seconde tot seconde op zoek naar de beste rendementen. De kapitaalstromen zwellen snel aan: geld lenen is goedkoop, pensioenfondsen beschikken over enorme reserves.

    Koornwinder voorziet dat de verdere opmars van de computer en nieuwe complexe wetenschappen ons brengen in een maatschappij waarin één klik van de computermuis grote gevolgen kan bewerkstelligen. Eentonig handwerk en routinematig denkwerk zitten straks onder één knop op het toetsenbord van de computer.

    19961227 
    Beleggingsadviseur Herma Koornwinder kreeg dit jaar een beleggingsadviesprijs.
    Beursvoorzitter Boudewijn van Ittersum reikte de prijs uit. Foto GPD



    Dat betekent dat hightech niet alleen mensen werkloos maakt, ook kunnen velen de opleidingen voor de nieuwe hoog technologische banen niet halen. Koornwinder vindt dat er veel te weinig aandacht is voor deze ontwikkeling. "Waarom hebben we niet een ministerie van informatietechnologie? Voor de gewone burger is het straks niet te bevatten."

    De 'hightech-werkloosheid', samen met de snel groeiende vergrijzing werpen hun schaduw vooruit, meent zij, en plaatst de samenleving voor hoge kosten. Beleggingsdeskundigen kunnen, volgens Koornwinder, bijdragen aan een oplossing. "We moeten het niet simpelweg alleen bij de burger weghalen. Er zijn enorme spaarpotten van pensioenpremies, bijna f 800 miljard. Als, met een betere beheersing van de risico's, een procentje meer rendement op die beleggingen wordt gehaald, kunnen de pensioenpremies ongeveer 15 procent omlaag."

    Daar komt dus de Koornwinder Global Market Navigator weer om de hoek. De adviseuse heeft vele jaren besteed aan het uitpuzzelen van haar model, omdat zij tijdens haar onderzoek bemerkte dat dikwijls gehanteerde theorieën in de praktijk onvoldoende houvast boden. Dat varieert van: als een bedrijf het goed doet is de koers van het aandeel goed (niet waar), gaat de rente omlaag dan gaat de beurs omhoog (vaak waar), gaat de dollar omhoog dan gaat de beurs omhoog (soms waar).

    Zij heeft voor meer dan duizend ondernemingen wereldwijd haar eigen KGMN-scenario, een 'soort röntgenfoto' van de werkelijke, onderliggende economische eb- en vloedbewegingen. Koornwinder: "Er zijn honderden factoren die invloed hebben op koersen. Het is een puzzel: op een gegeven moment vallen alle stukjes op hun plaats en ga ik in of uit de markt. En in of uit een aandeel."


    Terug naar boven >




    De professionals wachten op hun koopmoment

    1997-02-19, De Gelderlander

    Door onze redactie economie
    AMSTERDAM - "Overdrijven kun je ook lang volhouden", zegt G. Russelman, bij het pensioenfonds PGGM verantwoordelijk voor een aandelenportefeuille van 32 miljard gulden. Hij wil maar zeggen dat het ongehoord snel oplopen van de aandelenkoersen in Amsterdam niet per se in een grote kladderadatsch behoeft te eindigen. En mocht er toch een flinke correctie komen, dan is dat voor Russelman juist een koopmoment.

    In januari van het vorige jaar doorbrak de Amsterdamse beursindex AEX, het gemiddelde van een handvol toonaangevende beursfondsen, de 500-puntengrens. Vervolgens waren elf luttele maanden nodig voor de volgende horde, een diepe duikeling in de zomer ten spijt. De beurs had daarna maar drie maanden nodig om de 700-puntengrens te bereiken.

    Dat laatste wapenfeit was op 12 februari. Een week later is de stand inmiddels iets boven de 735 punten gekomen. In dit tempo zal de AEX in maart ruimschoots door de duizend punten gaan.

    "Dit gaat iets te hard. Men brengt een technische correctie naderbij. Het is een ballon die zo wordt lek geprikt." Dat tekende Het Financieele Dagblad eind december op uit de mond van een verontruste beurshandelaar. Toen stond de AEX op bijna 640 punten, zowat honderd punten lager dan gisteren.

    Dezer dagen spreken handelaren opnieuw van 'een gekkenhuis', maar ze blijven natuurlijk gretig kooporders noteren. Die komen, zeggen zij, vooral van particulieren. Institutionele beleggers, zoals Russelman van PGGM, zitten aan de kant te wachten op hun koopmoment.

    Op de ochtend van de 19e oktober 1987 ging Herma Koornwinder uit het Brabantse Heeze met haar dochter een dagje uit. De weken daarvoor had ze iedereen die het horen wilde, en ook die het niet horen wilde, gewaarschuwd voor een heuse krach op de effectenbeurs. 'Après nous le déluge', had ze tegen haar dochter gezegd toen ze de deur achter zich dichttrok. Na ons de zondvloed. Toen ze weer thuiskwamen, was de gezamenlijke waarde van de aan de Amsterdamse beurs genoteerde ondernemingen enkele tientallen miljarden guldens gedaald.

    'Gekkenwerk', zegt de beurs, en noteert weer een kooporder


    Vandaag beschrijft Koornwinder, inmiddels enige faam genietend in de financiële wereld, haar stemming echter als bullish, de beursterm voor optimistisch. "Ik hoop op tijd uit te stappen", voegt zij er aan toe. De mensen moeten haar opvatting vooral niet verstaan als een koopadvies, benadrukt zij. "Ik kan hen namelijk niet waarschuwen als mijn indicatoren plotseling gaan verslechteren."

    In juni vorig jaar dacht zij er nog heel anders over: zij vond de grote verzameling van indicatoren waarop zij haar beleggingsstrategie baseert langzamerhand te grillig worden. In de herfst keerde zij echter terug in de aandelenmarkt en daar bevindt ze zich nog steeds. Een zeventigtal beleggers, cliënten van de effectenbank Stroeve, met een gezamenlijk belegd vermogen van ongeveer 18 miljoen gulden, volgt haar spoor.

    Koornwinders zorgen hebben vooral betrekking op de langere termijn. De efficiencyslag in de bedrijven, motor van de winstgroei en basis van de koersstijgingen, heeft in maatschappelijk opzicht een schadelijke kant in de vorm van 'high-techwerkloosheid'. De informatierevolutie schept ook nieuwe banen, maar daar zijn de mensen nog niet klaar voor, meent zij.

    Die grote werkloosheid, zoals bijvoorbeeld in Duitsland, is voor professionals als Russelman van PGGM juist een teken dat het met aandelenbeleggingen voorlopig wel snor zit. Geen regering die onder die omstandigheden piekert over een renteverhoging. De algemene opvatting onder de beursexperts is dan ook dat de kapitaalmarktrente laag blijft en mogelijk zelfs nog wat zal dalen. Dat betekent dat sparen weinig oplevert en de keuze van mensen met grote of kleinere vermogens al gauw op aandelen valt.

    Bezuinigingsdrift van de overheden in ongeveer alle industrielanden drijft aldus honderden miljarden guldens, dollars en ander geld naar de aandelenmarkten.

    Er zijn immers minder staatsobligaties in de aanbieding en ze brengen weinig rente op. De grote vraag naar het alternatief – aandelen, dus – draagt bij aan de hoge beurskoersen. Daar komt bij dat (althans in Nederland) rente-inkomsten belast zijn en koerswinsten fiscaal vrij.

    De lage rente en het vrijwel ontbreken van inflatie vormen een wezenlijk verschil met de situatie van oktober 1987. Toen waren inflatie en rente veel hoger en was de hoge waardering voor aandelen werkelijk overdreven, meent Russelman.

    Tien jaar geleden waren het schermutselingen in de Perzische Golf die een lawine van verkooporders op gang brachten. Russelman zou niet weten waardoor de stemming op dit moment bedorven zou kunnen worden. Of het zou de opkomende discussie over de euro moeten zijn. Toenemende twijfel over de Europese muntunie kan beleggers naar de dollar jagen. Daar is al wat van zichtbaar in de forse koersstijging die de Amerikaanse munt de laatste maanden doormaakt.

    Een kapitaalvlucht naar Amerika kan renteverhogingen in Duitsland en andere Europese landen uitlokken. Waarmee voor Russelman en zijn collega-fondsbeheerders wel eens een mooi koopmoment zou kunnen aanbreken.


    Terug naar boven >




    Beleggingssignalen

    1997-03, Perspekt (ABN AMRO)

    Goeroe
    De Nederlandse beursgoeroe Herma Koornwinder doet steeds meer van zich spreken. Vooral sinds ze haar voorspellingen over de afgelopen vijf jaar liet controleren door accountantskantoor Deloitte & Touche, dat concludeerde dat zij erin geslaagd was de toonaangevende beursgraadmeters keer op keer ruimschoots te verslaan. En dat zowel in een stijgende als in een dalende markt. Zonder enige formele beleggingsachtergrond ontwikkelde Koornwinder een eigen instrument, de Global Market Navigator, dat trends opspoort en voorspelt. De Navigator houdt niet alleen rekening met financieel-economische wetten, maar ook met die van de natuurwetenschappen, filosofie en massapsychologie. Haar geheimen onthullen doet ze niet meer, zo vertelde Koornwinder onlangs in Intermediair, maar ze wil wel kwijt dat ze geen acht slaat op de officiële prognoses van planbureaus. "Want die zitten er met hun rente- en groeiverwachtingen veel te vaak naast." Ook aan de Amerikaanse leading indicators wordt volgens Koornwinder te veel waarde gehecht. "Een aantal jaren geleden draaide alles om de Amerikaanse handelsbalans. Nu ineens gaat het weer om de werkloosheidscijfers. Zo bedenkt men telkens weer iets nieuws."


    Terug naar boven >




    Een fonds volgens het systeem van Koornwinder

    1997-04-26, fem

    Door: HCK
    In Amerika zou zij allang een publiek figuur zijn, in Nederland duurt dat langer. Maar ook hier begint ze door te dringen. Ondanks het ongeloof van Amsterdamse grachtengordel-analisten. Want zo’n autodidact uit Heeze, een huisvrouw die zich opwerpt als beleggingsgoeroe, dat kan toch niks zijn? De TV heeft haar ontdekt, haar lezingen trekken volle zalen en financiële instellingen benaderen haar om honderden miljoenen te gaan beheren.

    De naam van de bank waarmee Herma Koornwinder onderhandelt, mag nog niet bekend worden, maar het plaatsen van de handtekeningen is een kwestie van tijd. Na vijf jaar adviseren van institutionele beleggers heeft zij afgelopen jaar proefgedraaid bij effectenbank Stroeve. "Daar begon ik in mei vorig jaar met een zogenaamd Portfolio (een managed account, zeggen ze bij Stroeve). Daarin beheer ik een kleine twintig miljoen gulden.” Met hoorbare trots voegt zij eraan toe: "Het rendement ligt nu op 18,9 procent." Stroeve zal de deelnemers adviseren over te stappen naar het nieuwe fonds. Herma Koornwinder kan op deze manier haar vleugels uitslaan. "Grote beleggers – ik mag geen namen noemen – deden in het Portfolio mee voor een ton. Die willen nu met veel grotere bedragen instappen. Hoe groot? Vijf of tien miljoen."

    19970426 
    Beursgoeroe Herma Koornwinder

    Zij werkt al zo’n vijftien jaar aan haar systeem – KGMN, Koornwinder Global Market Navigator genoemd. Dat systeem integreert financieel-economische wetten, fundamentele en technische analyse met inzichten uit de natuurwetenschappen, filosofie en massapsychologie. De algemene scepsis over modellen die de belegger een hoger rendement dan de index beloven, weerstaat zij. Slechte ervaringen als met het Groeigarantfonds van ex-Staalbankier Ton Jongbloed en het Moneytronmodel van de Belgische ex-beursgoeroe en libertijns politicus Jean-Pierre van Rossem ten spijt. Volgens Koornwinder komen prognoses niet uit omdat men verkeerde modellen hanteert. Voor een onafhankelijk oordeel over haar systeem liet zij accountantskantoor Deloitte & Touche een onderzoek doen over vijf jaar voorspellingen. Conclusie: Koornwinder weet de toonaangevende beursgraadmeters steeds te verslaan. De crashes in ’87 en ’89 zag ze aankomen, net als de dalingen in ’94, ’96 en ’97. "Inderdaad, ik gaf in maart een verkoopadvies, vrijwel op de top van de markt. Nu ben ik afwachtend. Ik bestudeer nauwkeurig de indicatoren om te zien of ik weer in de markt kan stappen."


    Terug naar boven >




    Effectenbank Stroeve stopt Koornwinder-programma

    1997-05, Financiële Telegraaf

    Door: Peter van der Tuin
    AMSTERDAM, vrijdag.
    Volgelingen van de in beleggerskringen bekende technische analiste Herma Koornwinder hebben dezer dagen een teleurstelling moeten incasseren. Bij de Amsterdamse effectenbank Stroeve werd sinds een jaar een serie particuliere rekeningen beheerd volgens haar aanwijzingen, maar dat is voorbij. Mevrouw Koornwinder heeft te kennen gegeven dat zij er om gezondheidsredenen mee moet stoppen.

    "Het is erg jammer want mevrouw Koornwinder had bij een groep mensen een voortreffelijke reputatie als technisch analiste. Maar nu zij er om gezondheidsredenen mee ophoudt, kunnen wij daar helaas ook niets aan doen", aldus directeur Hans Stroeve van het Amsterdamse effectenkantoor.

    Volgens hem hadden particulieren voor in totaal rond de ƒ 20 miljoen op hun rekeningen bij Stroeve gestort. Op 1 mei vorig jaar werd gestart met een programma waarbij Stroeve de rekeningen beheerde volgens de signalen die Herma Koornwinder doorgaf op grond van haar technische analyses. "Het was dus geen beleggingsfonds maar een soort pool, de KGMN Global Portfolio. Wij vertaalden die signalen in een beleggingsbeleid en dat ging niet slecht", aldus Hans Stroeve. "Sinds de start van het programma is er een rendement behaald van ongeveer 18% en dat is voor een portefeuille, die zeer conservatief en defensief van opzet was, een redelijk resultaat. U moet niet vergeten dat mevrouw Koornwinder internationaal belegde en daardoor was het moeilijk om de Amsterdamse beurs, die vorig jaar tot de beste ter wereld behoorde, te verslaan."

    Stroeve heeft de deelnemers een brief gestuurd om het teleurstellende nieuws te melden dat het KGMN-programma per 1 mei is beëindigd. "Uiteraard bieden wij deze beleggers enkele alternatieven", aldus Stroeve. "We hebben ook nog wat andere mogelijkheden waarvoor wij gespecialiseerde vermogensbeheerders in dienst hebben. Maar we zullen de inbreng van mevrouw Koornwinder wel missen.
          Het is een vrouw met uitgesproken meningen, die ze duidelijk ten beste gaf. Ze is bepaald geen grijze muis en dat heeft hier en daar nog wel eens tot kritiek geleid."


    Terug naar boven >




    Te koop: een (bijna) feilloos systeem!

    1997-06, Elan

    Prognoses
    Herma Koornwinder uit Heeze wist in de jaren ’89-’94 in maar liefst 22 van de 23 gevallen de beursbewegingen accuraat te voorspellen. Ook daarna gaf zij de dalingen in 1996 en 1997 voortijdig aan. Met zo’n score kun je niet meer van toeval spreken en niemand kan dus meer om de beleggingsdeskundige heen, die als jong meisje al in het financieel-economische nieuws geïnteresseerd was. Onlangs deed ze haar systeem in de etalage.

    Haar man verdiende een dikbelegde boterham. Dat verschafte haar de mogelijkheid om zich naast het moederschap op te stellen als onafhankelijk en ongesubsidieerd onderzoeker.
          In de financiële wereld besteedde men volgens Koornwinder de laatste jaren te weinig aandacht aan onderzoek. De financiële wereld stelde dat er al genoeg miljarden aan dergelijke onderzoeken waren uitgegeven. Telkens kwam men tot dezelfde conclusie: de markten waren gewoon niet te doorgronden. Het tegendeel heeft Koornwinder onomstotelijk bewezen. Prangende vragen gedurende haar onderzoek waren o.a.: zijn de beleggingstheorieën, - modellen en – technieken wel effectief genoeg, en op de praktijk gericht? Werd de kostprijs van een aandeel wel goed gecalculeerd? Gesteund door haar onbedwingbare nieuwsgierigheid zocht ze naar antwoorden.
          Hoon was in eerste instantie haar deel. Maar dat werd al snel anders, toen haar voorspellingen keer op keer uitkwamen.

    Zo waarschuwde ze in de week voor de beruchte beurscrash van maandag 19 oktober ’87 financiële instellingen en analisten dat de beurzen op springen stonden. Niemand die luisterde.
          'Apres nous le déluge' (na ons de zondvloed), had ze nog tegen één van haar dochters gezegd, toen ze die ochtend samen het huis verlieten. Toen ze 's avonds weer thuiskwamen, waren de aandelen wereldwijd honderden miljarden minder waard.

    19970600


    Duizenden bedrijven in 22 landen
    Toch begrijpt ze wel dat ze jarenlang op erkenning heeft moeten wachten. “Beleggers hebben vanaf het ontstaan van de beurswereld, een eeuw geleden, de markt op een bepaalde manier geanalyseerd”, vertelt ze. “Wanneer dan een buitenstaander met nieuwe ideeën, nieuwe inzichten aan de deur klopt, dan zal de gevestigde orde altijd afwijzend reageren. Ik moest dus bewijzen dat mijn voorspellingen geen toevalstreffers waren. Dat is nu gebeurd. Maar nog steeds verbaas ik me erover dat het zo lang heeft geduurd.” Nadat ze de door haar ontwikkelde technologie en inzichten jarenlang angstvallig geheim heeft gehouden, deed ze haar beleggingssysteem onlangs in de verkoop.

    Ondertussen is het natuurlijk vooral de vraag wat een koper nou eigenlijk precies in huis haalt wanneer hij het succesvolle Koornwinder-systeem aanschaft? Anders gezegd: wat is volgens haar 'de alles verbindende visie?'
          “Ik ben tot de conclusie gekomen dat je niet moet kijken naar het wel en wee van een afzonderlijk bedrijf, maar dat je vooral de omgevingsfactoren niet uit het oog mag verliezen. Vorig jaar las ik in de NRC een artikel over een beleggingsanaliste, die nauwelijks de ontwikkelingen van 24 beursgenoteerde bedrijven kon behappen. Ik was verbijsterd. Ik analyseer in 22 landen, duizenden bedrijven en concentreer me daarnaast zo veel mogelijk op belangrijke omgevingsfactoren. Het heeft me vijftien jaar gekost om te ontdekken welke informatie belangrijk is en hoe je die vervolgens bewerkt tot een wereldvisie."

    Cyberspace in Heeze
    Hoewel Koornwinders adviezen goud waard zijn en zelfs de grootste beleggingsinstellingen veel van haar zouden kunnen leren, heeft ze zelf nooit aandelen gekocht. Een bewuste keuze: "Ik ben ervan overtuigd dat ook de financiële wereld specialisten nodig heeft. Of je adviseert of je handelt. Ik was bang dat ik zou blokkeren als ik was gaan handelen. Daarom heb ik het altijd bij het analyseren en doorgeven van informatie gehouden."

    Haar succes leverde haar de bijnaam 'Het beleggingswonder van Heeze' op, maar met dergelijke flauwekul wil ze niets te maken hebben.
          "Ik heb de beleggingsleer doorgelicht. Welke theorieën werken wel, welke niet. Bovendien analyseer ik feiten.”

    Misschien is dat wel het grote verschil tussen haar en de traditionele beleggingsanalisten. Terwijl deze zich blindstaarden op de vergeelde jaarverslagen van bedrijven, haalde zij via haar computer de relevante beursinformatie uit cyberspace. Geen continent ontsnapte aan haar aandacht.

    "Begin ’90 heb ik een fax verzonden naar een aantal financiële instellingen met de mededeling dat ze van hun Japanse aandelen af moesten. Kort daarna is de hele zaak in Japan in elkaar geklapt. Op nieuw had men vraagtekens. Maar ik ging door, hoewel ik mij wel geïsoleerd voelde met mijn beleggingssysteem. Machteloos ook. Wanneer in het bedrijfsleven een product niet goed werkt, reclameert men. In beleggerstand noemt men dat 'risico'."

    Wanneer ze haar systeem van de hand doet, kan ze niet zeggen. Wel dat de onderhandelingen met enkele gegadigden in een vergevorderd stadium zijn. Tot die zijn afgerond is het hopen dat onheilsboden uit Heeze uitblijven. "Twee maanden geleden heb ik nog over de huidige beurssituatie gezegd: ‘You ain’t seen nothing yet’. Als zich binnenkort echt drastische wijzigingen voordoen, zal ik hopelijk weer de eerste zijn die dat zal aangeven."


    Terug naar boven >




    Goeroe te koop
    Herma Koornwinder, het wonder uit Heeze, wil systeem verkopen. ‘Doet u maar een bod’

    1997-06-07, Elsevier

    Beleggen

    Door: Sheila Sitalsing
    Hoeveel is beleggingswijsheid waard? "Doe maar een bod", zei Herma Koornwinder tegen de drie partijen met wie ze 'in gesprek' is. Het beleggingswonder uit Heeze verkoopt. Haar 'systeem' staat in de etalage, maar de precieze inhoud daarvan blijft in nevelen gehuld. De mystiek houdt Koornwinder zorgvuldig in stand.

    Na jaren van lezen en studeren, ontwikkelde Koornwinder 'een dynamisch, alomvattend beleggingsmodel', waarmee ze beweert beursbewegingen te kunnen voorspellen; op basis daarvan geeft ze beleggingsadviezen. Aanvankelijk scoorde 'die huisvrouw' hoongelach, maar nadat ze in vijf jaar tijd in 22 van de 23 gevallen de beursbewegingen accuraat voorspelde, waaronder de crashes van 1987 en 1989 (bron: accountantskantoor Deloitte & Touche), won ze aan gezag.

    Tot eind april was het mogelijk bij effectenbank Stroeve volgens de Koornwinder-methode te beleggen. Beleggers legden grif twaalf miljoen gulden in; dat bedrag groeide tot twintig miljoen gulden. Hierbij past de kanttekening dat in juichjaar 1996 particulieren bereid waren geld te steken in letterlijk alles waarvan de melkboer of de buurman zei: "Goede belegging".

    Het vooralsnog succesvolle Koornwinder-recept zou van moeder op dochter overgaan, maar nadat dochter Tanja definitief koos voor de geneeskunde besloot Koornwinder haar beleggingskennis te verkopen. Ze heeft een missie: "Pensioenfondsen kunnen veel meer verdienen op hun beleggingen. De vergrijzing ontaardt in een drama als pensioenfondsen niet moderner gaan beleggen." De bruidsschat bestaat behalve uit knowhow ook uit Koornwinder zelf. Ze zal analisten inwijden in haar methode en zich vervolgens terugtrekken. "Tachtig procent van mijn kennis staat op papier en is dus makkelijk overdraagbaar. Twintig procent bestaat uit de specifieke Koornwinder-inbreng, en die valt te leren. Absoluut."

    19970627 

    De 'conventionele' marktanalyse voldoet niet, vindt ze. "Je komt er niet met jaarverslagen bestuderen, analistenmeetings bezoeken en de president-directeur een hand geven." Zelf stopt ze inzichten uit de massapsychologie, grondstoffenprijzen en data over rente, valuta en obligatiemarkten in een computer. "Ja, dat doen anderen ook, maar weinigen werken zo systematisch en grondig als ik."

    De Koornwinder-analist bezoekt geen bedrijven. "Geen meerwaarde. Alle relevante informatie staat op internet." Een pc, fax en modem voldoen. De analist kan overal werken: op de hei, het strand. En vanuit Heeze natuurlijk.


    Terug naar boven >




    De grote gok pakt slecht uit

    1997-07-26, Elsevier

    Beleggen
    De vijf beleggingsexperts falen jammerlijk bij het voorspellen van de AEX. "Deskundigheid voegt niets toe aan het toeval"

    Door: Sheila Sitalsing
    Hoe hoog de AEX-index zou staan, halverwege 1997? 620 punten schatte de één, 650 punten zei de ander en de derde voorzag een daling ‘naar rond de 560’. Tja. Voorspellen is een vak. Het was november 1996 toen Elsevier vijf beroepsbeleggers vroeg: waar staat de AEX over zes maanden? Toen hikte de index tegen de zeshonderd punten aan. Nu is hij de negenhonderd gepasseerd.

    Soms krijgen analisten gelijk, maar nooit bij beursvoorspellingen. Uitgaande van de premisse dat aandelenkoersen een random walk afleggen, een onvoorspelbare zwalkbeweging, is het ook logisch dat voorspellingen slechts bij toeval raak schieten en dat mensen na één gelukstreffer tot goeroe gekroond worden.

    Toch durfden vijf experts acht maanden geleden de uitdaging aan. Peter Wortel, hoofd research Delta Lloyd, toonde richtingsgevoel: "Een tijdelijke correctie naar beneden is reëel, waarna de opgaande lijn zich zal voortzetten." Aan de kwantificering van de richting schortte het echter een beetje: Wortel zag de AEX klimmen naar rond 630 punten in mei 1997. Lex van der Sommen, toen hoofd particulier vermogensbeheer ING Bank, zag geen omslag, "zolang de rente grosso modo op het huidige niveau blijft." Goed geraden. Stand AEX halverwege 1997: "Rond de 620."


    19970726

    Dan zat Corné Zandbergen, hoofd institutionele research Generale Bank, er verder naast. Hij zag in november 1996 een bear en wel "nog dit jaar, vooral als de Amerikaanse FED haar rente verhoogt." De AEX zou dalen, zei Zandbergen, naar 560 punten om in november 1997 op 600 punten te eindigen. Roel Gooskens, directeur research van HSBC Van Meer James Capel, stelde daarentegen: "Voorlopig blijven de beurzen stijgen; de AEX naar 650 punten over zes maanden." Herma Koornwinder, directeur Koornwinder Market Navigation, noemde geen getal, maar voorzag 'voorlopig geen bear'.

    Opvallend zijn de mechanismen die in werking treden als zinnige uitspraken onmogelijk zijn. Zo ontlopen de voorspellingen elkaar weinig, net als bij de economen die zich wagen aan voorspellingen voor de rente. Dat duidt op onzekerheid; afwijken van de consensus is immers eng. Verder voorspelt men het liefst neutraal: het voorspelde niveau wijkt weinig af van het huidige.

    Bij het voorspellen van aandelenkoersen is het, net als bij renteprofetieën, wellicht zinvoller om geen getallen te noemen, maar ‘als-dan-verhalen’ te vertellen: Als Greenspan de rente opschroeft, dan dalen de koersen. "Want", zoals Peter de Ridder, oud-directeur van het Centraal Planbureau en beheerder van Bever Beleggingsfonds, zei: "Het is een illusie te denken dat met een fraai instrumentarium betrouwbare voorspellingen mogelijk zijn. Deskundigheid voegt niets toe aan het toeval."


    Terug naar boven >




    Echte beursexperts?

    1997-07-26, Elsevier

    Beleggen
    Vijf beroepsbeleggers tipten vorig jaar hun favoriete aandelen. De tussenstand na ruim acht maanden van uitzinnige koersstijgingen.

    Door: Sheila Sitalsing
    Hoe goed belegt de professionele money manager? Dat hangt ervan af aan wie je het vraagt. "Nu de beurskoersen blijven stijgen, kan iedere idioot een fortuin bijeen graaien", klaagde een vermogensbeheerder onlangs. Eigenlijk hoopt hij op een koersdip zodat professionals zoals hij hun meerwaarde kunnen bewijzen, zei hij.

    Hoezo meerwaarde? Vorig jaar polste Elsevier vijf beroepsbeleggers (zie Elsevier 2-11-1996). We vroegen onder meer om hot tips: drie Nederlandse aandelen die de eerste helft van 1997 zouden excelleren ('doeners') en die rampenfondsen ('afblijvers'). Hoe houdbaar zijn de tips gebleken, ruim acht maanden later? Om dat te berekenen, is van elk getipt aandeel berekend hoeveel de koers steeg, inclusief dividend, tussen 1 november 1996 en 9 juli 1997. Vervolgens is het gemiddelde rendement berekend door te veronderstellen dat het belegde geld in gelijke porties is verdeeld. Aan- en verkoopkosten doen niet mee. Voorop staat: geen van de tips heeft het beroerd gedaan. Maar de onderlinge verschillen zijn erg groot.

    De gelukkigste hand had Herma Koornwinder, directeur Koornwinder Market Navigation. Haar doeners deden het gemiddeld beter dan die van de rest en haar afblijvers slechter. Zoals het hoort. Zij tipte Koninklijke Olie (rendement 58,86%), Getronics (69,12%) en Baan, dat met 143,63 procent het gemiddelde opkrikte naar 90,54 procent. Ze adviseerde af te blijven van Sphinx (min 16,46%), Weweler (desondanks plus 33,12%) en Rood Testhouse (12,50%), waarmee haar afblijvers gemiddeld 9,72 procent rendeerden.

    Corné Zandbergen, hoofd afdeling institutionele research Generale Bank, deelt de tweede plaats met Peter Wortel, hoofd research Delta Lloyd Bank. Van beiden groeiden de doeners gemiddeld met 59,56 procent. Zandbergen tipte Aegon (67,70%), Vendex (63,72%) en VNU (47,28%). Wortel beval Ahold (74,05%) aan, Hagemeyer (60,42%) en Cap Gemini (44,22%). Beleggers moesten afblijven van EVC (7,05%) en BolsWessanen (toch nog 27,76%) vond zowel Wortel als Zandbergen. Omdat Zandbergen ook ACF afraadde (dat 24,91 procent rendeerde), is het totaalrendement van zijn afblijvers 19,91 procent. Wortel raadde verder Tulip af. Terecht. Tulip werd slechts 3,77 procent meer waard.

    19970726 

    De strijd om de laatste plaats gaat tussen Roel Gooskens, directeur research HSBC Van Meer James Capel, en Lex van der Sommen, toen hoofd particulier vermogensbeheer van ING Bank. Gooskens' tips rendeerden gemiddeld 34,18 procent; hij koos KPN (32,16%) en Nutricia (39,50%), vergiste zich in Heineken (7,97%) en noemde als extra gouden tip Roto Smeets de Boer (57,10%). Gooskens valt de dubieuze eer te beurt als enige afblijvers te noemen die zijn doeners voorbijstreefden. Beleggers moesten zich volgens hem verre houden van BolsWessanen (27,79%), KLM (72,46%) en Hoogovens (88,63%). Zijn afblijvers stegen daarmee maar liefst 62,95 procent.

    Van der Sommen kwam door een mix van goede (Randstad: 50,36% en Hagemeyer: 60,42%) en foute tips (Sligro: 4,58% en IHC Caland: 13,80%) op een gemiddelde van 32,29%. Hij noemde geen afblijvers.

    Is hiermee nu bepaald wie goeroe en wie prutser is? Nee. Ten eerste betreft het een momentopname; een kleine verandering op de beurs kan aardverschuivingen in het klassement veroorzaken. Verder speelt door het bescheiden aantal tips toeval een heel grote rol. Eén gelukkige keuze en één misgreep hebben grote invloed. Zonder Baan zou Koornwinders rendement er heel anders hebben uitgezien; zonder Sligro hadden Van der Sommens tips een stuk zonniger geleken.


    Terug naar boven >




    Beursgoeroes verdeeld over aandelenhype

    1997-07-26, Leeuwarder Courant


    AMSTERDAM (ANP) – Het einde van de hausse op de aandelenbeurzen lijkt voorlopig nog niet in zicht. Beursgoeroes-der-lage-landen als Rienk Kamer en Tjalco de Witte zien de koersen in Amsterdam de komende maanden zeker zo’n 20 procent verder stijgen. Herma Koornwinder is iets voorzichtiger. "Hoe laaiend enthousiast men ook is, er kan altijd iets mis gaan."

    Over de vraag wanneer een kentering optreedt, denken de beursprofeten verdeeld. "Het gedrag van een massa in staat van psychose valt niet te voorspellen", meent Kamer, beleggingsadviseur en hoofdredacteur van het blad Financiële Strategie. Kamer is duidelijk de meest negatieve van het trio. Hij omschrijft de koersstijgingen van de afgelopen weken als waanzinnig. "Als je deze dagen in de tram zit en zegt dat je niet belegt, loop je haast het gevaar dat je er door de conducteur wordt uitgezet."

    Koornwinder, die als één van de weinigen de crash van 1987 voorzag, noemt de hype vooral verbazingwekkend. Met name het gemak waarmee particuliere beleggers toehappen, baart haar zorgen. "Ze beginnen voorzichtig met één call-optie, maken een mooie winst, kopen er vijf bij, nemen een tweede hypotheek en kopen nog eens twintig opties, zonder zich bewust te zijn van de risico’s. Dat moet een keer dramatisch fout gaan."

    De beursgoeroe uit Heeze ergert zich duidelijk aan deze onkunde. De recente geschiedenis kent volgens haar voldoende voorbeelden van abrupte omslagen. Zij wijst op de koersval in Japan in 1990, die zij naar eigen zeggen eveneens op tijd voorspelde. Ook toen leek er volgens de meeste analisten geen vuiltje aan de lucht, weet Koornwinder.

    De effectenspecialist hamert dan ook op het belang van deskundige analyse. Daaraan ontbreekt het momenteel, meent zij. Kamer, die de Amsterdamse beurs inmiddels de rug heeft toegekeerd, deelt die mening. Hij kan niets bedenken dat de huidige aandelengekte rechtvaardigt. Al het goede nieuws zit al in de koersen verwerkt, meent de beursprofeet.

    Historisch gezien zijn Nederlandse aandelen momenteel volgens Kamer gemiddeld zo’n 50 procent overgewaardeerd. "Een koers/winstverhouding van 12 tot 15 is normaal. We zitten nu boven de 20." Kamer is ervan overtuigd dat er een vrij dramatische correctie in de lucht hangt. "Wanneer, dat valt moeilijk te bepalen. Ik denk ergens in oktober."

    Tjalco de Witte, oprichter van het Jouster commissionairshuis Intereffekt, is duidelijk een andere mening toegedaan. Hij vindt de hoge koersniveaus gerechtvaardigd. "Schitterend. De hausse is volkomen terecht. We hebben een perfecte beurs. Een gematigde economische groei, afnemende inflatie, lage rente, goede bedrijfsresultaten en gunstige valutaverhoudingen; er is eigenlijk niets dat een verdere stijging in de weg staat." De Witte ziet de AEX-index dit jaar met gemak verder stijgen naar 1200 tot 1300 punten.

    De kans op een krach, zoals in oktober 1987, acht hij zeer klein. "In plaats van te kijken naar kansen, hebben veel particulieren slechts oog voor de risico's.Typisch Nederlands."


    Terug naar boven >




    Beursgoeroes zien koersen verder stijgen

    1997-07-26, Gelders Dagblad


    AMSTERDAM (ANP) – Het einde van de hausse op de aandelenbeurzen lijkt voorlopig nog niet in zicht. Beursgoeroes-der-lage-landen als Rienk Kamer en Tjalco de Witte zien de koersen in Amsterdam de komende maanden zeker zo’n 20 procent verder stijgen. Herma Koornwinder is iets voorzichtiger. "Hoe laaiend enthousiast men ook is, er kan altijd iets mis gaan."

    Over de vraag wanneer een kentering optreedt, denken de beursprofeten verdeeld. "Het gedrag van een massa in staat van psychose valt niet te voorspellen", meent Kamer, beleggingsadviseur en hoofdredacteur van het blad Financiële Strategie. Kamer is duidelijk de meest negatieve van het trio. Hij omschrijft de koersstijgingen van de afgelopen weken als waanzinnig. "Als je deze dagen in de tram zit en zegt dat je niet belegt, loop je haast het gevaar dat je er door de conducteur wordt uitgezet."

    Koornwinder, die als één van de weinigen de crash van 1987 voorzag, noemt de hype vooral verbazingwekkend. Met name het gemak waarmee particuliere beleggers toehappen, baart haar zorgen. "Ze beginnen voorzichtig met één call-optie, maken een mooie winst, kopen er vijf bij, nemen een tweede hypotheek en kopen nog eens twintig opties, zonder zich bewust te zijn van de risico’s. Dat moet een keer dramatisch fout gaan."

    De beursgoeroe uit Heeze ergert zich duidelijk aan deze onkunde. De recente geschiedenis kent volgens haar voldoende voorbeelden van abrupte omslagen. Zij wijst op de koersval in Japan in 1990, die zij naar eigen zeggen eveneens op tijd voorspelde. Ook toen leek er volgens de meeste analisten geen vuiltje aan de lucht, weet Koornwinder.

    De effectenspecialist hamert dan ook op het belang van deskundige analyse. Daaraan ontbreekt het momenteel, meent zij. Kamer, die de Amsterdamse beurs inmiddels de rug heeft toegekeerd, deelt die mening. Hij kan niets bedenken dat de huidige aandelengekte rechtvaardigt. Al het goede nieuws zit al in de koersen verwerkt, meent de beursprofeet.

    Overgewaardeerd
    Historisch gezien zijn Nederlandse aandelen momenteel volgens Kamer gemiddeld zo’n 50 procent overgewaardeerd. "Een koers/winstverhouding van 12 tot 15 is normaal. We zitten nu boven de 20." Dat het ontbreekt aan alternatieven, gaat er bij hem niet in. De adviseur kent nog steeds beurzen waar aandelen aanzienlijk goedkoper zijn." Kamer is ervan overtuigd dat er een vrij dramatische correctie in de lucht hangt. "Wanneer, dat valt moeilijk te bepalen. Ik denk ergens in oktober."

    Tjalco de Witte, oprichter van het Friese commissionairshuis Intereffekt, is duidelijk een andere mening toegedaan. Hij vindt de hoge koersniveaus gerechtvaardigd. "Schitterend. De hausse is volkomen terecht. We hebben een perfecte beurs. Een gematigde economische groei, afnemende inflatie, lage rente, goede bedrijfsresultaten en gunstige valutaverhoudingen; er is eigenlijk niets dat een verdere stijging de weg staat."


    Terug naar boven >




    ‘Beleggen wordt voor particulieren te riskant’

    1997-12, Opzij


    Een blik in de toekomst

    Herma Koornwinder

    Beursanaliste


    Door: Margot Minjon
    Wat gaan de beurskoersen de komende tijd doen? Gaan ze dalen of juist stijgen? Is het verstandig om te gaan beleggen? Herma Koornwinder (57) uit Heeze is bij uitstek de persoon om deze vragen te beantwoorden, want ze heeft een systeem ontwikkeld om beurskoersen te voorspellen.

    In 1969 erfde haar man een pakket aandelen. Omdat hij het te druk had, ging zij het beheren. Al snel ontdekte ze dat gangbare theorieën over succesvol beleggen niet altijd kloppen. Ze raakte door het onderwerp gegrepen en ontwikkelde helemaal in haar eentje, bij wijze van spreken achter de keukentafel, een systeem waarmee ontwikkelingen op de beurs voorspeld kunnen worden.

    19971200 

    Aanvankelijk geloofde niemand dat het werkte. Pas nadat ze de beurskrach van 1987 had voorspeld en het accountantskantoor Deloitte & Touche had bevestigd dat ze in vijf jaar tijd in 22 van de 23 gevallen de marktbewegingen juist had voorspeld, werd ze serieus genomen. Grote pensioenfondsen lieten zich door haar adviseren. Dat vindt ze belangrijk, want als een pensioenfonds 1 procent meer rendement haalt, kan de premie meerdere procenten omlaag.

    Ze kreeg vooral bekendheid doordat ze in allerlei tijdschriften voorspellingen deed die bijna altijd uitkwamen. Zo vroeg Elsevier vorig jaar aan vijf beleggingsdeskundigen, onder wie Herma Koornwinder, welke aandelen het best gekocht konden worden. Op 1 november dit jaar meldde het blad dat haar pakket het meest gestegen was. Hoe haar systeem precies werkt, heeft ze nooit willen onthullen. Wel zegt ze dat ze veel gebruik maakt van informatietechnologie. Ze heeft het systeem onlangs voor veel geld verkocht. Wie de koper is, wordt binnenkort bekendgemaakt.

    "Beleggen kun je beter nalaten als je het naast je baan wilt doen", zegt Koornwinder. "Iedere dag het financiële nieuws lezen, bijhouden hoe de verschillende fondsen het doen, is niet meer genoeg. Het gaat allang niet meer om het bedrijf zelf of het land waarin dat bedrijf staat. De lokale markt is sterk afhankelijk geworden van factoren elders in de wereld. Voor particuliere beleggers zijn de risico's niet meer te beoordelen, tenzij je van beleggen een dagtaak maakt en via de computer uit de hele wereld informatie binnenhaalt. Maar dan nog moet je weten welke informatie belangrijk is.
          Volgens mij moet je als particulier het beleggen overlaten aan professionals, bijvoorbeeld aan een beleggingsfonds. Gelukkig is er steeds meer bekend over de resultaten die die fondsen behalen, waardoor het eenvoudiger is geworden een goed fonds te kiezen. Als de resultaten minder goed worden, kun je overstappen naar een ander fonds."

    Maar gaat de beurs stijgen? Dat is wel belangrijk om te weten voor je je geld in zo’n fonds stopt, of toch besluit zelf te blijven beleggen. En welke aandelen kun je dan het beste kopen? Over dat laatste wil Herma Koornwinder geen uitspraak doen omdat ze de laatste maanden te druk is geweest met de verkoop van haar systeem om alle aandelen bij te houden. Maar algemene trends wil ze wel aangeven: “Er werd altijd gezegd dat de beurs op de langere termijn altijd stijgt, ondanks de dips, en dat er daarom niet zoveel risico’s waren als je maar lang genoeg de tijd had. Dat geldt nu niet meer. Het is tegenwoordig beter tijdig te kopen en verkopen in plaats van aandelen lang aan te houden. Kijk maar naar wat er in Japan is gebeurd. Begin 1990, toen de koers in Tokio op 37.000 stond en alle economische vooruitzichten goed waren, waarschuwde ik banken, pensioen- en beleggingsfondsen dat de beurs enorm zou kelderen. Niemand geloofde me, maar hij viel vlak daarna inderdaad naar 21.000 en daalde in 1992 verder naar 14.800. Nu hangt de koers rond de 16.500 en het wordt maar niet beter. Iets dergelijks kan hier ook gebeuren. Je zal je geld maar in aandelen hebben gestoken als voorziening voor de oude dag, dan slaap je toch niet meer?"

    En wat is het advies voor de korte termijn? "Eind september gaven mijn indicatoren een koersdaling aan van ongeveer 8 procent. Dat was voor mij een reden om te verkopen, want je weet nooit wat er kan gebeuren. Nu, op 5 november (het tijdstip waarop het interview werd afgenomen – redactie) wacht ik op het goede moment voor een koopadvies. De koersen gaan sterk op en neer, en dat kan de komende jaren nog heviger worden. Daar kun je van profiteren door te kopen en weer te verkopen, maar je moet heel goed weten wat je doet. Ik ben ervan overtuigd dat je dat beter aan echte professionals kunt overlaten. Het is wel jammer dat iedereen zich beleggingsadviseur of vermogensbeheerder mag noemen. Goed uitkijken, is dus de boodschap."


    Terug naar boven >




    Verouderde kennis is onmacht

    1999 – najaar, S@fe (Robeco)

    Beleggen

    Tekst Jan Smit
    Beleggen in aandelen is een rage, zowel onder professionals, als onder particulieren. Zet deze trend de volgende eeuw door – geholpen door Internet, zakcomputers, mondialisering en stijgende welvaart? Of raakt de particuliere belegger het spoor bijster door de toenemende complexiteit van de financiële markten?

    Een profeet wordt in eigen land niet geëerd
    Ook Herma Koornwinder, beleggingsdeskundige uit het Brabantse Heeze en visionair op het gebied van beleggen, moest dat jarenlang ervaren. Sinds begin jaren zeventig verdiept ze zich in de wereld van het grote geld. Dat onderstond min of meer bij toeval. "Iemand schreef op basis van een uitgebreide analyse in de krant: je moet nu goud kopen. Onmiddellijk daarna klapte de goudprijs in elkaar. Ik vroeg me af hoe dat kon. Vervolgens las je in hetzelfde dagblad: dit is de Wet van Murphy, dat konden wij ook niet weten. Ja, dank je de koekoek." Haar conclusie: analisten en andere traditionele beleggingsadviseur slaan de plank voortdurend mis. Vanaf dat moment werkte Koornwinder door jarenlange zelfstudie aan haar eigen beleggingsmodel. Met behulp van zware computers en ingrediënten die niet alleen rekening houden met traditionele financieel-economische wetten, maar ook met die van de natuurwetenschappen, filosofie en massapsychologie. Uit concurrentieoverwegingen houdt ze geheim welke indicatoren ze precies toepast – en hoe. Maar ze wil wel verklappen dat daar de officiële prognoses van planbureaus als het CPB in ieder geval niet bijhoren. Want die zitten er met hun rente- en groeiverwachtingen nogal eens naast. Ook staart Koornwinder zich niet blind op populaire graadmeters van de Amerikaanse economie zoals de ‘jobless rate’ (de hoogte van de werkloosheid) en de Producer Price Index. "Tot een jaar of tien geleden keek iedereen reikhalzend uit naar de maandelijkse cijfers over de Amerikaanse handelsbalans. Dan ineens zijn de werkloosheidscijfers weer magisch. Zo bedenken ze steeds iets nieuws."

    De eigenzinnige aanpak van Koornwinder bleef niet onopgemerkt. Als één van de weinigen voorspelde ze de beurscrash van 1987 en, twee jaar later, de duizelingwekkende val van de aandelenkoersen in Japan. Dat leverde de nodige publiciteit op, maar ook veel scepsis. Daarom gaf ze in 1994 het accountantskantoor Deloitte & Touche opdracht haar analyses over een periode van vijf jaar te controleren op effectiviteit. Ze slaagde met glans: in 22 van de 23 gevallen bleken haar voorspellingen juist. Volgens de boekhouders lagen haar rendementen gemiddeld ruim zeven procent boven de vergelijkbare beursindices (AEX, Dow Jones, Nikkei en de MSCI). Dat sterkte Koornwinder in haar visie: willen beleggers in de 21ste eeuw mooie rendementen blijven behalen, dan moeten de bestaande modellen overboord. Verouderde kennis is onmacht, luidt haar adagium.

    Schuilt er waarheid in haar stelling?
    De ontwikkelingen lijken Koornwinder gelijk te geven. De oude wetmatigheden doen binnen de financiële wereld steeds minder opgeld. Een mooi voorbeeld vormt de plotselinge koersval die de beurzen teisterde in de tweede helft van 1998. Door economische crises in Azië en Latijns-Amerika daalden de aandelen wereldwijd zo’n dertig procent in waarde. Iets wat bijna niemand had voorspeld. Ook op micro-economisch niveau staan analisten steeds vaker in hun hemd. Aandelenkoersen laten zich maar moeilijk voorspellen, alle vuistdikke rapporten van analisten ten spijt. In het fin-de-siècle regeert het flitskapitaal. Vanuit futuristische dealingrooms bepalen valuta- en effectenhandelaren via één druk op de knop het klimaat op de financiële markten: 24 uur per dag, met miljarden guldens tegelijk. En met alle gevaren van dien. Immers, door handig gebruik te maken van de hiaten in het systeem zadelde derivatenhandelaar Nick Leeson de ooit zo onberispelijke Britse Barings Bank vier jaar geleden op met een strop van ruim twee miljard gulden. En wat te denken van de problemen rond het Amerikaanse Long-Term Capital Management. Dit hedgefund (een fonds dat meestal belegt in derivaten) speculeerde op grote schaal met geleend geld. Die strategie werd het fonds bijna fataal, waardoor zelfs de Amerikaanse centrale bank vreesde voor een mondiale financiële crisis.

    Bovenstaande ontwikkelingen…
    zijn niet los te zien van de huidige technologische revolutie. De digitalisering krijgt steeds meer vat op de financiële wereld. Wie mee wil blijven doen aan de wereld van het grote geld, moet zwaar investeren in geautomatiseerde handelssystemen, real time-informatiebronnen en moderne telecommunicatieapparatuur. De fysieke handel in effecten heeft zijn langste tijd gehad. Sommige effectenbeurzen sputteren nog wat tegen, zoals de New York Stock Exchange, die haar beursvloer hardnekkig in stand houdt. Maar lang zal dat wel niet duren. Want de toenemende populariteit van elektronische beurzen zoals de Nasdaq in New York en Easdaq, haar Belgische zusje, vormt een reële bedreiging. Om nog maar te zwijgen over de snelle opmars van Internet. Mits voorzien van een mobiele telefoon plus schootcomputer, kan iedere particulier in de toekomst vanuit zijn luie stoel rechtstreeks handelen in elk gewenst aandeel. Als die methode eenmaal is ingeburgerd, dan is één wereldwijde elektronische beurs in principe toereikend.
    Komt het ooit zover? Het Britse weekblad The Economist heeft zo zijn twijfels. Grote institutionele beleggers zullen zo’n monopolie nooit accepteren. Ook het eigen belang van de beursleden – lees: de riante provisie-inkomsten – staat een verregaande concentratie in de weg. Bovendien, zo vraagt het weekblad zich af, is de handel via één elektronische beurs nog wel te controleren? Het zijn terechte kanttekeningen.

    Wellicht nog belangrijker is de vraag of beleggers zich in de 21ste eeuw daadwerkelijk en masse op Internet zullen storten, zoals nu door iedereen wordt voorspeld. In Nederland staat online beleggen nog in de kinderschoenen. Hoe anders is dat in de Verenigde Staten. Daar maakte de eerste Internetbroker ruim vijf jaar geleden zijn opwachting. Inmiddels telt het land zo’n zeven miljoen cyberbeleggers, die terecht kunnen bij ruim tweehonderd webbrokers. Naar verwachting zal het aantal Amerikaanse Internetbeleggers nog voor het nieuwe millennium de tien miljoen overschrijden. Die opmars is niet zo opmerkelijk. Het plaatsen van een online-order is in de VS aanzienlijk goedkoper dan via een bank of commissionair. Internettransacties kosten gemiddeld zo’n zeven tot 25 dollar, via de traditionele weg is dat ruim het dubbele. Andere grote voordelen van het cyberbroker-tijdperk: de grote snelheid en privacy. Eén muisklik en de deal wordt in no time uitgevoerd, zonder tussenkomst van een handelaar of adviseur.

    In Nederland echter, komt het Internetbeleggen.....
    ......slechts langzaam van de grond. IMG Holland beet twee jaar gelden het spits af. Deze kleine commissionair heeft inmiddels ruim 4500 klanten, die per dag zo’n 400 orders plaatsen. Ook ABN-AMRO, Rabobank en Robeco Advies bieden hun cliënten inmiddels de mogelijkheid om te beleggen via het web. Zal het online beleggen in ons land net zo’n vlucht kunnen nemen als in de VS?

    ‘Computeranalfabeten gaan het zeker afleggen tegen de Nintendo-generatie’


    Op dit moment beleggen naar schatting zo’n 20.000 à 25.000 Nederlanders digitaal. Dat aantal zal snel toenemen, denkt IMG-directeur André van Eerden. "Over drie jaar zijn het er een kwart miljoen", voorspelde hij onlangs in NRC Handelsblad. Of hij gelijk krijgt, moet nog blijken. De mogelijkheden zijn (nog) beperkt en bovendien is het aantal huishoudens met computers die toegang bieden tot het net hier aanzienlijk kleiner. Daar komt bij dat beleggen onder particulieren in ons land nog steeds beduidend minder populair is dan in de VS. Wel wordt die kloof kleiner. Tot aan de jaren zestig was de beurs vooral het domein van de happy few. Niet zo gek: wie eind jaren vijftig een aandeel Philips wilde kopen, moest daar 15.000 gulden voor neertellen. De sterke stijging van de aandelenkoersen, de toename van vermogens en de noodzaak om zelf te zorgen voor een goed pensioen, hebben het aantal beleggende huishoudens in tien jaar tijd doen toenemen van ruim zes tot 25 procent. Of dit in de 21ste eeuw doorzet, is niet duidelijk. "Wellicht is het niet meer dan een modeverschijnsel. Zo van: mijn buurman heeft een leuke klapper gemaakt, dus ik moet het ook maar eens proberen", zegt Frans de Roon, universitair docent financiële markten aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. "Maar uiteindelijk is voor de meeste Nederlanders de noodzaak om te beleggen 'voor later' veel kleiner dan voor de gemiddelde Amerikaan. De meeste mensen zitten via hun werkgever al in pensioenfondsen, en daarmee indirect al in aandelen."

    Ook rondom het beleggen via Internet kan zich gemakkelijk een hype ontwikkelen, denkt Frans Tempelaar, hoogleraar financiering aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Mensen associëren Internet nu eenmaal met succes en het nieuwe denken," meent hij. Hij bespeurt ook een keerzijde voor degenen die zich op eigen houtje en zonder reguliere broker op de beurs begeven. "Het excuus dat de bank verkeerd heeft geadviseerd, valt weg. Gaat het een keer mis, dan krijgt de doe-het-zelver extra spijt."

    Maar wat betekent de toenemende populariteit......
    ......van het webbeleggen voor de hegemonie van banken en andere traditionele effectenmakelaars? In de Verenigde Staten vormt de opkomst van online-beleggen voor hen een serieus probleem. Charles Schwab, een van de grootste e-brokers, heeft inmiddels een beurswaarde van veertig miljard (!) dollar. Dat is ruim eenderde meer dan de beurswaarde van Merrill Lynch, een van de grootste zakenbanken ter wereld. Amerikaanse investment banks hadden dit niet voorzien. Cyberbeleggen zou pas rond 2010 een serieuze bedreiging kunnen vormen, veronderstelden zij. Daar komt bij dat de effectenbanken vreesden voor aantasting van de moraal onder eigen adviseurs. Immers, die zagen hun riante bonussen in gevaar komen. Van schrik zijn Merrill Lynch en de andere grote zakenbanken inmiddels toch overstag gegaan.

    Mede door hun ijzersterke merknamen hebben deze organisaties volgens The Economist voldoende in huis om de achterstand snel in te lopen, al dan niet via een overname van een kleine Internetbroker.

    Ook in Nederland behoren de grote banken niet tot de Internetpioniers. Echter, evenals hun Amerikaanse branchegenoten, beschikken zij over voldoende slagkracht voor een inhaalrace. Het succes van de Rabobank vormt een teken aan de wand; eind vorig jaar verliep al 12,2 procent van alle effectentransacties van de bank via Internet.
          Zijn de dagen van de traditionele effectenadviseur daarmee geteld? Nee. Volgens deskundigen houden zij voldoende bestaansrecht. Oorzaak: de toenemende complexiteit van veel beleggingsproducten, zoals derivaten – van effecten en valuta’s afgeleide producten. Tempelaar: "Dat vraagt om expertise die de gemiddelde particulier niet in huis heeft." De banken, fondsbeheerders en andere financiële dienstverleners en tussenpersonen van vlees en bloed hebben dat wel.

    Zelfs de grote spelers,
    zoals de institutionele beleggers en de pensioenfondsen, hebben steeds meer behoefte aan de gespecialiseerde kennis van grote ‘brokers’. Niet alleen is de beleggerswereld de laatste decennia veel ingewikkelder geworden, ook wagen beleggers zich steeds vaker op voor hen betrekkelijk onbekend en riskanter terrein. Tot een jaar of tien geleden investeerden Nederlandse pensioenreuzen als ABP en PGGM uit veiligheidsoverwegingen hoofdzakelijk in obligaties en andere vastrentende waarden. Door versoepelde wetgeving en het gunstige beursklimaat hebben zij de teugels langzaam laten vieren. Inmiddels bedraagt het gemiddelde percentage aandelen in portefeuille 43, tegen zo’n vijftien procent eind jaren tachtig. Zal ook deze trend na 2000 doorzetten? Experts denken van niet.

    Toezichthouders zoals de Verzekeringskamer, maar ook deelnemende fondsen maken zich steeds meer zorgen over de vraag of de toekomstige pensioenverplichtingen gevaar lopen. "Je ziet zelfs al dat de verantwoordelijke managers daarop worden afgerekend", weet hoogleraar Tempelaar. Diezelfde hang naar zekerheid – asset liability – zorgt ervoor dat instituten veelal beleggen in zogenoemde kwaliteitsaandelen; gerenommeerde fondsen die meewegen in de nationale indices (de Dow Jones, AEX, CAC-40 en DAX). Gevolg: het rendement op de portefeuille loopt nagenoeg parallel aan de daling of stijging van deze graadmeters. Zit de markt tegen, dan hebben de managers een aanvaardbaar excuus. Door het wegvallen van valutarisico’s als gevolg van de invoering van de euro, zullen institutionele beleggers zich de volgende eeuw meer en meer gaan spiegelen aan Europese indices.

    Beleggingsstrateeg Herma Koornwinder vindt die houding onbegrijpelijk. Indexbeleggen, in 1952 geïntroduceerd door de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Harry Markowitz, is volgens haar niet meer van deze tijd. Door op zoek te gaan naar nieuwe modellen, moeten pensioenfondsen een beter rendement kunnen behalen, meent ze. Dat zou heel welkom zijn, want de snelle vergrijzing van de westerse bevolking trekt een wissel op de toekomstige welvaart. "Als de pensioenfondsen ook maar een paar procentjes meer rendement halen, dan is ook dat probleem opgelost." Maar Koornwinder ziet tot haar eigen verbazing het financiële establishment nog niet merkbaar bezig met die speurtocht. Toch blijft ze hoopvol. "In het knoppentijdperk van de 21ste eeuw gaan de computeranalfabeten het zeker afleggen tegen de Nintendo-generatie", voorspelt ze. "Die zal de passieve manier van beleggen niet langer pikken."

    De erfenis van Van Oldenbarnevelt

    1602

    1774

    1817

    1876

    1925

    1929

    Stadhouder Johan van Oldenbarnevelt neemt het initiatief tot de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) de eerste organisatie ter wereld die als aandeelhouder-smaatschappij is georganiseerd.

    De Amsterdamse makelaar Abraham van Ketwich sticht het eerste beleggings-fonds: Eendragt maakt Magt.

    De New York Stock Exchange opent de deuren aan Wall Street nr.40 in New York. De beurs dankt haar naam aan een muur die Nederlandse immigranten bouwden om Nieuw-Amsterdam te beschermen tegen indianen.





    Oprichting Vereniging voor de Effectenhandel, de rechts-voorganger van de huidige Amsterdam Exchanges. De beurs houdt aanvankelijk domicilie in de Oude Kerk en later in de beurs van Hendrick de Keyser. In 1914 volgt verhuizing naar Beursplein 5.

    Beleggers laten een kabel leggen tussen Engeland en Amerika. Hiermee kan men een aantal uren per dag het handelsverloop op elkaars beurzen volgen. Uit het koersverloop wordt ook de valutaver-houding Pond Sterling/Dollar gedestilleerd, die hiermee de, nog dagelijks gebruikte, naam Cable krijgt.

    Wall Street crasht. De Dow Jones-index daalt op 24 oktober 12,9 procent in waarde. Enkele berooide beleggers springen uit het raam. ‘Zwarte Donderdag’ is het begin van de ergste economische depressie uit de geschiedenis.




     


    1929

    1952

    1970

    1978

    1987

    1987

    Een groep Rotterdamse zakenlieden richt het Rotterdamsch Beleggings-consortium (afgekort: Robeco) op. Het moment is slecht gekozen: een jaar later is de helft van de ingelegde 1,8 miljoen gulden verloren. Pas in 1935 keert de n.v. het eerste dividend uit.

    De Amerikaanse econoom Harry Markowitz formuleert de Moderne Portefeuille Theorie. Deze theorie, het zogenoemde indexbeleggen, kent nog steeds veel aanhangers.

    Reuters Stockmaster betekent het begin van de informatie-revolutie. Met specifieke codes kan van elk aandeel informatie, zoals actuele koers, slotkoers en dividend, opgevraagd worden. Tot nu toe was men daarvoor afhankelijk van krant, telefoon en telex.

    Minister Frans Andriessen van Economische Zaken opent aan het Rokin in Amsterdam de European Options Exchange, Europa’s eerste optiebeurs. Directeur wordt oud-minister Tjerk Westerterp.

    Invoering van de modelcode ter voorkoming van misbruik van voorwetenschap bij de handel in Nederlandse effecten. Twee jaar later treedt de Wet toezicht effectenverkeer in werking: misbruik van voorwetenschap wordt strafbaar.

    Black Monday: de Dow Jones-index keldert op 19 oktober in één dag 508 punten, oftewel zo’n 23 procent.


     

    1988

    1995

    1997

    1998

    1998

    1999

    De Amsterdamse effectenbeurs neemt het Handels Ondersteunend Systeem (HOS) in gebruik, waardoor orders de vloer elektronisch kunnen bereiken. Aan het geloop met orderbriefjes komt een einde.

    In de VS bieden brokers hun  klanten voor het eerst de mogelijkheid om direct via Internet in effecten te handelen. Twee jaar later heeft IMG Holland de primeur voor Nederland.

    Websitebouwer Dataplace verzorgt de eerste Nederlandse emissie via Internet. Het betreft de uitgifte van ruim 6600 eigen aandelen. De emissie slaagt, maar niettemin legt de pionier ruim een jaar later het loodje.

    De Amsterdamse AEX-index bereikt midden in de zomer, op 20 juli, een record van 1315,63 punten. Na deze ‘campinghausse’ komt de domper: de crises in Zuidoost-Azië en Rusland en de affaire Lewinsky zorgen voor een mini-crash.

    Einde van de fysieke handel in de aandelen op de AEX. De optiebeurs verhuist van het Rokin naar Beursplein 5.

    Het online beleggen breekt op grote schaal door. Ook gevestigde zakenbanken, zoals Merril Lynch, maken bekend online te gaan. Ongeveer vijf miljoen beleggers hebben al voor miljarden dollars via Internet geïnvesteerd.



    Terug naar boven >




    Beursgoeroes Top 5

    1999-12-21, Carp


    Top 5 nationaal

    5. Herma Koornwinder
    Voorspelde als een van de weinigen de beurskrach van 1987 aan de hand van haar eigen, angstvallig geheimgehouden beleggingsmodel. Haar voorspellingsmethode zou commercieel worden toegepast door The Traders Society, maar dit effectenbedrijf ging begin dit jaar over de kop. Koornwinder diende hierop een miljoenenclaim in. De ster van de Brabantse vijftiger is dalende. Maar vooruit: een vijfde plaats.
          Opmerkelijk: twee jaar geleden brak ze met haar man, die de scheiding vervolgens in een opvallende advertentie in Het Financieele Dagblad wereldkundig maakte.

    4. Eddy Schekman
    Werkte als financieel journalist zo’n twintig jaar mee aan programma’s van AVRO, NOS en TalkRadio. Over de luisteraars van TalkRadio zei hij eens: "Ik denk niet dat ze het verschil weten tussen Akzo en Koninklijke Olie." Heeft zijn beleggingssite schekman.com waarmee hij de particuliere belegger van advies voorziet.
          Opmerkelijk: Schekman werd eind vorig jaar op de vingers getikt, toen hij zonder vergunning van De Nederlandsche Bank een beleggingsfonds wilde starten voor luisteraars van TalkRadio.

    3. Jean-Pierre van Rossem
    Werd in 1997 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens misleiding en oplichting, maar kwam deze zomer vervroegd vrij. Ontleend zijn goeroestatus aan zijn beleggingssysteem Moneytron, waarmee hij in de jaren tachtig wereldwijd spectaculaire winsten boekte op de beurzen. Verloor in 1989 grote kapitalen en sleurde in zijn val tientallen kleine beleggers mee.
          Opmerkelijk: kwam na zijn straf tot inkeer. "Nu er niets meer is, ik geen nagel meer heb om aan mijn gat te scharten, nu opeens ontdek ik hoe kinderlijk eenvoudig geluk is. Moest ik eerst 54 voor worden."

    2. Jaap van Duijn
    Eén van de meest gevraagde adviseurs. Hoogleraar aan de Rotterdamse Erasmus. Zit in beleggingscommissies van de pensioenfondsen van Hoogovens, Akzo Nobel en KPN. Gelooft niet in de Nieuwe Economie, maar – als aanhanger van de golftheorie – wel in lange cycli van vijftig jaar en kortere golven van tien jaar.
          Opmerkelijk: deed onlangs de voorspelling dat de huidige periode van economische voorspoed zal eindigen in 2015. De aandelenbeurs zal in 2008 beginnen aan zijn neergang.

    1. Rienk Kamer
    Zat er in 1996 flink naast met zijn voorspelling dat er een stevige recessie aan zat te komen. Adviseerde vorig jaar nog om in obligaties te gaan, ook geen gelukkige keuze. Maar dat-ie een echte goeroe is, bewees Kamer enkele jaren geleden, toen hij op zijn symposium Brazil Fast Food Corporation tipte.
    De Braziliaanse hamburgerketen noteerde een dag later prompt twintig procent hoger en het aantal verhandelde stukken steeg van vijftig tot achthonderdduizend per dag.
          Opmerkelijk: de Amerikaanse officier van justitie Rossbacher noemde Kamer’s miljardenproject American Land Program ooit 'de grootste fraudezaak van deze eeuw en misschien wel van de mensheid'. Na een proces van bijna acht jaar werd Kamer in 1990 vrijgesproken.


    Top 5 internationaal

    5. Mary Meeker

    Heeft de eretitel Queen of the Net. Ook wel de Diva of .com genoemd. Verdient een paar miljoen dollar per jaar als topanalist bij Morgan Stanley Dean Witter. Voorspelde als een van de eersten de hoge vlucht van internetbedrijven en maakte naam met de beursgang van Netscape. Wees beleggers eind 1993 al op het aandeel America Online, dat toen twee dollar deed en nu veertig keer zoveel waard is.
          Opmerkelijk: voorziet midden in de nacht klanten per e-mail van beleggingsadviezen.

    4. Abby Cohen
    Voorspelde de grote koersstijgingen van de jaren negentig en wordt daarom de ‘beul van Wall Street’ genoemd. Directielid van de toonaangevende Amerikaanse zakenbank Goldmann Sachs. Kijkt naar de S&P vijfhonderd index, van de grootste Amerikaanse bedrijven. Voorziet ook nu weer verdere koersstijgingen op de Amerikaanse aandelenbeurzen.
          Opmerkelijk: werd uitgenodigd tijdens de IMF-jaarvergaderingen om de verzamelde bankiers toe te spreken.

    3. George Soros
    Oit begonnen met een startkapitaal van vier miljoen dollar. Boekte zijn grootste succes in 1992, toen hij als speculant verantwoordelijk was voor het verdwijnen van het Britse pond uit het Europees Monetair Stelsel. In één klap verdiende hij twee miljard gulden. Daarna ontwikkelde de Hongaars-Amerikaanse miljardair zich tot een ware filantroop. Zijn Open Society Foundation groeide uit tot een netwerk van stichtingen in 25 landen. Verloor dit jaar 1,4 miljard gulden met zijn internetaandelen.
          Opmerkelijk: vorig jaar erkende Soros: "Ik ben het kwijt. Ik voel mij als een oude balletdanser. Ik kan het gewoon niet meer."

    2. Warren Buffet
    Na Bill Gates de rijkste man ter wereld met een geschat vermogen van 36 miljard dollar. Denkt in lange termijnen, wat hem de legendarische uitspraak ontlokte: "We blijven meer geld maken terwijl we snurken, dan wanneer we actief bezig zijn." Bezit al jaren grote belangen in American Express, Coca Cola, Walt Disney en McDonalds.
          Opmerkelijk: begin 1998 gonsde het van de geruchten over grootscheepse manipulatie op de zilvermarkt. De prijs van zilver was in een halfjaar gestegen van 4,5 naar 6,7 dollar. Toen Buffet bekendmaakte dat hij een kwart van de zilvermarkt in handen had, steeg de koers door naar 7,5 dollar, de hoogste koers sinds 1988.

    1. Alan Greenspan
    Voorzitter van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Elke uitspraak van Greenspan heeft onmiddellijk koersschommelingen tot gevolg. Is volgens het Amerikaanse tijdschrift Time na Clinton en Bill Gates dan ook de derde machtigste man in de Verenigde Staten. Had in zijn studententijd de bijnaam ‘de doodgraver’, vanwege zijn vaak pessimistische voorspellingen. Nog vóór de beurscrash van 1987, kreeg hij het roer van de Federal Reserve in handen.
          Opmerkelijk: Greenspan praat verhullend, omdat hij de draagwijdte van te duidelijke woorden maar al te goed kent. Een en dezelfde Greenspan-uitspraak zorgde in juni 1995 in de grote Amerikaanse kranten voor titels variërend van ‘recessie mogelijk’, ‘gevaar op recessie toegenomen’ tot ‘recessie onwaarschijnlijk’ en zelfs ‘geen recessie’.


    Terug naar boven >




    Wachten op de Nintendo-generatie
    Beleggingsadviseuse Koornwinder: We hebben mensen nodig met lef

    1999-12-22, Dagblad Rivierenland


    GPD
    HEEZE.
    De wereld verandert snel; beleggen verandert mee. Beleggingstheorieën dus ook. Daar is de tegendraadse beleggingsadviseuse Herma Koornwinder van overtuigd. De gevestigde financiële orde hikt er gigantisch tegenaan en ziet de riante inkomsten bedreigd.

    Kennis van de beleggingswereld maakte de Brabantse zich eigen door langdurige bestudering van internationale financiële markten. Vijf jaar geleden liet ze haar adviezen door accountants doorlichten. Van de 23 bleken er 22 te kloppen, inclusief een uiterst sceptisch ontvangen ‘buy’ gedurende de Golfoorlog. Volgens de economische wetenschap is het juist voorspellen van dergelijke economische keerpunten onbestaanbaar.

    Koornwinder werkt met een eigen model, de Koornwinder Global Market Navigator (KGMN). De Heezese stopt er haar kerngegevens in, inclusief de ideeën die totaal geen verband hebben met het beperkte wereldbeeld van Kamerleden en wiskundige economen.

    Dat de klanten in de rij willen staan bij Albert Heijn, in Amerika bij WalMart of op het www (Wachten, Wachten, Wachten) willen economen en beleggers eigenlijk niet eens weten. "Ik vind psychologie of natuur(-wetenschap) dikwijls van even groot of soms zelfs van groter belang. Niet iedereen houdt zich daar even graag mee bezig,” legt Koornwinder uit.

    Met 150 miljoen mensen op Internet hoef je geen Einstein te zijn tot de volgende conclusies te komen: fabrikanten van de benodigde apparatuur verdienen goed; producenten van ‘verkeerslichten’ en ‘wegen’ vangen bakken geld; Internet heeft gidsprogramma’s nodig, wie die maakt loopt binnen.

    Het zijn de muren en leidingen, deuren en wegwijzers in het internetgebouw. Bedrijven die vreemd genoeg uitsluitend verlies lijden, waarvan sommige bedrijven meer waard zijn dan Heineken, dat met een tastbaar product tenminste de zomerse dorst lest. Koornwinder zet er andere rariteiten, die vroeger iedereen normaal vond, tegenover. "Na de door mij als enige in Europa voorspelde crash van 1987 en de minikrach van 1989 was er toch niets veranderd aan de bedrijven, waarvan de koersen zo in elkaar waren gestort."

    De adviseuse signaleert wel meer zaken in het financiële, waar niemand over struikelt, maar die ze zelf te dol voor woorden vindt. Zoals het uiterst gangbare beleggen volgens beursgemiddelden, ofwel indexen. Minstens tweederde van de indexbeleggers haalt minder rendement dan zijn graadmeter. "Beleggingsdeskundigen zijn in slaap gesust."

    Hype
    De hightech van het digitale tijdperk – door sommigen afgedaan als een overspannen hype – biedt de hulpmiddelen van het nieuwe millennium, meent Koornwinder. "Handel en zakendoen is any time, any place mogelijk, zelfs met een laptop op de hei. Elektronisch handelen, e-trade of e-commerce is de toekomst. Computers nemen denkprocessen over, zoals nu in de VS al gebeurt.”

    Zij ziet een wereld komen met zweeftreinen, kunstmatige intelligentie en geavanceerde computer- en internetdiensten. "Wanneer topman Lou Gerstner met één druk op de knop 300.000 IBM’ers direct kan bereiken, kan een bank in geval van gevaar haar cliënten met zo’n zelfde druk op de knop uit de markt halen."

    Herma Koornwinder heeft hoge verwachtingen van de jeugd, die het geluk heeft met de computer op te groeien. "Geef een kind van 10 of 11 jaar een computer en je krijgt wonderen. Wacht maar tot de Nintendo-generatie aan bod komt. We moeten oude kennis proberen te vergeten, ons hoofd schoonmaken voor het nieuwe tijdperk. Er komt een vloedgolf over ons heen. De economie verandert. We krijgen een flitseconomie."

    19991222
    Handel en zakendoen is any time, any place mogelijk, zelfs met een laptop op de hei. (Foto GPD)


    "Nederland zit passief op de Ikeabank, met een krat bier naar Big Brother te kijken. We hebben mensen nodig met lef en creativiteit, mensen die hun nek uitsteken", wil Koornwinder wel van de daken schreeuwen. "We hebben twee hoogleraren e-commerce in Nederland, dat moeten er honderd worden. Mensen die het beleid maken zijn 50-plussers", verwijst ze naar 'het aandoenlijke gestuntel' met de computermuis van premier Kok, die dacht dat het apparaatje een afstandbediening was.

    Kernthema’s in de discussie met Herma Koornwinder zijn onveranderlijk en onvermijdelijk: high-tech en werkloosheid, vergrijzing en betaalbaarheid van pensioenen. "Voor de komende vergrijzing zouden we ons plan al getrokken moeten hebben", benadrukt ze. "Anders is het niet op te brengen. Waarom na de militaire dienstplicht niet een zorgdienstplicht ingesteld, waarbij alle lagen van de bevolking worden betrokken? Als de pensioenpremies dan ook nog eens een paar procentjes meer opbrengen dan met de hedendaagse beleggingstheorieën, kunnen we daarvan de vergrijzing in goede banen leiden. Hoeven medicijnen niet op de bon, patiënten niet op de gang, behoren wachtlijsten tot het verleden en kunnen we varkensboerderijen omtoveren tot boerderijcampings, waar 'oudjes' met een stok binnenkomen, om in een bermuda weg te fietsen."


    Terug naar boven >




    “We krijgen een flitseconomie”
    Beleggingsadviseuse Herma Koornwinder voorspelt grote veranderingen
    1994-12-24


    Door: Raymond Peil
    Uit alle hoeken en gaten van de wereld sleept de tegendraadse beleggingsadviseuse Herma Koornwinder bewijzen aan: van oudsher gangbare wijsheden over beleggen kunnen bij het grofvuil. Opgetogen citeert ze topanalist Pieter Wind van ING Barings, die in het Financieele Dagblad beaamt dat traditionele waarderingsmethoden lang niet meer de enige overweging zijn bij het beoordelen van financiële markten. Zelfs Nobelprijswinnaar Markowitz gaf vorig jaar toe dat zijn theorieën niet meer werkten.

    Koornwinders veel aangehaalde anekdote van de Griekse wijsgeer Plato maakt van beleggingsexperts en –adviseurs holbewoners: zet een primitief stamlid een tijdje in de bovenwereld en deze zal na terugkomst zijn mede-holbewoners proberen duidelijk te maken dat er een andere wereld is. Niemand gelooft hem. Sterker nog, ze zullen hem gevaarlijk vinden. Herma Koornwinder: “De wereld verandert, beleggen verandert mee, beleggingstheorieën ook. En des te sneller in het nieuwe millennium.” De gevestigde financiële orde hikt er gigantisch doch vergeefs tegenaan en ziet de riante inkomsten bedreigd.
          Kennis van de beleggingswereld maakte de Brabantse zich eigen door langdurige zelfstudie van internationale financiële markten. Vijf jaar terug liet ze haar adviezen door accountants doorlichten. Van de 23 bleken er 22 te kloppen, inclusief een uiterst sceptisch ontvangen ‘buy’ gedurende de Golfoorlog. Volgens de economische wetenschap is het juist voorspellen van dergelijke economische keerpunten onbestaanbaar.
          Koornwinder haalt het Internationaal Statistisch Instituut aan: “Is economie wel een wetenschap? Of weten beleggingsdeskundigen hun onwetendheid in een grote brij van getallen te verbergen, zoals politici dat doen met een grote brij van woorden.”
          Deze diskwalificatie van beide beroepsgroepen is ingebakken in haar eigen model, de Koornwinder Global Market Navigator (KGMN). De Heezese stopt er haar kerngegevens in, inclusief de ideeën die totaal geen verband hebben met het beperkte wereldbeeld van Kamerleden en wiskundige economen. Meer dan een beleggingsadviseur is zij wereldstudent, ‘global watcher’, en voelt zij zich product van de verguisde, maar door haar toegejuichte studiehuis-methode.

    Dat de klanten in de rij willen staan bij Albert Heijn, in Amerika bij WalMart of op het WWW (Wachten, Wachten, Wachten) willen economen en beleggers eigenlijk niet eens weten. “Ik vind psychologie of natuur(-wetenschap) dikwijls van even groot of soms zelfs van groter belang. Niet iedereen houdt zich daar even graag mee bezig”, legt Koornwinder uit.

    Einstein
    Met 150 miljoen mensen op internet hoef je geen Einstein te zijn tot de volgende conclusies te komen:
    • fabrikanten van benodigde apparatuur verdienen goed;
    • producenten van ‘verkeerslichten’ en ‘wegen’ vangen bakken geld;
    • internet heeft gidsprogramma’s nodig, wie die maakt loopt binnen.
    Het zijn de muren en leidingen, deuren en wegwijzers in het internetgebouw. Bedrijven die vreemd genoeg uitsluitend verlies lijden waarvan sommige bedrijven meer waard zijn dan Heineken, dat met een tastbaar product tenminste de zomerse dorst lest. Koornwinder zet er andere rariteiten, die vroeger iedereen normaal vond, tegenover. “Na de door mij als enige in Europa voorspelde crash van 1987 en de minikrach van 1989 was er toch niets veranderd aan de bedrijven, waarvan de koersen zo in elkaar waren gestort.”
          De duikende en fitnessende adviseuse signaleert wel meer zaken in het financiële, waar niemand over struikelt, maar die ze zelf te dol voor woorden vindt. Zoals het uiterst gangbare beleggen volgens beursgemiddelden, ofwel indexen. Minstens twee derde van de indexbeleggers haalt minder rendement dan zijn graadmeter. “Beleggingsdeskundigen zijn in slaap gesust.”
          Koornwinder priemt de vinger ook in de richting van de grote of gespecialiseerde banken als ABN Amro en Merrill Lynch of Morgan Stanley. Vooral wanneer het tij meezit gaat het hen goed, maar tijdens de Aziëcrisis zijn de aandelenkoersen van dergelijke banken in zes maanden toch gehalveerd. Of erger. Terwijl hun adviezen kleine en grote beleggers in de kielzog meeslepen. Inclusief de pensioenfondsen, die ongeveer duizend miljard gulden onder hun hoede hebben voor onze oude dag.
          Koornwinder: “Als onze pensioenpremies een paar procent per jaar beter renderen, vormt dat in de toekomst een geweldige bron van welvaart. Een herder moet bij slecht weer of onweer zijn schaapjes op het droge houden.” De oude dag in een oude sok van de index laten zitten zoals nu, betekent volgens Koornwinder bij toenemende vergrijzing onvermijdelijk armoede of medicijnen op de bon.
          De high tech van het digitale tijdperk – door sommigen afgedaan als overspannen hype – biedt de hulpmiddelen van het nieuwe millennium, meent Koornwinder. “Handel en zakendoen is any time, any place mogelijk, zelfs met een laptop op de hei. Elektronisch handelen, e-trade of e-commerce is de toekomst. Computers nemen denkprocessen over, zoals nu in de VS al gebeurt. Witteboorden-activiteiten worden overgenomen door de computer.”

    Zij ziet een wereld komen met zweeftreinen, kunstmatige intelligentie en geavanceerde computer- en internetdiensten. “Wanneer topman Lou Gerstner met één druk op de knop 300.000 IBM’ers direct kan bereiken, kan een bank in geval van gevaar haar cliënten met zo’n zelfde druk op de knop uit de markt halen. Maar dan moet men wel weten waar het gevaar precies schuilt. Is er eigenlijk een bank die de Aziëcrisis heeft voorspeld?”

    Herma Koornwinder heeft hoge verwachtingen van de jeugd, die het geluk heeft met de computer op te groeien. ”Geef een kind van tien jaar een computer en je krijgt wonderen. Wacht maar tot de Nintendo-generatie aan bod komt. We moeten oude kennis proberen te vergeten, ons hoofd schoonmaken voor het nieuwe tijdperk. Er komt een vloedgolf over ons heen. De economie verandert. We krijgen een flitseconomie.”
          “Nederland zit passief op de Ikeabank, met een krat bier naar Big Brother te kijken. We hebben mensen nodig met lef en creativiteit, mensen die hun nek uitsteken”, wil Koornwinder wel van de daken schreeuwen. “We hebben twee hoogleraren e-commerce in Nederland, dat moeten er honderd zijn. Mensen die het beleid maken zijn vijftig-plussers”, verwijzend onder meer naar ‘het aandoenlijke gestuntel’ met de computermuis van premier Kok, die dacht dat het apparaatje een afstandbediening was.
          Herma Koornwinder ziet in de ‘diginomie’ zoveel veranderen, dat zij eigenlijk vindt dat een ministerie van ICT moet komen. “Liefst met Roel Pieper als bewindsman. De beurt is nu aan dot-commers, cyberminds, whizz-kids, e-traders enzovoorts.” Ze illustreert de high-tech-aardverschuivingen met de uitvinding van de gloeilamp. Deze veranderde de maatschappij, het leven. Mensen waren niet langer gebonden aan werken als het licht was. Ze konden ook binnen en als het buiten donker was werken in de fabriek. “Nieuwe inzichten uit deze tijd moeten de ruimte krijgen. Per slot van rekening vervult de computer nog steeds deels dezelfde functie als het kleitablet ooit.”
    Kernthema’s in de discussie met Herma Koornwinder blijven onveranderlijk en onvermijdelijk: high-tech en werkloosheid, vergrijzing en betaalbaarheid van pensioenen. “Voor die komende vergrijzing zouden we ons plan al getrokken moeten hebben”, benadrukt ze.

    Vooruitzien
    “Anders is het niet op te brengen. Regeren is immers vooruitzien. Waarom na de militaire dienstplicht niet een zorgdienstplicht ingesteld, waarbij alle lagen van de bevolking worden betrokken? Als de pensioenpremies dan ook nog eens een paar procentjes meer opbrengen dan met de hedendaagse beleggingstheorieën, kunnen we daarvan de vergrijzing in goede banen leiden, hoeven medicijnen niet op de bon, patiënten niet op de gang, behoren wachtlijsten tot het verleden en kunnen we varkensboerderijen omtoveren tot boerderij-campings, waar ‘oudjes’ met een stok binnenkomen, om in een bermuda weg te fietsen.”

    Zelf hoopt Herma Koornwinder zich tegen die tijd met een gerust gemoed in de natuur(-wetenschap) te verdiepen, bij haar studie naar het natuurlijke gedrag van vissen in de diepzee. “Ik trek immers al twaalf jaar aan de bel”, zegt ze.


    Terug naar boven >




    Belegger van 21e eeuw is een e-trader

    1999-12-31, Dagblad Zaanstreek


    Door: Raymond Peil
    De van oudsher gangbare wijsheden over beleggen kunnen bij het grofvuil. Uit alle windrichtingen sleept de tegendraadse beleggingsadviseuse Herma Koornwinder bewijzen aan voor deze stelling. Opgetogen citeert ze topanalist Pieter Wind van ING Barings, die beaamt dat traditionele waarderingsmethoden lang niet meer de enige overweging zijn bij het beoordelen van financiële markten.

    Koornwinders veel aangehaalde anekdote van de Griekse wijsgeer Plato maakt van beleggingsexperts en –adviseurs holbewoners: zet een primitief stamlid een tijdje in de bovenwereld en deze zal na terugkomst zijn mede-holbewoners proberen duidelijk te maken dat er een andere wereld is. Niemand gelooft hem. Sterker nog, ze zullen hem gevaarlijk vinden. Herma Koornwinder: "De wereld verandert, beleggen verandert mee, beleggingstheorieën ook. En des te sneller in het nieuwe millennium." De gevestigde financiële orde hikt er gigantisch doch vergeefs tegenaan en ziet de riante inkomsten bedreigd.

    Kennis van de beleggingswereld maakte de Brabantse zich eigen door langdurige zelfstudie van internationale financiële markten. Vijf jaar terug liet ze haar adviezen door accountants doorlichten. Van de 23 bleken er 22 te kloppen, inclusief een uiterst sceptisch ontvangen 'buy' gedurende de Golfoorlog. Volgens de economische wetenschap is het juist voorspellen van dergelijke economische keerpunten onbestaanbaar.

    Koornwinder haalt het Internationaal Statistisch Instituut aan: "Is economie wel een wetenschap? Of weten beleggingsdeskundigen hun onwetendheid in een grote brij van getallen te verbergen, zoals politici dat doen met een grote brij van woorden."

    Deze diskwalificatie van beide beroepsgroepen is ingebakken in haar eigen model, de Koornwinder Global Market Navigator (KGMN). De Heezese stopt er haar kerngegevens in, inclusief de ideeën die totaal geen verband hebben met het beperkte wereldbeeld van Kamerleden en wiskundige economen. Meer dan een beleggingsadviseur is zij wereldstudent, ‘global watcher’, en voelt zij zich product van de verguisde, maar door haar toegejuichte studiehuis-methode.

    Dat de klanten in de rij willen staan bij Albert Heijn, in Amerika bij WalMart of op het WWW (Wachten, Wachten, Wachten) willen economen en beleggers eigenlijk niet eens weten. "Ik vind psychologie of natuurwetenschap dikwijls van even groot of soms zelfs van groter belang. Niet iedereen houdt zich daar even graag mee bezig”, legt Koornwinder uit.

    Einstein
    Met 150 miljoen mensen op internet hoef je geen Einstein te zijn tot de volgende conclusies te komen:
    • fabrikanten van benodigde apparatuur verdienen goed;
    • producenten van ‘verkeerslichten’ en ‘wegen’ vangen bakken geld;
    • internet heeft gidsprogramma’s nodig, wie die maakt loopt binnen.

    Het zijn de muren en leidingen, deuren en wegwijzers in het internetgebouw. Van die bedrijven lijden de meeste vreemd genoeg uitsluitend verlies. Maar sommige zijn meer waard dan Heineken dat met een tastbaar product tenminste de zomerse dorst lest. Koornwinder zet er andere rariteiten, die vroeger iedereen normaal vond, tegenover. "Na de door mij als enige in Europa voorspelde crash van 1987 en de minikrach van 1989 was er toch niets veranderd aan de bedrijven, waarvan de koersen zo in elkaar waren gestort.”

    De adviseuse signaleert wel meer zaken in het financiële, waar niemand over struikelt, maar die ze zelf te dol voor woorden vindt. Zoals het uiterst gangbare beleggen volgens beursgemiddelden, ofwel indexen. Minstens twee derde van de indexbeleggers haalt minder rendement dan zijn graadmeter. "Beleggingsdeskundigen zijn in slaap gesust."

    Koornwinder priemt de vinger ook in de richting van de grote of gespecialiseerde banken als ABN Amro en Merrill Lynch of Morgan Stanley. Vooral wanneer het tij meezit gaat het hen goed, maar tijdens de Aziëcrisis zijn de aandelenkoersen van dergelijke banken in zes maanden gehalveerd. Of erger. Terwijl hun adviezen kleine en grote beleggers in de kielzog meeslepen. Inclusief de pensioenfondsen, die ongeveer duizend miljard gulden onder hun hoede hebben voor onze oude dag. "Als onze pensioenpremies een paar procent per jaar beter renderen, vormt dat in de toekomst een geweldige bron van welvaart. Een herder moet bij slecht weer of onweer zijn schaapjes op het droge houden.” De oude dag in een oude sok van de index laten zitten zoals nu, betekent volgens Koornwinder bij toenemende vergrijzing onvermijdelijk armoede of medicijnen op de bon.

    De high tech van het digitale tijdperk – door sommigen afgedaan als overspannen hype – biedt de hulpmiddelen van het nieuwe millennium, meent Koornwinder. "Handel en zakendoen is any time, any place mogelijk, zelfs met een laptop op de hei. Elektronisch handelen, e-trade of e-commerce is de toekomst. Computers nemen denkprocessen over. Witteboordenactiviteiten worden overgenomen door de computer.”

    Zij ziet een wereld komen met zweeftreinen, kunstmatige intelligentie en geavanceerde computer- en internetdiensten. "Wanneer topman Lou Gerstner met één druk op de knop 300.000 IBM’ers direct kan bereiken, kan een bank in geval van gevaar haar cliënten met zo’n zelfde druk op de knop uit de markt halen. Maar dan moet men wel weten waar het gevaar precies schuilt. Is er eigenlijk een bank die de Aziëcrisis heeft voorspeld?"

    Flitseconomie
    Koornwinder heeft hoge verwachtingen van de jeugd, die het geluk heeft met de computer op te groeien. "Geef een kind van tien jaar een computer en je krijgt wonderen. Wacht maar tot de Nintendo-generatie aan bod komt. We moeten oude kennis proberen te vergeten, ons hoofd schoonmaken voor het nieuwe tijdperk. Er komt een vloedgolf over ons heen. De economie verandert. We krijgen een flitseconomie."

    19991231
    "Handel en zakendoen is overal mogelijk, ook met een laptop-computer op de hei", bewijst beleggingsadviseuse Herma Koornwinder. Foto GPD/Rob Keeris.


    "Nederland zit passief op de Ikeabank, met een krat bier naar Big Brother te kijken. We hebben mensen nodig met lef en creativiteit, mensen die hun nek uitsteken", wil Koornwinder wel van de daken schreeuwen. "We hebben twee hoogleraren e-commerce in Nederland, dat moeten er honderd zijn. Mensen die het beleid maken zijn vijftig-plussers”, verwijzend onder meer naar 'het aandoenlijke gestuntel' met de computermuis van premier Kok, die dacht dat het apparaatje een afstandbediening was.

    Koornwinder ziet in de 'diginomie' zoveel veranderen, dat zij eigenlijk vindt dat er een ministerie van ICT moet komen. "Liefst met Roel Pieper als bewindsman. De beurt is nu aan dot-commers, cyberminds, whizz-kids, e-traders enzovoorts." Ze illustreert de high-tech-aardverschuivingen met de uitvinding van de gloeilamp. Deze veranderde de maatschappij het leven. Mensen waren niet langer gebonden aan werken als het licht was. Ze konden als het buiten donker was werken in de fabriek. "De computer vervult nog steeds deels dezelfde functie als het kleitablet ooit."

    Kernthema's voor Koornwinder blijven onveranderlijk en onvermijdelijk: high-tech en werkloosheid, vergrijzing en betaalbaarheid van pensioenen. "Voor die komende vergrijzing zouden we ons plan al getrokken moeten hebben. Anders is het niet op te brengen. Regeren is immers vooruitzien. Waarom na de militaire dienstplicht niet een zorgdienstplicht ingesteld, waarbij alle lagen van de bevolking worden betrokken? Als de pensioenpremies dan ook nog eens een paar procentjes meer opbrengen dan met de hedendaagse beleggingstheorieën, kunnen we daarvan de vergrijzing in goede banen leiden, hoeven medicijnen niet op de bon, patiënten niet op de gang, behoren wachtlijsten tot het verleden en kunnen we varkensboerderijen omtoveren tot boerderij-campings, waar 'oudjes' met een stok binnenkomen, om in een bermuda weg te fietsen."


    Terug naar boven >




    Kleine belegger houdt adem in

    2002-07-26, Eindhovens Dagblad


    Door Lucas van Houtert
    EINDHOVEN - Met rake klappen gaat de beurskoers dagelijks verder onderuit, al was gisteren voor het eerst in lange tijd weer een lichte opleving te bespeuren. Maar Budelnaar P. van der Heijden blijft geloven in een zonnige toekomst. Zijn beleggingsclub heet dan ook De Optiemist. "Onze club is niet in paniek", klinkt het. Maar zouden de leden van De Optiemist vandaag hun aandelen verkopen, dan hebben ze in een jaar toch de helft van hun kapitaal verloren.

    "Zoals winst pas winst is als je aandelen verzilvert, zo is ook verlies pas verlies als je verkoopt", zegt Van der Heijden. Voor de Optiemisten betekent de huidige beursval 'heel simpel' dat ze hun aandelen vast moet houden en bij opties de schade moeten beperken. Waar crashes in het verleden leidden tot een massale verkoop, houdt de kleine belegger zich nu muisstil, melden beleggingsadviseurs in de regio. "Mensen zijn zich er inmiddels van bewust dat beleggen ook een risico inhoudt en dat ze geen gouden bergen binnenhalen", zegt F. Swinkels van Swinkels Adviesgroep in Eindhoven. "Mijn klanten hebben een horizon die verder weg is. En we hebben ze geadviseerd niet te beleggen met geleend geld. Daardoor hoeven ze nu geen verlies te nemen." Beurskenner H. Koornwinder uit Heeze waarschuwde al tijdens de hausse in februari 2000 voor 'het grote bankgevaar': door de opgeklopte koersen kan de beurs als een soufflé in elkaar zakken. "Voor de gemiddelde burger valt de complexe financiële wereld nauwelijks meer te doorgronden. Ondertussen boekt de belegger op drie fronten verlies. Terwijl zijn beleggingen minder waard worden, gaat de pensioenpremie omhoog omdat de pensioenfondsen eveneens verlies boeken op de beurs. Ook de beleggingshypotheek levert problemen op." Het is niet slechts een handjevol beleggers dat die beurspijn voelt. Eén op de vier Nederlandse huishoudens zit in aandelen, blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank. Meer dan de helft van het pensioengeld is belegd en van de hypotheken die afgelopen twee jaar werden afgesloten, heeft een op de drie met beleggingen te maken.


    Terug naar boven >




    Woordwijzer Indexportefeuille

    2003-08-01, Het Financieele Dagblad

    Beleggingsportefeuille die qua samenstelling identiek is aan de inhoud van een bepaalde index.

    Volgens beleggingsdeskundige Herma Koornwinder ondergraaft de opkomst van het informatietijdperk de traditionele beleggingsmodellen. "Momenteel zijn de spreiding van risico's en het indexbeleggen nog statische waarheden."


    Terug naar boven >




    Beleggen op de toppen van de golven
    'Diginomie' achterhaalt volgens Herma Koornwinder oude modellen
    2003-08-01, Het Financieele Dagblad

    Door: Frits Conijn
    AMSTERDAM - De wereld is veranderd, maar de beleggingsmodellen zijn niet met hun tijd meegegaan. Beleggingsdeskundige Herma Koornwinder bepleit radicale veranderingen.

    Na vijf jaar pensioenfondsen te hebben geadviseerd en na 35 jaar studie naar de koersbepalende factoren op de financiële markten, vindt Herma Koornwinder het tijd haar ervaringen te boek te stellen. "Ik heb vaak gehoord dat ik mijn tijd dertig jaar vooruit ben. Ik hoop dat de volgende generatie meer van beleggen wil begrijpen."

    Vooral de mogelijkheden van het informatietijdperk worden volgens de Brabantse beleggingsdeskundige onvoldoende benut. "De toenemende automatisering, de overgang van het industriële tijdperk naar het informatietijdperk of de diginomie, heeft net zulke gevolgen als destijds de overgang van de landbouw naar de industriële economie. Het is broodnodig daar rekening mee te houden."

    Volgens Koornwinder ondergraaft de opkomst van het informatietijdperk de traditionele beleggingsmodellen. "Momenteel zijn de spreiding van risico's en het indexbeleggen nog statische waarheden. Maar nu de informatiestromen over de wereld heen en weer flitsen, is het veel eenvoudiger geworden beleggingsmogelijkheden met potentie op te sporen. Waarom bijvoorbeeld nog investeren in goud of obligaties als de kansen elders voor het oprapen liggen?"

    Herma Koornwinder ontwikkelde haar visie van 1987 tot 1997. Toen adviseerde zij onder andere de pensioenfondsen van Shell en Zwitserleven. "Ik ontdekte dat die instellingen lijken op olietankers die stuurloos op de oceaan ronddobberen en slecht weer niet zien aankomen. Dus kunnen zij daar ook niet op reageren. Ook in de Verenigde Staten was de performance van pensioenfondsen over een periode van vijftien jaar veel slechter dan die van de S&P-index."

    Koornwinder baseerde haar adviezen op een model waarmee zij tien jaar lang, op één na, alle dalingen groter dan 10% juist voorspelde. Zo voorzag zij in oktober 1987 zwarte maandag. Ook was zij tijdens de eerste Golfoorlog, begin 1991, op het moment dat de financiële wereld zeer negatief was, optimistisch gestemd over de aandelenkoersen. In januari 1990 waarschuwde zij een tiental institutionele beleggers voor de naderende crisis in Japan en op 10 februari 2000, net voor het inklappen van de internetbubble, sprak zij tijdens......

    "Indexbeleggen is een grote misvatting"


    ......een congres in Amsterdam over de gevaren van de traditionele modellen voor de vermogensposities van de pensioenfondsen.

    De effectiviteit van haar uitspraken heeft zij laten toetsen door Deloitte & Touche in een accountantsrapport. "Zij hebben al mijn voorspellingen over de periode 1989 tot 1994 afgezet tegen de koersontwikkeling van de wereldwijde indices. In 23 van de 24 gevallen bleken mijn voorspellingen correct te zijn geweest."

    Het model van Koornwinder is niet gebaseerd op spreiding maar juist op concentratie en selectie. "Uit mijn onderzoek is gebleken dat men, net als in de natuur, oog moet hebben voor seizoenen. Om een vergelijking met de sport te maken: in beleggersland schaatst en zwemt men in dezelfde outfit. De meeste analisten zijn veel te fragmentarisch bezig. Zij zijn alleen geïnteresseerd in één land en daarbinnen nog vaak slechts in één sector."

    "We zijn allemaal opgegroeid met de mythe van Nobelprijswinnaars Sharpe en Markowitz. Volgens hen is de markt een efficiënt mechanisme. Dat betekent dat niemand langdurig een beter rendement op zijn portefeuille kan behalen, omdat niemand op de lange termijn over betere informatie beschikt. Die gedachte legitimeert het volgen van de index. Dat is echter een grote misvatting."

    20030801
    Herma Koornwinder aan het werk op de Strabrechtse heide.


    Die benaderingswijze is volgens Koornwinder zonde van het rendement dat met een andere methode te behalen zou zijn. "Voor mijn adviezen maak ik wel gebruik van de verscheidenheid van de seizoenen. Je kunt mij zien als een surfer die de toppen van de golven opzoekt. Als de eerste golf is verdwenen, is er altijd weer een volgende. Bij beleggen gaat het erom de trends te onderkennen en op tijd weer uit te stappen."

    De traditionele modellen hebben volgens Koornwinder vooral hun sporen getrokken in de zorgsector. "Als de performance van de pensioenfondsen 1% hoger is, zijn de problemen opgelost. Zij hebben het ten koste van de premiebetalers verschrikkelijk laten afweten en miljarden verloren laten gaan. Beleggen is een kwestie van vertrouwen en dat is beschaamd. Zij zijn meestal voor de lange termijn voor het maximaal toegestane percentage in aandelen gaan zitten. Met als gevolg dat wij nu langer moeten blijven werken omdat er niet voldoende geld is. Dat is toch te gek voor woorden!"

    "De volgende generatie moet als gevolg van dit beleid meer premie betalen. Het wordt hoog tijd dat burgers op financieel gebied assertiever worden en meer vragen stellen over de prestaties van de fondsen in het verleden. Dat hoop ik met mijn boek te stimuleren."


    Terug naar boven >




    Aandeelhouders kunnen centrale rol niet waarmaken

    2003-08-18, Het Financieele Dagblad


    Door: E van Groeningen
    De commissie-Tabaksblat verwacht te veel heil van de aandeelhouders en maakt de weg vrij voor meer ongewenste vijandige overnames, meent Eugène van Groeningen.

    Toen de president-commissaris de aandeelhoudersvergadering opende sprong een van de aanwezigen op. Namens een groot buitenlands pensioenfonds moest hij stemmen tegen alle punten van de agenda, inclusief opening, rondvraag en sluiting.

    Uiteraard een extreem, historisch voorbeeld van aandeelhoudersparticipatie. Toch illustreert het een probleem dat in de Code Tabaksblat onvoldoende aandacht krijgt. Ik bedoel: de mate waarin aandeelhouders zinvol kunnen, willen, en moeten (!) participeren.

    Er zijn particulieren die jarenlang een of meer ondernemingen volgen en deskundige opmerkingen plaatsen tijdens de aandeelhoudersvergadering. Maar verreweg de meeste particulieren hebben geen andere binding met 'hun' onderneming dan het beleggingsresultaat en wisselen vlot van belegging. Aan corporate governance denken ze niet. Zij willen helemaal niet als aandeelhouder optreden. Tabaksblat vindt desalniettemin dat ze moeten kunnen stemmen op afstand. Je kunt je afvragen tot welke toestanden dat zal leiden.

    Institutionele beleggers zijn deskundiger. Of zij veel behoefte hebben aan optreden in aandeelhoudersvergaderingen betwijfel ik. Zij weten van aandelenhandel en derivaten. Soms weten ze zelfs wel iets van honderden ondernemingen. Maar juist daardoor zullen zij zich realiseren dat zij weinig verstandigs kunnen zeggen over hoe die ondernemingen stuk voor stuk geleid moeten worden. Zij wisten kennelijk ook niet wat WOL, Ahold, KPN, Getronics, Enron en vele andere eigenlijk uitspookten.

    Beleggingsdeskundige Herma Koornwinder zei onlangs (FD 1.8.03) over de pensioenfondsen dat zij het ten koste van de premiebetalers verschrikkelijk hebben laten afweten. Adriaan Hiele spreekt over 'falend beleggingsbeleid van verzekeraars, banken en vermogensbeheerders' (NRC 3.8.03). Dick Snijders, oud-directeur van het Philips Pensioenfonds gaf onlangs (FD 12.8.03) drie redenen waarom ondernemingspensioenfondsen liever wegblijven: geen profijt, te duur en niet passend in de relatie met andere ondernemingen.

    Blijkbaar voelen ze zich zelden of nooit geroepen om zich intensief met het ondernemingsbeleid te bemoeien. Ik denk omdat ze de vereiste, concrete bedrijfskennis missen, het bestuur niet willen ontstemmen, geen alternatief zien, vertrouwen op commissarissen en accountants etc. Dat is hun goed recht; nergens staat dat grote aandeelhouders moeten verschijnen, spreken, stemmen en meebesturen. Hun expertise zit in het selecteren van beleggingsgebieden en -instrumenten, het spreiden van risico's en het beoordelen van leiding en verslaggeving. Hun achterban verwacht hoog rendement, niet dat zij actief optreden in aandeelhoudersvergaderingen.

    De Code Tabaksblat vindt dat institutionele beleggers behoren te verschijnen óf toe te lichten waarom ze wegblijven ('comply or explain'). Kan een wegblijver volstaan met de mededeling dat hij geen verstand heeft van de concrete zaken van de honderden nv 's in kwestie en dat hij alleen verschijnt als zich iets notoir verkeerds voordoet? Denk aan de benoeming van onbekwame topfunctionarissen, diamanten handdrukken, exorbitante beloningen, misleidende verslaggeving en slapende commissarissen. Gelukkig zijn dat nu juist onderwerpen die straks voldoende uitgezuiverd worden dankzij de Code Tabaksblat met de nieuwe transparantie van het management en het strenge toezicht door commissarissen en accountants.

    En toch wordt die arme aandeelhouder met al zijn beperkingen en gebreken nu bekleed met de hoogste macht en wordt de beschermende rol van administratiekantoren en financieringsprefs wezenlijk beperkt. Dit is niet alleen een tegenstrijdigheid, maar ook een groot gevaar voor alle andere stakeholders. Institutionele aandeelhouders kunnen hun nieuwe macht immers niet anders gebruiken dan in het eigen belang van hun 'achterban'. Het belang van de onderneming zelf en van alle andere stakeholders komt op de tweede plaats.

    Ernstig is dat dit ook geldt bij de zogeheten beursovervallen. Denk aan een willekeurige overvaller, die een relatief hoog bod doet gebruikmakend van een tijdelijke inzinking bij de onderneming en/of de beurs in het algemeen: twee euro voor Getronics, tien voor KPN, vijftien voor Ahold? Veel particuliere en institutionele beleggers zullen zo'n overvaller met zijn het 'snelle' bod graag binnenlaten.

    Zo'n binnendringer is schadelijk voor de prooi-onderneming en haar andere stakeholders. Een onderneming behoort zich daartegen te kunnen beschermen.

    Als de aandeelhoudersvergadering ongewenste bestuurders of commissarissen benoemt, te hoge dividenden eist, acquisities blokkeert, (des)investeringen verbiedt etc. kan zij de weg vrijmaken voor een overvaller (die zelf graag mee zal doen). Hoe meer macht aandeelhouders krijgen, hoe duidelijker een degelijke, nieuwe beschermingsconstructie nodig is. Een veto van commissarissen en bestuurders samen, dat aandeelhouders alleen via de rechter kunnen aanvechten, zou dan een minimumbescherming zijn.

    Als men geen oog heeft voor dit gevaar, wordt de toekomst van beursfondsen door de nieuwe aandeelhoudersmacht rechtstreeks bedreigd. Jonge ondernemers brengen hun bedrijf onder die omstandigheden niet meer naar de beurs.

    Met betrekking tot de macht van aandeelhouders acht ik de voorstellen van Tabaksblat dus onverantwoord. Dit klemt temeer nu de code op 1 januari a.s. van kracht moet worden en geen overgangsmaatregelen zijn voorgesteld. Daarbij komt dat niemand weet hoe de EU (Bolkestein) en de USA (Sarbanes Oxley) de straks nog resterende beschermingsconstructies verder gaan aantasten.

    Ik onderschrijf dat alles gedaan moet worden om het geschokte vertrouwen in de beurs te herstellen. Veel aanbevelingen van de commissie-Tabaksblat dragen daartoe belangrijk bij en verdienen snelle invoering. De positie van de aandeelhouders moet echter heroverwogen worden.

    Mr E.J.J.C. van Groeningen (1932) is bedrijfsjurist en oud-directeur en vennootschapssecretaris van een beursgenoteerde onderneming.


    Terug naar boven >




    De ontcijferde toekomst

    2007-10-20, Eindhovens Dagblad


    Door Chris Paulussen
    Op maandag 19 oktober 1987 stortten de effectenbeurzen in. Herma Koornwinder uit Heeze had als een van de weinigen de beurskrach zien aankomen. Ze baarde opzien en oogstte scepsis met haar vaak tegendraadse voorspellingen op basis van een zelf ontwikkeld systeem om de beurskoersen te analyseren. In 2000 keerde zij de beleggingswereld de rug toe, maar haar onderzoek zette ze voort. Inmiddels is ze zo ver dat zij de wereld in kennis wil stellen van haar opzienbarende ontdekkingen.

    Ze wil haar verhaal kwijt aan minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. En liefst ook aan minister Van der Hoeven van Economische Zaken. De Nyenrode Business Universiteit lijkt haar een prachtige ambiance. Het mag duidelijk zijn, Herma Koornwinder pakt de zaken groots aan. De wereld zal het weten als zij naar buiten komt met haar bevindingen. "Geloof maar dat ik het heel slecht ga krijgen", voorspelt zij nu al. "Maar dit moet men weten."

    Het is ook niet niks waar Koornwinder mee komt. Zij is ervan overtuigd dat zij bij haar onderzoek is gestuit op de 'oertaal'. Ze heeft erover gezwegen en in stilte gezocht naar bevestiging. Die heeft ze gevonden. Daarmee zegt zij het bewijs in handen te hebben voor niets minder dan intelligent design, een niet alleen onder wetenschappers omstreden begrip.

    Intelligent design is de moderne versie van het scheppingsverhaal. Het gaat uit van het bestaan van een hogere macht - of zoals Koornwinder zegt een 'opperbouwmeester' - die de voorwaarden heeft gecreëerd voor de ontwikkeling van de wereld.

    Hoe omstreden die theorie is, bleek in 2005. Maria van der Hoeven, toen nog minister van Onderwijs en Wetenschappen, durfde het aan om te opperen dat het de moeite waard was om eens serieus te kijken naar intelligent design. Dat heeft ze geweten. Ze kreeg binnen en buiten het parlement een storm van kritiek over zich heen. Ronald Plasterk, toen nog professor in de neurobiologie, liet zich daarbij als fervent aanhanger van de evolutietheorie niet onbetuigd.

    In die gevoelige materie gaat de 68-jarige Koornwinder zich mengen. Om te begrijpen hoe dat zo komt, is het goed om twintig jaar terug te gaan. Naar 1987, toen op 19 oktober een schokgolf door de financiële wereld ging. Op de dag, die de geschiedenis in ging als Black Monday, kelderden de beurskoersen met tientallen procenten. De beurscrash kwam voor bijna iedereen als een donderslag bij heldere hemel. Maar niet voor Koornwinder. Haar zelf ontwikkelde systeem om de beurskoersen te analyseren had haar niet in de steek gelaten.

    "Iedereen was toen zeer positief", herinnert zij zich. "Ik heb een paar dagen daarvoor banken en pensioenfondsen gebeld om ze erop te wijzen dat iets dramatisch te gebeuren stond. Maar mijn waarschuwingen werden in de wind geslagen."

    In de jaren daarna bleef Koornwinder de aandacht trekken met vaak tegendraadse voorspellingen. Om sceptici de wind uit de zeilen te nemen, liet zij haar werk over een periode van vijf jaar controleren door accountantsbureau Deloitte & Touche. De uitkomst was dat zij het verbluffend vaak bij het rechte eind had gehad met haar koop- en verkoopadviezen. Haar kritiek op pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen is nog steeds niet mals. "Ze slagen er met hun traditionele analysemethode niet eens in om het beter te doen dan de indexen."

    Koornwinder is in staat om wereldwijd de koersen van meer dan drieduizend fondsen te volgen. "De meeste professionele analisten komen niet verder dan dertig fondsen."

    Het geheim van haar systeem, de Koornwinder Global Market Navigator, geeft ze echter niet prijs. Na enig aandringen wil ze wel een tipje van de sluier oplichten. "Ik neem alles mee waarvan ik denk dat het kan bijdragen tot een goede analyse. De korte en lange rente, internationale valutakoersen, obligaties, maar ook grondstoffenprijzen. De prijzen van maïs en varkensbuiken om maar iets te noemen. Natuurlijk kijk ik ook naar het sentiment, de psychologie van de beurs. Zit er angst in de markt of zelfverzekerdheid en is dat terecht?" Werkloosheidscijfers? "Nee, die zeggen niets. Ze zijn een gevolg van andere ontwikkelingen." En politieke beslissingen? "De politiek heeft er niets mee te maken. Die loopt altijd achter de feiten aan." Verder doorvragen helpt niet. "Ik vind dat ik al heel ver ben gegaan", klinkt het gedecideerd.

    20071020
    Herma Koornwinder: "Dit is zo ontzagwekkend
    dat de gevolgen niet te overzien zijn."


    In 2000 gaf Koornwinder haar werk een nieuwe wending. Ze besloot zich helemaal te concentreren op haar onderzoek. "Ik had nog jaren mijn gangetje kunnen gaan in de financiële wereld. Maar ik realiseerde me dat mijn onderzoek veel dieper ging dan alleen het voorspellen van de beurs. Er was iets dat me aantrok, ook al wist ik niet precies wat. Ik ben toen heel breed gaan lezen. Ik heb meer dan 550 boeken gelezen en herlezen. Over economie, filosofie, cultuur, psychologie en andere onderwerpen. Ik heb er alinea’s uitgehaald en aantekeningen gemaakt. Ik voelde me als een ontdekkingsreiziger."

    "Al lezend kwam ik op het spoor van de oertaal waar mensen als Plato, Einstein en Blavatsky ook al over spraken. Ik ontdekte dat in getallenreeksen codes zitten. Ik heb nooit gedacht: zo nu ga ik getallenreeksen decoderen. Ik kwam gewoon tot het besef dat ik daar al jarenlang mee bezig was. Ik zie patronen in die getallenreeksen en synchroniteit. Dat beperkt zich niet tot Nederland. Het is grensoverschrijdend, een universele taal die overal toegepast kan worden. Ook in Amerika of in China."

    "Wanneer ik in een beursfonds een ontwikkeling zag, herkende ik symbolen of kentekens. Ik kreeg als het ware tekens die iets zeiden over de toekomst. Het is alsof wij in het verleden impulsen krijgen die een dusdanig patroon creëren dat daaruit valt af te lezen wat gaat gebeuren. Dat houdt in dat wij nu op dit moment onze toekomst al hebben geschapen. Het is ontroerend en verbluffend om dat te zien. Ik ben streng katholiek opgevoed, maar ik ben vanaf mijn vijftiende niet meer naar de kerk geweest. Ik heb nooit geloofd in intelligent design en ik heb me er ook nooit bewust mee bezig gehouden. Nu realiseer ik me dat ik daar wel al die mee bezig ben geweest."

    "Ik kan dit doen omdat ik onafhankelijk ben. Ik wist zelf ook niet precies wat ik zocht, maar ik had ook geen sponsors aan wie ik verantwoording moest afleggen. Het had ook niet gekund zonder computertechnologie, die het mogelijk maakt om grote hoeveelheden gegevens te verzamelen en te verwerken. Ik had echter niet in de gaten hoe diep dat ging. Tot ik vier jaar geleden het planetarium in Nantes bezocht en uitleg kreeg over de planeten en de sterren. Toen dacht ik, daar moeten krachten achter zitten die niet van deze wereld zijn. Wat een openbaring. In die samenhang, die eenheid zag ik een parallel met de materie waarin ik mij verdiep. Dat was een heel emotioneel moment."

    Koornwinder pretendeert niet dat zij de oertaal heeft ontcijferd. "Ik heb brokjes oertaal ontdekt. Je zou het letters kunnen noemen. Dat is het begin. Er moet nog veel onderzoek volgen."

    Het lijkt een hele stap van de harde wereld van het grote geld naar de oertaal en intelligent design. "Voor mensen die niet verder durven of willen kijken klinkt het misschien zweverig", geeft ze toe. "Maar dat is het absoluut niet. Het is zo concreet als het maar zijn kan. Ik vergelijk het met de ontcijfering van het hiërogliefenschrift van de oude Egyptenaren. Toen de Franse wetenschapper Jean-Francois Champollion eenmaal wist welke tekens stonden voor Ptolemaeus en Cleopatra, was hij in staat om het hele schrift te ontcijferen."

    Ze had nog jaren door kunnen gaan met haar onderzoek, maar inmiddels is ze zo ver dat ze zonder schroom haar bevindingen durft te presenteren. Ze was er al eerder mee naar buiten gekomen als ze niet was opgehouden door privé-beslommeringen. Maar binnen niet al te lange tijd zal de wereld van haar horen. "Er zal ongetwijfeld een discussie losbarsten", voorspelt Koornwinder, maar daar is ze niet bang voor. "Ik kom met bewijzen. De wetenschap zal verbaasd staan. Dit is zo ontzagwekkend dat de gevolgen niet te overzien zijn. Het is net als met de uitvinding van de lamp. De nacht werd dag. Niemand had een idee hoe zich dat zou ontwikkelen." De impact zal groot zijn. Dat weet ze zeker.

    Beweert ze in feite niet dat het mogelijk wordt om aan de hand van de oertaal rampen en oorlogen te voorspellen? Het antwoord is veelzeggend. "Begin 1991 werkte ik voor pensioenfondsen en vermogensbeheerders. We zaten midden in de Golfoorlog. Het was zo spannend dat iedereen aan CNN gekluisterd zat. Ik kreeg via mijn systeem prille koopsignalen door. Dwars tegen de trend in gaf ik positieve adviezen aan onder meer Brenca, het beleggingsfonds van de familie Brenninkmeijer van C&A. Een directeur van Brenca zei toen: Realiseert u zich, mevrouw Koornwinder, dat u de uitslag van de oorlog voorspelt?"


    Intelligent design vult hiaten in de evolutieleer
    Vrijwel niemand gelooft nog dat God de wereld zo'n zesduizend jaar geleden in zes dagen tijd heeft geschapen, zoals dat in de Bijbel staat. De evolutieleer die Darwin anderhalve eeuw geleden presenteerde is inmiddels breed geaccepteerd. Volgens die theorie heeft het leven op aarde zich in miljarden jaren ontwikkeld door een proces van natuurlijke selectie waarin de sterkste soorten overleven.
          De evolutieleer geeft echter niet op alle vragen antwoord. Intelligent design is een wetenschappelijke stroming die daarop inspeelt door toeval niet te accepteren als verklaring voor het ontstaan van leven. Zij stelt bovendien dat de evolutie zo complex is dat er sprake moet zijn van een intelligente ontwerper.
          Zo is een moderne versie ontstaan van het scheppingsverhaal, gebaseerd op hiaten in de evolutieleer. Aanhangers van de evolutietheorie zijn van mening dat die hiaten alleen op wetenschappelijke wijze kunnen worden verklaard.


    Terug naar boven >



              
             
               
         

    ALARMBELLEN

    Scroll omlaag om te lezen hoe Herma Koornwinder al vanaf 1987 onvermoeibaar in de media aan de bel trok in verband met de digitale revolutie en hoe de financiële wereld daar, vanwege ouderwetse praktijken, niet op voorbereid was.


    - - - - - - - - 1987 - - - - - - - -

    Met kop en schouders
    1987-12-12
    NRC Handelsblad

    In de periode voor Zwarte Maandag 19 oktober heeft zij bijna dagelijks pittige telefoongesprekken gevoerd met professionele analisten om haar zorg over de beurs – bijna alle indicatoren waren al een poosje negatief – te toetsen aan hun overwegend zonnige mening.
    >>


    - - - - - - - - 1988 - - - - - - - -

    Het Halleluja effect
    1988
    Mees Bulletin


    Zelden daarentegen hoor je de ondubbelzinnige aankondiging van een recessie, een depressie, een bear market of een crash.

    Een verheugende uitzondering op deze trieste regel wordt gevormd door de in dit katern geïnterviewde Mevrouw Koornwinder.

    >>


    Beroepsanalisten te commercieel
    1988-04-02
    De Financiële Telegraaf


    Maar hoe kan dat nu? Hoe kunnen dik betaalde technische analisten bij de banken op grond van in feite dezelfde analyse dingen over het hoofd zien die mevrouw Koornwinder wel ziet en als deze analisten erop worden gewezen dan nog het alarmsignaal naast zich neerleggen?
    >>


    - - - - - - - - 1991 - - - - - - - -

    Geeft een betere greep op de situatie
    1991-02-07
    Trends


    Het is nu eenmaal zo dat visuele waarneming heel belangrijk is, en dat dringt nu ook door in financiële middens.
    >>


    Technische analyse - Chart Guidance in (on)zekere tijden
    1991-03
    NCVB


    In de huidige onzekere situatie, waarbij de klassieke ekonomische principes blijkbaar niet meer van tel zijn, krijg je met technische analyse een betere greep op de situatie.
    >>


    - - - - - - - - 1993 - - - - - - - -

    Talrijke antwoorden mogelijk op wat de particulier moet doen, maar:

    Een ding is duidelijk: de waarde van adviezen is uiterst betrekkelijk
    1994-04
    Beursplein 5

    >>

    Aanvullen in NL


    Jacht op de kansrijken
    1993-01,
    Arts & Auto


    Eerdergenoemde mevrouw Koornwinder zegt in het NCVB-Magazine dat spreiding om risico te mijden uit de tijd raakt. Waarom in goud, onroerend goed, elektronica of wat dan ook, als elders interessantere mogelijkheden zijn, zo vraagt zij zich af. In plaats van ‘spreiding’ zal ‘lokaliseren van de kansrijken’ het credo van de eenentwintigste eeuw zijn. En dat begint in onze negentiger jaren, aldus mevrouw Koornwinder.
    >>


    Baanbrekende theorie voor financiële markten

    "Aktief beheer heeft zeker toekomst"
    1993-06-18
    Beleggers Belangen


    Het hedendaagse computergestuurde koop- en verkoopgedrag kan en mág niet meer alleen met jaarverslagenanalyse, overnamegeruchten, Fingerspitzengefühl, etc. worden benaderd.

    De markt heeft wel degelijk een geheugen. Koersen fluctueren niet in het wilde weg, maar golfsgewijs.

    De afgelopen zeven jaar was het mogelijk een aantal crashes en rally’s op de internationale financiële markten vroegtijdig op te sporen en tevens het moment van uitbraak met koersdoel aan te geven.

    >>


    - - - - - - - - 1994 - - - - - - - -


    NOG DOEN 1994-11-18



    'Belegging van publiek geld levert te weinig op'
    1994-12-17
    Brabants Dagblad


    Koornwinder sloeg in 1989 – zoals ze het zelf uitdrukt – fors om zich heen. "Maar als je institutionele beleggers probeert duidelijk te maken dat het beleggen stukken beter kan, krijg je te maken met de bureaucratie. Dan blijkt het heel moeilijk om door te breken met een nieuwe zienswijze."
    >>


    Gedurfde prognoses vaak raak

    Koornwinder pleit voor ’investment technology’
    1994-12-17
    Eindhovens Dagblad


    Moderne management-theorieën moeten volgens Koornwinder hun intrede doen in de beleggingswereld.
    >>



    - - - - - - - - 1995 - - - - - - - -

    'Onzichtbare’ economie werpt haar schaduwen vooruit

    Accountant bevestigt deugdelijkheid Koornwinders beursvoorspellingen
    1995-01-10
    Eindhovens Dagblad


    "Het publieke geld wordt slecht beheerd. De opbrengsten kunnen dramatisch omhoog door gebruik te maken van investment technology."

    Een recent onderzoek dat aantoonde dat het onmogelijk is om systematisch goede beleggingsresultaten te halen, kan in de ogen van Koornwinder geen genade vinden. "Ik doe toch niet anders", stelt zij. "Ik vind het verbijsterend dat institutionele beleggers zo gemakkelijk genoegen nemen met een rendement dat gelijk is aan de index. Dat betekent immers dat als de index daalt ook de performance omlaag gaat."

    >>


    Innovatie beleggingsmodellen nodig

    Analiste Koornwinder pleit voor vernieuwing
    1995-02-25
    Eindhovens Dagblad


    Het wordt volgens Koornwinder hoog tijd dat de banken inzien dat zij moeten innoveren om consistent goede resultaten te halen. "De traditionele manier van werken voldoet niet meer.

    Wij enteren het tijdperk van de kennistechnologie: wij kunnen ons denken in een hogere versnelling zetten. Oude wetten en regels worden overruled."

    >>


    Selfmade beursgoeroe heeft oplossing voor pensioenen

    Koornwinder ziet kans voor betere rendementen fondsen
    1995-03-12
    Arnhemse Courant


    Haar drijfveer? Maatschappelijke bezorgdheid.
    >>


    Lesje voor pensioenreuzen

    Beleggingsdeskundige ontwikkelt zéér lucratieve methode
    1995-06-12
    Utrechts Nieuwsblad


    De meeste beleggers werken met verouderde modellen.
    >>


    KGMN maakt 'ondernemend beleggen' mogelijk
    1995-10
    Management Info


    We moeten op ontdekkingsreis: we moeten weer net als in de Gouden Eeuw de wereld afstruinen op zoek naar kansen en mogelijkheden in de Digitale Eeuw.
    >>


    'n Schitterende outperformance

    Herma Koornwinder, beleggingsadviseur boven het maaiveld
    1995-10-20
    Management Team


    Want als pensioenfondsen en verzekeraars beter zouden beleggen, kunnen de premies naar beneden en wordt Nederland concurrerender en dus welvarender.
    >>


    Herma Koornwinder, een Nederlandse goeroe

    Beter presteren dan de markt kan wel
    1995-11-10
    Beleggers Belangen


    "Belangrijkste fout van analisten:
    het achterwege laten van het zoeken naar het Waarom"

    >>


    Interview met mevrouw Herma Koornwinder, beursgoeroe van Nederland
    1995-11
    Fisc Alert


    Een keerpunt in mijn leven was toen ik ontdekte hoe slecht verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen eigenlijk beleggen.
    (…)
    Ons land moet niet ondergaan in de dreigende internationale vloedgolf van kennistechnologie.

    >>


    De zappende belegger rukt op
    1995-12-29
    Algemeen Dagblad


    De zappende belegger, constant van de ene informatiebron naar de andere switchend, rukt op. In no-time, met een druk op de knop, stelt hij van dag tot dag, van uur tot uur, zijn portefeuille bij.
    (…)
    "We staan aan het begin van een totaal andere beleggingswereld.”

    >>



    - - - - - - - - 1996 - - - - - - - -

    ’Belegger moet veel mondiger worden’            
    Beleggingsanaliste Herma Koornwinder ergert zich aan houding banken
    1996
    GPD


    "We naderen het tijdperk van de kennistechnologie. We kunnen ons denken in een hogere versnelling zetten. Oude wetten en regels worden overruled."
    >>


    'Beleggen moet veranderen'
    1996-01-26
    Beleggers Belangen


    "Immers, wanneer de f 770 mrd aan pensioengelden in Nederland slechts één procent meer rendement oplevert, kunnen de premies met 16% naar beneden."
    (…)
    "Het is de opdracht van pensioenfondsen om een optimaal rendement te halen. Al datgene wat ons daarin belemmert, is iets waarover wij moeten kunnen spreken."

    Uitspraak van C.J. van Rees van Shell
    >>


    Nieuwe beleggingstechnologie vereist voor financiering vergrijzing en high tech werkeloosheid
    1996-02-01
    Pecunia Magazine


    Het digitale tijdperk met zijn 'emerging sciences of complexity' werpt zijn schaduw al vooruit over onze maatschappij.
    >>


    Rabobank Groningen e.o. geeft inzicht in beleggen
    1996-03
    Eigen uitgave Rabobank


    "Ik streef ernaar het risico te lokaliseren en dan te elimineren. Met de wijsheden die men in de beleggingswereld hanteert, vergroot men alleen maar het risico."
    >>


    De afwijkende visie van Herma Koornwinder
    1996-10-11
    Intermediair


    Volgens de accountants is Koornwinder erin geslaagd de toonaangevende beursgraadmeters keer op keer ruimschoots te verslaan, zowel in een dalende als in een opgaande markt.

    Dat is bijzonder, want de afgelopen jaren raakten steeds meer beleggingsdeskundigen ervan overtuigd dat, welke strategie zij ook hanteerden, de beursindices op lange termijn nooit konden worden verslagen.

    >>


    Herma Koornwinder: oude beurswijsheden ingehaald 1996-12
    GPD dagbladen

    >>


    Computers hebben snel aloude beurswijsheden ingehaald
    1996-12-27
    Leeuwarder Courant


    "De beleggingswereld is sinds 1987 fundamenteel veranderd. Negentig procent van het grote geld is speculatief", is beleggingsadviseur Herma Koornwinder heel stellig. Zij voorspelt bovendien dat het komende high-techtijdperk alleen nog maar grotere veranderingen te weeg brengt.
    >>



    - - - - - - - - 1997 - - - - - - - -


    Beleggingssignalen
    1997-03
    Perspekt (ABN AMRO)

    ……maar ze wil wel kwijt dat ze geen acht slaat op de officiële prognoses van planbureaus. "Want die zitten er met hun rente- en groeiverwachtingen veel te vaak naast."
    >>


    Beursgoeroes verdeeld over aandelenhype
    1997-07-26
    Leeuwarder Courant


    De effectenspecialist hamert dan ook op het belang van deskundige analyse. Daaraan ontbreekt het momenteel, meent zij.
    >>


    'Beleggen wordt voor particulieren te riskant'
    1997-12
    Opzij


    "Er werd altijd gezegd dat de beurs op de langere termijn altijd stijgt, ondanks de dips, en dat er daarom niet zoveel risico’s waren als je maar lang genoeg de tijd had. Dat geldt nu niet meer. Het is tegenwoordig beter tijdig te kopen en verkopen in plaats van aandelen lang aan te houden."
    >>



    - - - - - - - - 1999 - - - - - - - -

    Verouderde kennis is onmacht
    1999 – najaar
    S@fe (Robeco)


    Of raakt de particuliere belegger het spoor bijster door de toenemende complexiteit van de financiële markten?
    (…)
    "Computeranalfabeten gaan het zeker afleggen tegen de Nintendo-generatie."

    >>


    Wachten op de Nintendo-generatie

    Beleggingsadviseuse Koornwinder: We hebben mensen nodig met lef
    1999-12-22
    Dagblad Rivierenland


    "Beleggingsdeskundigen zijn in slaap gesust."
    >>


    Belegger van 21e eeuw is een e-trader

    Adviseuse Herma Koornwinder voorziet digitale flitseconomie
    1999-12-31
    Dagblad Zaanstreek


    "De wereld verandert, beleggen verandert mee, beleggingstheorieën ook.
    (...)
    Wacht maar tot de Nintendo-generatie aan bod komt. We moeten oude kennis proberen te vergeten, ons hoofd schoonmaken voor het nieuwe tijdperk. Er komt een vloedgolf over ons heen. De economie verandert. We krijgen een flitseconomie."

    >>



    - - - - - - - - 2002 - - - - - - - -


    Kleine belegger houdt adem in
    2002-07-26
    Eindhovens Dagblad


    Beurskenner H. Koornwinder uit Heeze waarschuwde al tijdens de hausse in februari 2000 voor 'het grote bankgevaar.'
    (…)
    "Voor de gemiddelde burger valt de complexe financiële wereld nauwelijks meer te doorgronden."

    >>



    - - - - - - - - 2003 - - - - - - - -


    Indexportefeuille
    Woordwijzer

    01-08- 2003 
    Het Financieele Dagblad


    Volgens beleggingsdeskundige Herma Koornwinder ondergraaft de opkomst van het informatietijdperk de traditionele beleggingsmodellen. "Momenteel zijn de spreiding van risico's en het indexbeleggen nog statische waarheden."  
    >>


    Beleggen op de toppen van de golven

    'Diginomie' achterhaalt volgens Herma Koornwinder oude modellen
    01-08-2003
    Het Financieele Dagblad


    De wereld is veranderd, maar de beleggingsmodellen zijn niet met hun tijd meegegaan. Beleggingsdeskundige Herma Koornwinder bepleit radicale veranderingen.
    >>



    - - - - - - - - 2007 - - - - - - - -


    De ontcijferde toekomst
    2007-10-20
    Eindhovens Dagblad


    In de jaren daarna bleef Koornwinder de aandacht trekken met vaak tegendraadse voorspellingen.
    (…)
    Haar kritiek op pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen is nog steeds niet mals. "Ze slagen er met hun traditionele analysemethode niet eens in om het beter te doen dan de indexen."
    >>


       
               
     
    © 2014 - KOORNWINDER GLOBAL MARKET NAVIGATION    SITEMAP | DISCLAIMER